Fribourg: hobbyjagers willen op de steenbok jagen
Terwijl het kanton de steenbok wegens zwakke bestanden niet voor de jacht vrijgeeft, eist de hobbyjachtlobby nieuwe afschotten, kunstlicht als schiethulp en bijvoedering. Milieuorganisaties en een voorstel van de SP houden tegen.
«De zoutsteen»
De Fribourgse jagersvereniging en haar koepelorganisatie hebben het kanton een lijst met eisen voorgelegd die gericht is op een verregaande uitbreiding van de hobbyjacht.
Centraal staat uitgerekend de steenbok: beide Fribourgse kolonies zijn zo zwak dat het kanton de soort niet voor de jacht vrijgeeft. Natuurbeschermingsorganisaties en een parlementair voorstel houden tegen.
Een lijst van uitbreidingen
De Fribourgse hobbyjagers en de Fribourgse jachtvereniging hebben het kanton een reeks eisen voorgelegd die gericht zijn op een verregaande uitbreiding van de hobbyjacht. De krant «La Liberté» maakte het voorstel openbaar en kopte onomwonden dat de Fribourgers de steenbok wilden doden. Wat op het eerste gezicht als technische details aandoet, vormt in zijn geheel het patroon van een politiek offensief van de hobbyjachtlobby: meer bejaagbare soorten, meer technische hulpmiddelen en meer lokaas. De steenbok is daarbij de meest symbolische, maar zeker niet de enige eis.
Want tegelijkertijd gaat het om kunstlicht als schiethulp bij wilde zwijnen en om een uitbreiding van het bijvoederen, dus het gericht lokken met voer. Drie eisen, één gemeenschappelijke noemer: de jachtdruk moet toenemen, de hobbyjacht moet technischer worden om het eigen onvermogen te compenseren.
De steenbok: beschermd, maar niet bejaagd
Hier loont een precieze nuancering. De steenbok is in Zwitserland een bijzondere soort. Na zijn uitroeiing aan het begin van de negentiende eeuw werd hij vanaf 1911 met dieren uit het Italiaanse nationaal park Gran Paradiso opnieuw uitgezet. In het kanton Fribourg bestaan al decennialang twee kolonies: die bij de Vanil Noir met het aangrenzende Bimis en die bij de Dent de Lys.
Juridisch is de steenbok beschermd, maar kan hij onder bepaalde voorwaarden bejaagd worden. Doorslaggevend is wat het kanton daarmee doet: vanwege de te zwakke bestanden van beide kolonies geeft de dienst voor Bos en Natuur de steenbok momenteel niet vrij voor de jacht. De eis van de hobbyjagers richt zich dus niet op reeds lopende afschotten, maar op een politieke opening daar waar het kanton om goede redenen de rem heeft ingetrapt.
Hoe gegrond deze redenen zijn, blijkt uit de recente geschiedenis van de bestanden. Bij de Vanil Noir telde men enkele jaren geleden nog ruim 300 dieren, in 2014 waren het er nog rond de 200, en de telling van 2016 leverde een historisch dieptepunt op van slechts 111 steenbokken. Alleen al tussen 2015 en 2016 verdwenen 55 dieren, zonder dat de oorzaken volledig zijn opgehelderd. Een populatie die zo dramatisch is ingestort, kan geen extra jachtdruk verdragen.
Dat uitgerekend de steenbok in het vizier komt, heeft een bittere ironie: het dier is het wapendier van Pro Natura, de oudste natuurbeschermingsorganisatie van Zwitserland. Hoe problematisch de jacht op deze soort is, blijkt al jarenlang in het buurkanton, waar de omstreden steenbokjacht in Wallis regelmatig voor controverse zorgt. Vooral de selectieve hobbyjacht op oude bokken met bijzonder grote hoorns staat al jaren onder kritiek, omdat zij de leeftijds- en sociale structuur van steenbokpopulaties kan veranderen en ongewenste selectiedruk kan veroorzaken. Tot de biologische en fokkerijgerelateerde achtergrond van de soort behoort ook een minder bekend hoofdstuk, dat wij belichten in het artikel over de steenbok-geiten-hybriden.
