Hobbyjagers mishandelen het erfgoed van de mensheid
Er bestaat geen wildschade, maar wel jachtschade. Dier- en natuurbescherming betekent volledig afzien van de hobbyjacht.
Hobbyjagers willen zichzelf graag zinloos gezien weten als beschermers van dieren, natuur en soorten.
Deze hobbyjagers vertellen het publiek over hun natuurbeeld, waarbij de zelfregulatie in ons cultuurlandschap niet meer zou functioneren en de goede hobbyjager de rol van de uitgestorven roofdieren (lynx, wolf, roofvogels enz.) zou overnemen en wilde dieren zou moeten reguleren om de natuur te beschermen. Daarbij heeft nog nooit een diersoort een andere uitgeroeid, in tegenstelling tot de hobbyjagers.
Maar zijn hobbyjagers werkelijk de helden van de natuur die ze voorwenden te zijn? Berust dit natuurbeeld niet veel meer op aannames die vakkundig al vele jaren als onjuist worden erkend? Moet men de natuur met haar verschillende wilde dieren niet veeleer beschermen tegen de hobbyjagers en hun schijnargumenten en bedenkelijke motieven? Het is toch al lang wetenschappelijk aangetoond dat de hobbyjacht en het jagerslatijn soortenvijand nr. 2 zijn na de industriële landbouw.
De moderne stand van kennis in de ecologie en de wildbiologie laat zien dat de populatiedichtheid van wilde dieren zich ook dynamisch regelt op basis van voedselaanbod, territorialiteit, klimaat, ziekten, hulpbronnen en sociale en fysiologische factoren enz., zonder menselijk ingrijpen, mits zij niet kapotgeschoten wordt! De jachtdruk, verkeerde jachtuitoefening en andere factoren verhogen daarentegen de reproductiesnelheid van de betrokken dierpopulaties, wat niet alleen bij wilde zwijnen, vossen, reeën, herten en duiven te zien is, maar bij elke soort (soortbehoud, overlevingsinstinct, geboortecompensatie enz.).
Hobbyjagers veroorzaken veel meer schade dan de dieren zelf, waar ze achteraan rennen. Heerst er door de hobbyjager dus niet een bruut juk over de wilde dieren?
De koepelorganisatie van de hobbyjagers in Zwitserland schrijft op 29-8-2011: «JagdSchweiz weet dat wildpopulaties zich in principe – ook in ons cultuurlandschap – van nature zelf zouden reguleren.»
Toch laten de vrienden van dierenkwelling zich niet beïnvloeden door normale wildbiologische inzichten, ecologie, dierenwelzijn en ethisch gedrag.
Praktisch alles wat in strijd is met de dierenbescherming, wreed, onnodig en harteloos is, geldt als jachtwaardig.
IG Wild beim Wild
Hobbyjagers zijn als een plaag in de dierenwereld en veroorzaken regelmatig massale sterfte onder het mom van natuur-, soorten- en dierenbescherming. Bij de hobbyjager hebben wilde dieren geen recht om oud, jong, verwond of ziek te zijn en weer te genezen. Bij de hobbyjager bestaat er geen recht op leven en evolutie. Bij een nadere analyse heeft de jacht weinig met natuur- en dierenbescherming te maken.
Waarom wordt er gejaagd op diersoorten waarvan de populatie bedreigd is en die op de rode lijst staan? Wat is hier de zin van de zogenaamd dringend noodzakelijke regulering van de populaties van diersoorten ter bescherming van natuur en soorten?
Waarom jagen hobbyjagers vaak juist op die dieren die dieren- en natuurbeschermers met grote vrijwillige inzet en kosten proberen te bevorderen en te beschermen?
Waarom is de zogenaamde «wildzorg» van de jagers vooral gericht op de voor de jacht interessante wilde dieren? Zeldzame vogelsoorten en predatoren worden nauwelijks door de hobbyjagers bevorderd, maar wel graag doodgeschoten en gestrikt.
Er bestaan meerdere duizenden diersoorten. Waarom hebben zogenaamd slechts enkele diersoorten een «regulering» nodig, en dan vooral juist die soorten die voor de hobbyjagers interessant zijn (trofeeën, wildvlees, plezierfactor, concurrent) en die gemanipuleerd en gecultiveerd worden?
Hoe kan het dat hobbyjagers wilde dieren onnodig lijden en pijn mogen toebrengen, wat volgens de geldende dierenwelzijnswet in een andere context verboden is en zelfs met gevangenisstraffen bestraft kan worden?
Een van de gevolgen van het schandelijke handelen van de hobbyjagers is dat wilde dieren inmiddels zo schuw zijn dat je ze nauwelijks nog te zien krijgt.
De hobbyjagers van vandaag zijn geen echte jagers (jacht voor de noodzakelijke, voor het overleven essentiële voedselvoorziening en gereedschappen), maar georganiseerde eigenaardigheden, vaak voortkomend uit een omgeving van vriendjespolitiek en nepotisme. Achterbakse figuren die met hypermoderne techniek opzettelijk dodend door het land trekken. De moderne hobbyjacht heeft niets te maken met vaardigheid en moed, wat een traditionele jager kenmerkt.
Wanneer bij de uitoefening van de jacht de dieren- en natuurbescherming op die manier wordt ondermijnd, dieren aanzienlijk lijden en pijn wordt toegebracht (burchtjacht, vallenjacht, drijfjacht op wisselplaatsen, speciale jacht, vogeljacht, trofeejacht, plezierjacht enz.), dan past deze hobby al lang niet meer in een geciviliseerde en natuurnabije samenleving.
De huidige jacht verwoest het normale sociale samenleven van de wilde dieren, het ecologische evenwicht, hun natuurlijke gedragingen, familiestructuren en sociale verbanden, het gebruik van burchten en schuilplaatsen, de omslag van dag- naar nachtactiviteit, versterkte uittocht naar niet-bejaagde woongebieden, onnatuurlijke concentraties van dieren in de bossen enz.
Nationale parken, Nederland, grote delen van België, jachtvrije eilanden en veel gebieden met een jachtverbod zoals Genève laten zien dat de natuur en de wilde dieren zich op basis van verschillende factoren veel beter zelf regelen dan met jagers.
In geen enkel kanton in Zwitserland ontstond er bijvoorbeeld in zo'n korte tijd een dermate sterke biodiversiteit als in het kanton Genève en daar geldt sinds 1974 een jachtverbod voor hobbyjagers. Waarom bestaat overal waar de hobbyjagers niet gewenst zijn het probleem met de extreme over- respectievelijk onderpopulatie niet?
Worden de wilde dieren niet juist door de hobbyjacht de bossen in gedreven? De jacht maakt de wilde dieren schuw. Reeën en herten zijn bijvoorbeeld normaal gesproken dagactieve dieren, die men in niet-bejaagde gebieden vertrouwelijk op de weiden ziet, net als andere weidedieren, schapen, geiten en koeien. Alleen vanwege de jachtdruk komen reeën en herten vaak pas in contact met de jonge bomen, waaraan ze schil- en vraatschade aanrichten. Maar hoe meer schade er ontstaat, des te intensiever worden de roepen om een scherpere bejaging. Het samenspel van jacht en wildbeheer creëert daarmee een vicieuze cirkel.
Vandaag verklaart de moderne wildbiologie en wetenschap op basis van ervaringen en praktijkvoorbeelden dat ook de jachtdruk populaties van wilde dieren kan doen toenemen, omdat de overblijvende wilde dieren simpelweg hun geboortecijfer verhogen. De regulering van de wildstand gebeurt niet door de jacht. De jacht is dus niet de oplossing, maar ook de oorzaak van de vermeende problemen. Dreigt er overbevolking in het biotoop, dan wordt het geboortecijfer verlaagd. Worden er in een gebied door de jacht in de herfst veel evenhoevigen gedood, dan hebben de overblijvers een beter voedselaanbod. Wilde dieren die gesterkt de winter overleven, planten zich in het voorjaar eerder en in grotere aantallen voort. De onnatuurlijke problemen en overbestanden zijn in het bijzonder door de hobbyjagers zelf veroorzaakt, zodat de hobbyjagers zichzelf zo een zogenaamd wettelijke opdracht kunnen toebedelen.
Wilde dieren zijn geen kleiduiven. Het is ook niet noodzakelijk zo dat niet-bejaagde wilde dieren grotere schade aanrichten, zoals men in jachtvrije gebieden onmiskenbaar kan zien. Integendeel! In dit verband is het ook cynisch en egoïstisch om over schade te spreken. Wilde dieren, zoals ree en hert, vreten zich niet vol, maar nemen simpelweg veganistisch voedsel op, vaak juist daar waar de hobbyjagers hen parkeren. Geen enkele groep wilde dieren heeft een miserabelere ecologische voetafdruk, verspilling van hulpbronnen enz. dan de hobbyjagers, boswachters of ook boeren. De hobbyjacht reguleert niet in de zin van een natuurlijke frequentie van wildpopulaties, maar creëert overmatige of onderdrukte bestanden.
Jacht is altijd ook een vorm van oorlog, die enkel de negatieve eigenschappen in de mens doet opleven.
Alleen al in de hertenfabriek Graubünden in Zwitserland worden bovendien elk jaar honderden aangiften wegens overtredingen van de jachtwetgeving en ordeboetes uitgesproken. Praktisch elke vijfde hobbyjager is een delinquent, met een groot verborgen aantal in het jaarlijkse wisselspel. Momenteel zijn er 2 volksinitiatieven van start gegaan tegen de jachtonkultuur in Graubünden.
Graubünden met zijn jachtadministratie en jachtdruk is traditioneel geen goed voorbeeld van ethisch wildbeheer. Deze Alpenkanton (7105 km2) is qua oppervlakte veel kleiner dan de Alpenkantons Bern, Wallis, Ticino en Uri samen (15'072 km2) en toch kent Graubünden verhoudingsgewijs, als gevolg van verkeerde bejaging, steeds hogere afschotcijfers bij hert en ree, grotere populaties en meer zogenaamde problemen met wilde dieren, evenals meer hobbyjagers. In 1970 was er in Graubünden nog een reeënpopulatie van 4'300 dieren, terwijl dat er vandaag ongeveer 15'500 zijn. Bij het edelhert is het aantal van 9'000 eveneens gegroeid tot boven de 15'000. Veel herten zijn trekdieren uit de omliggende gebieden en behoren eigenlijk niet toe aan de Bündner hobbyjagers, maar evenzeer aan de niet-jagende bevolking. Per jaar worden door zo'n 6'000 jaagsters en jagers ongeveer 22'500 wilde dieren tijdens de hoogjacht en de laagjacht afgeslacht. Ongeveer 1'000 keer is een nazoek nodig, waarvan slechts ongeveer de helft succesvol is. Het wildvlees belandt gewoonlijk in de diepvriezer van de hobbyjagers.
Meer jacht betekent niet minder wild, maar meer geboorten. Geboortebeperking is ook een effectieve en duurzame oplossing bij een werkelijke overpopulatie. Successen op dit gebied zijn te zien in landen met bijvoorbeeld de straathondenproblematiek in Europa. Ook in Zwitserland wordt dit probleem normaal gesproken zo opgelost. Nog vandaag worden in Zwitserland jaarlijks 10’000 zwerfkatten door dierenbeschermers gecastreerd en bij ziekte ook medisch verzorgd, wat de enige diervriendelijke oplossing is! In andere gebieden worden de reeën- en hertenpopulaties door middel van een vaccinatie voor geboortebeperking geregeld, en in andere Europese landen de wilde zwijnen. Hetzelfde gebeurt vandaag in dierenparken of zoo's! Het jaarlijks 'rechttrekken' van de onnatuurlijke populaties van levende wezens met kogels, uit plezier in de jacht, is gewoonweg barbaars!
De jacht heeft gefaald. Sinds decennia proberen hobbyjagers de wildpopulaties duurzaam te reguleren, wat hun tot op vandaag op een beschaafde manier niet is gelukt. Duurzaam zijn alleen de steeds brutaler wordende schietpartijen. Er zijn bepaalde zaken die in een beschaafd land niet getolereerd zouden mogen worden.
De jagerij is medeverantwoordelijk voor de vele wildongevallen. In heel Zwitserland botst gemiddeld elk uur een auto op een ree. Dat levert per jaar 20’000 in het wegverkeer verongelukte dieren op. Daarbij raken 60 personen gewond en ontstaat er materiële schade ten bedrage van 25 miljoen frank. De jagerij richt veel meer schade aan dan het wild waarop de hobbyjaagsters en hobbyjagers jagen. De jagerij veroorzaakt persoonlijk letsel (zo'n 300 jachtongevallen per jaar in Zwitserland), milieuschade, materiële schade, schade aan soorten enzovoort, die ver boven de gemiddeld 2 % vraatschade door het wild aan planten respectievelijk aan de houtopbrengst in Zwitserland ligt. Geloofwaardige natuur-, dier- en soortenliefhebbers hebben geen wapens nodig om te beheren en te verzorgen.
De jacht staat onder vuur. Ze is ethisch twijfelachtig en volgens vooraanstaande onderzoekers ook ecologisch en economisch contraproductief, zelfs schadelijk, waarschuwt IG Wild beim Wild tot slot.
Hobbyjacht is dierenkwelling en onzedelijkheid. Niet voor niets doen gerenommeerde dierenwelzijnsorganisaties regelmatig grote inspanningen om de barbaarsheden in de duistere wereld van de hobbyjacht een halt toe te roepen.
Natuurramp hobbyjager
In de chaos waarin de natuur zich na decennialang hegen en verzorgen door de hobby-jagers bevindt, is het aandeel bedreigde soorten in geen enkel land ter wereld zo groot als in Zwitserland. De huurmoordenaars veroorzaken sinds decennia een ecologisch onevenwicht in het cultuurlandschap met deels dramatische gevolgen (beschermingsbos, ziekten, landbouwschade en veel meer). Meer dan een derde van de planten, wilde dieren en zwammensoorten wordt als bedreigd beschouwd. Zwitserland bekleedt Europabreed ook de laatste plaats bij het aanwijzen van beschermde gebieden voor de biodiversiteit. Het zijn steeds precies diezelfde kringen van hobbyjagers die met hun lobbywerk via de politiek, de media en de wetgeving hiervoor al decennialang verantwoordelijk moeten worden gehouden. Zij zijn het die eigentijdse, ethische verbeteringen voor het dierenwelzijn notoir blokkeren en de serieuze dier- en soortenbescherming saboteren. Hobbyjagers verzetten zich regelmatig tegen meer nationale parken in Zwitserland, omdat het hun nu juist niet om natuur, biodiversiteit en soortenbescherming of dierenwelzijn gaat, maar erom hun perverse, bloedige hobby te kunnen uitoefenen.
Wist u …
- dat er in Zwitserland onschuldige jonge wolven worden geliquideerd?
- dat hobbyjagers bij de Beoordeling van de kwaliteit van het wildvlees liegen en dat verwerkt wildvlees volgens de WHO net als sigaretten, asbest of arseen kankerverwekkend is?
- dat volgens onderzoek nergens de loodbelasting van steenarenden en lammergieren hoger is dan in de Zwitserse Alpen, vanwege de munitie van de hobbyjagers?
- dat de weidelijkheid van de hobbyjagers diametraal in strijd is met de dierenbeschermingswet, een fata morgana is?
- dat jacht oorlog is, waarbij dierlijke concurrenten simpelweg worden geliquideerd?
- dat er in onze natuur talloze illegale en niet-gemarkeerde hoogzitten staan, die deels zo vermolmd zijn dat ze een gevaar vormen voor kinderen en er mensen om het leven kunnen komen?
- dat er jaar na jaar talloze mensen door jagerswapens worden gedood of verwond, soms zo zwaar dat ze in een rolstoel belanden of dat ledematen moeten worden geamputeerd?
- dat in Zwitserland jaarlijks zo'n 120'000 volkomen gezonde reeën, herten, vossen, marmotten en gemzen meestal volstrekt zinloos worden gedood?
- dat het door de hobbyjagers vandaag nauwelijks nog mogelijk is om in harmonie met de wilde dieren te leven, om wilde dieren te zien?
- dat hagelladingen hazen doen schreeuwen als kleine kinderen en dat bij "geschoten" reeën en herten de ingewanden worden verscheurd, zodat ze op hun vlucht sporen achterlaten voor de nazoek?
- dat de bewering van de hobbyjagers dat de gruwelijke slachtingen onder wilde dieren nodig zouden zijn om dierpopulaties te reguleren, wetenschappelijk weerlegd is?
- dat hobbyjagers openlijk toegeven dat het bij de jacht gaat om de "lust tot doden" en "het plezier van het buitmaken", om een ziekelijke passie?
- dat hobbyjagers geen zesde zintuig hebben en toch regelmatig beweren dat ze alleen zieke en zwakke dieren afschieten, wat in de praktijk natuurlijk niet klopt?
- dat hobbyjagers naar het buitenland reizen voor trofeejacht, ver van alle soorten- en jachtbeschermingsbepalingen, en dat er zelfs Zwitserse hobbyjagers-reisorganisatoren bestaan voor zulk debiel jachtvermaak?
- dat de overgrote meerderheid geen gelegitimeerde beroepsjagers zijn, maar de jacht uitoefenen als hobby-, sport- en vrijetijdsvermaak, wat niet zedelijk is en eigenlijk in strijd is met de dierenbeschermingswet?
- dat 99,07 % van de beschaafde mensen in Zwitserland geen hobbyjagers zijn, dat dus slechts 0,3 % hobbyjagers plezier beleven aan deze bloederige activiteiten?
- dat deze doders van wilde dieren niet op basis van wetenschappelijke rechtvaardigingen jagen?
- dat beschermde soorten eigenlijk niet in het jachtrecht thuishoren, omdat hobbyjagers de soortbescherming niet aankunnen en steeds weer dieren die op de Rode Lijst staan, zoals lynx, wolf, haas, patrijs, kwartel, enz., voor de lol afschieten?
- dat hobbyjagers bepaalde diersoorten doelgericht decimeren om geen concurrentie te hebben voor hun onnatuurlijke gedrag (vos, lynx, wolf, roofvogels, enz.)?
- dat het wild sterft voordat de hobbyjager ook maar één enkel schot kan lossen, dat dit voorkomen moet worden en dat dit wel de centrale gedachte is achter het zogenaamde hegen en verzorgen en achter de jachtplanningen?
- dat bij wilde zwijnen (en vossen) normaal gesproken alleen de leidzeug jongen krijgt, maar dat door haar afschot alle vrouwelijke dieren binnen de rotte zich voortplanten en dat we ook daarom een overvloed aan wilde zwijnen hebben?
- dat de graasdieren – herten, reeën, enz. – oorspronkelijk hoofdzakelijk dagactief op velden en weiden leefden, zoals geiten, schapen, koeien, enz., en niet in het bos?
- dat de wolf op lange termijn van levensbelang is voor het gezond houden van de wilde hoefdieren, omdat hij bijvoorbeeld met ongelooflijke precisie zieke of zwakke dieren buitmaakt en daardoor de hobbyjagers ver overtreft?
- dat vossen na de zinloze jacht meestal in het afval belanden?
- dat vossen tegenwoordig vooral bejaagd worden zodat er meer hazen, enz. in de koekenpan van de hobbyjagers terechtkomen? Dat de vos zich echter voor meer dan 90 % niet met hazen voedt en een gezonde haas nooit te pakken krijgt?
- dat je in de dierenbescherming tegen hobbyjagers niet alleen met zachtmoedigheid, straatfeesten, gebedskettingen, enz. kunt optreden (op een grove knoest hoort een grove beitel)?
- dat hobbyjagers met het jagerslatijn een respectloze bespotting van levende wezens bedrijven?
- dat het verwerpelijk wordt gevonden om grofwild bij de voederplaats of tijdens de paartijd dood te schieten, maar dat de hobbyjager er geen scrupules over heeft dit bij de buitconcurrent vos te doen?
- dat hobbyjagers in sommige kantons alleen maar vanwege het tere vlees van een jong dier op jacht gaan?
- dat hobbyjagers drachtige moederdieren voor de ogen van hun jongen doodschieten of uitsluitend jonge dieren tijdens de opfokperiode (na-speciale jacht)?
- dat hobbyjagers het milieu, de natuur, mens en dier met hun munitie vergiftigen?
- dat beestachtigheid, barbarij, wreedheid, bloedvergieten en zinloze kwellingen in een geciviliseerde samenleving geen cultuurgoed kunnen zijn?
- dat hobbyjagers jaarlijks ongeveer 10’000 reekalveren doodschieten?
- dat hobbyjagers in de strenge winter hongerende dieren met voer lokken, alleen om ze achterbaks en laf te kunnen doodschieten?
- dat hobbyjagers scherpgemaakte honden in holen jagen om vossen en dassen te elimineren (holenjacht)?
- dat hobbyjagers vreedzame levende wezens in kastvallen lokken, waarin ze onder omstandigheden dagenlang moeten lijden en op hun moordenaar wachten, of dat ze de dieren vaak een urenlange doodsstrijd bezorgen (valjacht)?
- dat hobbyjagers vreedzame wilde dieren tijdens hun slaap of terwijl ze in de zon liggen laf met hypermoderne precisiewapens vanuit een hinderlaag vermoorden of verwonden?
- dat hobbyjagers onderscheidingen, vachtmarkten, prijsuitreikingen voor de trofeecultus, trofeeënshows, bonthandel enz. steunen?
- dat hobbyjagers minderjarige schoolkinderen vuurwapens in de handen drukken en met hen het doden oefenen?
- dat hobbyjagers hun kwellende daden vaak in de eenzaamheid uitvoeren, wat dierenkwelling bevordert?
- dat hobbyjagers veel wilde dieren slechts zwaar verwonden en de slachtoffers vaak urenlang onder enorme pijn en angst lijden, totdat een zweethond hen vindt en ze worden doodgeschoten?
- dat hobbyjagers (op de vivisectie na) de dieren de meeste kwellingen en mishandeling aandoen, ook door de manier van doden?
- dat de dieren- en natuurliefde van jagers zich niet verheugt over het bestaan van het geliefde object, maar er veeleer op gericht is het geliefde wezen met huid en haar te bezitten, en haar hoogtepunt vindt in het tot buit maken ervan door de daad van het doden?
- dat hobbyjagers vraatschade juist bevorderen door de jachtdruk, in het bijzonder op roofdieren zoals vos, lynx en wolf?
- dat hobbyjagers voor asociaal, onethisch en onchristelijk gedrag de deur wijd openzetten?
- dat hobbyjagers de bevolking normale, natuurlijke observaties van dieren en interacties onthouden?
- dat er geen groter en met munitie vergiftigd kwelproduct bestaat dan wildvlees?
- dat er in heel Zwitserland geen uniforme regeling bestaat wat betreft oogtest, schietpraktijk enz. van de hobbyjagers?
- dat er geen psychologische persoonlijkheidstest voor hobbyjagers bestaat?
- dat er geen alcoholverbod bestaat voor hobbyjagers wanneer zij met hun wapens op dieren schieten?
- dat hobbyjagers in schoolse instellingen binnendringen om hun jagerslatijn en hun geweld aan de kinderen op te dringen?
- dat een rechtbank in Bellinzona onlangs heeft bevestigd dat jachtverenigingen praktisch alles wat wreed, onnodig en hardvochtig is, bevorderen?
- dat de vereniging «Jagd Schweiz» in de eerste plaats gebrek aan respect en een geweldscultuur cultiveert – precies het tegenovergestelde van waar een beschaafd mens in onze samenleving naar zou moeten streven.
- dat alleen al in het kanton Graubünden elk jaar meer dan 1’000 aangiften en boetes tegen hobbyjagers worden uitgedeeld?
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
Wij sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen via onze nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Nu doneren →