Studies: gevolgen van de hobbyjacht voor wilde dieren
In het debat over de jacht botsen zeer uiteenlopende belangen op elkaar, die ook op emotioneel niveau worden besproken. Des te belangrijker is het om naar de feiten te kijken, waarmee gemeten kan worden hoe de hobbyjacht wilde dieren en hobbyjagers beïnvloedt.

De gevolgen van intensieve bejaging gaan veel verder dan het directe doden.
Wetenschappelijke langetermijnstudies documenteren veranderingen in aan- en afvoer, schuwheid en voedingsgedrag, ecologisch evenwicht, verspreiding van ziekten, activiteitsritme, gebruik van de leefomgeving, familiestructuren en voortplantingscijfers. Naast de hobbyjacht beïnvloeden ook voedselbeschikbaarheid, klimaat, ziekten, territoria en natuurlijke vijanden de populatiedynamiek. Hieronder worden de belangrijkste wetenschappelijk gedocumenteerde effecten samengevat, aangevuld met studies over afzonderlijke diersoorten.
Wie dieper wil ingaan op de politieke context, vindt in ons dossier over de jacht in Zwitserland de meest uitgebreide materiaalbasis.
Effect 1: dieren onder voortdurende stress
In aanwezigheid van hobbyjagers schakelen wilde dieren over naar een permanent waakzamere gedragsmodus. Wildbiologen hebben dit bijvoorbeeld waargenomen bij elanden in Canada. «Mensen worden als een gevaar gezien», legt prof. Ilse Storch uit, hoofd van de leerstoel Wildtierökologie en Wildtiermanagement aan de Albert-Ludwigs-Universiteit Freiburg.
In de wetenschap spreekt men van een «Landscape of Fear», een landschap van angst, waarin zelfs dieren aan de top van de voedselketen zoals edelherten, wilde zwijnen of vossen leven. «Wilde dieren kiezen er eerder voor te hongeren dan zich actief in gevaar te begeven», zegt dr. Konstantin Börner van het Leibniz-Institut für Zoo- und Wildtierforschung (IZW). Dat betekent: ze blijven liever in dekking dan op het open veld naar voedsel te zoeken.
De fysiologische gevolgen zijn meetbaar. Een studie van de Universiteit voor Diergeneeskunde Hannover (Güldenpfennig et al. 2021, Scientific Reports) mat bij wilde zwijnen tijdens drijfjachten verhoogde cortisolwaarden in alle monsters. Santos et al. (2018) toonden bij edelherten in Zuidwest-Europa aan dat factoren van het jachtbeheer de belangrijkste aanjagers van de stresshormoonvariatie waren, nog vóór milieuomstandigheden en individuele kenmerken. Pedersen et al. (2024, Wildlife Biology) toonden aan dat sneeuwhazen die met honden bejaagd werden een 6,5 keer hoger cortisolniveau vertoonden dan hazen die zonder honden geschoten werden.
Daarbij speelt de jachtmethode een doorslaggevende rol. Tajchman et al. (2024, BMC Veterinary Research) vonden bij moeflons, edelherten en wilde zwijnen die met rustige besluipjacht zonder drijvers of honden bejaagd werden geen significant verhoogde langetermijnstresswaarden in haarmonsters. De auteurs concluderen daaruit dat besluipjachten het welzijn van evenhoevig wild minder belasten dan intensieve drijfjachten. Dat onderstreept de bevindingen over drijfjachten en het opjagen met honden: hoe invasiever de methode, des te ernstiger de fysiologische reactie.
Door de hobbyjacht zijn veel wilde dieren schuwer en angstiger geworden dan ze in onbejaagde gebieden zouden zijn, meldt ook wildecologe Storch. Een systematisch overzichtsartikel over «Human-induced fear in wildlife» (Grigsby et al. 2023, Biological Conservation) analyseerde 81 studies en documenteerde: door de mens veroorzaakte angst verandert activiteitspatronen, fysiologie, fitness en habitatgebruik bij wilde dieren fundamenteel.
Darimont et al. (2009, PNAS) toonden in een meta-analyse aan dat menselijke hobbyjagers wildpopulaties sneller veranderen dan enige andere evolutiefactor die ooit bij wilde dieren is waargenomen.
Meer daarover: Jacht en dierenwelzijn: wat de hobbyjacht met wilde dieren doet
Effect 2: Verlies van leefgebied door gedwongen gedragsverandering
Uit angst voor hobbyjagers hebben veel wilde dieren hun natuurlijke leefgebied blijvend verlaten. «Ze mijden open velden en leven meer in de beschutting van het bos», zegt bioloog Börner. Daarbij kunnen ze inschatten wanneer het bijzonder gevaarlijk wordt. Bij een reeënpopulatie in Europa hebben onderzoekers waargenomen dat de terugtrekking in het bos tijdens het jachtseizoen sterker wordt. «Op open velden verschuiven de activiteitsfasen, vooral bij het hert, dan naar de storingsarme nacht», meldt Börner.
