6 september 2026, 19:06

Zoeken

Psychologie & jacht

Jacht in verval, jachtaktes op recordhoogte: het Duitse uitzonderingsgeval in de factcheck

Italië, Spanje, Portugal en de VS noteren een langdurige daling van de jachtdeelname. Duitsland wijst tegelijkertijd een record aan jachtaktes aan. Een feitencheck laat zien: jachtakte- en licentiecijfers zijn niet hetzelfde als daadwerkelijke jachtuitoefening.

Redactie Wild beim Wild — 6 september 2026
Audio bij het artikel

«De kroon in het veen»

0:00 -0:00
Alle liedjes

Italië, Spanje, Portugal en de VS wijzen al jaren een dalende jachtdeelname of een sterk krimpende opvolging aan.

Volgens een analyse van de Lega Abolizione Caccia daalde het aantal voor het jachtseizoen geldige Italiaanse jachtvergunningen ten opzichte van het voorgaande jaar met 2,7 procent. Dit kengetal registreert verleende respectievelijk vernieuwde jachtbevoegdheden; het staat daarmee dichter bij de werkelijke jachtdeelname dan een levenslang geldige wapen- of examenbevoegdheid, maar bewijst niet noodzakelijk iedere afzonderlijke jachtdag. Meer daarover in de bijdrage Italië: minder dan 430’000 actieve hobbyjagers. Duitsland meldt daarentegen zoveel houders van jachtaktes als nooit tevoren. Een tegenstrijdigheid is dat niet noodzakelijk: jachtakte-, licentie- en examencijfers meten niet automatisch hoeveel mensen daadwerkelijk regelmatig op hobbyjacht gaan.

Drie vragen dringen zich op: is de daling onderdeel van een groter maatschappelijk patroon? Waarom hangt de hobbyjacht zo sterk af van familiale overdracht? En wat toont het Duitse record werkelijk?

Een branchebreed opvolgingsprobleem

De daling van de hobbyjacht staat niet op zichzelf. In de Zwitserse vleesvakbranche bleef volgens SRF de afgelopen jaren ongeveer om de andere leerplek onbezet. Eind maart 2025 stonden nog 195 leerplekken met opleidingsstart in augustus open. Daaruit volgt niet automatisch dezelfde oorzaak als bij de hobbyjacht. De parallel legt echter minstens de vraag bloot of activiteiten die verbonden zijn met het doden, verwerken en vermarkten van dieren, bij een deel van de jonge mensen aan maatschappelijke acceptatie inboeten.

Familietraditie als voornaamste instap

Een in 2011 gepubliceerde Oostenrijkse enquête onder ongeveer 500 actieve hobbyjagers (gedocumenteerd onder de titel «Zukunftsjäger 2030» op jagdfibel.de) wijst erop dat de jacht voor velen vooral via de familie wordt doorgegeven: 58 procent noemde een jachttraditie in de familie, netwerkredenen en interesse in wapens werden aanzienlijk minder vaak genoemd. De enquête is geen bewijs voor alle landen, maar verwijst wel op een structurele afhankelijkheid van de hobbyjacht van sociale en familiale overdracht. Anders dan bij een open beroepsopleiding met een leerplekkenmarkt is er nauwelijks een tweede kanaal dat een wegvallende familiale overdracht zou kunnen vervangen.

De jaarpresentatie 2022 van het Amt für Jagd und Fischerei Graubünden wijst de geboortesterke jaargangen 1956 tot 1968 aan als de sterkst vertegenwoordigde jaargangen binnen de Bündner jagersgemeenschap. Dat komt overeen met de bevinding van een in 2025 in het vaktijdschrift «People and Nature» gepubliceerde studie over de jagersgemeenschap in Spanje en Portugal (Gaspar et al.), die voor de onderzochte regio's een daling van 26 procent in 15 jaar en van 45 procent in 50 jaar documenteert. De rekrutering van jonge hobbyjagers daalde over vijf decennia met 89 procent, de deelname van de jongste leeftijdsgroep viel van 1,70 naar 0,22 procent. De onderzoekers spreken van een demografische ineenstorting van de jacht in de onderzochte regio.

Een bewustzijnsverandering bij jongeren?

Parallel daaraan verandert de voeding van jonge mensen meetbaar. Het Swissveg-rapport 2024, gebaseerd op een representatieve enquête (DemoScope/MACH Consumer), toont dat 8,4 procent van de 14- tot 34-jarigen in Zwitserland zich als vegetarisch bestempelt, tegenover 2,1 procent bij de 55-plussers. In totaal werden in 2024 ongeveer 308’000 vegetarisch en 50’000 veganistisch levende personen geteld, samen 5,3 procent van de bevolking, zoveel als nooit tevoren. Of daaruit rechtstreeks kan worden afgeleid dat jonge mensen daarom minder vaak instappen in een familiale jachttraditie, is een plausibele, maar door de voedingsgegevens alleen niet bewezen hypothese.

Spanje, Portugal en de VS in detail

Ook in de VS krimpt de jachtdeelname gemeten aan het bevolkingsaandeel op de lange termijn, waarbij twee verschillende kengetallen hetzelfde beeld schetsen. Bij de verkochte jachtlicenties werden in 1960 ongeveer 14 miljoen geteld, zo'n 7,7 procent van de toenmalige bevolking. Voor 2020 worden ongeveer 15,2 miljoen jachtlicenties respectievelijk 4,6 procent van de bevolking aangegeven. Het absolute aantal veranderde daarmee veel minder dan de bevolking, die in dezelfde periode sterk groeide. Het rapport «Recruitment and Retention of Hunters and Anglers» van de U.S. Fish and Wildlife Service meet daarnaast de daadwerkelijke jachtdeelname van volwassenen via enquêtes: die daalde van 8,9 procent in 1960 naar 4,5 procent in 2016, de tot nu toe laagste waarde in de reeks metingen.

Het Duitse geval: record, maar waarin?

Volgens de Duitse jachtvereniging (DJV) waren er op basis van gegevens van november 2025 in totaal 467'682 houders van een jachtakte, een stijging van 42 procent ten opzichte van 30 jaar eerder. Ook de statistiek van het Duitse ministerie van Landbouw, Voeding en Heimat vermeldt voor 2025 met ongeveer 467'680 houders van een jachtakte een vrijwel identiek cijfer. Het aandeel vrouwen onder de jonge jagers steeg volgens het DJV tussen 2011 en 2021 van 20 naar 28 procent.

Dit recordcijfer bewijst in eerste instantie dat zoveel mensen als nooit tevoren een jachtakte bezitten of hebben verkregen. Het beantwoordt echter niet de verdergaande vraag hoeveel van hen regelmatig jagen, over een jachtgebied beschikken, alleen als gast meejagen of de akte slechts in stand houden. Een openbaar toegankelijke, Duitse totaaltelling die het aantal houders van een jachtakte systematisch onderscheidt van het aantal regelmatig jagende personen, kon voor deze vergelijking niet worden gevonden. Zonder een dergelijke telling kan uit het aantal jachtaktes alleen geen direct tegenbewijs worden afgeleid tegen de afname van de jachtdeelname in andere landen.

De motieven om het jagersexamen af te leggen zijn niet noodzakelijk hetzelfde als het motief om later zelf regelmatig te gaan jagen. In een DJV-enquête noemde 62 procent van de ondervraagde jaagsters het bezighouden van hun eigen jachthond als belangrijkste motief voor het jagersexamen. Daaruit kan niet worden afgeleid hoe vaak deze vrouwen jagen, maar de enquête toont wel aan dat het jagersexamen en het daadwerkelijk uitoefenen van de jacht niet in alle gevallen samenvallende categorieën zijn. Een waarneming uit de persoonlijke omgeving bevestigt deze indruk anekdotisch: een jaagster vertelde dat zij de opleiding had gevolgd om meer over de natuur te leren, maar dat zij zelf niet op jacht zou gaan.

Conclusie

De beschikbare gegevens tonen geen eenduidig beeld, maar wel een duidelijk patroon: in Italië, Spanje, Portugal en de VS nemen de jachtdeelname of de instroom van nieuwe jagers op de lange termijn af. In Spanje en Portugal is de vergrijzing bijzonder duidelijk gedocumenteerd. Duitsland kent tegelijkertijd een record aan houders van een jachtakte.

Dit record is echter geen direct bewijs voor een groeiende actieve jagersgemeenschap. Het toont hoeveel mensen een jachtakte bezitten of verkrijgen, maar niet hoe vaak zij daadwerkelijk jagen. Zolang Duitsland geen vergelijkbare telling over de regelmatige uitoefening van de jacht publiceert, blijft onduidelijk of de stijging van het aantal jachtaktes een werkelijke toename van actieve jagers weerspiegelt, of ook personen omvat die hun akte slechts af en toe gebruiken, uit opleidings-, hond- of natuurbelangstelling.

Ook voor Zwitserland geldt daarom: wie de toekomst van de hobby hunting wil beoordelen, zou onderscheid moeten maken tussen examen, jachtakte, jachtbevoegdheid en daadwerkelijke jachtuitoefening. Meer over de maatschappelijke duiding van hobbyjagen is te vinden in het artikel De hobby-hunter in de 21e eeuw alsook in het dossier over studies naar de effecten van de jacht. De onderliggende Italiaanse cijfers zijn in detail uitgewerkt in het artikel Italië: minder dan 430’000 actieve hobbyjagers.

Meer over hobbyjacht: In het dossier Psychologie van hobbyjagen duiden wij onderzoek, motieven en maatschappelijke gevolgen.

Alle bijdragen worden geschreven door IG Wild beim Wild en door externe co-auteurs. Onderzoek, structurering en redactionele processen kunnen daarbij worden ondersteund door AI-gestuurde hulpmiddelen.

Ondersteun ons werk

Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.

Nu doneren