Pijl en boog op wilde dieren: hobbyjachtlobby eist terugkeer naar de middeleeuwen
In Duitsland zet de hobbyjachtlobby de politiek onder druk: de sinds 1977 verboden boogjacht op wilde dieren moet worden gelegaliseerd. De argumenten klinken modern, de realiteit is archaïsch: pijlschoten zonder schokwerking, verwondingspercentages van meer dan 50 procent en dieren die dagenlang een kwellende dood sterven. Het gaat niet om dierenwelzijn, maar om de kick van een kleine, luidruchtige lobby.
Op de beurs «Jagd & Hund» in Dortmund presenteert de Deutsche Bogenjagd Verband (DBJV) zich zelfverzekerd.
Voorzitter Jan Riedel wil de hobbyjacht met pijl en boog, die in Duitsland sinds 1977 in het wild verboden is, weer laten toestaan. Zijn verkoopargumenten: «vlijmscherpe» pijlpunten, een naar verluidt vergelijkbare dodelijke werking als bij het geweer en een «bijzonder intense natuurbeleving». De dood van een dier als belevingspedagogiek voor volwassenen.
Wat in het debat graag wordt verzwegen: Riedel zelf gaat in Frankrijk met de boog op de hobbyjacht. De DBJV-voorzitter verkoopt de methode dus niet toevallig, maar als iemand die zijn eigen hobby graag zonder buitenlandticket zou willen uitoefenen. Dat is geen zakelijk debat, dat is belangenpolitiek in camouflagepak.
De wetenschappelijke feiten: dierenleed in plaats van dierenwelzijn
De stand van het onderzoek is eenduidig, maar wordt door de hobbyjachtlobby consequent genegeerd. Een analyse van ongeveer twee dozijn studies uit de VS door PETA toont aan: 54 procent van de met pijl en boog beschoten dieren wordt niet onmiddellijk gedood. Gewonde dieren kunnen dagenlang een kwellende dood sterven, vaak op de vlucht, vaak niet meer terug te vinden.
Een studie van de Universiteit van Oklahoma documenteerde bij een boogjacht op 22 witstaartherten dat 50 procent van de dieren slechts werd aangeschoten en aanvankelijk niet werd teruggevonden. De pijl vergeeft niet de geringste onnauwkeurigheid in het richten en leidt vaak tot doorschoten zonder gegarandeerde dodelijke werking.
Ook James Brückner van de Deutscher Tierschutzbund maakt duidelijk: «Door het ontbreken van een schokwerking blijft de dodelijke werking van een pijl zelfs nog duidelijk achter bij die van een geweerpatroon.» Precies dat is het doorslaggevende punt dat de boogjacht-lobby met marketingtermen als «broadheads» en «moderne compoundbogen» wil verbloemen. Een pijl snijdt, hij schokt niet. Een gewond ree, een gewonde vos, een gewond wild zwijn vlucht en sterft pas wanneer het bloedverlies op een gegeven moment tot een collaps leidt. «Geen tien seconden tot de dood», zoals Riedel beweert, geldt onder laboratoriumomstandigheden, niet in het veld.
Zelfs Sven Herzog, hoofd van de leerstoel Wildecologie aan de TU Dresden en allesbehalve een hobbyjacht-criticus, geeft onomwonden toe: «Een slechte boogschutter kan nog meer dierenleed veroorzaken dan een slechte schutter met een vuurwapen en de hoge effectiviteit daarvan.»
Het camouflage-argument: «dierenwelzijn» als reclameslogan
Bijzonder cynisch werkt de retorische wending van de hobbyjacht-lobby, die de boogjacht uitgerekend als «in overeenstemming met het dierenwelzijn» wil verkopen. Een methode waarbij meer dan de helft van de dieren niet onmiddellijk dood is, zou plotseling beter zijn dan het geweer, omdat de pijl stiller is en de «natuurbeleving» intenser. Dat is exact dezelfde redeneerlogica waarmee de afgelopen jaren ook andere ethisch twijfelachtige praktijken salonfähig gemaakt moesten worden: men verpakt het eigen belang in het vocabulaire van de tegenpartij.
Wie het dierenwelzijn werkelijk voor ogen zou hebben, zou de vraag moeten stellen of de hobbyjacht in haar huidige vorm überhaupt nodig is. Het antwoord van de wetenschap is al jarenlang duidelijk: predators zoals wolf, lynx en beer reguleren wildpopulaties zonder menselijk schiettuig, gratis en ecologisch zinvol. In plaats daarvan wil een lobby terug naar pijl en boog, omdat het geweer haar te schoon, te onspectaculair, te weinig «authentiek» geworden is. Dat is geen modernisering, dat is re-enscenering.
Sluipende legalisering: hoe het taboe valt
Het voorstel in Duitsland komt niet uit het niets. Reeds in 2019 stond het ministerie van Milieu van Brandenburg een ontheffing toe voor de boogjacht op wilde zwijnen in Stahnsdorf en Kleinmachnow. PETA vreesde toen al dat met het pilootproject een precedent zou worden geschapen om de archaïsche jachtmethode opnieuw landelijk te legaliseren. Precies dit patroon herhaalt zich nu: een kleine kier wordt met «binnenstedelijke wildzwijnproblemen» gerechtvaardigd en vervolgens systematisch verbreed.
Ook in Zwitserland probeert de vereniging van Zwitserse boogjagers de legalisering er al jaren door te drukken. Zelfs de vereniging Jagd Schweiz lanceerde onlangs een vragenlijst over de boogjacht. De internationale lobby werkt gecoördineerd, het Duitse initiatief maakt deel uit van een Europese strategie. In Rusland werd de jacht met pijl en boog in 2019 vrijgegeven, om het «imago als jachtmacht» op te waarderen. In Zimbabwe wordt zelfs de trofeeënjacht op kafferbuffels en leeuwen met pijl en boog toegestaan, het meest prominente slachtoffer was in 2015 de leeuw Cecil, die pas na een dag uit zijn lijden werd verlost.
De juridische grijze zone in Duitsland
Wat velen niet weten: op federaal niveau bestaat er in Duitsland helemaal geen algemeen verbod op de boogjacht. § 19 lid 1 nr. 1 van de federale jachtwet verbiedt pijlen enkel voor evenhoevig wild, wolven (vanaf april 2026) en zeehonden. Klein wild zoals vos, haas, wasbeer of wasbeerhond valt daar niet onder. Via § 19 lid 2 BJagdG mogen de deelstaten het verbod uitbreiden, wat ongeveer de helft van de deelstaten in hun deelstatelijke jachtwetten ook hebben gedaan. In de overige deelstaten bestaat een juridische grijze zone, en de hobbyjacht-lobby wil deze leemte gericht uitbuiten.
Daar komt nog de door de DBJV gepropageerde «boogjachtvergunning» bij, een verenigingsinterne certificering zonder wettelijke grondslag. Dat is geen kwaliteitskenmerk, maar een zelflegitimatie van die verenigingen die een economisch belang hebben bij de legalisering.
De argumentatieve zwakte van de lobby
Riedels bewering dat een pijl «vergelijkbaar is met een geweerschot met loodmunitie», verschuift het argument naar een opmerkelijk niveau. Loodmunitie wordt al jaren scherp bekritiseerd vanwege het vergiftigingsgevaar voor predatoren zoals steenarend en lammergier. Wie de boogjacht rechtvaardigt met het argument dat ze niet slechter is dan een sowieso problematisch soort munitie, argumenteert op het laagst denkbare niveau. Een medische ingreep wordt immers ook niet beter doordat hij niet slechter is dan een andere slechte ingreep.
Ook het populaire «stadsjager»-argument houdt geen stand. Het idee om met pijlen in woonwijken op wilde zwijnen te jagen is niet veiliger, maar verschuift het probleem alleen maar. Wilde zwijnen in woongebieden zijn een vervolgprobleem van onbeveiligde vuilnisbakken, gevoerde dieren en niet-natuurlijke landschapsinrichting. Wie hier met de pijl aankomt, behandelt symptomen met het verkeerde gereedschap.
Een nee moet een nee blijven
De herinvoering van de boogjacht op wilde dieren zou een terugval zijn naar een tijd waarin men wild ving omdat men het moest eten. Tegenwoordig eten de meeste hobbyjagers hun wild niet uit noodzaak, maar uit identiteit. De boogjacht is daarom geen technische vooruitgang, maar een culturele enscenering waarin het «authentieke» doden een doel op zich wordt.
Wie wilde dieren serieus wil beschermen, beëindigt niet het verbod op de boogjacht, maar verscherpt de hobbyjacht in zijn geheel: verbod op loodmunitie, stop op de vervolging van predatoren, versterking van professioneel wildbeheer naar Geneefs model. In plaats daarvan onderhandelt de politiek erover of dieren voortaan weer met pijlen mogen doodbloeden, omdat een kleine lobby een «intensievere natuurbeleving» wenst. Dit debat zou met drie letters moeten eindigen: Nee.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We willen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief toesturen.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →