Hobbyjagers definiëren
Wanneer hobbyjagers over hun activiteiten praten, wordt het meestal vol clichés en biedt dit veel aanknopingspunten voor mensen die op de hoogte zijn van de feiten. Wie uit de biologie en het onderzoek komt, heeft zelden veel moeite om alle jagersargumenten te weerleggen.
De vrij korte bijdrage van „True Talk” vormt daarop geen uitzondering.
In dit programmaformat van de SRF spreken mensen zich uit over bekende clichés en vooroordelen. Zo beantwoordt een autist bijvoorbeeld de bevooroordeelde vraag of alle autisten sociaal onhandige genieën zijn. Eigenlijk een goed format. Het probleem is, wanneer hobbyjagers onjuiste uitspraken doen en kijkers deze, bij gebrek aan een tegengeluid, gewoon geloven.
En de jonge hobbyjager Gina reageert nu net op jagersclichés. Helaas zijn deze clichés meestal geen clichés, maar komen ze overeen met de werkelijkheid, die hobbyjagers echter gewoon niet graag horen. In debatten hebben jachttegenstanders nogal eens problemen met zelfverzekerd optredende hobbyjagers. Maar met wat oefening en de bijbehorende kennis van de feiten kan men in de discussies zeer ontspannen standhouden. Want, zoveel mag gezegd worden: de wetenschap is niet de beste vriend van de jager en er is geen wetenschappelijke grondslag voor de huidige vorm van de jacht.
Hier worden Gina's uitspraken zeer hard geanalyseerd en worden gedragingen van hobbyjagers deels gelijkgesteld aan die van seriemoordenaars/psychopaten. Dat betekent niet dat wij hobbyjagers in het algemeen, of Gina in het bijzonder, als psychopaten bestempelen. In de meeste gevallen zijn hobbyjagers gewoon gevormd in hun mening. Ze zijn vanaf zeer jonge leeftijd op bepaalde maatschappelijke normen geconditioneerd en hebben zich nooit objectief beziggehouden met de achtergronden van hun gedragingen.
Het gaat er hier niet om de mensen te beoordelen, maar Gina's uitspraken moeten heel nuchter worden bekeken – ook al zal dit velen natuurlijk emotioneel raken.
1.
Wanneer ik medelijden heb, dan maak ik fouten en kan ik me tijdens de jacht niet concentreren.
Gina Imfeld
Dat zou wel iedereen zeggen die iets negatiefs uitvoert. De voltrekker van doodvonnissen mag geen medelijden toelaten. Dat kan echter alleen als men de ander het recht op onschendbaarheid ontzegt. Men ontwaardt het andere levende wezen. Ontbreekt medelijden, dan is het gevoelde medeleven met pijn en lijden van anderen afwezig. Men vraagt zich af waarmee een dier het verdient om het dit recht te ontnemen?
Zou een hobbyjager zich uit het diepst van zijn binnenste in zijn recht zien, dan zou hij zich niet eerst tot medelijdenloosheid hoeven te dwingen. Hij dwingt zich dus tot iets dat tegen zijn natuur indruist, want medelijden is een elementaire waarde van onze samenleving en sociale orde.
Als hij zich daar niet toe dwingt, is de jager/jaagster vrij van empathie. Empathieloosheid is echter een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een van de definities van psychopaten. Dus ofwel is de hobbyjager vrij van empathie, wat een psychische stoornis is, ofwel dwingt hij zich tot medelijdenloosheid. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van zelfbedrog. Men praat zichzelf aan dat het dier toch een mooi leven had en dat het afschieten nu eenmaal moest gebeuren. Daarbij maakt men het zich echter uiterst gemakkelijk. Want enerzijds is een doding altijd een gewelddadige daad en het maakt niet uit hoe mooi het leven daarvoor was, als het intussen willekeurig wordt beëindigd. En anderzijds hoeft een afschot zo goed als nooit te zijn, omdat er altijd opties zijn. De allermeeste opties verdienen de voorkeur boven de dodingsdaad. Dit ziet niet alleen onze ethiek, waarnaar wij allen leven, zo, ja, zelfs de christelijke religie kent geen negatievere daad dan het doden.
2.
Jagers zijn geen moordenaars, want: wij doden een dier, maar volgens de jagerseer en op een diervriendelijke manier.
