19 juni 2026, 13:22

Zoeken

Solothurn: Stop het vossen- en dassenbloedbad

In een artikel in de Solothurner Zeitung van 12-11-2019 verdoezelt regeringsraadslid Brigit Wyss, hoofd van het departement Volkshuishouding en daarmee opperjager van het kanton Solothurn (Groenen), feiten op pseudowetenschappelijke wijze. De IG Wild beim Wild bekritiseert de deskundigheid van haar uitspraken.

Regeringsraadslid Brigit Wyss:

«Ze kijkt ook gespannen uit naar de uitkomst van het debat over de herziening van de federale jachtwet in de eidgenossische raden. Het zwaard van Damocles van het referendum bestaat helaas en kan de inwerkingtreding van de in veel opzichten, vooral ook op het gebied van soorten- en habitatbescherming, zeer vooruitstrevende en moderne federale jachtwet in gevaar brengen».

Brigit Wyss (Groenen), Solothurner Zeitung van 12-11-2019
  • Brigit Wyss maakt klaarblijkelijk propaganda tegen haar eigen partij. De voorzitster van de Groenen, Regula Rytz, zegt: «De jachtwet dient ter bescherming van bedreigde soorten. Het parlement geeft deze bescherming vrij voor afschot. Daartegen verzetten de GROENEN zich samen met de milieuorganisaties
Brigit Wyss Solothurn

Regeringsraadslid Brigit Wyss uit Solothurn:

«Het is de verantwoord bedreven en op de natuur gerichte jachtuitoefening die vandaag de dag als argument voor de jacht wordt gebruikt. «Geheel in de geest van schutspatroon Hubertus oefenen wij de jacht respectvol uit, met eerbied en waardigheid voor de levende wezens en met inachtneming van ecologische en sociaal-economische verbanden».

Brigit Wyss (Groenen), Solothurner Zeitung van 12-11-2019
  • Een kerkdienst vieren die jagers de symbolische zegen geeft voor het systematisch doden van weerloze medeschepselen, zendt een volkomen verkeerd signaal uit. Kerken moeten opkomen voor het behoud van de schepping, niet voor de vernietiging ervan. Hubertusmissen en Brigit Wyss miskennen bovendien dat de heilige Hubertus van jager tot overtuigd tegenstander van de jacht werd.

Meerwaarde: Doden, kwellen en verminken met kerkelijke zegen

Regeringsraadslid Brigit Wyss uit Solothurn over de holjacht:

«Men kan ervan uitgaan dat de holjacht vandaag de dag verantwoord is. Niet om redenen van traditie of vanwege de regulering van de vossenstand. Maar omdat veel jachthonden tegenwoordig familiehonden zijn – en daarom de opleiding in het kader van de holjacht nodig hebben».

Brigit Wyss (Groenen), Solothurner Zeitung van 4-7-2018
  • Volgens de dierenwelzijnswet (art. 26 TSchG) moet er een “redelijke reden” zijn om een dier te doden – bij de vossenjacht gaat het echter louter om het bevredigen van een bloederige hobby. Voor vossen bestaat er geen wettelijke afschotplanning. De dieren dienen de hobbyjagers als levend schietdoel, want er bestaat noch vanuit wildbiologisch noch vanuit gezondheidsoogpunt een reden voor de massale bejaging van de predatoren.

Regeringsraadslid Brigit Wyss uit Solothurn:

«Ieder jaar bezinnen de jagers zich op hun verantwoordelijke ambacht ter herdenking van de Hubertuslegende met haar symbolische betekenis. Het jagen is voor alle betrokkenen een diepe natuurbeleving en een zorgvuldige omgang met de levende wezens in het bos en op de heide.» 

Brigit Wyss (Groenen), Solothurner Zeitung van 12.11.2019

Geweld begint in Solothurn, waar de kennis eindigt

In principe produceren weinig bejaagde vossenpopulaties ook minder nakomelingen. Mensen veroorzaken altijd ook conflicten met wilde dieren die dezelfde leefomgeving delen. De mens veroorzaakt, met name in de leefomgeving van de wilde dieren, extreem veel meer schade dan de paar druiven waaraan een das zich te goed kan doen.

Om de meedogenloze vervolging van een van onze interessantste predatoren te rechtvaardigen, beweert men zonder meer dat de vossen- of dassenjacht bij de kleinwildjacht noodzakelijk is, omdat hun bestanden anders de overhand zouden krijgen – een allang achterhaalde opvatting!

Telkens weer worden er vanuit het hobbyjagersmilieu zaken beweerd die bij nauwkeurige analyse hun oorsprong vinden in de jachtliteratuur en dergelijke onwetenschappelijke bronnen. Dat ligt vooral aan de vaak ontoereikende opleiding in de cursussen voor het jachtexamen, die overwegend worden gegeven door deels fanatici met een sektarisch gedachtegoed en die geen regulier kwalificatiebewijs nodig hebben. Na de opleiding beweegt de hobbyjager zich enkel nog in de echokamer van de jachtpers, die haar scheve en vaak ook onjuiste voorstellingen voortdurend herhaalt.

In de jachtverenigingen bevestigt men elkaar vervolgens in zijn kijk op de zaken. Op die manier is er een afgeschermde en militante groepering ontstaan, die voor nieuwe informatie nauwelijks toegankelijk is. Het fatale daaraan is dat de lokale pers en de politiek nog steeds geloven dat onder de jagershoed vakkennis voorhanden is en bij alle natuurthema's graag de plaatselijke hobbyjager raadplegen. Zo besmetten de hobbyjagers dan ook nog de openbare ruimte.

Daar prijzen we ons gelukkig met het kanton Genève, met een professioneel wildbeheer zonder hobbyjagers, maar met integere wildhoeders. Aan het Meer van Genève zijn er wijngaarden en andere teelten, net als in de rest van Zwitserland. Klaarblijkelijk hebben ze daar echter menselijke en ethische benaderingen in de omgang met wilde dieren en intelligente maatregelen om teelten te beschermen. In Genève worden geen vossen, marters of dassen gereguleerd, alleen maar omdat het jachttijd is. Dit blijkt ook uit de federale jachtstatistiek (2). Daarentegen vinden er praktische verjagingsmaatregelen (12) en zinvolle voorlichting en ondersteuning, alsmede bijscholing onder de bevolking met de wildhoeders plaats. Veiligheid, dierenwelzijn en ethiek zijn het devies.

Voor vossen bestaat er geen wettelijke afschotplanning en populatieregistratie. De jacht op vossen lijkt op een kortsluitingsecologie voor onvoldoende opgeleide jagers.

Voor de IG Wild beim Wild is het niet doelmatig om de kantons meer bevoegdheden in de jachtwet te geven – integendeel. Ze kunnen niet met de verantwoordelijkheid omgaan, zijn overbelast, zijn als hobbyjagers en besluitvormers onvoldoende opgeleid en ze liegen. Bovendien hebben ze al voldoende vrijheid van handelen. Actuele voorbeelden zijn onder meer het diensthoofd voor jacht en visserij in het kanton Zürich.

Brigit Wyss Solothurn

Volgens de dierenwelzijnswet (art. 26 TSchG) moet er een “redelijke reden” zijn voor het doden van een dier – bij de jacht op vossen en dassen gaat het echter meestal slechts om de bevrediging van een bloedige hobby. Voor deze wilde dieren bestaat er geen wettelijke afschotplanning. De dieren dienen de hobbyjagers als levend schietschijf, want er bestaat noch vanuit wildbiologisch noch vanuit gezondheidsoogpunt een reden voor de massale bejaging van gezonde predatoren.

Bijgevolg is elke vossen- of dassenjacht in Solothurn een duidelijke schending van de dierenwelzijnswet, omdat het ontbreekt aan een redelijke reden. De vossen- en dassenjacht is daarmee hoofdzakelijk georganiseerde dierenmishandeling.

Wilde dieren hebben ook gevoelens en emoties. Ze kunnen lijden, rouwen en vreugde ervaren. Net als wij mensen leven ze in familieverbanden en sociale structuren, die hobbyjagers meestal voor de lol terroriseren en schenden.

Maar liefst 8 maanden lang worden de vossen in het kanton Solothurn opgejaagd – bij de das gaat het om meer dan 6 maanden, volgens de federale jachtstatistiek. Bij die stress hoeft men zich niet af te vragen waarom deze dieren ziek worden. In heel Europa ligt het epicentrum van de meldingen van de vossenlintworm in Zwitserland, juist in dat gebied van Zwitserland waar jachtgezinde hobbyjagers zich bij de kantonnale autoriteiten hebben genesteld. Deze onzinnige verstoringen en geluidsemissies, die tijdens de nachtjacht van de hobbyjagers in de leefomgeving worden veroorzaakt, verstoren steeds ook de gehele wildpopulaties en de bewoners.

Meester Grimbaard – zoals de das in de fabel wordt genoemd – is niet vaak te zien: het grootste dier van de marterfamilie is schuw en alleen 's nachts actief. De dag brengen dassen voornamelijk door in het dassenhol, dat meestal aan de rand van de bebouwing ligt en vaak generaties lang verder wordt gebruikt. Ook dassen zijn voor mensen ongevaarlijk en vormen geen gevaar voor de land- en bosbouw, noch voor wilde dieren of huisdieren. Dassen vallen geen katten aan en zijn voornamelijk 's nachts op pad. Moeten ze zich tegen honden verdedigen, dan verliest doorgaans de hond. De winter, oftewel bij lage temperaturen, brengen dassen overwegend slapend door – ze houden een winterrust. Het kanton Solothurn gunt de das op kantonniveau niet eens een gesloten tijd en hij is van 16.6. – 15.1. bejaagbaar – wat een ongekende dierenmishandeling is. Dassen dragen ook geen ziekten over, die door de hobbyjagers altijd als schijnargumenten worden aangevoerd.

Wetenschap versus jagerslatijn

Er bestaan sinds meer dan 30 jaar minstens 18 wildbiologische studies die bewijzen: de vossenjacht reguleert niet en deugt ook niet voor de bestrijding van ziekten. Integendeel!

Wetenschappelijke onderzoeken (5) hebben namelijk aangetoond dat zelfs bij het afschieten van driekwart van een populatie het volgende jaar weer hetzelfde aantal vossen aanwezig is. Hoe sterker er op ze wordt gejaagd, hoe meer nakomelingen er zijn – welke vorm van “regulering” van deze populaties dan ook is noch nodig, noch met jagersmiddelen überhaupt mogelijk.

Vossenpopulaties worden gereguleerd via een complex sociaal systeem. Vossen leven in familieverbanden waarin alleen de hoogst in rang staande vossin nakomelingen krijgt (zoals bij wilde zwijnen de leidende zeug). Geboortebeperking in plaats van massaal leed, becommentarieerde bioloog Erik Zimen dit fenomeen. Grijpt de mens echter met val en geweer in de vossenpopulatie in, dan worden deze familiegemeenschappen (3) vernietigd. Daardoor zijn vrijwel alle vossinnen paringsbereid, bovendien stijgt het aantal welpen per worp sterk.

«Ook zonder jacht zijn er niet plotseling te veel vossen, hazen of vogels. De ervaring leert dat je de natuur aan zichzelf kunt overlaten. Puur pragmatisch gezien is de kleinwildjacht niet noodzakelijk.»

Heinrich Haller, ex-directeur Nationaal Park Graubünden en wildbioloog

Onderzoeken in verschillende landen en op verschillende tijdstippen hebben bovendien de invloed van de rode vos niet alleen op de reepopulatie aangetoond: voor het Berner Mittelland wordt geschat dat een vos in de maanden mei tot juli gemiddeld elf reekalveren kan buitmaken. Daarmee wordt ook de wildvraat verminderd (1).

Veel praktijkvoorbeelden zoals nationale parken, Luxemburg (10) of onder andere het kanton Genève hebben aangetoond dat er geen enkel steekhoudend argument voor deze slachtpartijen bestaat. Vrijkomende leefgebieden worden door deze dieren onmiddellijk opnieuw bezet. Wetenschappelijk goed onderbouwd is dat de vossenpopulatie zich grotendeels onafhankelijk van jachtkundige beïnvloedingspogingen ontwikkelt, omdat de bejaging integendeel de voortplantingscijfers juist omhoog doet schieten.

In Zwitserland schieten hobbyjagers echter elk jaar zo'n 20.000 gezonde vossen voor de vuilnisbak respectievelijk de verbranding (2). Precies het aantal opdat de risicogroep hobbyjagers later hun sektarische jagerslatijn als onmisbare regulatoren kunnen verspreiden. De zinloze kadaverberg op kosten van de belastingbetaler moet worden beëindigd. De hobbyjagers veroorzaken meer problemen dan ze zogenaamd oplossen. Dit tegenstrijdige gedrag helpt ook de bossen niets.

Telkens weer komt het bij deze jachten ook tot fatale verwisselingen en schieten hobbyjagers beschermde diersoorten zoals goudjakhalzen of wolven dood (8).

Kan de mondige belastingbetaler in Solothurn het nog met zijn geweten verenigen om dergelijke functionarissen in het kanton te steunen, die zich geen zier bekommeren om ethiek, wetenschap of dierenwelzijn en die de bevolking voorliegen en in gevaar brengen?

Stop met de dierenmishandeling en de verspilling van belastinggeld in het kanton Solothurn.

De vossenjacht is ecologisch, economisch en epidemiologisch zinloos – ja zelfs contraproductief! – en moet daarom in het belang van mens, natuur en dierenwereld, alsook vanuit het oogpunt van ethiek, moraal en dierenwelzijn worden verboden. Met blind activisme en geweld is niemand geholpen.

Voedselopname van wilde dieren in de gedeelde leefomgeving is geen schade, maar een natuurlijk proces voor het overleven van deze levende wezens. Hier zijn tolerantie en eerlijkheid gevraagd. Wij mensen bebouwen en vernietigen de leefomgeving van wilde dieren op alle niveaus vele malen meer. Wilde dieren hebben net zoveel bestaansrecht als mensen. Deze respectloze dodingsacties staan in geen verhouding tot een gezond en hartverwarmend rechtvaardigheidsgevoel. Tegen hagel en vogelvraat beschermt men zich bijvoorbeeld ook met netten of verjaging.

Wij eisen met deze directe indiening van de petitie bij de besluitvormers dat het doden van deze prachtige schepselen zo snel mogelijk wordt verboden en in het ambtsblad wordt gepubliceerd.

Petitie en/of commentaar zelf per e-mail naar de volgende instanties sturen:

  • Regeringsraadslid Birgit Wyss: kanzlei@vd.so.ch
  • Grüne Schweiz: gruene@gruene.ch
  • Grüne Solothurn: kontakt@gruene-so.ch
  • Dienst voor Bos, Jacht en Visserij: jf@vd.so.ch
  • SP Solothurn: sekretariat@sp-so.ch
  • Grünliberale Solothurn: so@grunliberale.ch

Besluitvormers in Solothurn telefonisch uw mening kenbaar maken:

  • Regeringsraadslid Birgit Wyss, +41 32 627 24 32
  • Dienst voor Bos, Jacht en Visserij + 41 032 627 23 47
  • Partij Grüne Schweiz, +41 31 326 66 00
  • Partij Grüne Solothurn +41 76 702 90 63
  • SP Solothurn + 41 032 622 07 77
  • Grünliberale Solothurn + 41  079 300 46 40

Aanvullend daarop eisen wij:

  • De erkenning van wetenschappelijke studies en deskundigenmeningen (niet uit het hobbyjagersmilieu), die de noodzaak van bejaging in twijfel trekken of weerleggen.
  • Geen verspreiding van sektarische of weerlegde jagersleugens, zoals de vermeende noodzaak om vossenpopulaties te reguleren, evenals het zaaien van paniek over hondsdolheid, vossenlintworm en schurft, of dat de vos schuldig zou zijn aan de achteruitgang van het kleinwild enz.
  • Het doden van dieren in het kader van een vrijetijdsbesteding hoort niet thuis in de 21e eeuw en zou ook strafrechtelijk vervolgd moeten worden.

Toelichting:

In het kanton Solothurn werden in het jachtseizoen 2018 meestal gezonde 658 vossen en 222 dassen gedood door militante hobbyjagers, zonder wetenschappelijke basis of wildbiologische deskundigheid.

De schijnargumenten van de vermeende bestrijding van hondsdolheid, de vossenlintworm of schurft door de meedogenloze bejaging zijn wetenschappelijk weerlegd. Schurft is veel zeldzamer dan vermoed en vossen met een goede conditie kunnen schurft uitzieken. Deze vossenpopulaties zijn dan resistent tegen nieuwe infecties. Bovendien vormt schurft bij vossen geen gevaar voor mensen of huisdieren.

Het vermeende gevaar voor weidevogels, dus de grondbroeders, kan naar het rijk der jagersverhalen worden verwezen, want er bestaan onderzoeken die de invloed op de vogelpopulaties als onbeduidend inschatten (3). Dat is des te begrijpelijker wanneer men zich het hoofdvoedsel van de vossen voor ogen houdt: muizen en regenwormen. Vossen zijn uitgesproken nuttige dieren voor de landbouw. En dat vossen uitgesproken nuttige dieren voor het bos zijn en de mens door het ijverig verdelgen van muizen (die als hoofdverspreiders gelden voor bijvoorbeeld de ziekte van Lyme) ook tegen ziekten beschermen, is daarentegen slechts bij weinig mensen bekend.

De industriële landbouw is de belangrijkste factor in de achteruitgang van bedreigde soorten, omdat hij de leefomgeving van de dieren vernietigt. Door nieuwe akkers, monoculturen, kunstmest en pesticiden worden voor hen levensnoodzakelijke natuurlijke structuren steeds verder vernietigd – met de overbemesting verdwijnt bovendien ook het voedselaanbod. Het doden van dieren door hobbyjagers oefent echter extra druk uit op de verzwakte populaties en kan deze aan de rand van uitsterven brengen. Absurd genoeg probeert de jagerij de achteruitgang van de hazenpopulatie toe te schrijven aan predatoren zoals de vos. Vossen voeden zich echter voornamelijk met muizen en regenwormen en vormen geen bedreiging voor de hazenpopulatie of voor grondbroeders. Enerzijds is het voor de vos tijdverspilling om vergeefs naar zeldzame en dus moeilijk te vinden prooi te zoeken, anderzijds is bijvoorbeeld een gezonde haas geen prooi voor een nog zo snelle vos – met hun krachtige achterpoten kunnen de langoren zich vanuit stilstand tot meer dan 70 km/u katapulteren. Onderzoek toont aan dat het overgrote deel van de door vossen gegeten hazen als aas wordt opgenomen.

De schijnargumenten over de zogenaamde bestrijding van hondsdolheid, de vossenlintworm of schurft door de meedogenloze bejaging zijn wetenschappelijk weerlegd. Schurft is veel zeldzamer dan vermoed en vossen met een goede conditie kunnen de schurft genezen. Deze vossenpopulaties zijn dan resistent tegen nieuwe infecties. Bovendien vormt schurft bij vossen geen gevaar voor mensen of huisdieren. Het is zeer eenvoudig te behandelen.

Vossenlintworm

Minder vossen, minder vossenlintworm, dus ook minder infectierisico voor de mens. Op het eerste gezicht een plausibele conclusie, maar bij een nauwkeurige analyse toch slechts jagerslatijn, zoals meerdere internationale studies (6) aantonen.

In heel Europa ligt het epicentrum van meldingen van de vossenlintworm in Zwitserland, precies in het gebied van Zwitserland waar jachtgezinde hobbyjagers zich bij de kantonale autoriteiten hebben genesteld. Deze onzinnige verstoringen en geluidsemissies tijdens de jacht van de hobbyjagers in de leefomgeving verstoren ook altijd de gehele wildpopulaties en de bewoners.

Er zijn veel meer zoönosen bij huisdieren en landbouwhuisdieren. In de regel besmetten alleen hobbyjagers zich met een zoönose zoals de vossenlintworm. Ongeveer 20 – 30 mensen raken in Zwitserland jaarlijks geïnfecteerd met deze leverziekte (Echinococcus multilocularis). Dit is niet meer dan vroeger, toen men minder vossen in de steden aantrof. Het immuunsysteem van de meeste mensen is sterk genoeg om een infectie af te weren. In de regel ontwikkelen de larven van de vossenlintworm zich in de lever van muizen en sommige ratten. Eet een vos de besmette muis, dan ontwikkelt zich in zijn darm opnieuw een lintworm. Ook katten en honden die muizen eten, kunnen zo de parasiet verspreiden, maar worden zelf niet ziek. Enigszins geruststellend is het feit dat de ziektefrequentie in Zwitserland zeer gering is, dat een directe overdracht van vos op honden niet mogelijk is en dat gecastreerde dieren geen vossenlintworm krijgen.

Stadsvossen hebben in de regel een besmettingsgraad onder de 20 %, omdat hun voedsel hoofdzakelijk uit voedselresten bestaat. Landvossen daarentegen hebben een hogere besmettingsgraad, omdat ze zich ruimschoots voeden met veldmuizen.

Het infectierisico is voor normale bosbezoekers minimaal. In tegenstelling tot de vele geruchten is van geen enkele vossenlintwormpatiënt bekend dat hij of zij zich via bosbessen zou hebben besmet. Bessen die hoog aan de struik hangen, vallen als infectieweg af. Het is moeilijk voor te stellen hoe bijvoorbeeld vossenuitwerpselen op hoog hangende bessen zouden moeten komen.

“We hebben waargenomen dat vossenmoeders daar waar de dieren bejaagd worden, meer jongen ter wereld brengen. Met een afschot kan men weliswaar plaatselijk voor verlichting zorgen, maar binnen korte tijd worden de vrijgekomen territoria weer ingenomen. De natuur reguleert dat zelf.”

 Wildhoeder Fabian Kern

Het afschieten van vossen kan zelfs het effect hebben dat de vrijgekomen leefruimte opnieuw bewoond wordt door vossen met een veel groter aandeel dragers van de vossenlintworm.

Vossenschurft

Niet elke ruig uitziende vos heeft schurft, en honden lopen ook geen hoog risico op besmetting. De parasiterende schurftmijt kan zeker honden of mensen aantasten – maar deze besmetting is zowel hier als daar uitstekend te behandelen. Het lokaal schijnbaar toegenomen voorkomen van genoemde mijten is niet het gevolg van een te hoge populatiedichtheid bij vossen. Daarom zal ook een intensievere bejaging de verspreiding van schurft niet voorkomen. Wetenschappelijk aangetoond is veeleer dat juist bij de vos de bejaging ter indamming van wilde dierenziektes contraproductief is. Ook in het algemeen blijkt dat in intensief bejaagde gebieden de vossenpopulatie niet daalt, maar door toename van de voortplanting en immigratie van dieren zelfs stijgt.

Als belangrijkste oorzaken voor de verspreiding van de vossenschurft gelden de intensieve bejaging. Door de jacht ontstaat er een kunstmatig verjongde en toenemende populatie met een zwak immuunsysteem, met als gevolg in de herfst een toename van migrerende jonge vossen die de in zich gedragen ziekteverwekkers verspreiden.

“Helaas kunnen wij over de geschoten vossen geen gezondheidsgegevens leveren, omdat dit bij de afschotcontrole niet wordt vermeld. Dit geldt zowel voor de jacht als voor de speciale afschoten, die van 15 juni tot 31 augustus worden geschoten. Bij het gevonden dode wild zit ook schurft, maar wij kunnen het aantal niet uit de 23% halen wegens leeftijd, ziekte of zwakte. In principe kunnen wij aannemen dat in de afgelopen 20 jaar tussen de 5 en 10% van de vossen met schurft besmet waren. Hondenziekte komt zelden voor.”

Rolf Schneeberger, LANAT Amt für Landwirtschaft und Natur

Ook in het verleden laaiden schurft en hondenziekte lokaal telkens weer op en doofden dan vanzelf weer uit. Vooral daar waar de schurft zich bijzonder sterk had verspreid, lijken de vossen een toenemende resistentie tegen herinfecties te ontwikkelen. Aangezien de jacht het eigenlijk bestaande overlevingsvoordeel voor schurftresistente vossen echter tenietdoet (een hobbyjager kan immers aan een vos niet zien of die schurftresistent is), zou het doden van vossen ook in dit opzicht contraproductief kunnen zijn. Overigens heeft men bij de hondenziekte vastgesteld dat wilde dieren reeds antilichamen hebben gevormd en het gevaar dus marginaal is.

Vossen beschermen ons

Een nieuwe studie (7) wijst erop dat het verdwijnen van muizenjagende predatoren, met name de vos, de oorzaak is van het toenemende aantal door teken overgedragen ziekten bij de mens.

Vossen hebben bovendien een positieve invloed om mensen en dieren te beschermen tegen het hantavirus, botulisme of bijvoorbeeld leptospirose (11).

“Als er niet zoveel vossen gedood zouden worden, zouden de boeren ook niet zoveel gif op de velden hoeven uit te strooien tegen de muizenplagen – wat op zijn beurt het hele ecosysteem belast.”

IG Wild beim Wild

Boswachters moeten met chemie, mechanica en vallen muizen bestrijden, die kiemplanten en bomen beschadigen, terwijl hobbyjagers vossen bejagen, die eigenlijk de muizen onder controle zouden houden. Miljoenen franken aan schade en extra werk voor de bosbouw als gevolg van de jacht zijn het resultaat. Landbouwers en fruittelers moeten muizenjagers inhuren omdat de vos en andere predatoren ontbreken.

Barbaarse folklore of normale jachtmethode?

In het kader van de vossenjacht worden praktijken (9) toegepast die de dierenbeschermingswet eigenlijk verbiedt. Het gaat bijzonder wreed toe bij de holjacht en de holhonden-opleiding op levende vossen.

Althans onder de Zwitserse bevolking geniet de holjacht nauwelijks acceptatie; dat blijkt uit een representatieve enquête in september 2017 onder 1015 personen, die het marktonderzoeksbureau Demoscope in opdracht van de Zwitserse dierenbescherming (STS) heeft uitgevoerd. 64 procent steunt een verbod, slechts 21 procent wil de holjacht behouden. De afwijzing is onder vrouwen en de 15- tot 34-jarigen iets sterker uitgesproken. Een Röstigraben bestaat niet.

De vos is een zeer aanschouwelijk (en treurig) voorbeeld van hoe de hobbyjager met zijn onwetendheid en de dwangmatige behoefte aan controle over de natuur zelf problemen creëert en natuurlijke regulerende mechanismen verergert. Wanneer men zich onbevooroordeeld met vossen bezighoudt, herkent men al snel dat het fascinerende dieren met indrukwekkende vaardigheden zijn. Ze zijn zeer zorgzame ouders en beschikken over buitengewone vermogens, zoals het betrekken van het aardmagnetisch veld bij het zoeken naar voedsel. Bovendien zijn ze als muizenjagers zowel voor de land- als de bosbouw noodzakelijk en leveren ze een wezenlijke bijdrage aan het indammen van “door knaagdieren overgedragen pathogenen”, zoals hantavirussen of borrelia. Om deze redenen zouden we de vos moeten zien als wat hij is – namelijk als een belangrijk onderdeel van het ecosysteem en een verrijking van de inheemse fauna.

Eigenlijk zou de hele kleinwildjacht verboden moeten worden. Wie zinloos doodt, beschermt niet en de beschaafde samenleving heeft er niets aan. Hobbyjagers zorgen dus ook niet voor gezonde of natuurlijke wildpopulaties.

Vooral bij de hobbyjagers is het uiterst elementair dat men heel nauwkeurig kijkt. Nergens wordt zo veel gemanipuleerd met onwaarheden, jagerslatijn en fake news. Geweld en leugens zijn twee kanten van dezelfde medaille.

Bronnen:

Verdere artikelen

  • Fred Kurt: Das Reh in der Kulturlandschaft. Ökologie, Sozialverhalten, Jagd und Hege. Kosmos Verlag, Stuttgart 2002, blz. 83.
  • Federale jachtstatistiek Link
  • Toelichtingen en bronvermeldingen Link
  • Wetenschappelijke literatuur: Studies rode vos
  • Jagers verspreiden ziekten: Studie
  • Jacht bevordert ziekten: Studie
  • Hobbyjagers in de criminaliteit: De lijst
  • Verbod op de zinloze vossenjacht is achterstallig: Artikel
  • Luxemburg verlengt verbod op vossenjacht: Artikel
  • Kleinwildjacht en wildziekten: Artikel
  • Verjagen van wilde dieren: Artikel

Antwoord regeringsraadslid Brigit Wyss Solothurn

Birgit Wyss https://wildbeimwild.com/online-proteste/stoppt-das-fuchs-und-dachsmassaker-im-kanton-solothurn/

Met een beetje goede wil vindt men de bronnen in de petitie – anders dan in het schrijven van Brigit Wyss, waarin zij beweert dat de meeste vossen en dassen in het kanton Solothurn wegens ziekte worden afgeschoten. Volgens onderzoek van de IG Wild beim Wild bij de jagers in het kanton Solothurn betreft het normaliter ongeveer 10 – 20 % vossen, tenzij er net regionaal een ziekte-uitbraak optreedt. De meeste vossen worden zinloos, zoals in de petitie beschreven, in het kader van een twijfelachtige regulering afgeslacht. En men zou de ethiek, het dierenwelzijn en de veiligheid van de professionele wildhoeders in Genève niet gelijk moeten stellen met de hobbyjagers in Solothurn. Daarmee diskwalificeert men zichzelf alleen maar.

Het Amt für Jagd und Fischerei alsook de hobbyjagers van Revierjagd Solothurn wilden zich schriftelijk niet uitlaten. Anders dan de vakdienst in Bern:

«In principe kunnen wij aannemen dat in de afgelopen 20 jaar tussen de 5 – 10 % van de vossen met schurft besmet was. Hondsdolheid is zeer zeldzaam.”

Rolf Schneeberger, LANAT Amt für Landwirtschaft und Natur Bern

Solothurner Zeitung: Strijd tegen een bloederige hobby

De IG Wild beim Wild heeft ook telefonisch navraag gedaan bij de heer Mark Struch van de vakdienst Jacht in Solothurn. De heer Struch bevestigde dat er meer gezonde vossen worden geschoten dan zieke. Pas toen hij hoorde over de brief van regeringsraadslid Brigit Wyss, krabbelde hij terug.

Marcel Tschan van dezelfde dienst verdraait in het artikel van de Solothurner Zeitung bovendien opnieuw de feiten. De industriële landbouw is de hoofdoorzaak voor de afname van de populatie veldhazen, omdat zij de leefomgeving van de dieren vernietigt. Door nieuwe akkers, monoculturen, mest en pesticiden worden de voor hen levensbelangrijke natuurlijke structuren steeds verder vernietigd – met de overbemesting verdwijnt bovendien ook het voedselaanbod. Absurd genoeg probeert de jagerschap de afname van de veldhazenbestanden toe te schrijven aan predatoren zoals de vos. Vossen voeden zich echter voornamelijk met muizen en regenwormen en kunnen een gezonde haas helemaal niet vangen. Vossen vormen geen bedreiging voor de hazenpopulatie of voor grondbroeders.

Het statement van Pro Natura Solothurn is wederom respectloos tegenover voelende wezens. Pro Natura Solothurn ondersteunt daarmee een geweldscultuur alsook dierenmishandeling en spreekt haar moederpartij tegen: «Heel anders zien de natuurbeschermers van Pro Natura het: De onzinnige kadaverberg moet worden voorkomen