Licht en bijvoeren: de jachtlobby heeft al succes geboekt
Terwijl de steenbok nog een eis is, heeft de hobbyjachtlobby bij het wilde zwijn al een politiek deelsucces behaald. De staatsraad heeft toegezegd de jachtverordening aan te passen en het gebruik van een kunstmatige lichtbron als hulpmiddel bij het schieten onder bepaalde voorwaarden mogelijk te maken: op hoogzitten in de internationale water- en trekvogelreservaten alsmede in kantonnale reservaten aan de zuidelijke oever van het Meer van Neuchâtel, tot 21 uur, voor de jacht op wilde zwijnen. Bij deze gelegenheid moet ook het bijvoeren, dat wil zeggen het lokken met voer, in dezelfde gebieden beperkt worden uitgebreid, om de dieren gericht aan te lokken. De versoepeling werd in gang gezet door een motie uit de kringen van de SVP en het Centrum, die met gewasschade en het risico op Afrikaanse varkenspest werd onderbouwd.
Zolang de wijziging van de verordening niet in werking is getreden, blijft dit een politieke toezegging. Opmerkelijk is echter nu al het toneel: het zijn juist vogelreservaten waarin nu met kunstlicht geschoten en met voer gelokt zou moeten worden.
Pro Natura: «Hoe ver gaat dit nog?»
De natuurbeschermingszijde ziet in deze ontwikkeling geen detail, maar een richting. Morgane Bättig, projectleider bij Pro Natura, volgt de versoepelingen met zorg en brengt de kernvraag treffend onder woorden: hoe ver gaat men eigenlijk nog? Zij vreest dat de hobbyjacht steeds technischer wordt, en dit ten koste van de ecologie gaat. De toenemende technische opwaardering van de hobbyjacht kan wilde dieren verstoren, de veiligheid van andere gebruikers van het landschap in gevaar brengen en ernstige vragen over respect en ethiek oproepen.
Wat de hobbyjagers als «verbetering» verkopen, is vanuit dit perspectief het tegenovergestelde: een opwaardering die de krachtsverhouding tussen mens en wild dier verder verschuift ten gunste van het wapen.
Het politieke antwoord: een voorstel tegen de jacht op bedreigde soorten
Op het offensief van de hobbyjagersschap volgt de tegenzet in het kantonsparlement. Grootraadslid Grégoire Kubski (SP, Fribourg) heeft samen met Pierre Vial (SP, Progens) een motie ingediend die in het kanton Freiburg een verbod eist op de hobbyjacht op beschermde soorten, alsook op die soorten die op de Rode Lijst van het Bundesamt für Umwelt als kwetsbaar, bedreigd of ernstig bedreigd staan vermeld. Kubski onderbouwt het voorstel volgens «La Liberté» met de groeiende druk van de jachtlobby, die hij als slagkrachtig omschrijft. Het is tijd om te laten zien dat er grenzen zijn.
Het voorstel raakt een reële tegenstrijdigheid in het systeem. In Zwitserland mogen nog altijd soorten bejaagd worden waarvan het voortbestaan bedreigd is, zonder dat daarvoor een dwingende reden zoals gewasschade bestaat. Deze spanning tussen jachtpraktijk, jachtwet en Rode Lijst hebben wij uitvoerig gedocumenteerd in het overzicht over de bejaagde wilde diersoorten in Zwitserland. Dat Freiburg hierbij geen onbeschreven blad is, blijkt uit de zaak van de houtsnip: het kanton houdt vast aan de jacht op de bécasse, hoewel de soort op de Rode Lijst staat, terwijl deze in talrijke Duits-Zwitserse kantons allang verboden is.
Patentkanton zonder lopende zorgplicht
Een argument waarmee de hobbyjacht haar bijzondere rechten graag rechtvaardigt, luidt: wie jaagt, verzorgt en reguleert ook. In het geval van Freiburg houdt dit argument weinig steek. Freiburg is een patentkanton. De hobbyjacht is georganiseerd als patentjacht: particulieren lossen een kantonaal patent en een jaarlijkse jachtvergunning en jagen op het gehele kantonsgebied, zonder vaste revierverantwoordelijkheid zoals in de revierkantons.
Daarmee ontbreekt de continue binding aan een gebied en het onderhoud daarvan. Een publiek aangetoonde, jaarlijks terugkerende verzorgingsplicht voor patenthouders is in Freiburg niet herkenbaar. Ter vergelijking: in het kanton Jura gaat het om zo'n acht uur per jaar, in Graubünden ongeveer vijf. In Freiburg daarentegen is het enige duidelijk gedocumenteerde natuurwerk een eenmalige eis tijdens de opleiding: wie het jagersexamen nastreeft, moet gedurende de ongeveer 18 maanden durende voorbereiding minstens 50 uur voor de natuur presteren. Na deze eenmalige natuurprestatie zou het kanton transparant moeten aangeven welke bindende onderhoudsverplichtingen jachtpatenthouders in de lopende jachtpraktijk daadwerkelijk verschuldigd zijn.
De patenthouders nemen hoe dan ook geen vaste ecologische verantwoordelijkheid op zich voor een revier, maar handelen binnen het kader van kantonale afschotplannen, die primair afgestemd zijn op de belangen van bosbouw en landbouw. Dat relativeert het zelfbeeld van de verzorgende jager aanzienlijk en roept de vraag op met welke legitimatie de hobbyjacht nu extra rechten op beschermde soorten opeist.
Een belaste verhouding
Het actuele conflict valt in een periode waarin de verhouding tussen de Freiburgse hobbyjagers en de kantonale wildhoede sowieso gespannen is. Aanleiding was de vrijspraak van een ervaren hobbyjager die een door een predator verwond ree had afgemaakt, zonder de bevoegde wildhoedster vooraf te informeren. Een kaderlid van het kantonale ambt stelde deze vrijspraak schriftelijk ter discussie, waarop de rechtbankvoorzitster een schending van de scheiding der machten aan de kaak stelde en de bevoegde staatsraad moest ingrijpen.
In dit verband viel een opmerkelijke uitspraak. De betrokken wildhoedster stelde in het voorjaar van 2026 in een brief aan de rechtbankvoorzitster dat de vrijgesproken hobbyjager, zoals elke hobbyjager en zoals de statistieken aantonen, elk jaar gezonde dieren verwondt in het kader van de hobbyjacht, zonder dat hem dat bijzonder leek te storen. Een bekentenis uit de kringen van de wildhoede zelf, die de keerzijde van de hobbyjacht blootlegt. «La Liberté» kon de brief inzien.
De kantonale controlebalans van het seizoen 2025/26 vermeldt 31 ordeboetes, 13 aangifterapporten en twee patentintrekkingen. Diezelfde balans toont bij het wilde zwijn 162 afschoten door patentjagers alsook 117 subsidiaire afschoten door de wildhoede. Voor een duiding van verenigingen, lobbydruk en politieke beïnvloeding in het jachtwezen loont een blik in de grote hobbyjagersradar.
Niet het geïsoleerde geval, maar de richting
Al in 2020 vormde zich in Freiburg een breed comité tegen de toenmalige aanscherping van de federale jachtwet, gedragen door SP, Groenen, GroenLiberalen en CVP en gesteund door Pro Natura, WWF, de Cercle ornithologique, de dierenbescherming en BirdLife. Het verzet tegen een uitbreiding van de hobbyjacht naar beschermde soorten heeft in het kanton dus een traditie.
Precies dat staat nu ook op het spel: een kleine steenbokpopulatie, die het kanton vanwege de zwakke stand niet vrijgeeft voor de jacht, staat tegenover een eis voor het openstellen van de jacht. Samen met de plannen voor kunstlicht als schiethulpmiddel en voor meer bijvoedering tekent zich een politieke richting af: meer jachtdruk, meer technische middelen en minder aandacht voor de bescherming van wilde dieren. Of het voorstel van Grégoire Kubski en Pierre Vial deze ontwikkeling kan afremmen, wordt beslist in het Freiburgse kantonparlement.
Ondersteun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Nu doneren →