Stalen kanselen in Aargau: IG Wild beim Wild vraagt navraag bij overheden
Twee nieuwe hobbyjacht-kanselen op verzinkte stalen frames staan buiten de bouwzone. Onderzoek in de bouwpublicaties van beide gemeenten brengt geen vergunningsprocedure aan het licht.

In juli 2026 heeft IG Wild beim Wild bij de Aargause gemeenten Schwaderloch en Mettauertal alsook bij het kantonale departement Bouw, Verkeer en Milieu een informatieverzoek ingediend over twee jachtkanselen.
Wat er aan de Hoge Rijn staat
De beide bouwwerken liggen in het lagere Aaredal nabij de Duitse grens, bij de percelen «Usseri Schiltegg» en «Wanne», ongeveer 500 meter boven zeeniveau. Beide staan buiten de bouwzone.
Het gaat niet om de klassieke houten laderposten die na het seizoen weggedragen kunnen worden. Foto's tonen gesloten houten cabines met raamopeningen en lessenaarsdak, geplaatst op hoge, thermisch verzinkte stalen frames. Detailopnamen van de steunen bewijzen dat de vierkante profielen in de grond verankerd zijn. De toegang gaat via vast gemonteerde metalen ladders, deels aangevuld met bordessen met leuning.
Een omwonende werd erop attent, die de constructies als nieuwkomer in het terrein waarnam en de vraag opwierp of een dergelijke bouwwijze buiten de bouwzone toelaatbaar is. IG Wild beim Wild heeft de vraag opgepakt en aan de bevoegde instanties doorgestuurd.
Waarom de bouwwijze juridisch het verschil maakt
Bouwwerken buiten de bouwzone vallen onder de ruimtelijke ordeningswet van de bond. Het Bondsbureau voor Ruimtelijke Ordening houdt al jaren vast dat hier alleen in strikte uitzonderingsgevallen gebouwd mag worden. Doorslaggevend is een punt dat in de praktijk vaak over het hoofd wordt gezien: de toestemming van de grondeigenaar volstaat niet, en een gemeentelijke bouwvergunning alleen volstaat evenmin. Zonder uitdrukkelijke instemming van de kantonale overheid is een vergunning buiten de bouwzone ongeldig.
In het kanton Aargau is de afdeling voor bouwvergunningen hiervoor bevoegd. Zij toetst volgens paragraaf 63 van de kantonale bouwwet die aanvragen die een kantonale goedkeuring vereisen, waaronder uitdrukkelijk bouwwerken buiten de bouwzone. De gemeente voert de procedure en de openbare terinzagelegging uit, het kanton beslist over de goedkeuring.
Of een jachtinrichting überhaupt vergunningsplichtig is, hangt af van grootte, duurzaamheid en verankering. De rechtssituatie rond hoogzitten in Zwitserland is kantonaal verschillend geregeld, maar volgt overal hetzelfde grondbeginsel. Het kanton Zürich trekt de grens uitdrukkelijk: hoogzitten voor hobbyjacht en wildobservatie zijn daar alleen dan vrijgesteld van de ruimtelijkeordeningsrechtelijke vergunning wanneer hun oppervlakte onder de twee vierkante meter ligt en er geen funderingen nodig zijn. In het kanton Bern hebben vast gemonteerde of aan bomen bevestigde kanselzitten een uitzonderingsvergunning volgens artikel 24 RPG nodig, terwijl eenvoudige mobiele ladderzitten die na het seizoen worden verwijderd vergunningsvrij blijven.
De in Aargau vastgestelde constructies zijn gesloten cabines op verankerde stalen frames. Volgens de maatstaven die andere kantons hanteren, liggen zij duidelijk voorbij de drempel voor vergunningsvrijheid.
Locatiegebondenheid is geen automatisme
In discussies over jachtinrichtingen duikt regelmatig het argument op dat dergelijke bouwwerken volgens artikel 24 RPG sowieso locatiegebonden zouden zijn, omdat de hobbyjacht nu eenmaal in het bos en op het veld plaatsvindt. Deze uitleg schiet tekort. De locatiegebondenheid moet in het afzonderlijke geval positief worden aangetoond en wordt juist bij kostbare, vast verankerde installaties geenszins automatisch erkend. Een algemene vrijbrief voor de jachtinfrastructuur valt daaruit niet af te leiden.
Evenmin houdt het argument stand dat metalen onderbouwen wegens ongevallenpreventie en aansprakelijkheid de moderne standaard zouden zijn. Veiligheidsoverwegingen mogen dan de materiaalkeuze verklaren, maar zij veranderen niets aan de rechtsvraag. Hoe massiever, hoger en duurzamer een installatie is, des te eerder geldt de gewone vergunningsplicht.
Geen spoor in de bouwpublicaties
Wild beim Wild heeft de openbaar toegankelijke bouwpublicaties van beide standplaatsgemeenten doorgenomen. Voor Schwaderloch omvat dat de vermeldingen op de gemeentewebsite alsook de in het regioportaal Fricktal gepubliceerde gemeentemededelingen van de jaren 2018 tot 2026. Voor Mettauertal werden de bouwpublicaties vanaf 2021 gecontroleerd.
In geen van deze bronnen is een bouwaanvraag of bouwvergunning te vinden voor een aanzithut, een hoogzit of een vergelijkbare jachtinrichting. De gepubliceerde projecten betreffen woningen, warmtepompen, fotovoltaïsche installaties, schuilplaatsen, een mobiele telefonie-installatie en een amfibieënwater.
Dat projecten buiten de bouwzone wel degelijk in deze publicaties verschijnen, toont een voorbeeld uit Mettauertal: een bouwaanvraag op perceel 395 in het gebied Rebberg draagt de uitdrukkelijke zonevermelding «buiten bouwzone». Zulke aanvragen worden dus kenbaar gemaakt, wanneer ze bestaan.
Betekenis krijgt de bevinding door de geldigheidsduur: een bouwvergunning is in het kanton Aargau twee jaar geldig vanaf de rechtskracht. Wordt er in die tijd niet gebouwd, dan vervalt ze, en wel ongeacht of de overheid inactief blijft. Voor bouwwerken van recentere datum komt dus enkel een vergunning uit de laatste jaren in aanmerking, en juist die periode wordt door het onderzoek gedekt.
Een bewijs is dat niet. Doorzoekbare archieven zijn nooit volledig, en oudere edities verdwijnen van de gemeentepagina's. Aangetoond is daarmee enkel wat het onderzoek toont: in de openbaar vindbare publicaties duikt geen overeenkomstige procedure op. De vraag of er ooit een heeft plaatsgevonden, kunnen alleen de gemeenten en het kanton definitief beantwoorden.
Nieuwe verjaringsregel sinds januari 2026
Tot eind 2025 gold buiten de bouwzone het beginsel «eenmaal illegaal, altijd illegaal». Het Bundesgericht had in 2021 beslist dat de overheden de verwijdering van onrechtmatige bouwwerken in het niet-bouwgebied ook na meer dan dertig jaar moeten eisen, voor zover aan de overige voorwaarden is voldaan.
Met de tweede etappe van de herziening van de Ruimtelijke Ordeningswet is dat veranderd. Sinds 1 januari 2026 verjaart de aanspraak op herstel van de rechtmatige toestand in principe na dertig jaar. De termijn geldt als gewaarborgd wanneer de overheid vooraf voor het eerst ingrijpt; er treedt geen verjaring op wanneer politiegoederen zoals veiligheid of gezondheid in gevaar zijn. Per 1 juli 2026 kwam daarbij dat alleen nog de kantonnale overheid rechtsgeldig kan beslissen over een uitzonderlijke afstand van de afbraak.
Voor jachtbouwwerken heeft dat een onaangename consequentie: wie een hoogzit lang genoeg onopgemerkt laat staan, kan in de toekomst hopen op bestandsbescherming. Des te meer komt het erop aan dat gemeenten en kantons bij nieuw opgerichte installaties tijdig toezien. Bij de beide Aargauer hoogzitten, die volgens de tipgever van recentere datum zijn, stelt zich de vraag naar verjaring sowieso niet.
Een bekend handhavingsprobleem
Het geval aan de Hochrhein staat niet op zichzelf. Wild beim Wild heeft meermaals gedocumenteerd dat in Zwitserse bossen talrijke hoogzitten zonder vergunning staan en dat de handhaving door gemeenten en kantons grotendeels uitblijft. Een voorbeeld uit Graubünden toont de praktijk: in Langwies vaardigde de gemeente een tijdelijke amnestie voor niet-vergunde hoogzitten uit. Tot eind mei werden negen installaties gemeld, hoewel er van aanzienlijk meer moest worden uitgegaan.
De reikwijdte van jachtbouwwerken loopt uiteen van de eenvoudige houten ladder met zitplank tot de overdekte hoogzit met ligvlak en zichtscherm. Juridisch zijn dat twee volkomen verschillende categorieën. In de praktijk worden ze vaak gelijk behandeld, namelijk helemaal niet.
Wat de aanvraag moet ophelderen
De IG Wild beim Wild heeft de beide gemeenten en het kanton elk eigen vragen gesteld. Van Schwaderloch en Mettauertal wil ze weten of voor de respectieve hoogzit een bouwaanvraag en een rechtsgeldige vergunning voorhanden zijn, wanneer een eventuele openbare terinzagelegging plaatsvond, en hoe de gemeente de vergunningsplicht beoordeelt, indien geen procedure werd doorlopen. Tegelijk heeft ze verzocht om inzage in de openbaar toegankelijke procedurestukken.
Van het kanton verwacht ze uitsluitsel daarover of de goedkeuringsprocedure volgens paragraaf 63 van de bouwwet werd doorlopen, hoe de Aargauer praktijk vaste en verankerde hoogzitten van deze omvang inschaalt, en welke stappen bij mogelijk niet-vergunde bouwwerken buiten de bouwzone zijn voorzien.
De laatste vraag zou verder dan het individuele geval gewicht kunnen hebben. Een duidelijke kantonale toelichting over de vergunningsplicht van dergelijke constructies zou voor de hele Aargause praktijk verhelderend zijn.
De antwoordtermijn loopt tot 7 augustus 2026. Wild beim Wild zal over de reacties berichten.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We willen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief toesturen.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →





