30 jaar Tessijnse jachtvereniging: zelfverheerlijking
De Tessijnse jachtvereniging FCTI viert haar 30-jarig bestaan – en voorzitter Davide Corti grijpt de gelegenheid aan om hobbyjagers de rol van «onmisbare natuurbeheerders» toe te dichten.
Maar wie bij het interview op Ticino Libero goed luistert, merkt al snel: hier wordt niet over natuur gesproken, maar over bezit.
Over controle. Over het eeuwige recht om het geweer als instrument van ordehandhaving te behouden.
Advocaat Davide Corti prijst de vermeende «goede verstandhouding» met departementsdirecteur Claudio Zali en het Bureau voor Jacht en Visserij. Alles op basis van «wederzijds respect» en «vertrouwen». Klinkt aardig. Maar wat betekent dat in de praktijk? Dat de hobbyjagers hun eigen belangen nog steeds als natuurbescherming verkopen en het departement dankbaar instemt?
De frase van het «gemeenschappelijke doel», het «beheer van het territorium», is slechts de beleefde omschrijving voor het feit dat wilde dieren in Tessin nog altijd worden beschouwd als te reguleren populaties. Natuur als bestuurlijke handeling. Leven als telobject.
Succesmeldingen vanaf het schootsveld
Corti bestempelt de hoogjacht 2025 als «positief». Meer herten gedood, minder bosschade. Missie volbracht. Zo eenvoudig is de wereld als je hem door het vizier bekijkt. Maar waar blijven de ecologische feiten? Wat gebeurt er met bos en wild wanneer menselijke hobbyjacht de natuurlijke kringlopen manipuleert? Hoe lang wil men de mythe van de «regulering» nog in stand houden, terwijl men tegelijkertijd predatoren bestrijdt die deze taak veel efficiënter zouden kunnen overnemen?
Dat de afschotcijfers bij gems en ree licht daalden, wordt meteen weer gerelativeerd: de hobbyjagers zouden zich nu eenmaal liever op «gemakkelijker te bemachtigen» soorten hebben geconcentreerd. Dat noemt men dan wildbeheer, in werkelijkheid is het gemakzuchtjacht.
De laagjacht: romantiek ten koste van de dieren
Corti verdedigt de laagjacht als «cultureel erfgoed», vooral vanwege de jacht met honden. «Een oud cultureel aspect», zegt hij. Dat mag op oude jachtafbeeldingen romantisch lijken, maar in werkelijkheid betekent het: drijfjachten, stress, vlucht, angst, dierenmishandeling. Dieren die in de paartijd of de tijd waarin ze hun jongen grootbrengen worden opgeschrikt, opgejaagd of verwond. En dat alles in naam van de «traditie».
Als cultuur betekent dat je lijden rechtvaardigt, alleen omdat je het altijd al zo hebt gedaan, dan is het hoog tijd om die cultuur te heroverwegen.
De wolf: de natuurlijke vijand van de jachtideologie
Bij de wolf komt de hele dubbele moraal aan het licht. Corti doet zich gematigd voor, spreekt over «wettelijke grenzen» en «meldingen door hobbyjagers». Maar tussen de regels door is het duidelijk: de wolf blijft de ongewenste concurrent.
Want de wolf reguleert wat hobbyjagers voor zichzelf opeisen: wildbestanden. Gratis, efficiënt, ecologisch. En precies dat is het probleem, niet de wolf zelf, maar zijn bestaan als bewijs dat de natuur ook zonder hobbyjagers functioneert.
Dat enkele van de onlangs gedode wolven dankzij meldingen van hobbyjagers werden gevonden, wordt zelfs nog verkocht als een bijdrage aan het beheer. Dat is alsof de brandstichter trots wijst op zijn telefoontje naar de brandweer.
Boeren en hobbyjagers: de alliantie tegen de wildernis
Corti spreekt over «affiniteiten» tussen hobbyjagers en landbouwers. Beide «leven van de vruchten van het land». Mooier kan men de uitbuiting van de natuur nauwelijks beschrijven.
In deze logica zijn wilde dieren ofwel plaagdieren ofwel trofeeën. Bossen zijn houtleveranciers, weiden zijn voederoppervlakken en alles wat daartussenin loopt, wordt een getal in het jachtplan. Van echt ecologisch evenwicht, biodiversiteit of dierenethiek is geen spoor te bekennen.
30 jaar vereniging, 30 jaar zelfrechtvaardiging
Corti presenteert de vereniging als een moderne, voor dialoog openstaande speler. Bewustmakingsprojecten, schoolbezoeken, mediawerk: de pr-machine draait. Maar het doel is duidelijk: het imago van de hobbyjacht oppoetsen, niet haar wezen veranderen.
«Wij willen aantonen dat hobbyjagers deel van de oplossing zijn», zegt Corti. Maar: een oplossing voor welk probleem? Voor de natuur? Of voor het tanende maatschappelijke aanzien van de hobbyjagers?
Het interview met Davide Corti is een schoolvoorbeeld van de retorische zelfontlasting van de jachtverenigingen. Er wordt gesproken over verantwoordelijkheid, terwijl er verder zinloos wordt gedood. Over «beheer», terwijl natuurlijke regulatie systematisch wordt verhinderd. Over «cultuur», terwijl dieren worden opgejaagd, gekweld, verwond en neergeschoten.
De hobbyjacht, niet alleen in Ticino en ver daarbuiten, blijft een systeem van controle. Een systeem dat zichzelf legitimeert door de natuur tot probleem te verklaren dat alleen de mens kan oplossen.
Maar de waarheid is eenvoudiger: de natuur heeft geen hobbyjagers nodig. Ze heeft bescherming tegen hen nodig.
Natuurramp hobbyjagers
In de chaos waarin de natuur zich na decennia van koesteren en verzorgen door de hobby-jagers bevindt, is het aandeel bedreigde soorten in geen enkel land ter wereld zo groot als in Zwitserland. De huurmoordenaars veroorzaken al decennialang een ecologisch onevenwicht in het cultuurlandschap met soms dramatische gevolgen (beschermingsbos, ziekten, schade aan de landbouw en nog veel meer). Meer dan een derde van de planten, wilde dieren en paddenstoelensoorten geldt als bedreigd. Zwitserland bungelt ook in heel Europa onderaan wat betreft het aanwijzen van beschermingsgebieden voor de biodiversiteit. Het zijn telkens precies deze kringen van hobbyjagers met hun lobbywerk die via de politiek, de media en de wetgeving al decennialang verantwoordelijk zijn. Zij zijn het die eigentijdse, ethische verbeteringen van het dierenwelzijn notoir blokkeren en de serieuze dieren- en soortenbescherming saboteren. Hobbyjagers verzetten zich geregeld tegen meer nationale parken in Zwitserland, omdat het hun nu eenmaal niet om natuur, biodiversiteit en soortenbescherming of dierenwelzijn gaat, maar erom hun perverse, bloederige hobby te kunnen blijven uitoefenen.
Wist u …
- dat in Zwitserland onschuldige jonge wolven worden geliquideerd?
- dat hobbyjagers bij de beoordeling van de wildbraadkwaliteit liegen en dat bewerkt wildvlees volgens de WHO net als sigaretten, asbest of arseen kankerverwekkend is?
- dat volgens een studie nergens de loodbelasting van steenarenden en lammergieren hoger is dan in de Zwitserse Alpen, vanwege de munitie van de hobbyjagers?
- dat de weidelijkheid van de hobbyjagers lijnrecht in strijd is met de wet op het dierenwelzijn, een fata morgana is?
- dat jacht oorlog is, waar men dierlijke concurrenten gewoon liquideert?
- dat er talloze illegale en niet-gemarkeerde hoogzitten in onze natuur zijn, die deels zo verrot zijn dat ze een gevaar voor kinderen vormen, mensen om het leven kunnen komen?
- dat er jaar na jaar talloze mensen door jagerswapens worden gedood of verwond, deels zo ernstig dat ze in een rolstoel belanden of dat hun ledematen worden geamputeerd?
- dat er in Zwitserland jaarlijks zo'n 120.000 volledig gezonde reeën, herten, vossen, marmotten en gemzen meestal zinloos worden afgemaakt?
- dat het door de hobbyjagers tegenwoordig nauwelijks meer mogelijk is om in harmonie met de wilde dieren te leven, om wilde dieren te zien?
- dat hagelladingen hazen als kleine kinderen laten schreeuwen en bij “geschoten” reeën en herten de ingewanden verscheuren, zodat ze tijdens hun vlucht sporen achterlaten voor het nazoeken?
- dat de bewering van de hobbyjagers dat de wrede slachtingen van wilde dieren noodzakelijk zijn om de dierenpopulaties te reguleren, wetenschappelijk weerlegd is?
- dat hobbyjagers openlijk toegeven dat het bij de jacht draait om de “lust tot doden” en “he plezier van het buitmaken”, een ziekelijke passie?
- dat hobbyjagers geen zesde zintuig hebben en toch regelmatig beweren dat ze alleen zieke en zwakke dieren schieten, wat natuurlijk in de praktijk niet klopt?
- dat hobbyjagers naar het buitenland reizen voor de trofeeënjacht, ver van alle soorten- en jachtbeschermingsbepalingen, en dat er zelfs Zwitserse hobbyjager-reisorganisatoren bestaan voor zulk debiel jachtvermaak?
- dat de overgrote meerderheid geen gelegitimeerde beroepsjagers zijn, maar de jacht als hobby-, sport- en vrijetijdsvermaak uitoefenen, wat niet zedelijk is en eigenlijk in strijd is met de dierenwelzijnswet?
- dat 99,07 % van de beschaafde mensen in Zwitserland geen hobbyjagers zijn, dus slechts 0,3 % hobbyjagers plezier beleven aan deze bloederige activiteiten?
- dat deze doders van wilde dieren niet op basis van wetenschappelijke rechtvaardigingen jagen?
- dat beschermde soorten eigenlijk niet in het jachtrecht thuishoren, omdat hobbyjagers de soortenbescherming niet aankunnen en telkens weer dieren die op de Rode Lijst staan, zoals lynx, wolf, haas, patrijs, kwartel, enz., voor de lol afschieten?
- dat hobbyjagers bepaalde diersoorten gericht decimeren om geen concurrentie te hebben voor hun tegennatuurlijke gedrag (vos, lynx, wolf, roofvogels, enz.)?
- dat het wild sterft voordat de hobbyjager ook maar één enkel schot kan lossen, dat dit voorkomen moet worden en dat dit wellicht de centrale gedachte van het hegen en verzorgen alsook van de jachtplanning is?
- dat bij wilde zwijnen (en vossen) normaal gesproken alleen de leidende zeug jongen krijgt, maar dat door haar afschot alle vrouwelijke dieren binnen de rotte zich voortplanten en we daardoor ook een overvloed aan wilde zwijnen hebben?
- dat de weidedieren – herten, reeën, enz. – oorspronkelijk voornamelijk overdag actief op velden en weiden leefden, zoals geiten, schapen, koeien, enz., en niet in het bos?
- dat de wolf op de lange termijn van levensbelang is voor het gezond houden van de wilde hoefdieren, omdat hij bijvoorbeeld met ongelooflijke precisie zieke of zwakke dieren bemachtigt en daardoor ver superieur is aan de hobbyjagers?
- dat vossen na de zinloze jacht meestal bij het afval belanden?
- dat vossen vandaag de dag voornamelijk worden bejaagd, zodat er meer hazen, enz. voor de hobbyjagers in de braadpan terechtkomen? Dat de vos zich echter voor meer dan 90 % niet met hazen voedt en een gezonde haas nooit te pakken krijgt?
- dat men in de dierenbescherming niet alleen met zachtmoedigheid, straatfeesten, gebedskettingen, enz. tegen hobbyjagers kan optreden (op een grove kwast hoort een grove wig)?
- dat hobbyjagers met het jagerslatijn een respectloze bespotting van levende wezens bedrijven?
- dat het verpönt is om grofwild bij de voederplaats of tijdens de paartijd neer te schieten, maar de hobbyjager er geen scrupules over heeft om dit bij de prooiconcurrent vos te doen?
- dat in sommige kantons hobbyjagers alleen vanwege het malse vlees van een jong dier op jacht gaan?
- dat hobbyjagers drachtige moederkoeien voor de ogen van hun jongen neerschieten of alleen jonge dieren tijdens de opfokperiode (na-bijzondere jacht)?
- dat hobbyjagers het milieu, de natuur, mens en dier met hun munitie vergiftigen?
- dat bestialiteit, barbaarsheid, wreedheid, bloedvergieten en zinloze kwellingen geen cultuurgoed kunnen zijn in een beschaafde samenleving?
- dat hobbyjagers jaarlijks zo'n 10’000 reekalveren neerschieten?
- dat hobbyjagers in de strenge winter hongerende dieren met voer lokken, alleen om ze achterbaks en laf te kunnen neerschieten?
- dat hobbyjagers scherp gemaakte honden in holen jagen om vossen en dassen te elimineren (graafjacht)?
- dat hobbyjagers vreedzame levende wezens in kastvallen lokken, waarin ze onder omstandigheden dagenlang lijden en op hun moordenaar moeten wachten of de dieren vaak een urenlange doodsstrijd bezorgen (valjacht)?
- dat hobbyjagers vreedzame wilde dieren tijdens hun slaap of zonnebad laf met hypermoderne precisiewapens vanuit een hinderlaag vermoorden of verwonden?
- dat hobbyjagers onderscheidingen, vachtmarkten, prijsuitreikingen voor de trofeeëncultus, trofeeëntentoonstellingen, bonthandel, enz. ondersteunen?
- dat hobbyjagers minderjarige schoolkinderen vuurwapens in handen drukken en met hen het doden oefenen?
- dat hobbyjagers hun kwellende daden vaak in eenzaamheid uitvoeren, wat dierenmishandeling bevordert?
- dat hobbyjagers veel wilde dieren slechts zwaar verwonden en de slachtoffers vaak urenlang onder enorme kwellingen en angst lijden, totdat een speurhond hen vindt en zij worden doodgeschoten?
- dat hobbyjagers (afgezien van de vivisectie) de dieren de meeste kwellingen en mishandeling toebrengen, ook door de manier van doden?
- dat de dieren- en natuurliefde van de jager zich niet verheugt over het bestaan van het geliefde object, maar veeleer erop gericht is het geliefde wezen met huid en haar te bezitten, en culmineert in het tot prooi maken ervan door de daad van het doden?
- dat hobbyjagers vraatschade juist bevorderen door de jachtdruk, in het bijzonder op predatoren zoals vos, lynx en wolf?
- dat hobbyjagers de deur openzetten voor asociaal, onethisch en onchristelijk gedrag?
- dat hobbyjagers de bevolking normale, natuurlijke dierwaarnemingen en interacties onthouden?
- dat er geen groter en met munitie vergiftigd kwelproduct bestaat dan wildbraad?
- dat er in heel Zwitserland geen uniforme regeling bestaat wat betreft de oogtest, schietpraktijk, enzovoort van hobbyjagers?
- dat er geen psychologische karaktertest voor hobbyjagers bestaat?
- dat er geen alcoholverbod geldt voor hobbyjagers wanneer zij met hun wapens op dieren schieten?
- dat hobbyjagers schoolse instellingen binnendringen om hun jachtverhalen en hun geweld aan de kinderen op te dringen?
- dat een rechtbank in Bellinzona onlangs heeft bevestigd dat jachtverenigingen praktisch alles wat wreed, onnodig en harteloos is bevorderen?
- dat de vereniging «Jagd Schweiz» in de eerste plaats respectloosheid en een geweldscultuur cultiveert – precies het tegenovergestelde van waar een beschaafd mens in onze samenleving naar zou moeten streven.
- dat alleen al in het kanton Graubünden jaarlijks meer dan 1’000 aanklachten en boetes tegen hobbyjagers worden opgelegd?
LAAT ONS IN VERBINDING BLIJVEN!
Wij sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in onze nieuwsbrief.