Gina Imfeld
Jagerseer is een soort erecode voor hobbyjagers en als zodanig vrij van wetenschappelijke en filosofische grondslag. Sommige aspecten zijn weliswaar lovenswaardig, maar in de realiteit nauwelijks uitvoerbaar, respectievelijk worden of kunnen niet worden gegarandeerd. Het is weliswaar volgens de jagerseer om door een schot op het blad een dier zonder lijden te doden, maar misschoten zijn aan de orde van de dag. Het is volgens de jagerseer om geen drachtig moederdier neer te schieten, maar wie kan dat zonder medisch onderzoek, door het vizier kijkend, precies zeggen?
Diergerecht is het hele jachtproces sowieso niet. De hedendaagse jacht heeft niets te maken met diergerechte kringlopen en gedragspatronen, en het willekeurig doodschieten van levende wezens is evenmin diergerecht. Waar de mens destructief inwerkt, is diergerechtigheid afwezig. Het is een fabeltje om te geloven dat je een dier diergerecht kunt doden. Dat is voorbehouden aan wolf en lynx.
Moord is een levensdelict. Ons strafrecht reserveert dit voor de mens. Maar omdat er geen wetenschappelijke grondslag bestaat om hogere vormen van levende wezens ten opzichte van elkaar in waarde te rangschikken, is de huidige toepassing gebrekkig. De mens is een dier. Als het moord is om dit dier te doden, dan is het ook moord om een ander dier met opzet te doden.
3.
Jagers schieten niet op alles wat beweegt, want de jacht is onderworpen aan een wet die de beperking van wildschade, de bescherming van bedreigde soorten en de biodiversiteit omvat. „Daarmee is voorgeschreven wat ik mag bejagen en wat niet.
Gina Imfeld
Natuurlijk schieten jagers niet op alles wat beweegt. Zulke polemische uitspraken vindt men misschien in botte Facebook-debatten, maar niet in zakelijke discussies. Jagers schieten echter niet de oude en zwakke dieren neer, ook niet de jonge dieren, zoals echte predators dat doen, maar vervullen een volledig willekeurig jachtquotum. Daar komt nog de factor trofeeënjacht bij, die vooral gezonde, sterke dieren treft. Dat is het tegenovergestelde van soortenbescherming. Bedreigde soorten zoals de haas worden bovendien nog bejaagd, en soorten die hier helemaal niet inheems zijn, zoals de fazant, werden door jagers eerst geïntroduceerd en daarna bevorderd om ze vandaag de dag te kunnen bejagen.
Een zeer onthullende alinea:
4.
Natuurlijk maak ik foto's met het dier dat ik heb geschoten. Omdat ik ook trots mag zijn en omdat ik er ook blij mee ben dat ik het mocht doodschieten. Maar het heeft niets met moorden te maken, maar met de hele beleving. Ik ben dit dier in zijn leefgebied tegengekomen en heb me met hem gemeten. En mocht het schieten. Aan deze mooie ervaring denk ik graag terug.
Gina Imfeld
Uiterlijk hier zou nu ook voor niet uitgesproken jachttegenstanders de situatie langzaam duidelijk moeten worden. Zij maakt, zoals de meeste jagers, foto's om zich te herinneren, verbindt er een positief gevoel mee. Is, zoals Gina ook zelf zegt, zelfs trots op het jachtsucces.
Nu moeten we onderscheid maken, want gaat het de hobbyjagers, zoals zij zegt, niet om soortenbescherming, de bescherming tegen wildschade enz.?
Zelfs als men dat dus gelooft, als men de hobbyjacht dus noodzakelijk acht omdat men het niet beter weet, en men zichzelf simpelweg dwingt geen medelijden te hebben om aan deze noodzaak te kunnen voldoen, zou de ervaring van de jacht, en in het bijzonder het neerschieten van het dier, geen vreugde mogen schenken. Al helemaal zou er geen trots aanwezig mogen zijn.
Trots is een vreugde die gepaard gaat met tevredenheid over zichzelf of de eigen prestatie. Maar vervullen jagers met het doodschieten van dieren niet slechts een noodzakelijke, maar onaangename taak die nu eenmaal iemand moet doen? Als men zichzelf moet dwingen geen medelijden te voelen, hoe kunnen dan in dezelfde situatie trots en vreugde optreden?
Ofwel ligt aan de emotionele situatie opnieuw een psychopathische component ten grondslag, ofwel beliegen de jagers zichzelf zo diepgaand en verheerlijkend dat men van ernstige stoornissen moet uitgaan.
Wat meer eerlijkheid zou geen kwaad kunnen. De jager die zegt: “Ik voel niets voor de dieren. Ik wil ze ook niet zomaar beschermen. Ik wil ze schieten, opeten en de kop aan de muur hangen”, verschuilt zich tenminste niet achter leugenachtige clichés, maar staat voor zijn overtuiging. Hoe deze vervolgens ethisch te beoordelen is, is een ander onderwerp.
Trofeeën zijn op zich een barbaarse en primitieve vorm van het tentoonstellen van trots. Vanuit psychologisch oogpunt maakt het daarbij helemaal niet uit of men de koppen van zijn vijanden aan de burchtmuren hing, of gekrompen hoofden aan de gordel; of men de voorhuiden van de tegenstanders bewaarde, of juist het gewei boven de voordeur spijkerde. De onderliggende oorzaken zijn zeer eenvoudig gestructureerd en absoluut vergelijkbaar.
En, ja, een foto van het slachtoffer is niets anders dan een trofee. Dit alles druist diep in tegen de eigenlijk zo milieubeschermende doelen van de jacht, en onthult wat werkelijk de doelen van de meeste jagers zijn. Natuurlijk ook de tijd in de natuur. De mensen zijn vast graag buiten en op de een of andere manier houden ze ongetwijfeld ook van “de natuur”. Ze zijn alleen helaas volledig verkeerd gevormd en zijn onderworpen aan irrationele tradities en allang achterhaalde, niet meer actuele geloofsmodellen.
Wie dus geen medelijden voelt, wie trots is op zijn buit en delen van zijn slachtoffer, of foto's daarvan als aandenken bewaart, handelt niet als een dierenbeschermer, zelfs niet als een moordenaar die misschien uit een opwelling doodde en niet helemaal bij zinnen was. Nee, die handelt als een seriemoordenaar, een psychopaat die volgens bepaalde rituelen te werk gaat. Nogmaals: dat betekent niet dat jagers principieel psychopaten zijn, want hun handelingen worden hun van kleins af aan als tradities voorgeleefd en ingeprent; hier moet enkel duidelijk worden welke onaangename vergelijking van gedragingen men kan trekken. Niemand wil deze schoen aantrekken... maar argumentatief kunnen jagers hem ook moeilijk uittrekken...
5.
Dat jagers niet veel hoeven te kunnen, klopt natuurlijk niet. In Zwitserland moeten we een eenjarig hegejaar doorlopen. Daar leren we alles over biologie, ecologie, over jachthonden en wapens.
Gina Imfeld
Ach, leer je in dat jaar werkelijk alles? Vreemd, duurt de biologiestudie niet een paar semesters langer en is die zelfs dan nog niet eens echt de diepte ingegaan? Cathrin heeft 6 jaar biologie gestudeerd en zou niet beweren alles geleerd te hebben wat er te leren valt. Wij hebben alleen al een jaar bijscholing in hondenpsychologie gevolgd, en daar leer je nog lang, lang niet alles over honden wat je moet weten. Dat eigen je je later dan nog verder eigen.
Dat betekent dat je weliswaar binnen 1 tot 2 jaar in Zwitserland jager wordt, maar wie gelooft dan alles, of zelfs maar een begin van biologie, ecologie, honden enz. te weten, bewijst slechts hoe weinig hij/zij eigenlijk weet. In Duitsland ziet het geheel er overigens nog veel erger uit. Daar kunnen jachtaktes in intensieve cursussen binnen enkele weken worden behaald. Het zogenaamde „Groene Abitur“, zoals het zo mooi heet en daarmee een hoge waarde moet uitstralen, is niets meer dan een wat intensievere workshop. Dan verbaast het werkelijk niet dat de wetenschap zich niet kan doorzetten en platte mythes en jagerslatijn gewoon niet de wereld uit te krijgen zijn.
6.
Wij eren de geschoten dieren ook door hun „de laatste hap“ in de bek te leggen, en we letten erop dat we het dier op de rechterzijde leggen, omdat het hart links zit en zo dichter bij de hemel is. Dat is voor mij iets heel anders dan vermoorden.
Gina Imfeld
Wow… Ja, moeilijk te verteren onzin. Gina denkt de dieren te eren door bepaalde riten te voltrekken. Zo gaan ook sommige natuurvolken of religieuze fanatici te werk. Het dier zelf kan dat niet eens iets schelen, want het is dood. Voor het dier bestaat er geen eer meer. Dat doen de mensen voor zichzelf. Om zichzelf absolutie te verlenen. Het dier is dood en op welke kant het ligt, interesseert niemand, behalve de jager, die dan in een spirituele hemel gelooft. Wat heeft het dier met ons geloof te maken?
Hobbyjagers proberen dus hun daad in haar morele draagwijdte voor zichzelf af te zwakken, oftewel de daad voor zichzelf draaglijk te maken. Ook dat is iets wat je zeker bij seriemoordenaars aantreft, die hun plaatsen delict overeenkomstig inrichten, hun eigen riten cultiveren, uiteindelijk herinneringsstukken van de slachtoffers bewaren en zichzelf door hun machtspositie legitimeren. Machtsuitoefening is een belangrijk sleutelwoord in dit verband. Wie de tv-serie Dexter heeft gevolgd, zal hier nu goed de parallellen ontdekken.
Of men de hobbyjacht nu als moord beschouwt, of slechts als doden, omdat het immers geen mensen treft, maar slechts andere zoogdieren, is ook weer slechts een kwestie van geloof. De mens is biologisch een dier, en of hij waardevoller is en het doden van hem moreel verwerpelijker dan het doden van een ander dier, blijft in het midden. Wetenschappelijk valt deze houding in elk geval niet te rechtvaardigen. Moraal is de grondslag van het maatschappelijk samenleven. Daarom vallen ook dieren onder deze moraal. En wie meent dat andere dieren, ja zelfs de hele omgeving, niet tot onze samenleving behoren, dus uitgesloten zijn van moraal, zou moeten kunnen aantonen waar de morele grens loopt.
Dat kon tot nu toe echter nog geen enkele hobbyjager, geen enkele vleeseter, zelfs geen knappe filosofen. Hoe meer we over dieren te weten komen, des te meer moeten we toegeven dat alle argumenten voor een uniek onderscheidend kenmerk van de mens nietig zijn. Pijngewaarwording, denken, communicatie, bewustzijn … We kunnen dieren, op basis van de wetenschap, niet zozeer kleineren om een onder mensen amorele handeling zoals het doden te rechtvaardigen.
Anders dan vleeseters beroepen hobbyjagers zich op de noodzaak van hun „handwerk“ voor ons ecosysteem. Maar ook dit is wetenschappelijk niet houdbaar, de hobbyjacht is volstrekt overbodig.
Hier ging het ons om een tegenpositie ten opzichte van de jonge jageres Gina Imfeld uit Lungern in het kanton Obwalden, die symbool staat voor een hele vloed aan nieuwe, conservatieve, achtergebleven jonge mensen.
Meer hierover in het dossier: Psychologie van de jacht
Natuurramp hobbyjagers
In de chaos waarin de natuur zich na decennialang “beheer en onderhoud” door hobby-jagers bevindt, is het aandeel bedreigde soorten in geen enkel land ter wereld zo groot als in Zwitserland. De huurmoordenaars zorgen al decennialang voor een ecologisch onevenwicht in het cultuurlandschap, met soms dramatische gevolgen (beschermingsbos, ziekten, landbouwschade en nog veel meer). Meer dan een derde van de planten, wilde dieren en paddenstoelsoorten geldt als bedreigd. Zwitserland bungelt in Europa eveneens onderaan wat betreft het aanwijzen van beschermde gebieden voor de biodiversiteit. Het zijn juist altijd ook die kringen van hobbyjagers met hun lobbywerk die via de politiek, de media en de wetgeving al decennialang hiervoor verantwoordelijk te stellen zijn. Zij zijn het die eigentijdse, ethische verbeteringen van het dierenwelzijn notoir blokkeren en de serieuze dier- en soortenbescherming saboteren. Hobbyjagers verzetten zich geregeld tegen meer nationale parken in Zwitserland, omdat het hun nu eenmaal niet gaat om natuur, biodiversiteit en soortenbescherming of dierenwelzijn, maar om het uitoefenen van hun perverse, bloederige hobby.
Wist u …
- dat in Zwitserland onschuldige jonge wolven worden geliquideerd?
- dat hobbyjagers bij de beoordeling van de kwaliteit van het wildbraad liegen en dat verwerkt wildvlees volgens de WHO net als sigaretten, asbest of arseen kankerverwekkend is?
- dat volgens onderzoek nergens de loodbelasting van steenarenden en lammergieren hoger is dan in de Zwitserse Alpen, vanwege de munitie van hobbyjagers?
- dat de weidelijkheid van de hobbyjagers lijnrecht ingaat tegen de dierenwelzijnswet en een fata morgana is?
- dat jacht oorlog is, waar men dierlijke concurrenten gewoon liquideert?
- dat er ontelbare illegale en niet-gemarkeerde hoogzitten in onze natuur staan, die deels zo verrot zijn dat ze een gevaar vormen voor kinderen en mensen om het leven kunnen komen?
- dat er jaar na jaar ontelbare mensen door jagerswapens worden gedood of verwond, deels zo zwaar dat ze in een rolstoel belanden of ledematen geamputeerd krijgen?
- dat er in Zwitserland jaarlijks zo'n 120’000 volkomen gezonde reeën, herten, vossen, marmotten en gemzen meestal zinloos worden gedood?
- dat het door de hobbyjagers vandaag de dag nauwelijks meer mogelijk is om in harmonie met de wilde dieren te leven, om wilde dieren te zien?
- dat hagellading hazen als kleine kinderen laat schreeuwen en “geschoten” reeën en herten de ingewanden openrijt, zodat ze tijdens hun vlucht sporen achterlaten voor de nazoek?
- dat de bewering van de hobbyjagers dat de wrede slachtpartijen onder wilde dieren noodzakelijk zijn om dierpopulaties te reguleren, wetenschappelijk weerlegd is?
- dat hobbyjagers openlijk toegeven dat het bij de jacht gaat om de “lust om te doden” en “de vreugde van het buitmaken”, een ziekelijke passie?
- dat hobbyjagers geen zesde zintuig hebben en toch regelmatig beweren dat ze alleen zieke en zwakke dieren schieten, wat in de praktijk natuurlijk niet klopt?
- dat hobbyjagers naar het buitenland reizen voor de trofeeënjacht, ver van alle soorten- en jachtbeschermingsbepalingen, en dat er zelfs Zwitserse hobbyjager-reisorganisatoren bestaan voor dergelijk debiel jachtplezier?
- dat de overgrote meerderheid geen gelegitimeerde beroepsjagers zijn, maar de jacht als hobby-, sport- en vrijetijdsvermaak uitoefenen, wat niet zedelijk is en eigenlijk in strijd is met de dierenwelzijnswet?
- dat 99,07 % van de beschaafde mensen in Zwitserland geen hobbyjagers zijn, dus slechts 0,3 % hobbyjagers plezier beleven aan deze bloederige activiteiten?
- dat deze killers van wilde dieren niet op basis van wetenschappelijke rechtvaardigingen jagen?
- dat beschermde soorten eigenlijk niet onder het jachtrecht horen, omdat hobbyjagers de soortenbescherming niet aankunnen en steeds weer dieren die op de Rode Lijst staan, zoals lynx, wolf, haas, patrijs, kwartel, enzovoort, voor de lol afschieten?
- dat hobbyjagers bepaalde diersoorten gericht decimeren om geen concurrentie te hebben voor hun tegennatuurlijke gedrag (vos, lynx, wolf, roofvogels, enzovoort)?
- dat het wild sterft voordat de hobbyjager ook maar één enkel schot kan lossen, dat dit voorkomen moet worden en dat dit wellicht de kerngedachte is van het beheer en de verzorging evenals de jachtplanning?
- dat bij wilde zwijnen (en vossen) normaal gesproken alleen de leidende zeug jongen krijgt, maar dat door haar afschot alle vrouwelijke dieren binnen de rotte zich voortplanten en we daardoor ook een overschot aan wilde zwijnen hebben?
- dat de weidedieren – herten, reeën, enzovoort – oorspronkelijk hoofdzakelijk overdag actief op velden en weiden leefden, zoals geiten, schapen, koeien, enzovoort, en niet in het bos?
- dat de wolf op de lange termijn van levensbelang is voor het gezond houden van de wilde hoefdieren, omdat hij bijvoorbeeld met ongelooflijke precisie zieke of zwakke dieren buitmaakt en daardoor de hobbyjagers ver overtreft?
- dat vossen na de zinloze jacht meestal in het afval belanden?
- dat vossen tegenwoordig hoofdzakelijk worden bejaagd zodat er meer hazen, enz. voor de hobbyjagers in de braadpan terechtkomen? Maar dat de vos zich voor meer dan 90% niet met hazen voedt en een gezonde haas nooit te pakken krijgt?
- dat men in de dierenbescherming niet alleen met zachtmoedigheid, straatfeesten, gebedskettingen, enz. tegen hobbyjagers kan optreden (op een grove kwast hoort een grove wig)?
- dat hobbyjagers met het jagerslatijn levende wezens op respectloze wijze bespotten?
- dat het verpönt is om grofwild bij de voederplaats of tijdens de paartijd dood te schieten, maar dat de hobbyjager er geen scrupules over heeft dit bij zijn buitconcurrent de vos te doen?
- dat in sommige kantons hobbyjagers alleen vanwege het malse vlees van een jong dier op jacht gaan?
- dat hobbyjagers drachtige moederdieren voor de ogen van hun jongen doodschieten, of alleen jonge dieren tijdens de opfoktijd (na-bijzondere jacht)?
- dat hobbyjagers het milieu, de natuur, mens en dier met hun munitie vergiftigen?
- dat beestachtigheid, barbarij, wreedheid, bloedvergieten en zinloze kwellingen geen cultuurgoed kunnen zijn in een beschaafde samenleving?
- dat hobbyjagers jaarlijks zo'n 10’000 reekalveren doodschieten?
- dat hobbyjagers in de strenge winter hongerende dieren met voer lokken, alleen om ze achterbaks en laf te kunnen doodschieten?
- dat hobbyjagers afgerichte honden in holen jagen om vossen en dassen te elimineren (graafjacht)?
- dat hobbyjagers vreedzame levende wezens in kastvallen lokken, waarin ze onder omstandigheden dagenlang moeten lijden en op hun moordenaar moeten wachten, of de dieren vaak een urenlange doodsstrijd bezorgen (valjacht)?
- dat hobbyjagers vreedzame wilde dieren tijdens hun slaap of het zonnen laf met hypermoderne precisiewapens vanuit een hinderlaag vermoorden of verwonden?
- dat hobbyjagers onderscheidingen, bontmarkten, prijsuitreikingen voor de trofeeëncultus, trofeeëntentoonstellingen, bonthandel, enz. ondersteunen?
- dat hobbyjagers minderjarige schoolkinderen vuurwapens in handen geven en met hen het doden oefenen?
- dat hobbyjagers hun kwellende daden vaak in de eenzaamheid uitvoeren, wat dierenmishandeling bevordert?
- dat hobbyjagers veel wilde dieren slechts zwaar verwonden en de slachtoffers vaak urenlang lijden onder enorme pijn en angst, totdat een zweethond ze vindt en ze worden doodgeschoten?
- dat hobby-jagers (afgezien van de vivisectie) de dieren de meeste pijn en mishandeling toebrengen, ook door de manier van doden?
- dat de dieren- en natuurliefde van de jagers zich niet verheugt over het bestaan van het geliefde object, maar er veeleer op gericht is het geliefde wezen met huid en haar te bezitten, en culmineert in het maken van een prooi door de daad van het doden?
- dat hobby-jagers vraatschade juist bevorderen door de jachtdruk, met name op predatoren zoals vos, lynx en wolf?
- dat hobby-jagers de deur wijd openzetten voor asociaal, onethisch en onchristelijk gedrag?
- dat hobby-jagers de bevolking normale, natuurlijke dierwaarnemingen en interacties onthouden?
- dat er geen groter en met munitie vervuild kwelproduct bestaat dan wildbraad?
- dat er in heel Zwitserland geen uniforme regelgeving bestaat wat betreft oogtest, schietpraktijk, enzovoort van de hobby-jagers?
- dat er geen psychologische karaktertest voor hobby-jagers bestaat?
- dat er geen alcoholverbod geldt voor hobby-jagers wanneer ze met hun wapens op dieren schieten?
- dat hobby-jagers schoolse instellingen binnendringen om hun jagerslatijn en hun geweld aan de kinderen op te dringen?
- dat een rechtbank in Bellinzona onlangs heeft bevestigd dat jachtverenigingen vrijwel alles wat wreed, onnodig en harteloos is bevorderen?
- dat de vereniging «Jagd Schweiz» in de eerste plaats respectloosheid en een geweldscultuur cultiveert – precies het tegenovergestelde van waar een beschaafd mens in onze samenleving naar zou moeten streven.
- dat alleen al in het kanton Graubünden elk jaar meer dan 1’000 aanklachten en boetes tegen hobby-jagers worden uitgesproken?
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We sturen je graag het laatste nieuws en aanbiedingen in de nieuwsbrief toe.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →