19 juni 2026, 13:39

Zoeken

Graubünden: Stop het bloedbad onder vossen en dassen

Toestanden als in de diepste middeleeuwen in Graubünden! Om de meedogenloze vervolging van een van onze interessantste predatoren te rechtvaardigen, beweert men zonder meer dat de vossen- en dassenjacht bij de kleinwildjacht noodzakelijk is, omdat hun populaties anders de overhand zouden krijgen – een allang achterhaalde opvatting!

In principe produceren weinig bejaagde vossenpopulaties ook minder nakomelingen. Mensen veroorzaken altijd ook conflicten met wilde dieren die dezelfde leefomgeving delen. De mens veroorzaakt, met name in de leefomgeving van de wilde dieren, extreem veel meer schade dan de paar druiven waaraan een das zich smakelijk te goed kan doen.

In Zwitserland vallen vooral de kantons Bern, Aargau, Graubünden, St.Gallen, Wallis, Luzern en Zürich negatief op, met een onevenredige jacht op vos en das.

Bij de stress en de pathologische jachtdruk van de hobbyjagers in de deels dichtbevolkte leefomgeving hoeft men zich ook niet te verbazen wanneer wilde dieren ziek worden.

Het is bekend, volgens het Zwitserse Hondsdolheidscentrum, dat de activiteiten van de hobbyjagers de ziekte alleen maar meer hebben verspreid, en bij de vossenschurft enzovoort is het niet anders.

Het is precies deze mentaliteit van de zinloze exploitatie uit hebzucht of verkeerd begrepen natuurbeleving, die ertoe leidt dat Zwitserland van heel Europa de langste rode lijst van bedreigde soorten heeft. Zinloos doden op nationaal, regionaal en lokaal niveau vindt plaats. Het is duidelijk dat de biodiversiteit, leefgebieden en ecosystemen in Zwitserland niet voldoende door de hobbyjagers worden beschermd. Paradoxaal genoeg zijn het altijd ook deze kringen van hobbyjagers en veeboerenvertegenwoordigers met hun lobbywerk, die via de politiek, media en wetten al tientallen jaren hiervoor verantwoordelijk te stellen zijn. Zij zijn het die eigentijdse, ethische verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn notoir blokkeren en de serieuze dieren- en soortenbescherming saboteren.

Online protesten

Voor vossen bestaat er geen wettelijke afschotplanning en populatieregistratie. De jacht op vossen lijkt op een kortsluitingsecologie voor onvoldoende opgeleide jagers.

Voor de IG Wild beim Wild is het niet doelmatig om de kantons meer bevoegdheden in de jachtwet te geven – integendeel. Zij kunnen niet met de verantwoordelijkheid omgaan, zijn overbelast, zijn als hobbyjagers en besluitvormers onvoldoende opgeleid en ze liegen. Bovendien hebben ze al genoeg vrijbrief.

Geweld begint in Graubünden, waar kennis ophoudt

Laax toont de mentaliteit van de Bündner – onchristelijk met brute en dodelijke kracht inslaan op de zwakkeren en aan hun zorg toevertrouwden. Om die reden herbergt dit kanton de meest roemloze jachtevenementen van Zwitserland.

Adrian Arquint, hoofd van het Amt für Jagd und Fischerei, belichaamt dit principe en deze mentaliteit bijvoorbeeld eveneens met het afschieten van onschuldige jonge wolven (Wild beim Wild informeerde).

Wij prijzen daarom het kanton Genève  met een professioneel wildbeheer zonder hobbyjagers, maar met integere wildhoeders. Aan het Meer van Genève zijn er wijngaarden en andere culturen, net als in de rest van Zwitserland. Blijkbaar hanteren ze daar echter menselijke en ethische benaderingen in de omgang met wilde dieren en intelligente maatregelen om culturen te beschermen. In Genève worden geen vossen, marters of dassen gereguleerd, alleen maar omdat het jachttijd is. Dit blijkt ook uit de federale jachtstatistiek (2). In plaats daarvan vinden er praktische verjagingsmaatregelen (12) en zinvolle voorlichting en ondersteuning evenals bijscholing onder de bevolking met de wildhoeders plaats. Veiligheid, dierenwelzijn en ethiek zijn het devies.

Graubünden

Volgens de dierenbeschermingswet (art. 26 TSchG) moet er een “redelijke reden” zijn voor het doden van een dier – bij de jacht op vossen en dassen gaat het echter meestal slechts om het bevredigen van een bloederige hobby. Voor deze wilde dieren bestaat er geen wettelijke afschotplanning. De dieren dienen de hobbyjagers als levend mikpunt, want er bestaat noch vanuit wildbiologisch noch vanuit gezondheidsoogpunt een reden voor de massale bejaging van gezonde predatoren.

Dienovereenkomstig is elke vossen- of dassenjacht in Graubünden met dom grijnzende hobbyjagers op selfies een duidelijke overtreding van de dierenbeschermingswet, omdat er een redelijke reden ontbreekt. De vossen- en dassenjacht in Graubünden is daarmee georganiseerde dierenmishandeling, waarvoor het gemeentebestuur van Laax nu ook nog een kopgeld van 40.– frank betaalt.

Wilde dieren hebben ook gevoelens en emoties. Ze kunnen lijden, rouwen en vreugde ervaren. Ze leven net als wij mensen in familieverbanden en sociale structuren, die hobbyjagers meestal voor de lol terroriseren en schenden.

Maar liefst 6 maanden per jachtseizoen wordt er in Graubünden op de vossen gejaagd – bij de das zijn het 4 1/2 maanden. Bij die stress hoeft men zich niet af te vragen waarom deze dieren ziek worden. In heel Europa ligt het epicentrum van vossenlintworm-meldingen in Zwitserland, juist in dat gebied van Zwitserland waar jachtgezinde hobbyjagers zich bij de kantonnale autoriteiten hebben genesteld. Deze tegenstrijdige verstoringen en lawaai-emissies die bij de nachtjacht van de hobbyjagers in het leefgebied worden veroorzaakt, verstoren altijd ook de gehele wilde diersoorten-populaties en bewoners.

Meester Grimbart – zoals de das in de fabel wordt genoemd – is niet vaak te observeren: het grootste dier van de marterfamilie is schuw en alleen 's nachts actief. De dag brengen dassen voornamelijk door in het dassenhol, dat meestal aan de rand van de bebouwing ligt en vaak over generaties heen verder wordt gebruikt. Ook dassen zijn voor mensen ongevaarlijk en vormen noch voor de land- en bosbouw, noch voor wilde dieren en huisdieren een gevaar. Dassen vallen geen katten aan en zijn voornamelijk 's nachts onderweg. Moeten ze zich tegen honden verdedigen, dan verliest in de regel de hond. De winter, dan wel bij lage temperaturen, brengen dassen overwegend slapend door – ze houden een winterrust.

Wetenschap versus jagerslatijn

Er bestaan sinds meer dan 30 jaar minstens 18 wildbiologische studies die bewijzen: de vossenjacht reguleert niet en deugt ook niet voor het bestrijden van ziekten. Integendeel!

Wetenschappelijke onderzoeken (5) hebben namelijk aangetoond dat zelfs bij het afschieten van driekwart van een populatie er het volgende jaar weer hetzelfde aantal vossen aanwezig is. Hoe intensiever ze bejaagd worden, des te meer nakomelingen er zijn – een op welke manier dan ook geaarde “regulering” van deze populaties is noch nodig, noch is ze met jachtmiddelen überhaupt mogelijk.

Vossenpopulaties worden via een complex sociaal systeem gereguleerd. Vossen leven in familieverbanden waarin alleen de hoogst geplaatste vossin nakomelingen krijgt (zoals bij de wilde zwijnen de leidende zeug). Geboortebeperking in plaats van massale ellende, becommentarieerde bioloog Erik Zimen dit fenomeen. Grijpt de mens echter met val en geweer in de vossenpopulatie in, dan worden deze familiegemeenschappen (3) vernietigd. Als gevolg daarvan zijn nagenoeg alle vossinnen paringsbereid, bovendien stijgt het aantal welpen per worp sterk.

«Ook zonder jacht zijn er niet plotseling te veel vossen, hazen of vogels. De ervaring leert dat je de natuur aan zichzelf kunt overlaten. Puur pragmatisch gezien is de jacht op klein wild niet noodzakelijk.»

Heinrich Haller, ex-directeur van het Nationaal Park Graubünden en wildbioloog

Onderzoeken in verschillende landen en op verschillende tijdstippen hebben bovendien de invloed van de rode vos niet alleen op de reepopulatie aangetoond: voor het Berner Mittelland wordt geschat dat een vos in de maanden mei tot juli gemiddeld elf reekalveren kan buitmaken. Daarmee wordt ook de vraatschade aan het wild verminderd (1).

