Undercover in het circus: vier maanden geweld achter de piste
Voor het eerst infiltreert een onderzoeker een Europees circus en documenteert wat het publiek nooit ziet.
De dierenrechtenorganisatie LAV en de Fondation Franz Weber hebben op 15 juli 2026 het onderzoek «Il sistema circhi» gepubliceerd, dat mishandelingen in Italiaanse circusbedrijven documenteert. Il sistema circhi» gepubliceerd, dat mishandelingen in Italiaanse circusbedrijven documenteert.
De opnames zijn afkomstig van vier maanden undercoverwerk en betreffen niet slechts één bedrijf, maar 19 locaties in negen regio's.
Wat de opnames laten zien
Een onderzoeker infiltreerde een circusbedrijf en filmde vier maanden lang zowel tijdens de voorstellingen als vooral achter de schermen. Volgens beide organisaties gaat het om het eerste geval waarin iemand een circus in Europa op deze manier van binnenuit heeft gedocumenteerd.
Het in januari 2026 in het Circo Medini opgenomen materiaal toont lichamelijke mishandeling van dieren, overtredingen van arbeidsrechtelijke voorschriften met werknemers zonder reguliere contracten en zonder veiligheidsnormen, evenals onhygiënische toestanden en de illegale afvoer van mest. Uit de analyse van de 19 locaties bleek bovendien urenlange of dagenlange opsluiting, alsook slaan en schoppen van dieren. De bevindingen zijn gemeld bij de bevoegde autoriteiten.
Daarmee weerlegt het onderzoek het argument van het incidentele geval, dat circusbedrijven regelmatig aanvoeren wanneer misstanden aan het licht komen. De documentatie richt zich op het systeem, niet op één exploitant.
De juridische situatie in de EU
23 van de 27 EU-lidstaten hebben het gebruik van dieren in het circus beperkt of het gebruik van wilde dieren volledig verboden. Optredens blijven echter in meerdere grote EU-landen toegestaan, omdat de wetgeving hierover nationaal en niet op EU-niveau wordt vastgesteld. LAV roept de Italiaanse autoriteiten op een verbod uit te vaardigen en zo aansluiting te vinden bij de Europese landen die deze stap al hebben gezet.
Opmerkelijk is dat Italië in 2017 al een uitfaseringsmodel had aangenomen. Op 8 november keurde het parlement wetgeving goed die de geleidelijke uitstap uit circussen en rondtrekkende tentoonstellingen met dieren voorschrijft, waarbij de concrete uitvoering aan een later ministerieel decreet werd overgelaten. Dit decreet bestaat tot op heden niet in werkzame vorm. De actuele beelden zijn daarmee ook het resultaat van een politieke blokkade.
Zwitserland als achterblijver
Zwitserland heeft geen verbod. Volgens de dierenbeschermingsverordening (SR 455.1) wordt het houden van wilde dieren in circussen en dierentuinen toegestaan wanneer verblijven, ruimtematen, verzorging door opgeleide personen en veterinaire zorg aan de voorschriften voldoen. Het BLV stelde vast dat circussen, anders dan dierentuinen, voor bijzonder veeleisende diersoorten momenteel niet onderworpen zijn aan een vergelijkbare aanvullende vergunning, en verwees naar mogelijke aanscherpingen bij een toekomstige herziening van de regelgeving.
De politieke voorstellen bleven zonder resultaat. Nationale Raadslid Isabelle Chevalley diende een motie in ter vaststelling van de in circussen toegestane diersoorten, die de Bondsraad ter afwijzing voordroeg; ze werd in maart 2017 afgeschreven omdat ze niet binnen twee jaar definitief was behandeld. De petitie «Geen wilde dieren in het circus» van ProTier, Vier Pfoten en Tier im Recht werd met 70’676 handtekeningen ingediend; het BLV zag geen noodzaak voor een verbod en verwees naar de geldende rechtssituatie.
De aantallen zijn sindsdien afgenomen: sinds 2015 werden nog slechts sporadisch roofkatten meegevoerd, in 2015 en 2016 vijf tijgers en zeven leeuwen in twee circussen, in 2017 vijf tijgers in één bedrijf, in 2019 drie leeuwen. In 2018 en 2020 vonden in Zwitserland geen roofkattennummers plaats. Als redenen noemt het BLV strengere voorschriften op het gebied van dierenbescherming, hoge kosten van het houden van wilde dieren en een kritischere houding van het publiek.
De teruggang berust daarmee op marktlogica en publieke druk, niet op een verbod. Precies dat is het zwakke punt: wat economisch is ontstaan, kan economisch terugkeren. Een wettelijk verbod zou de enige robuuste waarborg zijn.
Het begrip waardigheid als ongebruikt instrument
De dierenwelzijnswet (TSchG, SR 455) beschermt in artikel 1 uitdrukkelijk het welzijn en de waardigheid van het dier. Een schending van de waardigheid volgens artikel 3 letter a doet zich onder meer voor bij vernedering. Wie dieren louter ter vermaak van het publiek kunstjes laat uitvoeren, moet deze belasting rechtvaardigen met zwaarderwegende belangen. Vermaak is als rechtvaardigingsgrond zwak. De Zwitserse praktijk hanteert deze maatstaf tot dusver nauwelijks.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Nu doneren →