Appenzell Ausserrhoden: Stop het vossen- en dassenbloedbad
Op zaterdag 23 november 2019 is in Appenzell Ausserrhoden de hoge jacht op herten en gemzen alsook de lage jacht op reewild afgesloten.
De reejacht duurde van 2 september tot 2 november. De hobbyjagers hebben het beoogde afschotdoel niet gehaald. Ter bescherming van de herbebossing, die werd aangelegd om de bosschade door de storm Vaja in het gebied van Stein en Hundwil te herstellen, zal het wildbeheer daarom in de schadegebieden nog enkele reeën schieten. In totaal konden tot nu toe 444 reeën worden geschoten.
Bij de hertenjacht, die in twee jachtperiodes van 2 tot 23 september en van 6 tot 11 november 2019 werd uitgevoerd, zijn 58 dieren afgeslacht. Dit is het hoogste rode-wildafschot in het kanton Appenzell Ausserrhoden sinds het begin van de jachtstatistiek in 1933. Daarnaast zijn er tijdens de hoogjacht in het hele kanton nog 11 gemzen geschoten, schrijft het Amt für Raum und Wald.
Nog steeds geopend is de jacht op dassen (tot 15 januari 2020), wilde zwijnen (tot 31 januari 2020) en de passjacht op steenmarters en zwarte kraaien (tot 15 februari 2020) en vossen (tot 29 februari 2020).
Feiten in plaats van jagerslatijn
In Zwitserland vindt in verschillende kantons tot diep in de winter (eind februari) de zogenaamde passjacht plaats. Bij deze geniepige jachtvormen worden vossen, dassen, marters enz. ook in de winterse hongertijd met voer (kattten- en hondenvoer, jachtafval, ingewanden enz.) gelokt, vertrouwd gemaakt en misleid, alleen maar om ze zinloos en voor de lol te kunnen doden.
Wilde dieren laten vaak een goed zichtbaar pad achter, de zogenaamde pas. Daarvan is ook de uitdrukking passjacht afgeleid, waarbij jagers het dier op zijn wildwissel opwachten. Daarbij verstoppen hobbyjagers zich om verschillende wilde dieren bij de door hobbyjagers geprepareerde voerplaatsen (aasplaats) te beschieten (als dan de roofdier komt).
Vanuit slaapkamers, alpenhutten en passhutjes uitgerust met een camouflageraampje wordt geschoten. Of het nu de gezonde vadervos is of zelfs mogelijk de aanstaande moeder.

Het motto van de jagers “Alleen een dode vos is een goede vos” is dierverachtend. Vossen zijn niet agressief en vallen mensen niet aan. Vossen zijn prachtige dieren. Van jacht kan hier werkelijk geen sprake zijn. De jagers profileren zich eens te meer als natuurschenders en dierenkwellers. Daardoor wordt wildvraat veroorzaakt, wordt de dierenwelzijnswet overtreden en dat alles betaalt dan ook nog de belastingbetaler.
Daarmee levert de jacht in Appenzell Ausserrhoden geen bijdrage aan het bereiken van een natuurlijk evenwicht tussen wild, bos en veld.
Voor vossen bestaat er geen wettelijke afschotplanning en bestandsopname. De jacht op vossen lijkt op een kortsluitingsecologie voor onvoldoende opgeleide jagers.
Voor de IG Wild beim Wild is het niet doelmatig om de kantons meer bevoegdheden in de jachtwet te geven – integendeel. Ze kunnen niet met de verantwoordelijkheid omgaan, zijn overvraagd, zijn als hobbyjagers en besluitvormers onvoldoende opgeleid en ze liegen. Bovendien hebben ze al genoeg vrijbrief. Actuele voorbeelden zijn bijvoorbeeld het diensthoofd voor jacht en visserij in het kanton Zürich, dat onlangs de nachtjacht op vossen heeft ingevoerd, met de bewering dat vossen hondsdolheid overdragen. Zoals we vandaag weten, konden pas diervriendelijke vaccinatie-aas de terrestrische hondsdolheid overwinnen – ze geldt in Zwitserland sinds 1998 en in grote delen van Europa als uitgeroeid!
Geweld begint in Appenzell Ausserrhoden, waar kennis eindigt
In principe produceren weinig bejaagde vossenpopulaties ook minder nakomelingen. Mensen veroorzaken altijd ook conflicten met wilde dieren die dezelfde leefruimte delen. De mens veroorzaakt, met name in de leefruimte van de wilde dieren, extreem veel meer schade.
Meer jacht betekent niet minder wild, maar meer geboorten. In het kader van een vrijetijdsbesteding doden Zwitserse jagers elk jaar ongeveer 20.000 vossen – een verbod op de vossenjacht, zoals het kanton Genève dat ook kent, is in Zwitserland allang achterhaald.
Om de meedogenloze vervolging van een van onze interessantste predatoren te rechtvaardigen, beweert men zonder meer dat de vossen- of dassenjacht bij de kleinwildjacht noodzakelijk is, omdat hun bestanden anders de overhand zouden nemen – een allang achterhaalde opvatting!
Telkens weer worden er vanuit het hobbyjagersmilieu dingen beweerd die bij een nauwkeurige analyse hun oorsprong vinden in de jachtliteratuur en dergelijke onwetenschappelijke bronnen. Dat ligt vooral aan de vaak gebrekkige opleiding in de cursussen voor het jachtexamen, die overwegend door deels fanatici met een sektarisch gedachtegoed worden gegeven en geen reguliere kwalificatie nodig hebben. Na de opleiding beweegt de hobbyjager zich alleen nog in de echoruimte van de jachtpers, die haar scheve en vaak ook foutieve voorstellingen voortdurend herhaalt.
In de jachtverenigingen bevestigt men elkaar vervolgens in zijn kijk op de dingen. Op die manier is een afgeschermde en militante groepering (8) ontstaan, die nauwelijks toegankelijk is voor wetenschappelijke informatie. Het fatale daaraan is dat lokale pers en politiek nog steeds geloven dat onder de jagershoed vakkennis klaarligt, en bij alle natuuronderwerpen graag de plaatselijke hobbyjager raadplegen. Zo verontreinigen de hobbyjagers vervolgens ook nog de openbare ruimte.
Daar prijzen wij het kanton Genève met een professioneel wildbeheer zonder hobbyjagers, maar met integere wildhoeders. Aan het Meer van Genève zijn er wijngaarden en andere teelten, net als in de rest van Zwitserland. Blijkbaar hanteren zij daar echter menselijke en ethische benaderingen in de omgang met wilde dieren en intelligente maatregelen om teelten te beschermen. In Genève worden geen vossen, marters of dassen gereguleerd, alleen maar omdat het jachttijd is. Dit blijkt ook uit de federale jachtstatistiek (2). In plaats daarvan vinden praktische verjaagmaatregelen (12) en zinvolle voorlichting en hulpverlening plaats, evenals bijscholing van de bevolking met de wildhoeders. Veiligheid, dierenwelzijn en ethiek zijn het devies.

Volgens de dierenwelzijnswet (art. 26 TSchG) moet er een “redelijke reden” zijn voor het doden van een dier – bij de jacht op vossen en dassen gaat het echter meestal slechts om de bevrediging van een bloederige hobby. Voor deze wilde dieren bestaat er geen wettelijke afschotplanning. De dieren dienen de hobbyjagers als levend schietschijf, want er bestaat noch vanuit wildbiologisch noch vanuit gezondheidsoogpunt een reden voor de massale bejaging van gezonde predatoren.
Daarmee is elke vossen- of dassenjacht een duidelijke overtreding van de dierenwelzijnswet in Appenzell Ausserrhoden, omdat het ontbreekt aan een redelijke reden. De vossen- en dassenjacht is daarmee hoofdzakelijk georganiseerde dierenmishandeling.
Wilde dieren hebben ook gevoelens en emoties. Ze kunnen lijden, rouwen en vreugde ervaren. Ze leven, net als wij mensen, in familieverbanden en sociale structuren, die hobbyjagers meestal voor de lol terroriseren en schenden.
Maar liefst 5 1/2 maanden worden de vossen in het kanton Appenzell Ausserrhoden achtervolgd – bij de Das zijn het 6 maanden, volgens de federale jachtstatistiek. Bij die stress hoeft men zich niet af te vragen waarom deze dieren ziek worden. In heel Europa ligt het epicentrum van de meldingen van de vossenlintworm in Zwitserland, precies in het gebied van Zwitserland waar jachtgezinde hobbyjagers, zoals Urs Philipp, zich bij de kantonale autoriteiten hebben ingenesteld. Deze tegenstrijdige verstoringen en geluidsemissies, die bij de nachtjacht van de hobbyjagers in het leefgebied worden veroorzaakt, verstoren ook altijd de gehele wilddierpopulaties en bewoners.
Heer Grimbart – zoals de das in de fabel wordt genoemd – is niet vaak te observeren: het grootste dier van de marterfamilie is schuw en alleen 's nachts actief. De dag brengen dassen voornamelijk door in het dassenhol, dat meestal aan de rand van de bebouwing ligt en vaak over generaties heen verder wordt gebruikt. Ook dassen zijn voor mensen ongevaarlijk en vormen noch voor de land- en bosbouw, noch voor wilde dieren en huisdieren een gevaar. Dassen vallen geen katten aan en zijn voornamelijk 's nachts onderweg. Moeten zij zich tegen honden verdedigen, dan verliest doorgaans de hond. De winter, oftewel bij lage temperaturen, brengen dassen overwegend slapend door – zij houden een winterrust.
Wetenschap versus jagerslatijn
Er bestaan sinds meer dan 30 jaar minstens 18 wildbiologische studies die bewijzen: de vossenjacht reguleert niet en deugt ook niet voor de bestrijding van ziekten. Integendeel!
Wetenschappelijk onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat zelfs bij het afschieten van driekwart van een bestand het volgende jaar weer hetzelfde aantal vossen aanwezig is. Hoe sterker zij bejaagd worden, des te meer nakomelingen er zijn – een op welke manier dan ook geaarde „regulering“ van deze bestanden is noch nodig, noch met jagersmiddelen überhaupt mogelijk.
Vossenbestanden worden via een complex sociaal systeem gereguleerd. Vossen leven in familieverbanden waarin alleen de vrouwtjesvos met de hoogste rang nakomelingen krijgt (zoals bij de wilde zwijnen de leidende zeug). Geboortebeperking in plaats van massale ellende, becommentarieerde de bioloog Erik Zimen dit fenomeen. Grijpt de mens echter met val en geweer in de vossenpopulatie in, dan worden deze familiegemeenschappen vernietigd. Als gevolg daarvan zijn vrijwel alle vrouwtjesvossen paringsbereid, bovendien stijgt het aantal jongen per worp sterk.
«Ook zonder jacht zijn er niet plotseling te veel vossen, hazen of vogels. De ervaring leert dat men de natuur aan zichzelf kan overlaten. Puur pragmatisch gezien is de jacht op klein wild niet noodzakelijk.»
Heinrich Haller, oud-directeur van het Nationaal Park Graubünden en wildbioloog
Veel praktijkvoorbeelden zoals nationale parken, Luxemburg of bijvoorbeeld het kanton Genève hebben aangetoond dat er geen enkel steekhoudend argument is voor deze slachtpartijen. Vrijkomend leefgebied wordt door deze dieren onmiddellijk weer ingenomen. Wetenschappelijk goed onderbouwd is dat de vossenpopulatie zich grotendeels onafhankelijk van pogingen tot jachtkundige beïnvloeding ontwikkelt, omdat de bejaging de voortplantingscijfers juist omhoog doet schieten.
Telkens weer komt het bij deze jachten ook tot fatale verwisselingen en vermoorden hobbyjagers beschermde diersoorten zoals goudjakhalzen of wolven.
Kunnen de verlichte belastingbetaler en de verantwoordelijke belastingbetaler in Appenzell Ausserrhoden het nog met hun geweten verenigen om dergelijke functionarissen in het kanton te steunen, die zich geen sikkepit om ethiek, wetenschap of dierenwelzijn bekommeren en de bevolking voorliegen en in gevaar brengen?
Een einde aan de dierenmishandeling en verspilling van belastinggeld in het kanton Appenzell Ausserrhoden.
De vossenjacht is ecologisch, economisch en epidemiologisch zinloos – ja zelfs contraproductief! – en moet daarom in het belang van mens, natuur en dierenwereld alsook vanuit het oogpunt van ethiek, moraal en dierenwelzijn verboden worden. Met blind activisme en geweld is niemand gebaat.
Voedselopname door wilde dieren in het gemeenschappelijke leefgebied is geen schade, maar een natuurlijk proces voor het overleven van deze wezens. Hier zijn tolerantie en eerlijkheid geboden. Wij mensen bebouwen en vernietigen het leefgebied van wilde dieren op alle niveaus vele malen meer. Wilde dieren hebben net zozeer bestaansrecht als mensen. Deze respectloze dodingsacties staan in geen verhouding tot een gezond en het hart vormend rechtvaardigheidsgevoel. Tegen hagel en vogelvraat beschermt men zich bijvoorbeeld ook met netten of verjaging.
Wij eisen met deze rechtstreekse indiening van de petitie bij een officiële instantie in Appenzell Ausserrhoden dat het doden van deze prachtige schepselen zo snel mogelijk wordt verboden en in het Publicatieblad wordt gepubliceerd.
Jullie kunnen jullie persoonlijke protest-e-mails rechtstreeks naar de leden van de regeringsraad en de kantonsraad sturen.
De besluitvormers in Appenzell Ausserrhoden telefonisch hun mening laten weten:
- Kantonskanzlei Herisau, +41 71 353 61 11
- Heinz Nigg, diensthoofd, jachtbeheerder +41 71 353 67 70
- Beat Fritsche, bosbouwingenieur +41 71 353 67 73
- Oliver Gerlach, bosbouwingenieur +41 71 353 67 72
- Andres Scholl, vakdienst Natuur +41 71 353 67 94
- Roland Guntli, wildhoeder +41 79 698 19 16
- Jens Weber, SP-voorzitter + 41 79 960 35 65
Aanvullend daarop eisen wij van Appenzell Ausserrhoden:
- De erkenning van wetenschappelijke studies en deskundige meningen (niet uit het milieu van hobby-jagers), die de noodzaak van bejaging in twijfel trekken respectievelijk weerleggen.
- Geen verspreiding van sektarische respectievelijk weerlegde jagersleugens, zoals de vermeende noodzaak van de regulering van vossenbestanden, evenals het bangmaken voor hondsdolheid, vossenlintworm en schurft, of dat de vos schuldig zou zijn aan de teruggang van het kleinwild enz.
- Het doden van dieren in het kader van een vrijetijdsbesteding hoort niet thuis in de 21e eeuw en zou ook strafrechtelijk moeten worden vervolgd.
Onderbouwing:
In het kanton Appenzell Ausserrhoden werden in het jachtseizoen 2018 465 meestal gezonde vossen en 114 dassen gedood door militante hobby-jagers, niet op wetenschappelijke basis of wildbiologische vakkennis.
Het vermeende gevaar voor de weidevogels, dus de grondbroeders, kan naar het rijk der jagersfabels worden verwezen, want er zijn onderzoeken die de invloed op de vogelpopulaties als onbeduidend bestempelen (3). Dat is des te begrijpelijker als men zich het hoofdvoedsel van de vossen voor ogen houdt: muizen en regenwormen. Vossen zijn uitgesproken nuttige dieren voor de landbouw. En dat vossen uitgesproken nuttige bosdieren zijn en de mens door het ijverige verdelgen van muizen (die als belangrijkste overbrengers van bijvoorbeeld de ziekte van Lyme gelden) ook tegen ziekten beschermen, is daarentegen slechts bij weinig mensen bekend.
De schijnargumenten van de vermeende bestrijding van hondsdolheid, de vossenlintworm of de schurft door de genadeloze bejaging zijn wetenschappelijk weerlegd. De schurft komt veel zeldzamer voor dan vermoed en vossen met een goede conditie kunnen de schurft uitgenezen. Deze vossenbestanden zijn dan resistent tegen nieuwe infecties. Bovendien vormt schurft bij vossen geen gevaar voor mensen of huisdieren.
Vossenlintworm
Minder vossen, minder vossenlintworm, dus ook minder infectierisico voor de mens. Op het eerste gezicht een plausibele conclusie, maar bij een nauwkeurige analyse toch slechts jagerslatijn, zoals meerdere internationale studies (6) aantonen.
In heel Europa ligt het epicentrum van meldingen van vossenlintworm in Zwitserland, precies in dat gebied van Zwitserland waar jachtgezinde hobbyjagers zich bij de kantonnale autoriteiten hebben genesteld. Deze tegenstrijdige verstoringen en geluidsemissies tijdens de jacht van de hobbyjagers in de leefomgeving verstoren steeds ook de hele wilddierpopulaties en bewoners.
Er zijn veel meer zoönosen bij huisdieren en landbouwhuisdieren. In de regel raken alleen hobbyjagers besmet met een zoönose zoals de vossenlintworm. Ongeveer 20 – 30 personen raken in Zwitserland per jaar besmet met deze leverziekte (Echinococcus multilocularis). Dit is niet meer dan vroeger, toen men minder vossen in de steden aantrof. Het immuunsysteem van de meeste mensen is sterk genoeg om een infectie af te weren. In de regel ontwikkelen de larven van de vossenlintworm zich in de lever van muizen en sommige ratten. Eet een vos de besmette muis, dan ontwikkelt zich in zijn darm weer een lintworm. Ook katten en honden die muizen eten, kunnen zo de parasiet verspreiden, maar worden zelf niet ziek. Als enigszins geruststellend kan het feit worden beschouwd dat de ziektefrequentie in Zwitserland zeer laag is, dat een directe overdracht van de vos op honden niet mogelijk is en dat gecastreerde dieren geen vossenlintworm krijgen.
Stadsvossen hebben in de regel een besmettingsgraad onder de 20 %, omdat hun voedsel hoofdzakelijk uit voedselresten bestaat. Landvossen daarentegen hebben een hogere besmettingsgraad, omdat ze zich rijkelijk met veldmuizen voeden.
Het infectierisico is voor gewone bosbezoekers minimaal. In tegenstelling tot de vele geruchten is van geen enkele vossenlintwormpatiënt bekend dat hij of zij zich via bosbessen zou hebben besmet. Bessen die hoog aan de struik hangen, vallen als infectieweg af. Het is moeilijk voor te stellen hoe bijvoorbeeld vossenuitwerpselen aan hoog hangende bessen zouden moeten komen.
„Wij hebben waargenomen dat vossenmoeders daar waar men de dieren bejaagt, meer jongen ter wereld brengen. Men kan weliswaar met een afschot plaatselijk een verlichting creëren, maar binnen korte tijd worden de vrije territoria weer ingenomen. De natuur reguleert dat zelf.“
Wildopzichter Fabian Kern
Het afschieten van vossen kan zelfs het effect hebben dat de vrijgekomen leefruimte opnieuw wordt bewoond door vossen met een veel groter aandeel dragers van de vossenlintworm.
Vossenschurft
Niet elke vos die er rommelig uitziet heeft schurft, en honden lopen ook geen groot besmettingsgevaar. De parasiterende schurftmijt kan zeker honden of mensen aantasten – maar deze aantasting is zowel hier als daar zeer goed behandelbaar. Het plaatselijk ogenschijnlijk toegenomen voorkomen van genoemde mijten is niet het gevolg van een te hoge populatiedichtheid bij vossen. Daarom zal een intensievere bejaging ook de verspreiding van schurft niet voorkomen. Wetenschappelijk is veeleer aangetoond dat juist bij de vos de bejaging ter indamming van wilde-dierenziekten contraproductief is. Ook in het algemeen blijkt dat in intensief bejaagde gebieden de vossenpopulatie niet daalt, maar door een toename van de voortplanting en de instroom van dieren zelfs stijgt.
Als belangrijkste oorzaken voor de verspreiding van vossenschurft geldt de intensieve bejaging. Door de jacht ontstaat een kunstmatig verjongde en toenemende populatie met een zwak immuunsysteem, met als gevolg in de herfst een toename van migrerende jonge vossen, die de in zich gedragen verwekkers verspreiden.
„Helaas kunnen wij over de geschoten vossen geen gezondheidsgegevens leveren, aangezien dit bij de afschotcontrole niet wordt vermeld. Dit geldt zowel voor de jacht als voor de speciale afschoten, die van 15 juni tot 31 augustus plaatsvinden. Bij het valwild zit ook schurft, maar wij kunnen het aantal niet uit de 23 % wegens leeftijd, ziekte of zwakte cijfermatig aangeven. In principe kunnen wij aannemen dat in de afgelopen 20 jaar tussen de 5 en 10 % van de vossen door schurft was aangetast. Staub is zeer zeldzaam.“
Rolf Schneeberger, LANAT Amt für Landwirtschaft und Natur
Ook in het verleden laaiden schurft en hondenziekte lokaal telkens weer op om vervolgens vanzelf weer uit te doven. Vooral daar waar de schurft bijzonder sterk om zich heen heeft gegrepen, lijken de vossen een toenemende resistentie tegen herinfecties te ontwikkelen. Aangezien de jacht het eigenlijk aanwezige overlevingsvoordeel voor schurftresistente vossen echter tenietdoet (een hobbyjager kan een vos zijn schurftresistentie tenslotte niet aanzien), is het doden van vossen ook in dit opzicht waarschijnlijk contraproductief. Overigens heeft men bij de hondenziekte vastgesteld dat wilde dieren reeds antilichamen hebben gevormd en het gevaar dus marginaal is.
Vossen beschermen ons
Een nieuwe studie (7) wijst erop dat het uitsterven van muizenjagende predatoren, met name de vos, de oorzaak is van het stijgende aantal door teken overgedragen ziekten bij de mens.
Bovendien hebben vossen een positieve invloed om mensen en dieren te beschermen tegen het hantavirus, botulisme of bijvoorbeeld leptospirose (11).
„Als er niet zo veel vossen werden gedood, zouden de boeren ook niet zoveel gif op de velden tegen de muizenplagen hoeven te verspreiden – wat op zijn beurt het hele ecosysteem belast.“
IG Wild beim Wild
Boswachters moeten met chemie, mechanica en vallen muizen bestrijden die kiemplanten en bomen beschadigen, terwijl hobbyjagers vossen bejagen die de muizen eigenlijk onder controle zouden houden. Miljoenen franken aan schade en meerkosten voor de bosbouw als gevolg van de jacht zijn het resultaat. Landbouwers en fruittelers moeten muizenjagers inhuren omdat de vos en andere predatoren ontbreken.
Barbaarse folklore of normale jachtmethode?
In het kader van de vossenjacht worden praktijken (9) toegepast die de dierenbeschermingswet eigenlijk verbiedt. Bijzonder wreed gaat het eraan toe bij de holjacht en de opleiding van holhonden aan levende vossen.
Althans bij de Zwitserse bevolking geniet de holjacht nauwelijks acceptatie; dat toont een representatieve enquête in september 2017 onder 1015 personen, die het marktonderzoeksbureau Demoscope in opdracht van de Schweizer Tierschutz (STS) heeft uitgevoerd. 64 procent steunt een verbod, slechts 21 procent wil de holjacht behouden. De afwijzing is onder vrouwen en 15- tot 34-jarigen iets sterker uitgesproken. Een Röstigraben bestaat niet.
De vos is een zeer aanschouwelijk (en triest) voorbeeld van hoe de hobbyjager met zijn onwetendheid en de dwangmatige drang tot controle over de natuur zelf problemen creëert en natuurlijke regulerende mechanismen verergert. Wie zich onbevooroordeeld met vossen bezighoudt, ziet al snel dat het fascinerende dieren zijn met indrukwekkende vaardigheden. Het zijn zeer zorgzame ouders en beschikken over buitengewone vermogens, zoals het betrekken van het aardmagnetisch veld bij het zoeken naar voedsel. Bovendien zijn ze als muizenjagers zeer belangrijk voor zowel de land- als de bosbouw en leveren ze een wezenlijke bijdrage aan het indammen van “door knaagdieren overgedragen ziekteverwekkers”, zoals hantavirussen of borrelia. Om deze redenen zouden we de vos moeten zien als wat hij is – namelijk een belangrijk onderdeel van het ecosysteem en een verrijking van de inheemse fauna.
Eigenlijk zou de hele kleinwildjacht verboden moeten worden. Wie zinloos doodt, beschermt niet en de beschaafde samenleving heeft er niets aan. Hobbyjagers zorgen dus ook niet voor gezonde of natuurlijke wildbestanden.
Vooral bij de hobbyjagers is het buitengewoon essentieel dat men heel nauwkeurig kijkt. Nergens wordt er zoveel gemanipuleerd met onwaarheden, jagerslatijn en nepnieuws. Geweld en leugens horen bij dezelfde munt!
Bronnen:
Verdiepende artikelen
- Fred Kurt: Das Reh in der Kulturlandschaft. Ökologie, Sozialverhalten, Jagd und Hege. Kosmos Verlag, Stuttgart 2002, blz. 83.
- Eidgenössische Jagdstatistik Link
- Toelichtingen en bronvermeldingen Link
- Wetenschappelijke literatuur: Studies rode vos
- Jagers verspreiden ziekten: Studie
- Jacht bevordert ziekten: Studie
- Hobbyjagers in de criminaliteit: De lijst
- Verbod op de zinloze vossenjacht is overtijd: Artikel
- Luxemburg verlengt vossenjachtverbod: Artikel
- Kleinwildjacht en wildziekten: Artikel
- Verjaging van wilde dieren: Artikel
Online-petities
Verdiepende informatie
- St. Gallen: Stop het vossen- en dassenmassacre
- Bern: Stop het vossen- en dassenmassacre
- Graubünden: Stop het vossen- en dassenmassacre
- Appenzell Ausserrhoden: Stop het vossen- en dassenmassacre
- Zürich: Stop het vossen- en dassenmassacre
- Solothurn: Stop het vossen- en dassenmassacre
Interessen-Gemeinschaft Wild beim Wild
De IG Wild beim Wild is een vereniging zonder winstoogmerk die zich inzet voor de duurzame en geweldloze verbetering van de relatie tussen mens en dier, waarbij de IG zich ook heeft gespecialiseerd in de juridische aspecten van de bescherming van wilde dieren. Een van onze hoofddoelen is om in het cultuurlandschap een eigentijds en serieus beheer van wilde dieren in te voeren naar het voorbeeld van het kanton Genève – zonder hobbyjagers maar met integere boswachters die die naam ook verdienen en handelen volgens een erecode. Het geweldsmonopolie hoort in handen van de staat. De IG ondersteunt wetenschappelijke methoden van immunocontraceptie voor wilde dieren.

