Apenpokken: gevaar voor mens en dier?
Het apenpokkenvirus verspreidt zich in Europa. Wat betekent dat voor mens en dier? Achtergronden en actuele inschattingen.
Nu “apenpokken” deze week de krantenkoppen halen, vragen velen zich af of het gevaar dreigt dat het de nieuwe COVID-19 wordt.
Tot nu toe zijn er 92 gevallen geïdentificeerd in landen waar de ziekte niet endemisch is. Tot de symptomen behoren koorts, vermoeidheid en blaarvorming bij hen die met het virus besmet raken.
Positieve gevallen zijn gevonden in Australië, Canada en de VS, waarbij de Europese landen België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Zweden, Zwitserland en Nederland allemaal gevallen melden.
Spanje en Portugal hadden zondag elk tussen de 21 en 30 gevallen. Het hoogste aantal ligt echter in Engeland.
Eerdere uitbraken in Groot-Brittannië en Israël hielden verband met reizen naar Centraal- en West-Afrika, waar de ziekte endemisch is. Maar overdracht van mens op mens lijkt in Europa nu op grotere schaal plaats te vinden dan voorheen. Dat in sommige gevallen de infectieketen niet kan worden achterhaald, wijst erop dat nog niet alle infecties onder de bevolking zijn ontdekt. Mannen die seks hebben met mannen, dienen bij ongebruikelijke huidafwijkingen onverwijld medische hulp te zoeken.
In Nigeria zouden sinds 2017 steeds meer apenpokkeninfecties bij mensen worden vastgesteld – en gevallen in verband met reizen daarheen.
Apenpokken verlopen over het algemeen mild en onder de positieve gevallen in Europa, Noord-Amerika of Australië zijn nog geen sterfgevallen geregistreerd – wat betekent dat ze een veel kleinere bedreiging vormen dan COVID-19.
Menselijke pokken gelden sinds 1980, na een grote vaccinatiecampagne, wereldwijd als uitgeroeid. Inmiddels zou echter een groot deel van de wereldbevolking geen vaccinatiebescherming meer hebben.
Maar waar de twee enkele overeenkomsten hebben, is dat het beide zoönosen zijn, ziekten die van dieren op mensen worden overgedragen.
Wat zijn zoönosen?
Men neemt aan dat COVID-19 zich verspreidde vanuit een vleermuis die op een natte markt in China werd gehouden. Andere zoönotische ziekten die van dier op mens zijn overgesprongen, zijn hiv/aids, miltvuur en ebola.
Apenpokken werd voor het eerst in 1958 bij apen ontdekt en het eerste gedocumenteerde geval bij de mens dateert uit 1970.
In Afrikaanse landen waar de ziekte vaker voorkomt, zijn aanwijzingen voor het apenpokkenvirus gevonden bij veel dieren, waaronder touweekhoorns, boomeekhoorns, Gambiaanse buidelratten, relmuizen en veel apensoorten.
Besmetting van dier op mens kan worden veroorzaakt door een beet of kras, waarbij knaagdieren de meest waarschijnlijke overbrengers zijn.
Handel in exotische huisdieren bevordert de verspreiding van zoönosen en pandemieën. De uitbuiting van wilde dieren en de handel in exoten worden beschouwd als de veroorzaker van de huidige coronapandemie en hebben in het verleden al tot andere zeer besmettelijke en dodelijke pandemieën geleid: onder andere de SARS-pandemie, de vogelgriep H5N1, ebolakoorts en aids zijn van dierlijke oorsprong.
De politiek heeft door de coronacrisis geen enkele les getrokken, anders had ze de ongecontroleerde handel in exotische dieren allang moeten verbieden. 75% van de nieuw opduikende infectieziekten heeft een dierlijke oorsprong. Met 72% ontstaat het grootste deel van deze zoönosen door contact met in het wild levende diersoorten.
Andere zoönosen kunnen worden overgedragen door onvoldoende bereid vlees en dierlijke producten; zo verspreidde miltvuur zich oorspronkelijk.
Bij apenpokken vindt de huidige overdracht van mens op mens in niet-endemische landen plaats door nauw contact tussen mensen.
Hoewel ziekten zoals COVID-19 en ebola een grotere bedreiging voor het leven vormen dan apenpokken, stellen zoönotische ziekten de menselijke bevolking voor bijzondere uitdagingen.
Ondersteun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Nu doneren →