Spreitenbach reageert pas wanneer het toezicht aanklopt
Zes weken lang liet de gemeenteraad van Spreitenbach het verzoek om informatie van IG Wild beim Wild onbeantwoord. Toen diende het platform een bemiddelingsverzoek en een toezichtsklacht in. Eén dag nadat beide kantonnale toezichtsinstanties in actie kwamen, kwam het antwoord van de gemeente binnen. Het is mager, ontwijkend en bevestigt onbedoeld de kritiek.
Soms vertelt een kopieregel meer dan een hele brief.
Op 9 juni 2026 beantwoordde de gemeenteraad van Spreitenbach voor het eerst het verzoek om informatie volgens de openbaarheidswet, dat IG Wild beim Wild op 27 april 2026 had ingediend. Onderaan het schrijven staan twee ontvangers in kopie: de gemeenteafdeling van het Departement Volkshuishouding en Binnenlandse Zaken en de gemachtigde voor Openbaarheid en Gegevensbescherming.
Precies deze twee instanties hadden een dag eerder, op 8 juni 2026, post aan de gemeente bezorgd. De gemachtigde voor Openbaarheid en Gegevensbescherming opende naar aanleiding van ons bemiddelingsverzoek een bemiddelingspoging volgens § 31 IDAG. De gemeenteafdeling bezorgde de gemeenteraad onze toezichtsklacht wegens rechtsweigering en stelde een termijn tot 6 juli 2026 voor een verweerschrift inclusief stukken.
De chronologie spreekt voor zich. Van 27 april tot 8 juni: stilte. De termijn van 10 dagen volgens § 19 lid 1 VIDAG verstreek, de in het verzoek gestelde termijn van 27 mei verstreek, geen ontvangstbevestiging, geen termijnverlenging, niets. Op 8 juni komen de toezichthoudende instanties in actie. Op 9 juni antwoordt de gemeente. De rechtvaardiging voor de vertraging: «Feestdagen en vakantiegerelateerde afwezigheden».
Wat de gemeente toegeeft
Inhoudelijk is het schrijven grotendeels een bekentenis. Voor de Jagdmesse Schweiz, de Terra Expo en de sportvissersbeurs was volgens de gemeente geen gemeentelijke evenementenvergunning vereist. Veiligheids- en verkeerskwesties werden niet per evenement getoetst, maar globaal in de destijds gevoerde bouwvergunningsprocedure. Reclamevergunningen werden niet verleend. En letterlijk: «Dierenwelzijnsrechtelijke aspecten werden door de gemeente niet getoetst.»
Daarmee bevestigt de gemeente wat de Veterinärdienst Aargau al schriftelijk had vastgelegd: De jachtbeurs van de hobbyjagers passeerde alle controleniveaus. Geen melding aan de Veterinärdienst, geen controle ter plaatse, geen dossierstuk, en nu ook ambtelijk bevestigd geen enkele vorm van gemeentelijke toetsing. Een evenement met wapens, trofeeën en dieren vond plaats in een systeem waarin elk niveau zich onbevoegd verklaart.
Levende dieren waarvan niemand wist
Bijzonder explosief wordt de dossiersituatie door een detail uit het beursprogramma zelf: op de jachtbeurs vonden meermaals demonstraties met jachthonden plaats. De Veterinärdienst stelde echter vast dat hem «geen kennis over een demonstratie van levende dieren» bekend was. Er werden dus aantoonbaar levende dieren gedemonstreerd op een commerciële beurs, zonder dat de vakinstantie hiervan op de hoogte was, laat staan kon toetsen of de voorschriften van de dierenbeschermingsverordening werden nageleefd of dat er een vergunningsplicht volgens art. 13 TSchG bestond, die het gebruik van levende dieren voor reclamedoeleinden aan een vergunning onderwerpt. De Veterinärdienst heeft in zijn brief uitdrukkelijk verzocht hem concrete aanwijzingen mee te delen. Aan dit verzoek hebben wij gehoor gegeven.
Wat de gemeente weigert
Over de vraagstukken rond de strafaangifte tegen ons platform weigert de gemeenteraad elke inlichting, pauschaal onder verwijzing naar «lopende strafrechtelijke onderzoeken». Onbeantwoord blijven daarmee ook vragen die met de strafprocedure zelf niets te maken hebben: bestaat er een formeel gemeenteraadsbesluit over de petitie volgens art. 33 lid 2 BV? Hoeveel individuele e-mails kwamen er daadwerkelijk binnen? Werden vóór de strafaangifte standpunten ingewonnen bij het BAKOM of bij gegevensbeschermingsinstanties? Was er een extern juridisch advies? Dat zijn vragen over het bestuurlijk handelen van de gemeente, niet over de strafprocedure. Over de petitie met haar 170 ondertekenaars klinkt het laconiek: «Uw petitie is ter kennisname aangenomen.» Hoe uit deze petitie überhaupt een strafaangifte tegen de critici werd, hebben wij uitvoerig gedocumenteerd.
De hefbomen die de gemeenteraad niet heeft aangeraakt
De gemeente stelt zich op het standpunt dat dierenbescherming uitsluitend een zaak van de kantonale Veterinärdienst is. Dat is een versimpeling. Een onderzoek in de wetgeving van Aargau toont aan: de gemeenteraad had ten minste vier eigen handelingsinstrumenten en heeft er geen enkele gebruikt.
Ten eerste: gemeentelijke taken op het gebied van dierenbescherming. De kantonale verordening over de uitvoering van de dierenbeschermingswetgeving (SAR 393.111) gaat er uitdrukkelijk van uit dat gemeenteraden taken op het gebied van dierenbescherming vervullen. De veterinaire dienst houdt toezicht op de gemeenteraden in dit domein en kan hun taken toewijzen. Wie beweert als gemeente helemaal niets met dierenbescherming te maken te hebben, heeft de eigen rechtsgrondslag niet gelezen.
Ten tweede: melding en ambtelijke bijstand. Uiterlijk sinds de petitie van november 2025 wist de gemeenteraad van onderbouwde aanwijzingen voor misstanden, gestoeld op het STS-onderzoek naar ongeveer 60’000 met de dierenbescherming strijdige en dus strafbare reptielenhouderijen in Zwitserland, met de Umwelt Arena als draaischijf. Een eenvoudige doorverwijzing naar de veterinaire dienst zou hebben volstaan om de vakinstantie te activeren. Die kwam er nooit: de veterinaire dienst bevestigde ons schriftelijk dat hij over de jachtbeurs geen enkele melding had ontvangen. Volgens art. 24 TSchG grijpt de bevoegde instantie bij vastgestelde misstanden onverwijld in. Instanties die wegkijken, kunnen zich niet aan deze plicht onttrekken door onwetendheid die ze zelf hebben georganiseerd.
Ten derde: de eigen politie. In het duale Aargause veiligheidssysteem is de regionale politie het uitvoerend orgaan van de gemeenteraad. De gemeenteraad had zijn Repol kunnen opdragen om op de jachtbeurs of de reptielenbeurzen aanwezig te zijn en vaststellingen te doen. Ook dat gebeurde niet, zelfs niet nadat op 8 maart 2026 voor de Umwelt Arena een dierenrechtenactivist handtastelijk bij de keel werd aangevallen.
Ten vierde: het bouwrecht. De gemeente schrijft zelf dat de evenementen plaatsvonden «in het kader van de bestaande bouwrechtelijke en bedrijfsmatige vergunningen». Precies daar ligt haar eigenste bevoegdheid: als bouwvergunningsinstantie zou ze kunnen onderzoeken of terugkerende commerciële dierenbeurzen en een beurs voor hobbyjagers gedekt zijn door de bestemming van een hal die als baken van milieueducatie is ontworpen en gemarket. Hoe de Umwelt Arena haar duurzaamheidsmerk uitspeelt tegen het dierenwelzijn, is gedocumenteerd. De bouwrechtelijke vraag heeft tot dusver niemand haar gesteld, het minst van al de eigen gemeente.
Eén instantie, één enkele handeling
Maakt men de balans op, dan blijft er een opmerkelijke bevinding over. In een conflict over dierenwelzijn, openbare veiligheid en de geloofwaardigheid van een als duurzaam vermarkte instelling heeft de gemeenteraad van Spreitenbach gedurende maanden precies één gedocumenteerde handeling verricht: de aanklacht tegen het platform dat de misstanden openbaar heeft gemaakt. Verantwoordelijk hiervoor zijn de voltallige gemeenteraad, gemeentevoorzitter Markus Mötteli (Die Mitte), vicevoorzitter Doris Schmid-Hofer (FDP) alsook de partijloze raadsleden Adrian Mayr en Mike Heggli. Dezelfde vier personen tot wie de protestmails gericht waren, lieten ook de drie brieven van ons platform onbeantwoord, totdat de toezichthoudende instanties tussenbeide kwamen. Geen melding, geen controle, geen toetsing, geen politie-inzet, geen antwoord op drie brieven, totdat de toezichthoudende instanties tussenbeide kwamen. Maar wel een aanklacht wegens naar verluidt 850 protestmails, een misleidende voorstelling, want daarachter staan 170 afzenders wier mails slechts naar elk vijf adressen van de gemeente gingen.
Dat de gemeente nu, zodra de ÖDB en de gemeentelijke afdeling aankloppen, binnen één dag kan antwoorden, bewijst overigens één ding: kunnen hadden ze het altijd gekund, bij alle drie de brieven. Willen deden ze het pas toen ze moesten.
Hoe het verdergaat
De bemiddelingsprocedure bij de gevolmachtigde voor openbaarheid en gegevensbescherming loopt verder, want het antwoord van de gemeente laat de centrale vraagstukken onbeantwoord. Tot 6 juli 2026 moet de gemeenteraad bovendien tegenover de gemeentelijke afdeling DVI standpunt innemen en zijn dossiers indienen. Wij hebben beide instanties onze aanvullingen toegezonden. De gemeenteraad heeft zes weken gezwegen, terwijl hij vrijwillig had kunnen antwoorden. Nu antwoordt hij, omdat hij moet. Wij blijven erbovenop zitten.
LAAT ONS IN CONTACT BLIJVEN!
We sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen via de nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →