23 juli 2026, 07:49

Zoeken

Jacht

Het auerhoen is in Freiburg praktisch uitgestorven, terwijl de hobbyjacht aandringt op meer techniek

Terwijl een symboolsoort van de vooralpen uit het kanton Freiburg verdwijnt, eist de hobbyjachtlobby meer nachtkijkers en een vroegere reebokjacht.

Redactie Wild beim Wild — 23 juli 2026

Twee berichten uit het kanton Freiburg passen niet bij elkaar, en juist dat maakt ze opmerkelijk.

Het ene: het auerhoen, ooit een kenmerkende bewoner van de Freiburgse vooralpen, geldt tegenwoordig als praktisch verdwenen uit het kanton. Het andere: juist nu dringt de Freiburgse hobbyjachtlobby aan op meer technische hulpmiddelen en een vroegere reebokjacht, terwijl de kantonsregering het gebruik van nachtkijkers al gedeeltelijk heeft goedgekeurd. Wie beide draden samen leest, ziet een patroon dat veel verder reikt dan het auerhoen.

Een symboolsoort verdwijnt

Op 1 juli 2026 kopte «La Liberté» ondubbelzinnig: «Le grand coq fribourgeois n’est plus», de grote Freiburgse haan is niet meer. Volgens het artikel nemen deskundigen in het kanton al jaren geen levensvatbare populatie van het auerhoen meer waar, zoals 20 Minuten met een beroep op «La Liberté» en Michael Lanz van de Zwitserse vogelkundige post Sempach berichtte. Vereenzelvigde waarnemingen zijn er weliswaar nog, maar geen zichzelf in stand houdende populatie.

Petitie

Geen lynxafschot in Wallis

De lynx zit genetisch aan zijn limiet, en toch zou hij als eerste kanton van Zwitserland worden vrijgegeven voor afschot.

Teken nu →

De vereniging Wildtierschutz Schweiz (WTSS) uit Landquart heeft dit aangegrepen om de ontwikkeling in een eigen bijdrage te duiden: «Het auerhoen verdwijnt, Freiburg verliest een symboolsoort van de Zwitserse bergbossen». De vereniging kondigt daarin aan het kanton Freiburg schriftelijk om opheldering te vragen over welke beschermingsmaatregelen tot nu toe zijn uitgevoerd en waarom het verlies van de populatie niet kon worden voorkomen.

Wat de cijfers werkelijk laten zien

De in de WTSS-bijdrage genoemde cijfers houden stand bij een controle. Volgens de gegevens van de bond en Zwitsers Vogelstation Sempach werden begin jaren zeventig in heel Zwitserland nog zo'n 1’100 baltsende hanen geteld. Een landelijk onderzoek in het jaar 2001 leverde nog 450 tot 500 hanen op, recentere schattingen van de Vogelstation spreken van 380 tot 480 hanen. Dat is een afname van meer dan de helft binnen enkele decennia.

Doorslaggevend is wanneer deze afname plaatsvond. Het korhoen staat in Zwitserland sinds 1962 onder bescherming, de auerhaan sinds 1971. De gehele gedocumenteerde populatie-instorting van ongeveer 1’100 naar tegenwoordig 380 tot 480 baltsende hanen valt daarmee volledig in de tijd waarin geen enkele vogel meer legaal geschoten mocht worden. Een afschotverbod alleen heeft de neergang dus niet kunnen stoppen.

Dat ontlast de hobbyjacht niet met terugwerkende kracht. Historische onderzoeken zoals het korhoenconcept van het kanton Graubünden documenteren voor de jaren veertig afschotcijfers van deels meer dan honderd vogels per jaar alleen al in dit kanton. De bejaging vormde in de eerste helft van de twintigste eeuw een reële onttrekkingsdruk, en de 1’100 hanen van 1971 zijn al het resultaat van deze decennia, niet een onaangetaste uitgangswaarde. Of de Bündner cijfers naar Fribourg te vertalen zijn, is bij gebrek aan vergelijkbare kantonnale statistieken onduidelijk.

Tegelijkertijd begon het verlies van leefgebied niet pas na 1971, maar liep parallel. De verdichting van de bergbossen is een gevolg van het opgeven van bosweide, strooiselgebruik en brandhoutwinning, een proces dat in de late negentiende eeuw begon en met de teruggang van de alpenlandbouw na de Tweede Wereldoorlog versnelde. De hobbyjacht werkte dus als extra druk op een leefgebied dat toch al kromp. Het wegvallen ervan haalde één factor weg, terwijl de structurele oorzaken onveranderd doorwerkten en vanaf de jaren zeventig en tachtig de vrijetijdsdruk als derde factor erbij kwam.

Bijzonder opvallend is het verlies aan de westelijke rand van het verspreidingsgebied. Uit de Waadtlandse Alpen, het Onder-Wallis en Ticino is de auerhaan al verdwenen. Historisch gezien behoorde het kanton Fribourg volgens de documenten van het Federaal Bureau voor Milieu (BAFU) samen met de Berner Alpen en Vooralpen alsook de kantons Neuchâtel en St. Gallen tot de verspreidingsgebieden aan de noordelijke rand van de Alpen. Vandaag hoort Fribourg feitelijk tot de kantons zonder levensvatbare populatie, terwijl het zwaartepunt van de populatie zich steeds verder naar het oosten verschuift, met name naar Graubünden.

Ook het in 2008 door BAFU, Vogelwarte Sempach en BirdLife Schweiz gepubliceerde Actieplan Auerhoen Zwitserland wordt correct aangehaald. Het noemt als hoofdoorzaken voor de achteruitgang de verdichting van de bossen, het verlies van lichte, structuurrijke bergbossen, de fragmentatie van leefgebieden alsook de groeiende recreatiedruk door wandelaars, mountainbikers, sneeuwschoenlopers en toerskiërs. De uitvoering van de in het actieplan voorziene maatregelen ligt bij de kantons, wat de door het WTSS opgeworpen vraag naar de Fribourgse uitvoering des te gerechtvaardigder maakt.

Een debat dat allang is begonnen

Wat de WTSS-bijdrage niet vermeldt: het aanleidingsartikel in «La Liberté» heeft bij de lezers al een controversieel debat op gang gebracht, dat laat zien hoe verschillend de oorzaken van het verdwijnen worden geduid.

Een lezeres uit Senèdes bekritiseerde het oorspronkelijke artikel scherp omdat het «geen woord» rept over grondpredatoren, en verwees naar de vos en de lynx, die zich «razendsnel zouden vermenigvuldigen». Zij bracht bovendien de Télémixte van La Berra ter sprake, een het hele jaar door geëxploiteerde bergbaan, die in de zomer wegens een rustzone in de buurt van het bergstation pas vanaf 1 juli mag openen voor het vervoer van wandelaars en bikers. Deze zomerse beschermingsperiode achtte zij overbodig, gezien het naar verluidt reeds voltrokken verdwijnen van de soort. Deze toeschrijving houdt geen stand tegen de chronologie.

De lynx werd in Zwitserland pas vanaf 1971 opnieuw uitgezet, dus praktisch gelijktijdig met het onder bescherming stellen van de auerhaan. De gedocumenteerde achteruitgang van de soort was op dat moment allang aan de gang.

Een tweede lezersbrief uit Lossy sprak de titel van het artikel direct tegen: de auteur, die zichzelf omschrijft als klimmer, jager, visser en «nauwkeurig waarnemer van flora en vogels», gaf aan al drie jaar op rij een paartje auerhoenders te observeren in een hem bekend, geheimgehouden gebied. Tegelijkertijd waarschuwde hij echter dat menselijke verstoring het grootste gevaar blijft en dat de titel van het artikel werkelijkheid zou kunnen worden als er niets wordt ondernomen.

Deze discussie over oorzaak en omvang is typerend voor het publieke debat over bedreigde bergbossoorten: wordt de achteruitgang vooral toegeschreven aan habitatverlies en menselijke verstoring, zoals de wetenschappelijke consensus van BAFU en de Vogelwarte suggereert, of wordt de verantwoordelijkheid, zoals in een van de lezersbrieven, afgeschoven op natuurlijke predatoren? Het Actieplan Auerhoen Zwitserland zelf noemt predatiedruk als een van meerdere factoren, maar plaatst deze uitdrukkelijk achter habitatverlies en menselijke verstoring als hoofdoorzaken.

Een blik over de grens: Duitsland en Oostenrijk

De bevinding uit Freiburg staat niet op zichzelf. Een vergelijking met de buurlanden laat zien hoe verschillend er met dezelfde soort wordt omgegaan en hoe weinig de hobbyjacht daarbij zegt over de toestand van de populaties.

In Duitsland geldt het auerhoen volgens de federale jachtwet weliswaar formeel nog steeds als bejaagbaar wild, maar het valt onder een jaarrond gesloten seizoen. Een legale bejaging is daarmee uitgesloten. Landelijk staat de soort als met uitsterven bedreigd op de Rode Lijst. Het best gedocumenteerd is de ontwikkeling in het Zwarte Woud, waar de populatie tussen 2012 en 2022 in delen instortte tot een derde. De baltsplaatstellingen resulteerden in 2022 nog in 97 baltsende hanen, in 2023 waren het er 106, in 2024 vervolgens 111 en in 2025 nog 103. De meest recente telling komt uit op 93 hanen. Elders is de soort al verdwenen: in het Ertsgebergte, het Frankenwald, het Oberpfälzer Wald, de Odenwald en de Spessart sterft ze uit of geldt ze als uitgestorven; in de Harz en het Hochsauerland werden de uitzettingsprogramma's stopgezet en de restpopulaties opgegeven. Duitsland staat daarmee waar Zwitserland staat: volledige bescherming, ongeremde achteruitgang.

Oostenrijk kiest een andere weg. Daar wordt op het auerhoen nog altijd gejaagd, en wel in aanzienlijke mate. In het jachtjaar 2023/2024 werden volgens Statistik Austria 419 stuks auerwild geschoten, waarvan 110 in Tirol, 103 in Stiermarken en 98 in Karinthië. Geen afschot noteerden Burgenland, Wenen, Vorarlberg en Neder-Oostenrijk. Ter vergelijking: deze jaarafschot komt ongeveer overeen met het dubbele van de gehele Zwitserse restpopulatie van 380 tot 480 baltsende hanen. In Karinthië loopt het jachtseizoen van 11 tot 31 mei, dus middenin de balts. De afschotcijfers schommelden daar jarenlang rond ongeveer 120 hanen. In de jaren 2001 en 2002 moest de deelstaat het auerwild het hele jaar ontzien.

Waarom zijn de populaties daar groter? Het antwoord ligt niet in een beter beschermingsbeleid, maar in het oppervlak. Voor een levensvatbare populatie is ongeveer 50’000 hectare aaneengesloten, structuurrijk bos nodig. Oostenrijk beschikt over meerdere van dergelijke gebieden, Zwitserland buiten Graubünden praktisch over geen enkel meer. Daar komt de hoogteligging bij: op de voor auerwild geschikte hoogten is de bosexploitatie volgens de inschatting van deskundigen van de Universität für Bodenkultur Wien sinds geruime tijd in wezen onveranderd gebleven, omdat intensief gebruik daar nauwelijks loont. In Tirol is 44 procent van de bossen als natuurlijk of natuurnabij ecosysteem behouden. De bosbouw is dus niet fundamenteel anders, ze bereikt deze hoogten alleen minder sterk. Datzelfde patroon verklaart waarom ook in Zwitserland het zwaartepunt van de populatie naar Graubünden is verschoven.

Van een intacte populatie kan desondanks geen sprake zijn. De Rode Lijst van de broedvogels van Oostenrijk vermeldt het auerhoen als bedreigd. Als oorzaken van de achteruitgang noemt zij de afname van besdragende dwergstruiken, in het bijzonder de blauwe bosbes, door verduistering en verdichting van de bosopstanden, daarbij toenemende verstoringen en geringe broedresultaten bij ongunstig weer. Dat is precies de oorzakenlijst van het Zwitserse actieplan. In Wenen werd het laatste auerhoen aan het begin van de 20e eeuw geschoten, in Burgenland in 1956. Ook in de oostelijke delen van de Alpen alsook in delen van Karinthië en Vorarlberg is de soort tegenwoordig duidelijk zeldzamer. Oostenrijk doorloopt hetzelfde proces, alleen met tijdsverschil en vanuit een hoger uitgangsniveau.

Precies daaruit leidt de Oostenrijkse hobbyjacht echter haar hoofdargument af. Een deskundigenrapport over de EU-vogelrichtlijn stelt vast dat de in het voorjaar bejaagde populaties auerhoen en korhoen in heel Oostenrijk een grotendeels stabiele ontwikkeling vertonen, terwijl in andere alpenlanden ondanks een gedeeltelijk gestaakte jacht dalende trends waar te nemen zijn. De conclusie dat bejaging niet schaadt of dat wildbeheer zelfs nuttig is, kent echter een methodologisch gebrek: de populatieregistratie gebeurt in Oostenrijk grotendeels via baltsplaatstellingen door de hobbyjagers zelf, dus door diegenen die profiteren van de daaruit afgeleide afschotvergunningen. Datzelfde rapport erkent voor Beieren dat de bejaging ondanks een afschotplan berustte op een te onnauwkeurige populatiebepaling. Wie telt, bepaalt mee hoeveel er geschoten mag worden.

Drie landen, drie regimes, één trend. Zwitserland beschermt de auerhen sinds 1962 en de auerhaan sinds 1971 volledig, Duitsland al decennialang via een jaarrond gesloten jachttijd, Oostenrijk blijft bejagen. De achteruitgang loopt in alle drie. Dat ontlast de hobbyjacht als oorzaak, maar keert tegelijk de bewijslast om: als een soort in Zwitserland en Duitsland ondanks volledige bescherming met uitsterven bedreigd is, wordt de Oostenrijkse praktijk om jaarlijks meer dan vierhonderd vogels van dezelfde soort te schieten, waarvan een aanzienlijk deel tijdens de balts en gericht de dominante hanen, des te moeilijker te rechtvaardigen.

De Freiburgse jagersvereniging: meer techniek in plaats van meer bescherming

Terwijl dit debat over een verdwijnende vogelsoort wordt gevoerd, volgt de Fédération fribourgeoise des sociétés de chasse (FFSC), de kantonale koepelorganisatie van de hobbyjacht, een tegengestelde agenda. Op haar eigen website documenteert ze dat zelf.

Op 28 mei 2026 publiceerde de FFSC twee officiële standpunten over moties in de Grote Raad. De motie 2025-GC-234, ingediend door de raadsleden Bernard Bapst en Dominique Zamofing, verlangt de toelating van warmtebeeld- en nachtzichtapparatuur tijdens de hobbyjacht. In haar standpunt verwelkomt de FFSC uitdrukkelijk dat de Staatsraad het gebruik van dergelijke apparatuur reeds aanvullend op het nazoeken met zweethonden mogelijk wil maken, en verwijst lovend naar het kanton Wallis als voorbeeld voor een nauwere samenwerking tussen hobbyjagers en kantonale autoriteiten. De tweede stellingname betreft de motie 2025-GC-278 over de zomerse zwijnenjacht.

Deze toelating is precies het punt dat Jacques Rime, dieren­tekenaar en -graveur uit La Tour-de-Trême, reeds in juni 2026 in een eigen lezersbrief als «sschande voor de jacht» had bestempeld, samen met de door de FFSC-leiding onder voorzitter Michaël Rey en Eric Gobet voorgestelde openstelling van de reebokjacht al vanaf 1 juli, midden in de bronsttijd. Op 22 juli 2026 kreeg Rime in een verdere lezersbrief publieke steun: twee lezers uit Ependes en Fribourg betoogden dat een hobbyjager zijn doelwit ook zonder nachtkijker duidelijk moet kunnen herkennen voordat hij schiet, en dat zulke apparaten het dier elke kans op camouflage en daarmee elke gelijke kans ontnemen.

Twee realiteiten, één patroon

Tussen de eisen van de FFSC en het verdwijnen van het auerhoen bestaat geen direct verband; nachtkijkers en reebokjacht betreffen de soort niet. Wat zich toont, is een prioriteitstelling. Een bedreigde, verstoringsgevoelige soort verdwijnt uit een kanton waarvan de bevoegde autoriteiten volgens het actieplan sinds 2008 verplicht zijn beschermingsmaatregelen te treffen. Tegelijkertijd zet de kantonale hobbyjachtvereniging zich in voor meer technische hulpmiddelen en uitgebreidere jachttijden en vindt daarmee bij de Staatsraad gedeeltelijk gehoor. Eisen die door kritische stemmen zoals Jacques Rime worden uitgelegd als uitdrukking van een jachtcultuur die het verstoorde wild nog minder toevluchtsruimte laat.

Of en hoe het kanton Fribourg zal reageren op de aangekondigde aanvraag van Wildtierschutz Schweiz, is onduidelijk. wildbeimwild.com blijft de jachtwetgeving en de campagnes tegen de hobbyjacht in Franstalig Zwitserland op de voet volgen.

Meer over het thema hobbyjacht: In ons dossier over de jacht bundelen we feitenchecks, analyses en achtergrondberichten.

LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!

We willen je graag het laatste nieuws en aanbiedingen in de nieuwsbrief toesturen.

Steun ons werk

Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.

Doneer nu