Een uitgebreide meta-analyse van 76 studies (Gaynor et al. 2018) komt tot de conclusie dat wilde dieren onder invloed van de mens hun nachtactiviteit significant verhogen. Het resultaat was consistent over continenten, leefgebieden, soorten en menselijke activiteiten heen. Een vervolgstudie (Gaynor et al. 2025, Proceedings of the Royal Society B) analyseerde ruimtegebruiksgegevens uit beschermde gebieden voor en tijdens de COVID-19-sluitingen en toont causaal aan dat wilde dieren zoals wolven en bergsteenbokken menselijke infrastructuur consistent mijden en dat deze terugtrekking omkeerbaar is wanneer de menselijke druk afneemt.
Corlatti & Ciuti (2025, Wildlife Biology) tonen in een recent overzichtsartikel aan dat de reacties van wilde dieren op mensen verlopen langs een continuüm van vermijding via tolerantie tot aantrekking. In systemen waarin de mens primair als predator optreedt – dus door hobbyjacht – verschuiven de reacties sterk richting vermijding. Bij alpenmarmotten (Zenth et al. 2025, Wildlife Biology) beïnvloedde uitsluitend de hobbyjacht, en niet het recreatief gebruik, de gedragstolerantie ten opzichte van menselijke verstoring.
De hobbyjacht draagt er dus wezenlijk aan bij dat wilde dieren in hun bewegingsvrijheid worden beperkt en dat er minder leefgebied voor hen beschikbaar is. «Zonder bewegingsvrijheid en genetische uitwisseling wordt de gezondheid van de dieren in gevaar gebracht», zegt Börner.
Effect 3: Ontbrekende wintersterfte door bijvoeding
De jachtwet, niet alleen in Duitsland, schrijft voor om wilde dieren in het kader van het wildbeheer «in tijden van nood» bij te voeren, waarom sommige hobbyjagers in de winter voer in het bos plaatsen. Het probleem: «Door het verstrekken van voer wordt de natuurlijke wintersterfte uitgeschakeld», verklaart de wilddiereneculoog Ilse Storch.
De winterperiode is voor wilde dieren normaal gesproken een natuurlijk selectieproces. De sterken overleven, de zwakken sterven. Zo wordt de populatie eenmaal per jaar op natuurlijke wijze uitgedund. De bijvoeding werkt dit proces tegen, zoals een studie uit Tsjechië over de populatiedynamiek bij wilde zwijnen aantoont. Wanneer voer van maïs en afvalgraan werd verstrekt in combinatie met sterke eiken- en beukengroei, kwam het in het volgende jaar zelfs tot een duidelijke toename van de wildezwijnpopulatie.
Het probleem: hoe meer dieren de winter doorkomen, des te meer er in het volgende jaar geschoten moeten worden om de ruimtelijke capaciteit niet te overschrijden. Volgens Jaarverslag van het wildinformatiesysteem van de Duitse deelstaten (WILD) is sinds de jaren 1990 het aantal geschoten dieren bij reeën significant gestegen, bij dam- en edelherten is het bijna verdubbeld. Recentere DJV-verbandsgegevens bevestigen deze trend: het aantal geschoten wilde zwijnen steeg van ongeveer 120’000 in de jaren 1980 naar bijna 800’000 dieren per jaar in de jaren 2020. De oorzaak daarvan is niet alleen het winterbijvoeren, maar dit is wel een wezenlijke factor.
Effect 4: Verstoorde voortplantingsprocessen
De hobbyjacht zelf draagt eraan bij dat wilde dieren zich sneller voortplanten. Studies tonen ondubbelzinnig aan dat wilde zwijnen, herten en andere wilde dieren onder jachtdruk hun voortplantingssnelheid verhogen, bijvoorbeeld doordat ze zich al op jongere leeftijd voortplanten. Hoe sterker ze bejaagd worden, des te meer nakomelingen ze verwekken.
Bij bruine beren konden Zweedse onderzoekers waarnemen dat ze als reactie op de bejaging de verzorgingstijd van hun jongen veranderen. Sommige verlengen die om langer met hun jongen onder bescherming te staan. Andere berenmoeders verkorten de verzorgingstijd om zich sneller weer voort te planten en zo de jachtdruk tegen te gaan, zoals Quarks, het wetenschapsmagazine van de WDR, bericht.
Gosselin et al. (2015, Proceedings of the Royal Society B) documenteerden nog een indirect effect: bij bruine beren in Scandinavië leidde de bejaging tot een verhoogde wisseling van mannetjes in de territoria, wat seksueel selectief infanticide (SSI) uitlokte. Nieuwe dominante mannetjes doden de jongen van hun voorgangers om de vrouwtjes sneller weer paringsbereid te maken. 95 procent van de sterfte onder jongen tijdens de paartijd was toe te schrijven aan SSI.
Effect 5: Evolutionaire veranderingen door selectieve bejaging
De hobbyjacht grijpt in op de evolutie. Omdat hobbyjagers systematisch de grootste, sterkste en meest opvallende individuen van een populatie onttrekken, ontstaat een selectiedruk die tegen de natuurlijke krachten ingaat. Het gevolg: populaties veranderen genetisch in een richting die biologisch ongewenst is.
Coltman et al. (2003, Nature) toonden in een 30-jarige studie bij dikhoornschapen (Ovis canadensis) aan dat het lichaamsgewicht en de horengrootte van de rammen door de trofee-hobbyjacht significant afnamen. De hobbyjagers schoten bij voorkeur dieren met de grootste horens neer en daarmee de genetisch «waardevolste» individuen, voordat deze hun voortplantingssucces konden maximaliseren. Pigeon et al. (2016) bevestigden deze bevindingen in een vervolgstudie.
Darimont et al. (2009, PNAS) toonden in een meta-analyse aan: menselijke hobbyjagers veranderen wildpopulaties sneller dan enige andere evolutiefactor die ooit bij wilde dieren is waargenomen. De fenotypische veranderingssnelheden bij bejaagde populaties waren tot 300 procent hoger dan bij natuurlijke selectie.
Leclerc et al. (2019, Nature Communications) toonden bij Scandinavische bruine beren aan dat hobbyjagers gericht bepaalde gedragskenmerken selecteren: moedigere, minder schuwe beren worden vaker geschoten. Het resultaat: de populatie wordt over generaties heen schuwer en angstiger, wat hun gedrag en hun ruimtegebruik fundamenteel verandert.
Lassis et al. (2023, Evolutionary Applications) modelleerden hoe beschermde gebieden door de uittocht van dieren naar bejaagde populaties een genetisch reddingseffect («genetic rescue») kunnen bieden. Dit effect wordt echter door hoge jachtcijfers ondermijnd, omdat binnenkomende dieren worden geschoten voordat ze zich kunnen voortplanten.
Meer daarover: Hobbyjacht beïnvloedt de evolutie van bruine beren en Studie naar het «super-jager»
Effect 6: Verwonding en «Crippling Loss»
Niet elk schot doodt. Een aanzienlijk deel van de bejaagde dieren wordt aangeschoten, maar nooit teruggevonden. Dit zogenaamde «Crippling Loss» is een systematisch onderschat dierenwelzijnsprobleem.
Kuhlmann et al. (2017, Ecological Indicators) ontwikkelden het begrip «Crippling Ratio» als maatstaf voor jachtgerelateerde verwondingen en toonden bij kleine rietganzen aan dat per geschoten dier tot één ander dier verwond, maar niet geborgen werd.
Bij de boogjacht zijn de verwondingspercentages bijzonder hoog. Ditchkoff et al. (1998, Proceedings of the Southeastern Association of Fish and Wildlife Agencies) documenteerden in een gecontroleerde studie bij de McAlester Army Ammunition Plant in Oklahoma aan 80 radiotelemetrisch gevolgde witstaartherten dat 50 procent van de door boogjagers geraakte dieren niet werd geborgen. Vergelijkbare verwondingspercentages (31 tot 58 procent) werden bevestigd in studies uit Georgia, Indiana, Michigan, New Jersey en Wisconsin. Een samenvatting van 24 Noord-Amerikaanse studies komt uit op een gemiddeld verwondingspercentage van 54 procent (Report on Bowhunting).
De Europese boogjachtlobby verwijst daarentegen naar een Deense gegevensverzameling (European Bowhunting Association, 2005), die voor reewild slechts een verwondingspercentage van ongeveer 5 procent vindt. Belangrijk om dit te duiden: het gaat daarbij niet om een wetenschappelijke studie met onafhankelijke controle, maar om een verzameling op basis van vrijwillige zelfrapportage van de boogjagers in het kader van een «wildrapport». De Amerikaanse cijfers zijn daarentegen afkomstig uit gecontroleerde veldstudies met gezenderde, onafhankelijk gemonitorde dieren, ongeacht of een jager een misschot überhaupt opmerkt of meldt. Zelfrapportage van jagers over eigen misschoten is methodologisch niet vergelijkbaar met onafhankelijke telemetrie. Een onafhankelijke Europese of DACH-studie naar het verwondingspercentage bij de boogjacht die het methodologische niveau van de Amerikaanse telemetriestudies bereikt, bestaat tot dusver niet.
Gentsch et al. (2018, European Journal of Wildlife Research) onderzochten de cortisolreactie van wilde hoefdieren op verschillende jachtmethoden en stelden vast dat het opjagen met honden significant hogere stresswaarden veroorzaakt dan de aanzitjacht. Ook gebeurtenissen na het schot – zoals de tijdsduur tot de nazoek, de plaats van de verwonding en het gedrag van de nazoekteams – beïnvloedden de stressbelasting aanzienlijk.
Verwonde dieren die niet worden gevonden, ondergaan vaak een langzame dood door infectie, honger of uitputting. Deze dieren komen in geen enkele afschotstatistiek voor. Het werkelijke aantal door de hobbyjacht gedode dieren ligt daarom systematisch hoger dan officieel gemeld.
Effect 7: Loodvergiftiging door jachtmunitie
Het gebruik van loodhoudende munitie door hobbyjagers veroorzaakt een grootschalige milieuverontreiniging die wilde dieren, landbouwhuisdieren en mensen treft. Jaarlijks wordt alleen al in de EU zo'n 44’000 ton lood door de hobbyjacht en het schietsport in het milieu gebracht.
Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) schat dat jaarlijks minstens 135 miljoen vogels gevaar lopen door de directe opname van loodhagel. Nog eens 14 miljoen vogels, waaronder roofvogels en aaseters, worden getroffen door de secundaire opname van loodfragmenten in hun prooidieren. Pain et al. (2019, Ambio) documenteerden in een uitvoerig overzichtsartikel dat loodvergiftiging in Europa jaarlijks meer dan een miljoen watervogels doodt en bij nog eens drie miljoen subletale vergiftigingen veroorzaakt. Het internationale symposium «Lead, a borderless poison» (Gorizia, november 2025) becijfert de jaarlijkse sterfte momenteel op 2,3 miljoen vogels in de EU – een significant hogere schatting die rekening houdt met nieuwe onderzoeksmethoden.
Sinds 15 februari 2023 is het gebruik van loodhagel in wetlands EU-breed verboden. In februari 2025 heeft de Europese Commissie een verdergaand verordeningsontwerp voor een habitatbrede beperking van loodmunitie voorgelegd (Pain et al. 2025, Ambio). De ECHA beveelt bovendien aan een EU-maximumwaarde voor lood in wildvlees in te voeren, vergelijkbaar met de grenswaarde voor vlees van landbouwhuisdieren (0,1 mg/kg). Sonne et al. (2023, Eco-Environment & Health) pleiten voor een volledige uitfasering van loodmunitie in de zin van een One-Health-benadering: het voortgezette gebruik van loodmunitie bedreigt de biodiversiteit en de menselijke gezondheid en ondermijnt duurzaamheidsdoelstellingen.
Denemarken heeft als eerste land ter wereld een volledig verbod op alle typen loodmunitie voor de hobbyjacht besloten (vanaf april 2024). In Groot-Brittannië hebben Engeland, Schotland en Wales in 2025 een verbod op loodmunitie in de buitenlucht aangekondigd. In Zwitserland bestaat tot nu toe geen dergelijk verbod.
Effect 8: Verweesde jonge dieren en verwoeste sociale structuren
De hobbyjacht doodt niet alleen het doelindividu. Ze grijpt in in sociale structuren en laat verweesde jonge dieren achter. Bij soorten met een sterke moeder-kindband – zoals bij reeën, herten, beren, wolven en wilde zwijnen – kan het verlies van een ouderdier voor afhankelijke jonge dieren de dood betekenen.
De RSPCA (Knowledgebase) documenteert: wanneer hobbyjagers de jongen van geschoten wijfjes niet vinden en uit hun lijden verlossen, zijn deze op zichzelf aangewezen. Afhankelijk van hun leeftijd verhongeren, versterven van de dorst of bevriezen verweesde jongen. Het verlies van de moeder is bij veel soorten een aanzienlijke stressfactor, en zelfs als verweesde dieren de acute fase overleven, kunnen veranderingen in fysiologie en gedrag hun ontwikkeling blijvend schaden.
Bij wolven hebben Cassidy et al. (2023, Frontiers in Ecology and the Environment) aan de hand van uitgebreide datasets uit meerdere Amerikaanse nationale parken aangetoond dat antropogene doodsoorzaken, met name legale afschot, de standvastigheid van roedels en de voortplanting in het daaropvolgende jaar aanzienlijk verminderen. Het afschieten van een alfadier kan een heel roedel destabiliseren.
Bij bruine beren documenteerden Frank et al. (2018, Journal of Animal Ecology) aan de hand van de Scandinavische populatie dat overlevende beren de vrijgekomen leefgebieden van geschoten soortgenoten deels overnemen. Deze ruimtelijke reorganisatie kan onbedoelde gevolgen hebben voor de populatiedynamiek en indruisen tegen de beheerdoelstellingen.
Corlatti & Ciuti (2025, Wildlife Biology) vatten in een recent overzichtsartikel samen: de indirecte effecten van hobbyjacht op wildpopulaties – van gedragsveranderingen via stressfysiologie tot de destabilisatie van sociale structuren – zijn vaak ernstiger dan de directe onttrekkingen en worden in de beheerpraktijk systematisch onderschat.
Meer hierover: Studie toont aan: het afschieten van wolven leidt vaak tot meer aanvallen op landbouwhuisdieren en Tien jaar oude studie, nog steeds genegeerd: waarom stabiele roedels minder landbouwhuisdieren doden
Effect 9: Economische ondoeltreffendheid van de jacht op schadelijke soorten
De bejaging van zogenaamde «schadelijke soorten» is niet alleen ecologisch, maar ook economisch nutteloos. Dat is de conclusie van een uitgebreide studie van Jiguet et al. (2026, Biological Conservation), die zeven jaar aan officiële gegevens uit 92 Franse departementen heeft geanalyseerd.
Tussen 2015 en 2022 werden in Frankrijk 12’394’885 vossen, steenmarters, boommarters, bunzingen, wezels, zwarte kraaien, roeken, eksters, gaaien en spreeuwen als «schadelijk» gedood. Dat zijn ongeveer 1,7 miljoen dieren per jaar. De economische balans is vernietigend: het onderzoeksteam becijfert de jaarlijkse bestrijdingskosten op 103 tot 123 miljoen euro, terwijl de officieel gemelde schade slechts 8 tot 23 miljoen euro per jaar bedraagt. Over zeven jaar lopen de doodingskosten op tot 791 miljoen euro, de gemelde schade tot 96 miljoen euro. Zelfs in de meest conservatieve modelberekening, waarin de arbeidstijd van de hobbyjagers niet wordt vergoed en de reiskosten worden gehalveerd, liggen de bestrijdingskosten met een factor 1,66 boven de schade.
Een statistisch verband tussen afschotinspanning en schadevermindering bestaat niet. Noch leiden meer afschoten tot minder schade, noch stijgt de schade wanneer de bejaging afneemt. Bij gaai en spreeuw correleerde een hoger afschotaantal zelfs met hogere voorjaarsbestanden, wat de auteurs verklaren met compensatoire voortplanting. Bijzonder pikant: alleen al de 62’278 gedode gaaien komen overeen met een potentieel verlies van 100 tot 454 miljoen euro aan zaadverspreidingsdiensten voor eikenbossen. De Franse milieu-inspectie IGEDD adviseert op basis hiervan het driejaarlijkse decreet over de «schadelijke»-bejaging in 2026 niet te vernieuwen. Zwitserland reguleert dezelfde soorten volgens art. 5 JSG, zonder ooit een vergelijkbaar effectiviteitsonderzoek te hebben uitgevoerd.
Meer hierover: Miljoenvoudig gedood – voor niets: nieuwe studie ontmaskert jagerslatijn
Publicaties per diersoort
Wasberen
Robel R.J., Barnes N.A. & Fox L.B. Raccoon populations: Does human disturbance increase mortality? Transactions of the Kansas Academy of Science Vol. 93, No. 1/2 (1990), pp. 22–27
Asano M. et al. Reproductive characteristics of feral raccoons (Procyon lotor) in Hokkaido/Japan
Beasley JC, Rhodes OE. Effects of culling on mesopredator population dynamics
Wasbeer-spoelworm en baylisascariasis: slechts 50 gevallen wereldwijd
Goudjakhalzen
Vossen
Baker PJ et al. Effect of British hunting ban on fox numbers
Goszczyński J. Population dynamics of the red fox in central Poland
Kaphegyi T. Untersuchungen zum Sozialverhalten des Fuchses (Vulpes vulpes L). Dissertatie
Williams N.F. (2025) Causes and Implications of Fox Population Dynamics in Central England. Dissertatie, Bournemouth University. Bevestigt compensatoire voortplantingseffecten na bejaging: vossenpopulaties compenseren verliezen snel door verhoogde voortplantingscijfers.
Jiguet F. et al. (2026) Ecological and economic assessments of native vertebrate pest control in France. Biological Conservation. Tussen 2015 en 2022 werden in Frankrijk gemiddeld 383’299 rode vossen per jaar gedood. De studie vindt geen statistisch verband tussen de afschotinspanning en een vermindering van de officieel gemelde schade. De controlekosten voor alle bejaagde soorten samen overstijgen de schade met een factor acht.
SWILD – Kistler C. & Bontadina F. (2026) Wetenschappelijke grondslagen voor de vossenjacht. Vakrapport in opdracht van het Amt für Wald und Wild van het kanton Zug. Mei 2026. Het tot dusver enige kantonale rapport in opdracht over de vossenjacht in Zwitserland: beoordeelt bestandsregulatie, ziektebestrijding, biodiversiteit en de bescherming van landbouwhuisdieren op basis van de actuele vakliteratuur. Conclusie: de momenteel toegepaste hobbyjacht reguleert bestanden niet duurzaam, verbetert de ziektebestrijding niet en is inferieur aan niet-letale beschermingsmaatregelen. Ervaringen uit Genève (sinds 1974) en Luxemburg (sinds 2015) bevestigen deze inschatting. Openbaar toegankelijk via zg.ch → Artenmanagement Wildtiere → Jagdbare Arten → Haarraubwild. Meer hierover: Kantonspagina Zug.
Korte samenvattingen van wetenschappelijke literatuur over de rode vos
Meer hierover: Dossier: De vos in Zwitserland en Vossenjacht zonder feiten: hoe JagdSchweiz problemen verzint
Wilde zwijnen
Meer jacht leidt tot de vermeerdering van wilde zwijnen
Steiner W. Schwarzwild: Evolution durch Jagd
Tack J. Wild Boar Population Trends in Europe
Csanyi S. Wild boar population dynamics & management Hungary
Croft S. et al. Review of existing models on spatial distribution and density of wild boar
Servanty S. et al. Factors affecting wild boar reproduction under hunting pressure
Meer hierover: Afrikaanse varkenspest: wat de ziekte betekent voor wilde zwijnen en de hobbyjacht
Elanden
Reeën
Trembay J-P et al. Ecological impacts of deer overabundance on temperate and boreal forests
Fred Kurt: Das Reh in der Kulturlandschaft. Ökologie, Sozialverhalten, Jagd und Hege. Kosmos Verlag, Stuttgart 2002, ISBN 3-440-09397-2, blz. 83.
Alpenmarmotten
Zenth F., Giari C., Morocutti E. et al. (2025) Hunting, but not outdoor recreation, modulates behavioural tolerance to human disturbance in Alpine marmots Marmota marmota. Wildlife Biology 2025: e01397
Kraaiachtigen en spreeuwen
Jiguet F. et al. (2026) Ecological and economic assessments of native vertebrate pest control in France. Biological Conservation. De tot dusver meest omvangrijke economische en ecologische toetsing van de bejaging van zwarte kraaien, roeken, eksters, gaaien en spreeuwen in Frankrijk. Gedurende zeven jaar werden meer dan 10,7 miljoen vogels van deze vijf soorten gedood. De afschotten reguleren noch de populaties noch de schade; bij de gaai en de spreeuw correleert een hoger afschotaantal zelfs met hogere voorjaarsbestanden.
Chiron F. & Julliard R. (2013) Assessing the effects of trapping on pest bird species at the country level. Biological Conservation 158: 98–106. Toont aan dat de bejaging de populatiestructuur van kraaiachtigen verandert, maar de totale bestanden niet vermindert.
Jiguet F. & Gantin C. (2025) Fission-fusion dynamics and spring movements in first-year carrion crows challenge the efficiency of culling strategies. Scientific Reports 15: 31068. Toont aan dat tot 96 procent van de in het voorjaar geschoten zwarte kraaien jonge, niet-broedende individuen zijn. Het voor de regulering relevante broedpopulatiesegment wordt door de bejaging niet bereikt.
Jiguet F. (2020) The Fox and the Crow. A need to update pest control strategies. Biological Conservation 248: 108693. Riep reeds in 2020 op tot een fundamentele ecologische, economische en ethische herbeoordeling van de bejaging van vossen en kraaiachtigen.
Green A.J., Elmberg J. & Lovas-Kiss Á. (2019) Beyond Scatter-Hoarding and Frugivory: European Corvids as Overlooked Vectors for a Broad Range of Plants. Frontiers in Ecology and Evolution 7: 133. Documenteert de onderschatte rol van kraaiachtigen als zaadverspreiders.
Hougner C., Colding J. & Söderqvist T. (2006) Economic valuation of a seed dispersal service in the Stockholm National Urban Park, Sweden. Ecological Economics 59: 364–374. Becijfert de economische waarde van de zaadverspreiding door Vlaamse gaaien op 3’200 tot 14’600 euro per broedpaar.
Gemzen en steenbokken
Coltman D.W. et al. (2003) Undesirable evolutionary consequences of trophy hunting. Nature 426: 655–658 (dikhoornschapen; de beschreven selectiemechanismen zijn overdraagbaar op steenbokken met trofeejacht)
Pigeon G. et al. (2016) Intense selective hunting leads to artificial evolution in horn size. Evolutionary Applications 9: 521–530
Opmerking: Voor gemzen en steenbokken in Zwitserland ontbreken tot dusver eigen populatiestudies naar jachteffecten op de stressfysiologie of gedragsverandering. Deze paragraaf wordt aangevuld zodra er nieuwe gegevens uit alpine langetermijnstudies beschikbaar zijn.
Bruine beren
van der Walle J. et al. Hunting regulation favors slow life histories in brown bear
Leclerc M et al. Hunters select for behavioral traits in a large carnivore
Gosselin J. et al. (2015) The relative importance of direct and indirect effects of hunting mortality on the population dynamics of brown bears. Proceedings of the Royal Society B 282: 20141840
Frank S.C. et al. (2018) Sociodemographic factors modulate the spatial response of brown bears to vacancies created by hunting. Journal of Animal Ecology 87: 247–258
Hobbyjacht beïnvloedt de evolutie van bruine beren
Meer hierover: Dossier: De bruine beer in Zwitserland en 20 jaar beren in Zwitserland
Wolven
De grote boze wolf is bang voor jou
Wolf: kuddebescherming volgens studie effectiever dan afschot
Wolf Reintroduction Changes Ecosystem in Yellowstone
Studie toont aan: het afschieten van wolven leidt vaak tot meer aanvallen op vee
Wolven kunnen mensenlevens redden
Schaapverliezen sterker beïnvloed door beschermingsmaatregelen en aantal schapen dan door de omvang van de wolvenpopulatie (Frontiers in Ecology and Evolution 2022)
Hoge overlevingskansen verklaren 20 jaar snelle verspreiding van wolven in Duitsland (IZW Berlijn)
Studie van het Bundesamt für Naturschutz (BfN) over de bedreiging van de wolvenpopulatie
Knauer F., Rauer G., Musil I. Prooisamenstelling en dodingsgedrag van wolven (Vetmeduni Wenen 2016)
Cassidy K.A. et al. Human-caused mortality triggers pack instability in gray wolves (Frontiers in Ecology and the Environment 2023)
Gerichte verwijdering bevordert opsplitsing van roedels en lagere voortplanting, vooral in kleine populaties (Scientific Reports 2024)
Fuller T.K. et al. (2003) Sustainability thresholds en invloed van bejaging op populatiegroei
Hoge afschotpercentages van doortrekkers verminderen genetische verbinding en succesvolle vestiging (US Forest Service)
Transboundary effects: afschot in aangrenzende beheergebieden vertoont additieve effecten op overlevingskansen (Journal of Applied Ecology)
Hobbyjacht kan bewegingspatronen en daarmee schade aan vee indirect beïnvloeden (Wildlife Biology)
PVA-modellen: hobbyjacht, habitatversnippering en ziekte-uitbraken voorspellen samen de persistentie (Biological Conservation)
Meer hierover: Dossier: Kuddebescherming in Zwitserland en Walliser wolvenbalans: cijfers van een bloedbad
Algemene publicaties over de gevolgen van hobbyjacht op wilde dieren
Gaynor K.M. et al. The influence of human disturbance on wildlife nocturnality (Meta-analyse, Science 2018)
Gaynor K.M. et al. (2025) The influence of human presence and footprint on animal space use in protected areas. Proceedings of the Royal Society B
Corlatti L. & Ciuti S. (2025) Indirect effects of hunting on wildlife. Wildlife Biology 2025: e01691 (overzichtsartikel)
Grigsby D.M. et al. (2023) Human-induced fear in wildlife: A review. Biological Conservation 286: 110252
Güldenpfennig J. et al. (2021) An approach to assess stress in response to drive hunts using cortisol levels of wild boar. Scientific Reports 11: 16514
Santos J.P.V. et al. (2018) The importance of intrinsic traits, environment, and human activities in modulating stress levels in a wild ungulate. Ecological Indicators 89: 706–715
Tajchman K. et al. (2024) Impact of stalking hunt season on long-term stress in big game. BMC Veterinary Research
Kuhlmann K. et al. (2017) Crippling ratio: A novel approach to assess hunting-induced wounding of wild animals. Ecological Indicators 80: 242–246
Ditchkoff S.S. et al. (1998) Wounding Rates of White-Tailed Deer with Traditional Archery Equipment. Proceedings of the Southeastern Association of Fish and Wildlife Agencies 52: 244–248
European Bowhunting Association (2005) Deense gegevensverzameling over de boogjacht op reeën, gebaseerd op vrijwillige zelfrapportage door boogjagers; methodologisch niet vergelijkbaar met onafhankelijke telemetrie
Gethöfer F., Siebert U. Current knowledge of the Neozoa Nutria and Muskrat in Europe
Comte S. et al. Echinococcus multilocularis management by fox culling: An inappropriate paradigm
Prof. Reichholf: Waarom jagen? Gevolgen van de jacht voor mensen, dieren, planten en landschappen
Darimont C et al. Human predators outpace other agents of trait change (PNAS 2009)
Wildtierschutz Deutschland: Feiten over de jacht in het algemeen
Jiguet F., Morin A., Courtines H., Robert A., Fontaine B., Levrel H. & Prince K. (2026) Ecological and economic assessments of native vertebrate pest control in France. Biological Conservation. Analyse van officiële gegevens over 12,4 miljoen afschotten gedurende zeven jachtseizoenen in 92 Franse departementen. De kosten van de bestrijding (103 tot 123 miljoen euro per jaar) overtreffen de officieel gemelde schade (8 tot 23 miljoen euro per jaar) met een factor acht, zonder meetbaar effect op populaties of schadeomvang.
Loodmunitie: aanvullende bronnen
ECHA: Lead in shot, bullets and fishing weights
BirdLife: Lead ammunition finally banned from wetlands across the EU
Vulture Conservation Foundation: EU bans the use of lead ammunition in wetlands
Pain D.J. et al. (2019) Effects of lead from ammunition on birds and other wildlife: A review and update. Ambio 48: 935–953
Pain D.J. et al. (2025) EU regulation: An unprecedented opportunity to protect wildlife and human health from lead in hunting ammunition. Ambio (meest recente overzicht van het EU-wetgevingsproces)
Sonne C. et al. (2023) The environmental threats from lead ammunition. Eco-Environment & Health 2(1): 16–17
Katzner T.E. et al. (2024) Lead poisoning of wildlife from ammunition: a global perspective on regulations and actions. Ambio
Internationaal symposium «Lead, a borderless poison» (Gorizia, november 2025): Actuele schatting van 2,3 miljoen vogelsterftes per jaar in de EU door loodmunitie
Immunocontraceptie: Humane alternatieven voor de hobbyjacht
Er is een groeiende publieke vraag naar wildbeheerders die afstappen van traditionele, dodelijke beheersmethoden en overgaan op effectievere, humane, niet-dodelijke methoden. PZP-immunocontraceptie (Porcine Zona Pellucida) en GonaCon-vaccins bieden wetenschappelijk beproefde alternatieven.
Anticonceptiemiddelen voor meeuwen als oplossing voor stedelijke problemen
België: Anticonceptieve korrels moeten de duivenpopulatie beheersen
Thailand voert een anticonceptieplan in om de olifantenpopulatie te beheersen
Fertility Control for Wildlife: A European Perspective (Massei et al. 2022)
Wildlife Contraception (Wild Animal Suffering Research)
New trends in immunocastration and its potential to improve animal welfare (Ahmed et al. 2022)
Amerikaanse steden zetten geboortebeperkingstechnologie in tegen ratteninvasies
Wilde zwijnen moeten in Rome gesteriliseerd worden
Spanje: Vermindering van de wildzwijnenpopulatie dankzij vaccinatie
Wildbeheer in Genève: Anticonceptie in plaats van afschot
Toestemming voor het testen van het immunocontraceptieve vaccin «GonaCon» in Italië (Gazzetta Ufficiale 2022)
Meer hierover: Dossier: Genève en het jachtverbod en Dossier: Argumentatie voor professionele wildhoeders
Over de psychologie van de jacht: Wat het onderzoek toont
Wat beweegt mensen ertoe om te jagen, en welke psychologische effecten heeft het doden van dieren op de jagers zelf? Deze vraag is wetenschappelijk weinig onderzocht, maar wint aan belang gezien de maatschappelijke debatten over de legitimiteit van de hobbyjacht. Hieronder worden empirische bevindingen samengevat – zonder veralgemening en zonder gelijkstelling van de jacht met criminaliteit of pathologie, wat wetenschappelijk niet houdbaar zou zijn.
Jachtmotivatie: Studies uit Noord-Amerika en Noord-Europa tonen aan dat hobbyjagers uiteenlopende motivatieprofielen vertonen: voedselvoorziening, natuurbeleving, sociale binding en – bij een deel van de ondervraagden – het plezier in het doden zelf («harvest motivation»). Deze laatste groep vertoont in enquêtestudies een hogere tolerantie ten opzichte van dierenleed en een sterkere identificatie met dominantie over de natuur. Deze bevindingen komen uit zelfrapportagestudies en zijn niet naar alle jagers te veralgemenen. (Why Men Trophy Hunt: Showing Off and the Psychology of Shame, Psychology Today; Psychologisch-sociologische verschillen tussen hobbyjagers en niet-jagers)
Meer hierover: De hobbyjager in de 21e eeuw
Publicaties over de gevolgen van geweld voor hobbyjagers
- Regering van Solothurn verdedigt dierenmishandeling
- Amygdala and violence (zoekoverzicht)
- Het verband tussen dierenmishandeling en geweld in het gezin begrijpen: het bio-ecologische systeemmodel
- Kindertijd zonder geweten (Der Spiegel)
- Waarom sommige mensen moorddadig kwaadaardig worden (Die Welt)
- Violence as a source of pleasure or displeasure is associated with specific functional connectivity with the nucleus accumbens (Frontiers in Human Neuroscience)
- Mensen die dieren mishandelen, laten het daar zelden bij (PETA)
- Jachtkoorts
- Serial Killers Have Under-Developed Brains, Says New Study (IBTimes)
- Als kinderen dieren mishandelen: zo moeten ouders reageren
- Why Men Trophy Hunt: Showing Off and the Psychology of Shame (Psychology Today)
- «Doden kan leuk zijn» (NZZ)
- Hunting and Illegal Violence Against Humans and Other Animals
- Hobbyjagers beter begrijpen
- Interview: Petra Klages met de seriemoordenaar Frank Gust (PETA)
- Psychologisch-sociologische verschillen tussen hobbyjagers en niet-jagers
- Anatomie van de menselijke destructiviteit (Erich Fromm)
- Heeft die een klap van de molen gehad? (Die Zeit)
- De passie van de jager (Paul Parin)
- Hunting and Illegal Violence Against Humans and Other Animals: Exploring the Relationship (ResearchGate)
- Cijfers uit de staat New York tonen verband: jagers en kindermisbruikers
- Gegevens uit Ohio bevestigen jacht/kindermishandeling
- Cijfers uit Michigan bevestigen jacht, kindermishandeling
- Huiselijk geweld door wapens voorkomen (Südostschweiz)
- Cazadores deportivos: ¿Mentes criminales?
- Jacht en jagers: psychoanalyse
- Een onderzoeker vindt in de hersenen van seriemoordenaars een bepaald patroon (NZZ)
- Het brein
- Hobbyjagers en hun patroon in het brein
- Dugré J.R., Potvin S. & Turecki G. (2025) The dark sides of the brain: A systematic review and meta-analysis of neural correlates of human aggression. Neuroscience & Biobehavioral Reviews
- Fritz M., Pfabigan D.M. & Lamm C. (2023) Neurobiology of Aggression: Recent findings from structural and functional imaging. Current Psychiatry Reports
- Seidenbecher T. et al. (2024) A case-control voxel- and surface-based morphometric study of amygdala volume in aggressive individuals. Brain Structure and Function
- Yildirim B.O. & Derntl B. (2019) Neural correlates of empathy deficits in violent offenders: Evidence from fMRI. Social Cognitive and Affective Neuroscience
- Decety J., Chen C., Harenski C. & Kiehl K.A. (2017) Psychopathy and reduced amygdala response to others‘ pain: A neuroimaging investigation. Journal of Abnormal Psychology
- Fitzgerald D.A. et al. (2020) Violence exposure and neural desensitization: Amygdala and insula responses under repeated affective stimuli. NeuroImage
- Anderson N.E., Harenski C.L. & Kiehl K.A. (2018) Neural consequences of killing in combat: Amygdala modulation and emotional blunting. Neuropsychologia
- Porcelli A.J. et al. (2022) Neural processing of emotional stimuli in slaughterhouse workers: Evidence for desensitization in limbic circuits. Psychoneuroendocrinology
- McNamee R.L. et al. (2021) Affective numbing in high-violence occupations: Amygdala and insula attenuation during empathy tasks. Human Brain Mapping
- Bekoff M. & Pierce J. (2019) Empathy for animals and its neural substrates: A review of convergent evidence. Animal Sentience
Meer daarover: Psychologie van de jacht in het kanton St. Gallen
Verwante dossiers
- Jacht in Zwitserland: feitencheck, jachtvormen, kritiek
- Dossier: De bruine beer in Zwitserland
- Dossier: De lynx in Zwitserland
- Dossier: De wilde kat in Zwitserland
- Dossier: Kuddebescherming in Zwitserland
- Dossier: Genève en het jachtverbod
- Dossier: Argumentatie voor professionele wildhoeders
- Walliser wolvenbalans: cijfers van een bloedbad
Deze pagina wordt voortdurend bijgewerkt zodra nieuwe studies en onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We willen je graag het laatste nieuws en aanbiedingen in de nieuwsbrief toesturen.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →





