14 juni 2026, 06:40

Zoeken

Jacht

Wanneer het «Instituut» de hobbyjacht verdedigt: een feitencheck

Een veelvuldig geciteerde blogpost betreurt de «sprakeloosheid van de jachtverenigingen». Wie erachter zit en welke argumenten een toetsing niet doorstaan.

Redactie Wild beim Wild — 14 juni 2026

Onder de titel «Ethiek van de jacht – Sprakeloosheid van de jachtverenigingen!» verscheen in mei 2026 een bijdrage die in jachtkringen aandacht krijgt.

Geschreven werd hij door Dr. Wolfgang Lipps, directeur van het «JUN.i Institut für Jagd, Umwelt und Naturschutz». De tekst verwijt de Deutscher Jagdverband (DJV) dat hij faalt bij het rechtvaardigen van de hobbyjacht, en levert meteen zelf de zogenaamd betere argumenten. Wij hebben ze getoetst.

Het resultaat alvast vooraf: de kritiek op de DJV is opmerkelijk, omdat ze uit eigen kamp komt. De aangeboden tegenonderbouwing van de hobbyjacht houdt echter een zakelijke toetsing op meerdere beslissende punten niet stand.

Wie hier spreekt: geen neutraal instituut

De term «instituut» wekt verwachtingen op het gebied van wetenschappelijke onafhankelijkheid. Die verwachting bedriegt. Het «JUN.i Institut» is een geregistreerde GmbH met zetel in Liepe bij Eberswalde, opgericht in 2009, waarvan het bedrijfsdoel het opstellen van rapporten en het verlenen van adviesdiensten op het gebied van jacht en jachtrecht is. Daaraan verbonden is een commerciële bedrijfsadviesdienst. Directeur Lipps was bijna vijf decennia bedrijfsadvocaat, is gepassioneerd hobbyjager, opleider van jonge jagers en auteur van meerdere jachtvriendelijke boeken.

Hier spreekt geen neutraal onderzoeksinstituut, maar een verklaard voorstander van de hobbyjacht, die van advisering en publicaties rond de hobbyjacht ook economisch profiteert. Wie de term «instituut» leest en academische afstand verwacht, trapt in een handige zelfetikettering.

Hetzelfde geldt voor de tweede autoriteit waarop het artikel zich baseert: het «Forum Lebendige Jagdkultur». Het klinkt als een denktank, maar is een in 1996 opgerichte vereniging van jachtschrijvers, kunstenaars en «vrienden van de jacht», die zich volgens haar statuten heeft toegewijd aan het onderhoud van de «jachtcultuur» en zich uitdrukkelijk verzet tegen een nuchter beheer van wilde dieren. Iedereen die enthousiast is over jachtcultuur kan lid worden. Ook dat is belangenbehartiging, geen wetenschap.

De cijfers: ongeveer juist, maar misleidend gekaderd

Het artikel opent met het beeld van «471’000 mensen» die «gewapend door bos en veld mogen zwerven», als bewijs voor een vermeende «toenemende populariteit» van de jacht. Het officiële cijfer ligt iets lager: volgens de statistiek van het Bondsministerie van Landbouw waren in 2024 ongeveer 460.770 personen houder van een jachtakte.

Doorslaggevender is echter wat het cijfer verzwijgt. Een jachtakte is een bestuurlijk bewijs van bekwaamheid, geen bewijs van activiteit. Volgens schattingen jagen daarvan slechts ongeveer 250.000 tot 300.000 personen daadwerkelijk regelmatig; een aanzienlijk deel haalt de akte «op voorraad» of om andere redenen. Uit een toenemend aantal uitgegeven aktes een groeiende «populariteit van de jacht» af te leiden, is daarom statistisch onzuiver. Wie het nauwkeuriger wil bekijken, vindt de discussie hierover in ons artikel Hoeveel hobbyjagers in Duitsland werkelijk actief zijn.

De genoemde afschotcijfers (ongeveer 1,3 miljoen reeën, ongeveer 550.000 wilde zwijnen in het jachtjaar 2023/24) komen daarentegen overeen met de officiële gegevens.

Denkfout 1: De natuur als zedenmeesteres

De kern van de argumentatie is tegelijkertijd haar grootste zwakke punt. Het artikel verklaart het principe «eten en gegeten worden» tot «grondbeginsel van de natuur» en leidt daaruit een «ethisch verplichte oer-legitimatie van de jacht» af.

Dat is een klassieke naturalistische drogreden: uit wat er in de natuur gebeurt, volgt niets over wat de mens zou moeten doen. Ziekte, parasitisme en het sterven van jonge dieren zijn eveneens «natuurprincipes», zonder dat iemand ze tot ethische geboden zou verklaren. Wie het doden rechtvaardigt met een verwijzing naar de gang der natuur, zet bovendien zijn eigen claim opzij die de tekst enkele alinea's eerder zelf formuleert: dat de jacht «ethisch verantwoord» moet zijn. Ethiek begint juist daar waar de mens zich losmaakt van het louter natuurlijke gebeuren.

Daar komt nog bij: de hobbyjacht is geen voedingsnoodzaak, maar een vrijetijdsbesteding. De vergelijking met de natuurlijke predator, die uit honger doodt, gaat daarmee bij voorbaat niet op.

Denkfout 2: «In het begin stond de jacht» – een achterhaalde stelling

Het artikel baseert de legitimatie van de jacht op een groot verhaal: 1,7 miljoen jaar geleden zou de jacht de menswording hebben ingeleid («venatorische revolutie»). In dezelfde adem erkent de auteur dat «verscheidene vakdisciplines» deze zogenoemde «Man the Hunter»-stelling hebben bekritiseerd of in twijfel getrokken, om haar vervolgens te redden met de formule dat zij «het argument van de historische plausibiliteit voor zich heeft».

Precies dat is het punt: plausibiliteit is geen bewijs. De stelling geldt in de moderne antropologie als grotendeels achterhaald, onder meer omdat het belang van het verzamelen, het aandeel van vrouwen in de voedselvoorziening en de rol van het benutten van aas lange tijd zijn onderschat. Zelfs als het verhaal zou kloppen, blijft de logische breuk bestaan: dat onze voorouders jaagden, levert geen recht op hobbyjacht in het heden op. Dat is opnieuw de gevolgtrekking van het zijn naar het behoren.

Hetzelfde patroon vertoont zich bij de beweerde «genetisch aangelegde jachtdrang»: onbewezen geïntroduceerd en meteen weer gerelativeerd met de toegeving dat hij «de jacht op zich niet kan legitimeren». Een argument dat zichzelf in dezelfde zin weer intrekt, draagt niets bij.

Denkfout 3: De grondwet als eenzijdige kroongetuige

Tot slot beroept het artikel zich op de grondwet: de jacht zou via het aan het grondeigendom verbonden jachtrecht deel hebben aan de bescherming van art. 14 GG en dienen «het welzijn van de gemeenschap».

Deze uitleg is niet onjuist, maar selectief. De tekst citeert art. 20a GG, dat de natuurlijke levensgrondslagen en de dieren onder staatsbescherming plaatst, maar verzwijgt dat dit artikel juist de eigendomsvrijheid kan beperken. Ook het geciteerde art. 14 GG bevat de zin «Eigendom verplicht» en staat de wetgever toe het gebruik in het belang van het algemeen welzijn te beperken. De maatschappelijke binding van het eigendom, die de bijdrage als argument voor de jacht aanvoert, werkt in werkelijkheid in beide richtingen: ze kan de jacht zowel beperken als mogelijk maken. Uit de grondwet een vrijwel onaantastbare positie van de hobbyjacht af te leiden, gaat te ver.

Het retorische kader

Opvallend is ten slotte de toon. Tegenstandpunten worden als «weinig deskundige platitudes en goedkope holle frasen» afgedaan, het zwijgen van de DJV wordt vergeleken met de «verdedigingsstrategie van de Bundeswehr». De dierethiek verschijnt enkel in haar «extreme vorm» als dierenrechtenbeweging, dus als karikatuur waartegen gemakkelijk te argumenteren valt. Het hele brede veld van dierethische standpunten, dat nuchter naar de rechtvaardiging van het doden vraagt, komt niet aan bod. En midden in de zogenaamd ethische discussie maakt de auteur reclame voor het eigen forum, de eigen lezingstekst en een boek uit eigen kring.

De bijdrage is veelzeggend, maar anders dan ze bedoelt. Ze toont aan dat zelfs binnen de hobbyjagers ontevredenheid heerst over de zelfpresentatie van de verbonden. En ze laat tegelijk zien waarop een rechtvaardiging van de hobbyjacht stukloopt zodra die verder moet gaan dan stemming: ze verwart natuur met ethiek, oergeschiedenis met heden en een eenzijdige grondwetslezing met verbindendheid. Een «instituut» in de naam en een vereniging in de rug vervangen geen draagkrachtig argument.

De eigenlijke vraag die de bijdrage zelf opwerpt, blijft onbeantwoord: waarom een vrijetijdsbesteding die wilde dieren doodt, in een samenleving met een gegarandeerd voedselaanbod nog ethisch geboden zou zijn. Sprakeloos is hier niet alleen de DJV, maar ook het instituut.

Meer over het thema hobbyjacht: In ons dossier over de jacht bundelen we factchecks, analyses en achtergrondverslagen.

LAAT ONS IN VERBINDING BLIJVEN!

We willen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief toesturen.

Steun ons werk

Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.

Doneer nu