Huiskat en tijger: 95,6 procent gemeenschappelijk DNA
Waarom in het knuffeldier op de bank nog altijd een roofdier schuilt.
Wie zijn huiskat naar een speeltje ziet sluipen, observeert in miniatuur het gedrag van een van de grootste roofdieren ter wereld.
De Siberische tijger deelt 95,6 procent van zijn genoom met de huiskat, waarvan hij zich zo'n 10,8 miljoen jaar geleden evolutionair heeft afgesplitst. Dat blijkt uit een in Nature Communications gepubliceerde genoomstudie van een internationaal onderzoeksteam onder leiding van de Zuid-Koreaanse geneticus Jong Bhak.
Ter vergelijking: ook de mens heeft een genetisch zeer nauwe verwant, de chimpansee. Deze is weliswaar geen roofdier in de eigenlijke zin, maar overwegend een vruchten- en planteneter, al jaagt hij af en toe ook op andere dieren, zoals franjeapen, in gecoördineerde groepsacties. Afhankelijk van de berekeningsmethode liggen de cijfers voor de DNA-overeenkomst tussen mens en chimpansee tussen ongeveer 96 en 99 procent. Dit toont aan: ook onder nauwe verwanten zijn grote verschillen in gedrag, voeding en vaardigheden ondanks de nauwe genetische verwantschap de regel, niet de uitzondering.
Een gemeenschappelijke evolutionaire geschiedenis
Ondanks het enorme verschil in grootte zijn centrale biologische functies bij katten van alle formaten verrassend gelijk gebleven. Alle vandaag levende kattensoorten gaan terug op een gemeenschappelijke voorouder van zo'n elf miljoen jaar geleden. Genomen veranderen weliswaar in de loop van de evolutie normaal gesproken sterk, maar bij de vergelijking van het tijgergenoom met dat van de huiskat vonden de onderzoekers verrassend weinig grote verschillen.
Instincten laten zich niet wegfokken
Deze nauwe genetische verwantschap verklaart waarom huiskatten tot op de dag van vandaag gedragingen vertonen die ook bij hun wilde verwanten te zien zijn: besluipen, loeren, territoriumgedrag, geurmarkeringen en een rijk repertoire aan lichaamstaal behoren tot hun diepgewortelde instincten. De domesticatie heeft de leefwijze van de kat veranderd, maar haar jachtinstincten niet doen verdwijnen.
Precies dit punt verdient een tweede blik als het gaat om de rechtvaardiging van de hobbyjacht. Als zelfs duizenden jaren gedeelde domesticatiegeschiedenis het natuurlijke gedrag van een kat niet konden uitwissen, wordt duidelijk: instinctief gedrag bij een wild dier, bijvoorbeeld bij een vos die zich aan menselijke nederzettingen aanpast, is geen bewijs voor «overpopulatie» of een vermeende noodzaak om te bejagen. Het is simpelweg biologie. Het steeds weer door hobbyjagers aangehaalde verhaal dat men «regulerend» in de natuur moet ingrijpen, negeert dat predatoren zichzelf al miljoenen jaren reguleren, lang voordat de mens met het geweer erbij kwam.
Meer over de ecologische samenhang rond predatoren in Zwitserland vind je in onze categorie Wilde dieren.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →