Val Fex: afschotvergunning verlopen – open vragen over communicatie en afhandeling
Na de wolvenaanval in Val Fex verklaarde het Graubündense Bureau voor Jacht en Visserij dat het voorval de «grenzen van de kuddebescherming» aantoont. De betrokken schapen bevonden zich echter in een niet beschermd deel van de alp. De vervolgens verleende afschotvergunning is volgens de kantonale monitoring verlopen. In de strafprocedure krijgt de IG Wild beim Wild geen inzage in het dossier en geen verdergaande informatie.
Op 21 augustus 2025 viel een wolf schapen aan op de alp Muot Selvas in Val Fex boven Sils im Engadin.
Elf dieren werden onmiddellijk gedood; 26 andere moesten vanwege hun verwondingen geëuthanaseerd worden. In totaal waren 37 schapen getroffen.
De zaak leidde tot een publiek debat over kuddebescherming en wolvenbeheer. Het Bureau voor Jacht en Visserij Graubünden gaf na de aanval voor 60 dagen opdracht tot het afschieten van een schadeveroorzakende wolf. In het latere kantonale monitoringoverzicht staat bij de vermelding «Fex» echter niet een afschot, maar «verlopen van de afschotvergunning».
De IG Wild beim Wild deed aangifte. Haar vertegenwoordiger werd door de kantonspolitie Graubünden als inlichtingenpersoon gehoord. Het openbaar ministerie van Graubünden weigert de organisatie nu de status van partij, de inzage in het dossier en verdergaande informatie. Het beschouwt de IG en haar vertegenwoordiger als louter aangevers.
De aanval in Val Fex
De aanval vond plaats op de Alp Muot Selvas. Voor de alp bestond een bedrijfsspecifiek kuddebeschermingsconcept. Dit maakte volgens openbaar beschikbare gegevens onderscheid tussen beschermbare en niet-beschermbare weidegebieden. Voor delen van de alp was een beschermingshek opgericht; de aangevallen dieren bevonden zich echter niet in dit beschermde gebied.
Het Amt für Jagd und Fischerei verklaarde na de aanval dat het voorval de «grenzen van de kuddebescherming» aantoonde. Deze uitspraak werd door de media overgenomen. Zij kon de indruk wekken dat de schapen ondanks doeltreffende beschermingsmaatregelen waren aangevallen.
De feitelijke situatie is genuanceerder: voor de gehele alp bestond een kuddebeschermingsconcept. De concrete aanval vond echter plaats in een gebied dat volgens de beschikbare gegevens niet met wolfwerende maatregelen was beveiligd. De latere correctie van de SRF-berichtgeving stelde vast dat de aanval plaatsvond op een als niet-beschermbaar aangeduid deel van de alp.
Volgens wildbeimwild.com werd de concrete beschermingssituatie in de publieke communicatie niet voldoende duidelijk weergegeven. De verwijzing naar de «grenzen van de kuddebescherming» verdrong de doorslaggevende omstandigheid dat de gedode dieren zich niet achter een wolfwerend hek bevonden.
Vergunning verliep
Op 26 augustus 2025 gelastte het Amt für Jagd und Fischerei ter voorkoming van verdere schade het afschot van de schadeveroorzakende wolf. De vergunning was beperkt tot 60 dagen en had betrekking op het gebied van de gemeenten Sils en Bregaglia.
In het kantonnale monitoringoverzicht met peildatum 31 december 2025 staat voor «Fex» het «verstrijken van de afschotvergunning» vermeld. Het overzicht maakt onderscheid tussen afschotvergunningen, het verstrijken daarvan en gedocumenteerde afschoten. Voor de vermelding Val Fex wordt geen afschot vermeld.
De openbare documentatie toont daarmee niet aan dat op grond van de Val-Fex-beschikking een wolf is geschoten. Zij toont aan dat de in de tijd beperkte vergunning is verlopen.
In dezelfde regio is een afschot van een enkele wolf wegens «problematisch gedrag» gedocumenteerd. Dit wordt in het overzicht als een afzonderlijke beschikking vermeld. Uit de openbare documenten valt daarom niet af te leiden dat dit dier op grond van de Val-Fex-beschikking is geschoten of identiek was aan de wolf die bij de aanval als schadeveroorzakend werd aangeduid.
De strafaangifte
De IG Wild beim Wild diende op 29 augustus 2025 een strafklacht in bij het Openbaar Ministerie van Graubünden. Volgens de organisatie betrof deze mogelijke overtredingen in de context van dierenwelzijn alsook de communicatie over de kuddebeschermingssituatie in Val Fex.
Op 5 september 2025 verzocht de IG om diverse onderzoekshandelingen. Zij verlangde in het bijzonder het opvragen van documenten van de kantonnale wildhoede en van het bedrijfsspecifieke kuddebeschermingsplan, het horen van verantwoordelijken alsook een diergeneeskundig onderzoek van de gedode en gewonde schapen.
Op 17 april 2026 hoorde de kantonspolitie van Graubünden de vertegenwoordiger van de IG Wild beim Wild in Roveredo als informatieverstrekker. Volgens de IG beantwoordde hij daarbij de nog openstaande vragen schriftelijk en diende hij daarover documentatie in.
Daarna ontving de organisatie tot begin augustus 2026 geen enkele mededeling over verdere stappen. Op 6 augustus verzocht zij om informatie over de stand van de procedure, diende zij een verzoek om inzage in het dossier in en verklaarde zij zich te constitueren als burgerlijke partij.
Geen rechten als klaagster
Eerste officier van justitie Claudio Riedi beantwoordde het verzoek op 10 augustus 2026. Hij deelde mee dat het onderzoek nog steeds liep. Tegelijkertijd weigerde hij de erkenning van de IG Wild beim Wild als burgerlijke partij en wees hij het verzoek om inzage in het dossier af.
Ter motivering verklaarde het Openbaar Ministerie dat noch de organisatie noch haar vertegenwoordiger benadeelden zijn in de zin van het Wetboek van Strafvordering. Een benadeelde persoon zou een voorwaarde zijn om als burgerlijke partij aan de procedure deel te nemen. De IG en haar vertegenwoordiger zijn daarom slechts klagers en daarmee «andere procesdeelnemers» volgens artikel 105 lid 1 letter b Sv.
Naar de opvatting van het Openbaar Ministerie komen hun daarom – afgezien van het beperkte recht op informatie over de inleiding en afhandeling van de strafprocedure volgens artikel 301 lid 2 Sv – geen verdere procedurele rechten toe. De brief houdt uitdrukkelijk vast: «Verdergaande inlichtingen kunnen wij u niet geven. En het verzoek om inzage in het dossier moeten wij afwijzen.»
Toch blijft de informatieasymmetrie problematisch. Tegenover de media bevestigt het openbaar ministerie punctueel de uitkomsten van strafzaken rond de jacht. Zo bevestigde het tegenover Keystone-SDA, nadat RSI daarover eerder had bericht, in een andere zaak een boete, de vergoeding van de waarde van een gedood dier wegens stroperij en het behoud van de jachtakte.
De IG Wild beim Wild, die in de zaak Val Fex aangifte heeft gedaan en documentatie heeft ingediend, krijgt in de lopende procedure daarentegen enkel te horen dat het onderzoek nog loopt. Juridisch gezien zijn de situaties niet gelijk: informatieverstrekking aan de media kan plaatsvinden onder de voorwaarden van artikel 74 van het Zwitserse Wetboek van Strafvordering (StPO), terwijl aangevers zonder de status van benadeelde geen procespartijrechten hebben. Dit juridische onderscheid verandert echter niets aan de institutionele leemte: wie mogelijke inbreuken op het dierenwelzijn meldt, kan in de praktijk nauwelijks nagaan of en hoe de strafvervolgingsautoriteiten de ingediende aanwijzingen onderzoeken.
Het openbaar ministerie heeft de IG Wild beim Wild in deze concrete zaak noch inzage in het dossier, noch inzage in het proces-verbaal van haar eigen verhoor verleend. Het liet bovendien weten, afgezien van de mededeling dat het onderzoek nog voortduurde, geen verdere informatie te verstrekken. Daarmee blijft het voor de organisatie tijdens de lopende procedure oncontroleerbaar of de gevraagde onderzoekshandelingen zijn verricht en hoe de autoriteit haar documenten beoordeelt.
De gedocumenteerde bevinding
De procesrechtelijke motivering van het openbaar ministerie volgt een strikt, maar gevestigd onderscheid: partijrechten in de strafprocedure komen in beginsel toe aan rechtstreeks benadeelden. Een organisatie die aangifte doet van een mogelijk strafbaar feit zonder zelf in eigen rechten te zijn geschaad, kan daaraan in de regel geen procespartijstatus ontlenen.
De zaak Val Fex laat echter het praktische gevolg van deze rechtssituatie zien. De IG Wild beim Wild kan aanwijzingen over mogelijke inbreuken op het dierenwelzijn verzamelen, aangifte doen en tijdens een politieverhoor informatie verstrekken. Na het verhoor kan zij echter niet controleren welke documenten de strafvervolgingsautoriteiten raadplegen, welke personen zij ondervragen of dat de ingediende aanwijzingen worden onderzocht.
De informatieblokkade van de overheid is volledig gedocumenteerd: het onderzoek loopt volgens het Openbaar Ministerie nog. Verdere inlichtingen worden niet verstrekt. Inzage in het dossier wordt geweigerd
Wat vaststaat
In de zaak Val Fex staan daarmee de volgende punten vast:
- Een wolf viel op 21 augustus 2025 op de Alp Muot Selvas 37 schapen aan; 11 dieren stierven onmiddellijk, 26 andere moesten worden geëuthanaseerd.
- De betrokken schapen bevonden zich in een niet-beschermd, respectievelijk als niet-beschermbaar aangeduid deel van de alp.
- Het kanton verleende na de aanval een tot 60 dagen beperkte afschotvergunning.
- De kantonale monitoring vermeldt voor «Fex» het aflopen van de afschotvergunning, niet een gedocumenteerd afschot.
- De IG Wild beim Wild diende een strafklacht in en haar vertegenwoordiger werd als inlichtingenpersoon gehoord.
- Het Openbaar Ministerie bevestigt dat het onderzoek doorloopt, maar weigert partijstatus, inzage in het dossier en verdere inlichtingen.
Vanuit het perspectief van wildbeimwild.com blijft daarmee een centrale moeilijkheid bestaan: de publieke voorstelling van de aanval plaatste de «grenzen van de kuddebescherming» op de voorgrond. De daaropvolgende afschotvergunning liep volgens de openbare kantonale documentatie af. En de organisatie die deze gang van zaken strafrechtelijk wilde laten toetsen, kan wegens haar positie als aangever niet nagaan hoe haar aangifte wordt behandeld.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
Wij sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in onze nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →