Motie Jositsch: het leven van dieren moet in de dierenwelzijnswet
Kantonsraadslid Daniel Jositsch wil de levensbescherming in de dierenwelzijnswet verankeren. Voor wilde dieren hangt het effect af van één enkele bepaling: het voorbehoud ten gunste van de jachtwet.
“Beheer”
Zwitserland beschermt de waardigheid van het dier, maar niet zijn leven.
Deze tegenstrijdigheid wil het Zürichse kantonsraadslid Daniel Jositsch wegnemen. Op 15 september 2026 heeft hij de motie 26.4117 “Expliciete verankering van de levensbescherming in de dierenwelzijnswet” ingediend. De Bondsraad zou de opdracht moeten krijgen om in de wet uitdrukkelijk vast te leggen dat het leven van dieren onder het beschermingsdomein ervan valt. De stichting Tier im Recht (TIR) heeft het voorstel naar eigen zeggen inhoudelijk begeleid.
De leemte in het doelartikel
Art. 1 van de dierenwelzijnswet (TSchG) noemt als doel de bescherming van de waardigheid en het welzijn van het dier. Het leven ontbreekt. In de praktijk toetsen autoriteiten daarom vooral hoe een dier wordt gehouden en hoe het wordt gedood. Of het überhaupt gedood mag worden, blijft meestal ongetoetst. Jositsch stelt daartegenover dat het leven de basis is van de waardigheidsbescherming. Het doden zou daarom, zoals elke andere inbreuk op de waardigheid van het dier, alleen toegestaan mogen zijn bij zwaarwegende belangen. Omdat het doelartikel het leven niet vermeldt, worden gezonde dieren regelmatig gedood zonder een hogere reden.
Ramiswil als aanleiding
De motivering verwijst naar de zaak Ramiswil. Begin november 2025 liet de veterinaire dienst van Solothurn bij de ontruiming van de Bodenhof 122 honden inslapen. De Zwitserse dierenbescherming STS gaat in haar strafrechtelijke en toezichtsklacht uit van 124 gedode honden. Het besluit viel nog op de dag van de controle. Het op 3 juli 2026 gepubliceerde externe onderzoeksrapport beoordeelt het doden van 99 als kuddebeschermingshonden geïdentificeerde dieren als verdedigbaar, omdat realistische plaatsings- en inzetmogelijkheden ontbraken. Bij de overige 23 honden zou daarentegen geen voldoende gedifferentieerde triage zijn uitgevoerd. Slechts twee van hen zouden vanwege hun gezondheidstoestand moeten worden ingeslapen. Volgens het rapport stierven ten minste 21 honden zonder dwingende reden. De STS bekritiseert bovendien dat het behoren tot een ras de individuele beoordeling niet mag vervangen. Wild beim Wild heeft de zaak geduid: Ramiswil: Wanneer 124 honden tellen en 86 miljoen dieren niet. Dat de politiek na de publieke verontwaardiging een extern onderzoek moest instellen, beschouwt Jositsch als bewijs dat een uitdrukkelijke levensbescherming maatschappelijk breed wordt gedragen.
Wat de motie niet wil
Wie in het voorstel het begin van het einde van dierengebruik ziet, leest er meer in dan er staat. De motie ziet zichzelf uitdrukkelijk niet als een aanscherping. Ze moet ervoor zorgen dat bestaande normen correct worden toegepast, en beperkt de behoefte aan het gebruik van dieren niet. De vleesproductie noemt de motivering zelf als voorbeeld van een hoger geacht belang. Voor de meer dan 86 miljoen jaarlijks geslachte "nutsdieren" verandert daarmee voorlopig weinig. Onder rechtvaardigingsdruk komen dodingen zonder echte reden: gezonde "overtollige" dieren, algemene bestuurlijke besluiten zoals in Ramiswil en dodingen uit gemakzucht.
Wilde dieren: de bescherming eindigt bij de bosgrens
Voor wilde dieren ligt de beslissende horde in art. 2 lid 2 TSchG. De bepaling behoudt uitdrukkelijk de jachtwet voor. Zolang dit voorbehoud onaangetast blijft, kunnen kantons en verenigingen voor recreatieve jacht zich erop beroepen dat de bejaging jachtrechtelijk geregeld en daarmee al gerechtvaardigd is. Al vandaag sluit art. 178a lid 1 sub a TSchV dodingen "bij de jacht" uitdrukkelijk uit van de verdovingsplicht die in slachthuizen voor elk dier geldt. Het dossier Waarom het dierenbeschermingsrecht bij de bosgrens eindigt laat zien hoe systematisch wilde dieren juridisch slechter worden behandeld.
Toch zou de motie voor wilde dieren meer zijn dan symboliek. Een doelstellingsartikel is een uitleggingsopdracht aan overheden en rechtbanken. Zou het leven daarin staan, dan zou nauwelijks meer te rechtvaardigen zijn waarom vrije tijd, traditie of trofee het doden van wilde dieren zonder enige toetsing per geval mogen dragen. Alleen al in het jachtjaar 2025 werden volgens de federale jachtstatistiek 74.914 reeën, edelherten, gemzen en wilde zwijnen gedood, plus 23.152 vossen, dassen en marters, samen 98.066 dieren. Steenbokken, hazen, marmotten en vogels zijn daarin nog niet meegerekend. Bij afschotplannen, bijzondere afschoten en de vossenjacht zouden mildere middelen serieus onderzocht moeten worden, iets wat de grondwet met de “waardigheid van het schepsel” in art. 120 lid 2 BV eigenlijk al lang vereist. Hoe zulke alternatieven eruitzien, laten het dossier Alternatieven voor de recreatieve jacht en het kanton Genève zien, dat al sinds 1974 zonder recreatieve jacht functioneert. De juridische onderbouwing is te vinden in het artikel Dierwaardigheid en jacht: wat de Zwitserse grondwet zegt.
Een stap die alleen werkt met de tweede
Dat juist Daniel Jositsch het voorstel indient, is opmerkelijk: de kantonsraad heeft zelf het vissen geleerd. Een serieus gemeende bescherming van het leven zou ook voor vissen moeten gelden. Het voorstel is pas ingediend. Vervolgens neemt de Bondsraad een standpunt in, daarna beslist de kantonsraad als eerste kamer. IG Wild beim Wild verwelkomt de motie, maar acht een tweede stap noodzakelijk. Wordt de bescherming van het leven verankerd zonder het voorbehoud ten gunste van de jachtwet te verhelderen, dan blijft het leven van een ree juridisch minder waard dan dat van een hond. Meer hierover in de categorie dierenrechten en in het dossier Jacht en dierenwelzijn.
Ondersteun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Nu doneren →