Veel praktijkvoorbeelden zoals nationale parken, Luxemburg (10) of bijvoorbeeld het kanton Genève hebben aangetoond dat er geen enkel steekhoudend argument is voor deze slachtingen. Vrijkomende leefruimte wordt onmiddellijk weer door deze dieren ingenomen. Wetenschappelijk goed onderbouwd is dat de vossenstand zich grotendeels onafhankelijk van pogingen tot jachtmatige beïnvloeding ontwikkelt, omdat de bejaging integendeel de voortplantingscijfers juist omhoog doet schieten.

In Zwitserland schieten hobbyjagers echter elk jaar zo'n 20.000 gezonde vossen dood voor de vuilnisbak resp. de verbranding (2). Precies het aantal waarmee de risicogroep hobbyjagers later hun sektarische jagerslatijn als onmisbare regulatoren kunnen verspreiden. De zinloze kadaverberg op kosten van de belastingbetaler moet worden beëindigd. De hobbyjagers veroorzaken meer problemen dan ze naar verluidt oplossen. Dit tegenstrijdige gedrag helpt ook de bossen niets.

Telkens weer komt het bij deze jachten ook tot fatale verwisselingen en schieten hobbyjagers beschermde diersoorten zoals goudjakhalzen of wolven dood (8).

Publicatie van 25-10-2019 in het mededelingenblad van Laax / GR

VOSSEN- EN DASSENPREMIES

Volgens besluit van het gemeentebestuur van Laax wordt een premie van fr. 40,– betaald voor elke vos en elke das die tijdens de volgende klein-wildjacht door de plaatselijke jagers op het grondgebied van de gemeente Laax wordt geschoten.

Om dit tegoed te kunnen claimen, moeten de vossen en dassen voortaan door de heer Peter Truog, mobiel 076 307 71 11, worden beoordeeld. Neem rechtstreeks contact met hem op.

De premies worden vanaf 9 maart 2020 door de gemeentekanselarij van Laax uitbetaald op basis van de door de heer Peter Truog gemelde controles.

Laax, 25-10-2019

Kan de bewuste belastingbetaalster en de verantwoordelijke belastingbetaler het nog met zijn geweten verenigen om dergelijke vakantiebestemmingen in Zwitserland te steunen, die zich geen zier bekommeren om ethiek, wetenschap of dierenwelzijn?

Stop met de dierenmishandeling en verspilling van belastinggeld in het kanton Graubünden.

De vossenjacht is ecologisch, economisch en epidemiologisch zinloos – ja zelfs contraproductief! – en moet daarom in het belang van mens, natuur en dierenwereld, alsook vanuit het oogpunt van ethiek, moraal en dierenwelzijn verboden worden. Met blind activisme en geweld is niemand geholpen.

Voedselopname van wilde dieren in de gemeenschappelijke leefomgeving is geen schade, maar een natuurlijk proces voor het overleven van deze wezens. Hier zijn tolerantie en eerlijkheid gevraagd. Wij mensen bebouwen en vernietigen de leefomgeving van wilde dieren op alle niveaus vele malen meer. Wilde dieren hebben net zo goed een bestaansrecht als mensen. Deze respectloze dodingsacties en kopgeldpremies staan in geen verhouding tot een gezond en hartvormend rechtvaardigheidsgevoel. Tegen hagel en vogelvraat beschermt men zich bijvoorbeeld ook met netten of verjaging.

Wij eisen met deze rechtstreekse indiening van de petitie aan de besluitvormers het doden van deze prachtige schepsels zo snel mogelijk te verbieden en in het ambtelijk publicatieblad te publiceren.

  • Gemeentebestuur Laax
  • Adrian Arquint, Bureau voor Jacht en Visserij

Besluitvormers in Graubünden telefonisch de mening kenbaar maken:

  • Peter Truog, hobbyjager, +41 76 307 71 11
  • Franz Gschwend, burgemeester, +41 79 432 32 06
  • Christian Capaul, gemeentebestuurder, +41 79 658 96 41
  • Beat Camathias, gemeentebestuurder, +41 79 337 84 76
  • Marita Buchli, gemeentebestuurder, +41 79 324 94 55
  • Ralf Seelig, vicevoorzitter, +41 79 401 44 73
  • Rest Giacun Coray, gemeentesecretaris, +41 81 921 51 51
  • Adrian Arquint, Bureau Jacht en Visserij, +41 81 257 38 91

Aanvullend daarop eisen wij:

  • De erkenning van wetenschappelijke studies en deskundigenmeningen (niet uit het milieu van hobbyjagers), die de noodzaak van de bejaging in twijfel trekken respectievelijk weerleggen.
  • Geen verspreiding van sektarische respectievelijk weerlegde jagersleugens, zoals de vermeende noodzaak van de regulering van vossenpopulaties, alsook de paniekzaaierij over hondsdolheid, vossenlintworm en schurft, of dat de vos schuldig zou zijn aan de achteruitgang van het kleinwild enzovoort.
  • Het doden van dieren in het kader van een vrijetijdsbesteding hoort niet thuis in de 21e eeuw en zou ook strafrechtelijk vervolgd moeten worden.

Toelichting:

In Graubünden werden in het jachtseizoen 2017 3’412 vossen gedood door militante hobbyjagers, zonder wetenschappelijke basis of wildbiologische deskundigheid. In 1984 waren het er nog maar 950. In aantal vormen zij de grootste groep van vermoorde predatoren. Bij de das gaat het om 47 exemplaren in 1984 en nu 247.

De vermeende bedreiging van weidevogels, oftewel de grondbroeders, kan naar het rijk der jagersfabels worden verwezen, want er zijn onderzoeken die de invloed op de vogelpopulaties als onbeduidend kwalificeren (3). Dat is des te begrijpelijker als men zich het hoofdvoedsel van de vossen voor ogen houdt: muizen en regenwormen. Vossen zijn uitgesproken nuttig voor de landbouw. En dat vossen uitgesproken nuttig zijn voor de bosbouw en de mens door het ijverig verdelgen van muizen (die als belangrijkste overbrengers gelden voor bijvoorbeeld de ziekte van Lyme) ook tegen ziekten beschermen, is daarentegen slechts bij weinig mensen bekend.

De schijnargumenten van de vermeende bestrijding van hondsdolheid, de vossenlintworm of schurft door de meedogenloze bejaging zijn wetenschappelijk weerlegd. Schurft komt veel zeldzamer voor dan vermoed en vossen met een goede conditie kunnen schurft genezen. Deze vossenpopulaties zijn dan resistent tegen herinfecties. Bovendien vormt schurft bij vossen geen gevaar voor mensen of huisdieren.

Vossenlintworm

Minder vossen, minder vossenlintworm, dus ook minder infectierisico voor de mens. Op het eerste gezicht een plausibele conclusie, maar bij een nauwkeurige analyse toch slechts jagerslatijn, zoals meerdere internationale studies (6) aantonen.

In heel Europa ligt het epicentrum van vossenlintworm-meldingen in Zwitserland, juist in dat gebied van Zwitserland waar jacht-affine hobbyjagers zich bij de kantonale autoriteiten hebben genesteld. Deze zinloze verstoringen en geluidsemissies tijdens de jacht van de hobbyjagers in de leefomgeving verstoren ook altijd de gehele wilddierpopulaties en bewoners.

Er zijn veel meer zoönosen bij huisdieren en landbouwhuisdieren. In de regel besmetten alleen hobbyjagers zich met een zoönose zoals de vossenlintworm. In Zwitserland raken jaarlijks zo'n 20 – 30 personen besmet met deze leverziekte (Echinococcus multilocularis). Dat is niet meer dan vroeger, toen er minder vossen in de steden voorkwamen. Het immuunsysteem van de meeste mensen is sterk genoeg om een infectie af te weren. In de regel ontwikkelen de larven van de vossenlintworm zich in de lever van muizen en enkele ratten. Eet een vos de besmette muis, dan ontwikkelt zich in zijn darm opnieuw een lintworm. Ook katten en honden die muizen eten, kunnen zo de parasiet verspreiden, maar worden zelf niet ziek. Enigszins geruststellend is het feit dat de ziektefrequentie in Zwitserland zeer laag is, dat een directe overdracht van vos naar honden niet mogelijk is en dat gecastreerde dieren geen vossenlintworm krijgen.

Stadsvossen hebben in de regel een besmettingsgraad onder de 20 %, omdat hun voedsel hoofdzakelijk uit voedselresten bestaat. Veldvossen daarentegen hebben een hogere besmettingsgraad, omdat ze zich rijkelijk met veldmuizen voeden.

Het infectierisico is voor gewone bosbezoekers minimaal. In tegenstelling tot de vele geruchten is van geen enkele vossenlintwormpatiënt bekend dat hij of zij zich via bosbessen zou hebben besmet. Bessen die hoog aan de struik hangen, vallen als infectieweg af. Het is moeilijk voor te stellen hoe bijvoorbeeld vossenuitwerpselen op hoog hangende bessen terecht zouden moeten komen.

“Wij hebben waargenomen dat vossenmoeders daar waar de dieren bejaagd worden, meer jongen ter wereld brengen. Met een afschot kun je weliswaar plaatselijk verlichting brengen, maar binnen korte tijd worden de vrijgekomen territoria weer ingenomen. De natuur reguleert dat zelf.”

 Wildhoeder Fabian Kern

Afschot van vossen kan zelfs tot gevolg hebben dat het vrijgekomen leefgebied opnieuw wordt bewoond door vossen met een veel groter aandeel dragers van de vossenlintworm.

Vossenschurft

Niet elke ruig uitziende vos heeft schurft, en honden lopen ook geen groot besmettingsgevaar. De parasiterende schurftmijt kan zeker honden of mensen besmetten – maar deze besmetting is zowel hier als daar zeer goed behandelbaar. Het lokaal schijnbaar toegenomen voorkomen van genoemde mijten is niet het gevolg van een te hoge populatiedichtheid bij vossen. Daarom zal intensievere bejaging ook niet de verspreiding van schurft voorkomen. Wetenschappelijk bewezen is veeleer dat juist bij de vos de bejaging om wildziekten in te dammen contraproductief is. Ook in het algemeen blijkt dat in intensief bejaagde gebieden de vossenpopulatie niet daalt, maar door toename van de voortplanting en immigratie van dieren zelfs stijgt.

Als belangrijkste oorzaken voor de verspreiding van vossenschurft geldt de intensieve bejaging. Door de jacht ontstaat een kunstmatig verjongde en toenemende populatie met een zwak immuunsysteem, met als gevolg in de herfst een toename van migrerende jonge vossen, die de door hen meegedragen ziekteverwekkers verspreiden.

„Helaas kunnen wij geen gezondheidsgegevens over de geschoten vossen leveren, aangezien dit in de afschotcontrole niet wordt vermeld. Dit geldt zowel voor de jacht als voor de speciale afschoten, die van 15 juni tot 31 augustus worden geschoten. Bij het gevallen wild zit ook schurft, maar wij kunnen het aantal niet uit de 23% halen vanwege leeftijd, ziekte of zwakte. In principe kunnen wij aannemen dat in de afgelopen 20 jaar tussen de 5 en 10% van de vossen met schurft besmet was. Hondenziekte komt zeer zelden voor.“

Rolf Schneeberger, LANAT Amt für Landwirtschaft und Natur

Ook in het verleden laaiden schurft en hondenziekte lokaal telkens weer op en doofden dan vanzelf weer uit. Vooral daar waar de schurft bijzonder sterk om zich heen heeft gegrepen, lijken de vossen een toenemende resistentie tegen herinfecties te ontwikkelen. Aangezien de jacht het eigenlijk aanwezige overlevingsvoordeel voor schurftresistente vossen echter tenietdoet (een hobbyjager ziet aan een vos immers niet zijn schurftresistentie af), zal het doden van vossen ook in dit opzicht contraproductief zijn. Overigens heeft men bij hondenziekte vastgesteld dat wilde dieren reeds antistoffen hebben aangemaakt en het gevaar daarmee marginaal is.

Vossen beschermen ons

Een nieuwe studie (7) wijst erop dat het uitsterven van muizenjagende predatoren, in het bijzonder de vos, de oorzaak is van het stijgende aantal door teken overgedragen ziekten bij de mens.

Vossen hebben bovendien een positieve invloed bij het beschermen van mensen en dieren tegen het hantavirus, botulisme of bijvoorbeeld leptospirose (11).

“Als er niet zo veel vossen werden gedood, zouden de boeren ook niet zo veel gif op de velden hoeven te strooien tegen de muizenplagen – wat op zijn beurt het hele ecosysteem belast.”

IG Wild beim Wild

Boswachters moeten met chemicaliën, mechanica en vallen muizen bestrijden die kiemplanten en bomen beschadigen, terwijl hobbyjagers vossen bejagen die de muizen eigenlijk onder controle zouden houden. Miljoenen franken aan schade en extra werk voor de bosbouw als gevolg van de jacht zijn het gevolg. Landbouwers en fruittelers moeten muizenjagers inhuren omdat de vos en andere predatoren ontbreken.

Barbaarse folklore of normale jachtmethode?

In het kader van de vossenjacht worden praktijken (9) toegepast die de dierenwelzijnswet eigenlijk verbiedt. Bijzonder wreed gaat het toe bij de holjacht en de africhting van holhonden op levende vossen.

Op zijn minst onder de Zwitserse bevolking geniet de holjacht nauwelijks acceptatie; dat blijkt uit een representatieve enquête in september 2017 onder 1015 personen, die het marktonderzoeksbureau Demoscope in opdracht van de Schweizer Tierschutz (STS) heeft uitgevoerd. 64 procent steunt een verbod, slechts 21 procent wil de holjacht behouden. De afwijzing is onder vrouwen en de 15- tot 34-jarigen iets sterker uitgesproken. Een Röstigraben bestaat niet.

De vos is een zeer aanschouwelijk (en triest) voorbeeld van hoe de hobbyjager met zijn onwetendheid en de dwangmatige behoefte aan controle over de natuur zelf problemen creëert en natuurlijke regulerende mechanismen verergert. Wie zich onbevooroordeeld met vossen bezighoudt, herkent al snel dat het fascinerende dieren met indrukwekkende vaardigheden zijn. Ze zijn zeer zorgzame ouders en beschikken over buitengewone vaardigheden, zoals het betrekken van het aardmagnetisch veld bij het zoeken naar voedsel. Bovendien zijn ze als muizenjagers zowel voor de land- als de bosbouw zeer belangrijk en hebben ze een wezenlijk aandeel in het indammen van “door knaagdieren overgedragen pathogenen”, zoals hantavirussen of borrelia. Om deze redenen zouden we de vos moeten zien als wat hij is – namelijk als een belangrijk onderdeel van het ecosysteem en een verrijking van de inheemse fauna.

Eigenlijk zou de hele kleinwildjacht verboden moeten worden. Wie zinloos doodt, beschermt niet en de beschaafde samenleving heeft er niets aan. Hobbyjagers zorgen dus ook niet voor gezonde of natuurlijke wildbestanden.

Met name bij de hobbyjagers is het uiterst elementair dat men heel nauwkeurig kijkt. Nergens wordt zo veel met onwaarheden, jagerslatijn en nepnieuws gemanipuleerd. Geweld en leugens horen bij dezelfde medaille!

Bronnen:

Verdere artikelen

  • Fred Kurt: De ree in het cultuurlandschap. Ecologie, sociaal gedrag, jacht en beheer. Kosmos Verlag, Stuttgart 2002, p. 83.
  • Federale jachtstatistiek Link
  • Toelichtingen en bronvermeldingen Link
  • Wetenschappelijke literatuur: Studies rode vos
  • Jagers verspreiden ziekten: Studie
  • Jacht bevordert ziekten: Studie
  • Hobbyjagers in de criminaliteit: De lijst
  • Verbod op de zinloze vossenjacht is achterstallig: Artikel
  • Luxemburg verlengt vossenjachtverbod: Artikel
  • Kleinwildjacht en wildziekten: Artikel
  • Verjagen van wilde dieren: Artikel

Interessengemeinschaft Wild beim Wild

De IG Wild beim Wild is een algemeen nut beogende belangengemeenschap die zich inzet voor de duurzame en geweldloze verbetering van de mens-dierrelatie, waarbij de IG zich ook heeft gespecialiseerd in de juridische aspecten van de wildbescherming. Een van onze hoofddoelen is om in het cultuurlandschap een eigentijds en serieus wildbeheer naar het voorbeeld van het kanton Genève in te voeren – zonder hobbyjagers maar met integere boswachters die de naam ook verdienen en handelen volgens een erecode. Het geweldsmonopolie hoort in de handen van de staat. De IG ondersteunt wetenschappelijke methoden van immunocontraceptie voor wilde dieren.