15 juni 2026, 01:13

Zoeken

Jacht

Luzern en de rode vos: wanneer politiek de feiten negeert

Op 12 november 2025 heeft Pascal Wolf bij de staatskanselarij van Luzern een petitie ingediend voor de bescherming van de rode vos. Een redelijk, zakelijk onderbouwd verzoek: de argumenten van de hobbyjagers over ziektebestrijding en de zogenaamde bedreiging van de biodiversiteit door de vos zijn wetenschappelijk niet aangetoond. Precies dat is het punt. Precies dat is al decennialang de stand van het onderzoek.

Redactie Wild beim Wild — 8 mei 2026

Het antwoord van de Commissie Ruimtelijke Ordening, Milieu en Energie (RUEK) onder voorzitter Michael Kurmann leest alsof het rechtstreeks is overgeschreven uit een standpunt van JagdSchweiz.

De petitie zou «zakelijk noch economisch zinvol» zijn. Een beschermde status zou «geen herkenbaar nut» opleveren. Punt. Dossier gesloten.

Wie het beknopte rapport van de RUEK leest, merkt al snel: hier is niet onderzocht, maar geknikt. De petitionaris werd niet eens gehoord. In plaats daarvan liet de commissie zich uitsluitend door het BUWD informeren, dus precies door diezelfde administratie die al decennialang vasthoudt aan de status quo van de hobbyjacht.

De grote bluf: «Alleen Genève doet het anders»

In het RUEK-rapport staat de zin die het hele bouwwerk van argumenten doet instorten: «Behalve in het stadskanton Genève wordt de vos in heel Zwitserland bejaagd.» Dat is formeel weliswaar niet onjuist, maar het is een bewust verkorte voorstelling van zaken. Want een blik over de landsgrens en in andere kantons vertelt een heel ander verhaal.

Luxemburg: al meer dan tien jaar zonder vossenjacht

Het Groothertogdom Luxemburg heeft in 2015 een totaalverbod op de vossenjacht ingevoerd. Sindsdien wordt het verbod jaar na jaar verlengd, laatstelijk door een verordening die vossen meteen voor meerdere jaren vooruit beschermt. Zelfs na de regeringswisseling in 2023, toen de christelijk-sociale CSV de milieuminister leverde, bleef het verbod gehandhaafd.

De motivering van het Luxemburgse ministerie van Milieu zit goed: «Er zijn geen wetenschappelijk gefundeerde aanwijzingen voor een negatieve invloed op de biodiversiteit door de vos.» Het verdwijnen van de patrijs of de haas ligt aan de intensivering van de landbouw, niet aan de vos.

Nog interessanter is de bevinding over de vossenlintworm, die door de Zwitserse hobbyjager-lobby geregeld als schrikbeeld wordt aangevoerd: in Luxemburg is de besmettingsgraad sinds de invoering van het jachtverbod gedaald. Was die in 2014 bij aanhoudende bejaging gestegen tot 39,7 procent, acht jaar later lag die onder de 10 procent. Bejaging verspreidt de lintworm, bescherming vermindert hem. Dat is de nuchtere Luxemburgse datasituatie.

Kanton Genève: sinds 1974 zonder hobbyjacht

In het kanton Genève heeft de bevolking in 1974 de militiejacht afgeschaft. Sindsdien gebeurt de regulering van wilde dieren door professioneel opgeleide staatswildhoeders. In het afgelopen jachtseizoen werden in Genève nul vossen voor het vrijetijdsplezier doodgeschoten. Drie voltijdsbanen volstaan voor regulering en preventie. De balans van wildschade is over een lange periode gemiddeld vergelijkbaar met kantons waarin hobbyjagers vrij hun gang mogen gaan, zoals Schaffhausen.

De totale kosten voor het beheer van wilde dieren in Genève bedragen ongeveer een miljoen frank per jaar. Dat komt overeen met ongeveer een kop koffie per inwoner. Zo veel over de bewering van de RUEK dat een onder bescherming plaatsen gepaard zou gaan met «aanzienlijke meerkosten» waar geen nut tegenover staat.

Kanton Tessin: vossenjacht slechts marginaal

Ook in het kanton Tessin ziet de realiteit er anders uit dan de RUEK wil doen geloven. De hobbyjacht op de vos is daar een absoluut randverschijnsel. Tessiner hobbyjagers zijn primair geïnteresseerd in hert, ree, gems en wild zwijn tijdens de hoogjacht. De vos is statistisch praktisch irrelevant. Een realistisch beeld van Zwitserland zou dus zijn: een kanton zonder vossenjacht, een kanton met nauwelijks aanwezige vossenjacht, een buurland met een totaalverbod. De RUEK reduceert deze realiteit tot een kanttekening.

En de rest van Europa?

In Groot-Brittannië is de klassieke vossenhetsjacht met honden sinds 2005 in Engeland en Wales en al langer in Schotland verboden. In Nederland is de vossenjacht sterk beperkt. Zwitserland met zijn landsdekkende bejaging van vossen is niet het normale geval, maar een Europese achterblijver.

De economische leugen van de RUEK

De commissie beweert dat een beschermde status duur zou zijn. Bij nader inzien is dat een rookgordijn. Wat kost de hobbyjacht het kanton Luzern werkelijk? Verwerking van wildongevallen, nazoeken, beheerafschot, advisering, bewustmaking, vallenvangst in bebouwd gebied – dat alles wordt in het RUEK-rapport voorgesteld als verdienste van de 122 jachtgezelschappen. Het Genève-model toont aan: deze taken kunnen door staatswildhoeders met enkele voltijdbanen worden vervuld. Professioneel, gecontroleerd, wetenschappelijk, transparant. Zonder pachtsysteem, zonder eigenbelang, zonder trofeeënmentaliteit.

De bewering dat dit duurder zou zijn, houdt geen enkele toetsing stand. Het is een politiek argument, geen economisch.

Drie zinnen, drie verdraaiingen

De ontmaskerende kern van het RUEK-rapport vindt men in één enkele passage: «Een beschermde status van de rode vos levert geen herkenbaar nut op, noch voor de mens, noch voor de natuur, noch voor de rode vos zelf. Een beschermde status leidt bovendien tot aanzienlijke meerkosten. Een kantonnale beschermde status van de volgens federaal recht bejaagbare soort vos wordt daarom door de RUEK noch als feitelijk, noch als economisch zinvol en gegrond beschouwd.

Drie zinnen, drie verdraaiingen. Het loont de moeite deze passage uiteen te rafelen.

«Geen herkenbaar nut, ook niet voor de rode vos zelf»

Dat is wellicht de meest cynische formulering van het hele rapport. De RUEK beweert in alle ernst dat de bescherming van de rode vos «de rode vos zelf» geen nut oplevert. Vertaald betekent dat: het maakt voor de vos niet uit of hij wordt doodgeschoten of niet. De levende vos heeft geen herkenbaar voordeel ten opzichte van de dode vos.

Dat is geen feitelijke beoordeling meer. Dat is een moreel faillissement. De Zwitserse dierenwelzijnswet vereist een «redelijke grond» voor het doden van een dier. De RUEK keert deze logica om: zij beweert dat het níét doden een rechtvaardiging behoeft. De vos moet zich als het ware verontschuldigen dat hij bestaat.

Die Aussage ist auch faktisch falsch. Wildbiologisch ist längst belegt, dass intensive Bejagung Fuchspopulationen destabilisiert, höhere Reproduktionsraten provoziert und Wanderbewegungen verstärkt. Im Bayerischen Nationalpark, wo Füchse nicht bejagt werden, liegt die Wurfgrösse bei rund 1,7 Welpen pro Füchsin, in intensiv bejagten Revieren ist sie etwa dreimal so hoch. Schutz nützt also dem einzelnen Fuchs, der Population, die sich einpendelt, und letztlich auch dem Menschen durch weniger Bandwurmübertragung und stabilere Bestände.

«Erhebliche Mehrkosten»

Das ist die ökonomische Nebelkerze. Genf zeigt seit 1974 das Gegenteil: drei Vollzeitstellen Wildhut, rund eine Million Franken pro Jahr für das gesamte Wildtiermanagement, eine Tasse Kaffee pro Einwohner. Inklusive Wildschadenvergütung.

Was die RUEK verschweigt: Die Hobby-Jagd in Luzern ist kein Geschenk an den Steuerzahler. Sie kostet auch. Verwaltungsaufwand für 122 Pachtverträge, Jagdaufsicht, Koordination, Konfliktbearbeitung mit der Bevölkerung. Diese Kosten erscheinen im Bericht nirgends. Es wird einfach behauptet, der Status quo sei kostenlos und jede Veränderung teuer. Das ist Buchhaltung nach Wunschdenken.

«Weder sachlich noch wirtschaftlich sinnvoll und begründet»

Hier wird die Form zum Inhalt. «Sachlich nicht sinnvoll» ohne einen einzigen wissenschaftlichen Beleg. «Wirtschaftlich nicht sinnvoll» ohne eine einzige Zahl. «Nicht begründet» in einem Bericht, der selbst nicht begründet ist.

Das ist die rhetorische Endstufe: Man behauptet, die Gegenseite habe keine Argumente, und liefert selbst keine. Die RUEK macht es sich zur Methode, das Gegenüber durch blosse Negation zu erledigen.

Was der Abschnitt eigentlich sagt

Wenn man die juristische Verpackung entfernt, lautet die Botschaft: Wir, die Luzerner Politik, haben kein Interesse an einer ernsthaften Auseinandersetzung mit der Hobby-Jagd auf den Fuchs. Wir haben kein Interesse daran, die luxemburgische Datenlage zu prüfen. Wir haben kein Interesse am Tierschutzgesetz. Wir haben kein Interesse an der Wildtierforschung. Wir wollen, dass die 122 Jagdgesellschaften ihre Pachten behalten und weiter schiessen können. Punkt.

Dat is de subtekst, en die is daadwerkelijk pervers. Pervers, niet in moraliserende zin, maar in letterlijke zin: omgekeerd, verdraaid, op zijn kop gezet. Een petitie die wetenschappelijke toetsing eist, wordt met onwetenschappelijke beweringen afgewezen. Een dier dat bescherming verdient, wordt afgewezen met het argument dat de bescherming het niet ten goede komt. Een commissie die met een open uitkomst zou moeten toetsen, formuleert het resultaat vóór de toetsing.

De ziekteleugen: hobbyjacht verspreidt wat zij beweert te bestrijden

De RUEK neemt in het rapport een van de oudste jachtnarratieven ongetoetst over: hobbyjacht op de vos zou nodig zijn voor de “indamming van voor mens en huisdier gevaarlijke ziekten en parasieten”. Juist dit argument had Pascal Wolf in zijn petitie als wetenschappelijk niet aangetoond bestempeld. En hij heeft gelijk. Want het onderzoek van de afgelopen dertig jaar toont precies het tegenovergestelde aan: hobbyjagers verspreiden ziekten, in plaats van ze te bestrijden.

De mechaniek is biologisch triviaal en al lang aangetoond. Wanneer intacte vossengebieden door afschot worden opengereten, trekken jonge vossen wijd en zijd rond op zoek naar vrije territoria. Deze jonge dieren zijn vatbaarder voor ziekteverwekkers, ze verspreiden parasieten sneller en over grotere afstanden, en de door bejaging afgedwongen verhoogde voortplantingssnelheid levert steeds nieuwe dragers aan. Hobbyjacht bevordert de ziekten die zij beweert op te lossen. Een intacte vossengemeenschap met stabiele territoria doet het tegenovergestelde: minder trekbewegingen, minder jonge dieren, minder overdracht.

Het kanton Luzern blameert zich met de eigen cijfers

Hier wordt het voor de RUEK bijzonder gênant. Onderzoek van de IG Wild beim Wild bij de kantonale diensten voor jacht en visserij heeft iets verbazingwekkends aan het licht gebracht: Alleen het kanton Luzern houdt überhaupt een statistiek bij over ziekten bij de vos. En deze statistiek is een bankroetverklaring voor het jachtnarratief over ziekten.

In het jachtjaar 2018/19 werden in het kanton Luzern 2’217 vossen doodgeschoten. Daarvan waren volgens de eigen kantonale statistiek slechts 39 dieren ziek: 32 met schurft, één met hondenziekte, zes met andere bevindingen. Dat is 1,76 procent. Bijna 98 procent van de door Luzernse hobbyjagers doodgeschoten vossen was dus kerngezond en werd tot niets anders dan chemisch afval, verwijderd op kosten van de belastingbetaler. Als de RUEK beweert dat de vossenjacht dient om ziekten in te dammen, zou ze dit cijfer moeten kennen. Doet ze dat niet, dan is ze incompetent. Doet ze het wel en zwijgt ze, dan is ze oneerlijk.

Vossenlintworm: het Zwitserse jachtnarratief stort in

Een vierjarige studie uit de regio Nancy onderzocht of geïntensiveerde vossenjacht de verspreiding van de vossenlintworm indamt. Het resultaat is vernietigend voor de jachtlobby: 1’700 arbeidsuren, 15’000 kilometer nachtelijke autoritten, 776 doodgeschoten vossen, een verhoging van de jachtdruk met 35 procent. De vossenpopulatie werd niet verkleind. Het besmettingspercentage met de vossenlintworm steeg in het intensief bejaagde gebied van 40 naar 55 procent, terwijl het in het vergelijkingsgebied constant bleef. De studietitel is programmatisch: «Echinococcus multilocularis management by fox culling: An inappropriate paradigm.»

Luxemburg levert het tegenexperiment in de praktijk: sinds de invoering van het jachtverbod is het besmettingspercentage van de vossen met de vossenlintworm gedaald, niet gestegen. Het werkzame middel zijn ontwormingsaasjes, geen loodmunitie. De RUEK kent deze gegevens niet of wil ze niet kennen.

De vos als gezondheidspolitie

Wat de RUEK bovendien negeert: een enkele vos eet ongeveer 4’000 muizen per jaar. Muizen zijn de centrale gastheren voor teken, en teken brengen de ziekte van Lyme, FSME en hantavirussen over. Wie op vossen jaagt, jaagt daarmee indirect op het eigen immuunsysteem. Meer muizen betekent meer teken. Meer teken betekent meer door teken overgedragen ziekten. De kantons die het meest intensief vossen laten afschieten, hebben statistisch gezien de meeste problemen met door wilde dieren veroorzaakte ziekten. Het kanton Luzern behoort tot deze groep.

Als de RUEK schrijft dat het onder bescherming stellen van de vos «geen herkenbaar nut» voor de mens oplevert, is dat niet alleen in strijd met dierenwelzijn. Het is ook vanuit gezondheidspolitiek oogpunt nalatig.

Wanneer uit 122 jachtgezelschappen statistiek wordt

In het jachtjaar 2022/23 hebben de ongeveer 10.000 Zwitserse kleinwildjagers 18’943 doodgeschoten predatoren. Daarvan een aanzienlijk deel rode vossen. Over vijf jaar levert dat een afschot op van zo'n 100.000 vossen, gedood op een gebied dat niet eens zo groot is als de deelstaat Beieren.

Wie in Luzern als hobbyjager een jachtpacht afsluit, wil schieten. Dat is de kern. En voor deze schietlust worden al decennialang dezelfde mythen gerecycled: bestrijding van hondsdolheid (in Zwitserland sinds 1998 uitgeroeid, overigens niet door afschot, maar door vaccinatieaas), vossenlintworm (in Luxemburg zonder bejaging duidelijk teruglopend), bescherming van grondbroeders (waarvan de Luxemburgse milieuminister de achteruitgang wetenschappelijk duidelijk toeschrijft aan habitatvernietiging), schurft. Ook de stelling dat de vos moet worden teruggedrongen om de bossen te beschermen, houdt geen stand tegenover de realiteit.

Deze argumentencarrousel heeft een herkenbare logica: zodra een argument is weerlegd, wordt het volgende aangedragen. Het eigenlijke motief, het plezier van het jagen, wordt nooit openlijk uitgesproken. Bijzonder twijfelachtig is de nachtelijke aanzitjacht bij lokaasplaatsen, die in Luzern nog steeds is toegestaan.

De psychologie achter het Luzernse RUEK-rapport

Wie het RUEK-rapport cynisch noemt, heeft formeel gelijk. Wie het alleen cynisch noemt, schiet tekort. Achter de reflexmatige afwijzing van de petitie schuilt een herkenbare jachtpsychologische structuur, die in het kanton Luzern bijzonder uitgesproken is. De psychologie van de hobbyjacht in het kanton Luzern verklaart waarom een zakelijk onschuldige petitie met zo'n agressieve weigering om te argumenteren wordt beantwoord.

Reviergebonden jacht als loyaliteitssysteem

Het Luzernse reviergebonden jachtsysteem berust op meerjarige pachtcontracten met 122 jachtgezelschappen. Wie het revier heeft, heeft de zeggenschap over de duiding van de wildstand in het gebied. Wie te weinig schiet, riskeert het pachtcontract. Dat is een klassiek insidermodel: toegang tot middelen schept loyaliteit, loyaliteit beschermt de toegang. Wie er niet bij hoort, begrijpt naar verluidt «de realiteit ter plaatse» niet. Wetenschappelijke kritiek, dierenwelzijnsargumenten en juridische bezwaren worden afgedaan als meningen van buitenstaanders.

Precies deze mechaniek is terug te vinden in het gedrag van de RUEK. Pascal Wolf werd niet gehoord omdat hij geen insider is. Het BUWD werd geraadpleegd omdat het deel uitmaakt van het systeem. Een commissie die nauw verweven is met het jachtmilieu heeft geen institutionele prikkel om dit milieu in vraag te stellen. Zo immuniseert een systeem zichzelf tegen zelfreflectie, terwijl het tegelijkertijd publieke middelen opeist die in werkelijkheid primair dienen om jachtprivileges te beschermen.

De stille achteruitgang van de lynx als spiegel

In het kanton Luzern neemt het aantal lynxen af, hoewel er geschikte leefgebieden voorhanden zijn. Een streng beschermde soort verdwijnt uit passend habitat, en het bestuur voert geen herkenbare kritische oorzakenanalyse. Psychologisch is dat veelzeggend: waar de lynx reeën wegvangt die de hobbyjagers voor zichzelf opeisen, is hij geen partner maar concurrentie. Een achteruitgang lokt in het jachtmilieu geen alarmreactie uit, maar stille opluchting.

Toegepast op de vos ontstaat hetzelfde patroon. De vos is in het jachtkundige zelfbeeld geen medeschepsel, maar «roofwild», dus concurrent. Wie de hobbyjacht op de vos wil beperken, valt niet een praktijk aan, maar een identiteitspatroon. Daarom valt de reactie van de RUEK zo agressief uit, hoewel de petitie nuchter een onderzoek heeft gevraagd.

De jachtkalender als aanspraakcultuur

De Luzerner jachtkalender 2025/26 omvat edelhert, ree, wild zwijn, haas, vos, das, steen- en boommarter, eekhoorn en aalscholver. Het seizoen strekt zich voor verschillende soorten over vrijwel het hele jaar uit. Wat leest als een zakelijke opsomming, is in werkelijkheid een vergunning tot jaarrond ingrijpen in het leven van wildlevende dieren. Diersoorten die in geen enkele ecologische crisissituatie verkeren en voor wiens bejaging geen wetenschappelijke onderbouwing bestaat, staan op gelijke voet naast soorten waarvoor op zijn minst rudimentaire reguleringsargumenten bestaan.

De petitie van Pascal Wolf heeft deze aanspraakcultuur op één enkel punt aangetast, bij de vos. Zelfs deze minimale ingreep werd reflexmatig afgewezen. Dat verraadt hoe weinig onderhandelbaar het systeem zijn eigen praktijk ziet.

Voorzorgelijk alarmisme in plaats van wetenschap

In het kanton Luzern, waar de wolf tot nu toe nauwelijks aanwezig is, worden al «reguleringsbevoegdheden» geëist voordat de dieren überhaupt arriveren. Hetzelfde patroon toont het RUEK-rapport bij de vos: preventieve schrikbeelden over meerkosten en gevaarlijke ziekten, zonder dat deze met gegevens worden onderbouwd. De psychische dispositie van de hobbyjacht werkt met bedreigingsbeelden, omdat het zelfbeeld als onmisbare ordemacht alleen functioneert zolang er een vermeend gevaar moet worden afgewend.

Dat is de subtekst van de RUEK-sleutelzin «geen aantoonbaar nut, noch voor de mens, de natuur, noch voor de rode vos zelf». Vertaald betekent hij: zolang wij mogen beweren dat bescherming schadelijk is en doden nuttig, hoeven wij onze praktijk niet te veranderen. Dat is geen zakelijke argumentatie. Dat is identiteitsverdediging.

Agressiviteit als zelfbeschrijving

Psychologische studies tonen aan: hobbyjagers beoordelen zichzelf duidelijk agressiever dan niet-jagers. In de Nederlandse E-Screener-test zakt één op de vijf kandidaat-jachtaktehouders. Zwitserland kent zo'n test tot op heden niet. In het kanton Luzern betekent dat: 122 jachtverenigingen met honderden hobbyjagers, van wie statistisch gezien een aanzienlijk deel een onafhankelijke psychologische geschiktheidstest niet zou doorstaan. Deze hobbyjagers schieten jaarlijks zo'n 2’000 vossen.

Wanneer de RUEK dit tegen alle bewijs in verdedigt, verdedigt zij niet alleen een bestuurssysteem. Zij verdedigt een subcultuur die met vuurwapens, een jaarrond geldend doodingsrecht en nul maatschappelijk toezicht beslist over het leven van tienduizenden wilde dieren. Een subcultuur waarvan het zelfbeeld zich juist dán bedreigd voelt wanneer iemand van buitenaf, bijvoorbeeld een indiener van een petitie uit Luzern, de eenvoudigste aller vragen stelt: waarom eigenlijk?

Zelfs hobbyjagers noemen de vossenjacht zinloos

Wat de RUEK in haar rapport niet vermeldt: de kritiek op de vossenjacht komt allang niet meer alleen van dierenwelzijnsorganisaties. Ze komt uit de wildbiologie, uit het dierenwelzijnsrecht en zelfs uit de eigen gelederen van de hobbyjacht. Wie de actuele stand van de discussie kent, weet: de verdediging van de vossenjacht is een steeds eenzamere positie.

Franz Balmer uit het kanton Zürich: «Wij schaden het aanzien van de jacht»

In november 2025 berichtte de Tagesanzeiger over een zaak die de interne verdeeldheid van de Zwitserse hobbyjacht blootlegt. Franz Balmer is sinds 13 jaar hobbyjager in het kanton Zürich. Toen zijn eigen jachtvereniging in een verenigingsbulletin de vossenjacht met de gebruikelijke clichés verdedigde, schreef hij een verontwaardigde brief aan de redactie. Zijn kernzin: «Wij schaden zo het aanzien van de jacht meer dan dat wij het ten goede komen.»

Balmer bekritiseert zijn vereniging omdat ze vasthoudt aan achterhaalde beweringen en wetenschappelijke inzichten negeert. In plaats van openlijk te discussiëren over zin en onzin van de vossenjacht, verdedigt de vereniging een traditie tegen elke prijs. Precies dat doet ook de RUEK Luzern. Wanneer een man die de praktijk van de vossenjacht al 13 jaar uit eerste hand kent tot deze conclusie komt, is het standpunt van de RUEK vakkundig en ethisch niet meer houdbaar.

In hetzelfde Tagesanzeiger-artikel komt de wildbiologe Sandra Gloor aan het woord. Haar uitspraak is ondubbelzinnig: het afschieten van een enkele vossenreu of een vossenwijfje uit een familieverband bewerkstelligt «absoluut niets». De vossenjacht heeft geen duurzame invloed op de totale populatie. De Zwitserse jachtopleiding brengt meestal alleen formele regels bij in plaats van actuele inzichten in de vossenbiologie. Dat laatste raakt de RUEK rechtstreeks: een commissie die zich op uitspraken van het BUWD baseert, zonder wildbiologische deskundigen als Sandra Gloor te raadplegen, werkt met een kennisniveau uit de jaren tachtig.

Robert Brunold uit het kanton Graubünden: «De kleinwildjacht is niet noodzakelijk»

Ook Robert Brunold, oud-voorzitter van de hobbyjagers Graubünden, heeft publiekelijk toegegeven wat de RUEK absoluut niet wil toegeven: «De kleinwildjacht is niet noodzakelijk, maar wel gerechtvaardigd. Zo zou men zich ook kunnen afvragen of het zinvol is bessen en paddenstoelen in het bos te verzamelen.» Een hoogste vertegenwoordiger van de Graubündense hobbyjacht-lobby vergelijkt het doden van gezonde wilde dieren met het verzamelen van paddenstoelen. Daarmee geeft hij toe wat de wildbiologie al dertig jaar aantoont: de vossenjacht vervult geen ecologische of gezondheidspolitieke functie. Het is een vrijetijdsbesteding. Meer niet.

Wanneer een jachtverenigingsvoorzitter de kleinwildjacht zelf op het niveau van een paddenstoelenzoektocht plaatst, is de argumentatie van de RUEK nog gênanter. De commissie verdedigt geen noodzaak, maar een bloederige en dieronterende hobby die de eigen functionarissen openlijk als overbodig bestempelen.

Het juridische front: geen redelijke grond

De Deutsche Juristische Gesellschaft für Tierschutzrecht heeft in een uitvoerig standpunt vastgesteld dat het bij de vossenjacht onder de huidige omstandigheden in de regel ontbreekt aan de in de dierenwelzijnswet vereiste redelijke grond. Een diervriendelijke vossenjacht is alleen in nauw begrensde uitzonderingsgevallen denkbaar. De jacht op vossen wordt daarmee bestempeld als uiting van een achterhaalde jachtopvatting, als praktisch onverenigbaar met het staatsdoel dierenwelzijn.

Lovis Kauertz, voorzitter van Wildtierschutz Deutschland, vat het samen: «Het kan toch niet zo zijn dat de wetgever zich in die mate onderwerpt aan het dogma van de lobbyorganisaties van de hobbyjagers, dat zelfs deze minimumnorm van dierenwelzijn niet geldt voor vossen en andere predatoren.» Precies dat doet de RUEK Luzern. Zij onderwerpt zich aan het dogma van een lobby voor wie het doden van gezonde dieren belangrijker is dan de dierenwelzijnswet.

Het wetenschappelijke front: 18 studies, één bevinding

Al ruim dertig jaar bestaan er minstens 18 wildbiologische studies die aantonen: vossenjacht reguleert niet en is ongeschikt voor ziektebestrijding. Zelfs wanneer driekwart van een populatie wordt afgeschoten, is in het daaropvolgende jaar weer hetzelfde aantal dieren aanwezig. Hoe sterker er op vossen wordt gejaagd, hoe meer nakomelingen er zijn. De wildbiologie spreekt inmiddels uitdrukkelijk van een «inappropriate paradigm», oftewel een ongepast denkpatroon.

In het Beierse Nationaal Park, waar niet wordt gejaagd, ligt de worpgrootte op 1,7 jongen per vrouwtjesvos. In intensief bejaagde gebieden ongeveer drie keer zo hoog. De geboortecijfers reguleren zichzelf biologisch, zodra de jachtdruk wegvalt. Precies dat negeert de RUEK.

Het ethische front: Aktionsbündnis Fuchs en het internationale verzet

Heidrun Heidtke van het Aktionsbündnis Fuchs zegt het duidelijk: «Wie voor het eerst verneemt en ziet wat holenjacht inhoudt, is volledig geschokt. De meedogenloosheid en brutaliteit waarmee vossen daarbij worden achtervolgd, is niet te verenigen met de beginselen van moraal, ethiek en dierenwelzijn.» Een representatieve enquête van de Schweizer Tierschutz STS uit het jaar 2017 toonde aan: 64 procent van de Zwitserse bevolking steunt een verbod op de holenjacht, slechts 21 procent wil deze behouden. De meerderheid heeft het standpunt van het dierenwelzijn allang ingenomen, niet dat van de hobbyjacht.

Wat blijft er voor de RUEK over?

Wanneer de oud-voorzitter van de Bündner hobbyjagers toegeeft dat de Niederjagd niet nodig is, wanneer een Zürichse hobbyjager aan zijn eigen vereniging schrijft dat de vossenjacht het aanzien van de jacht schaadt, wanneer wildbiologe Sandra Gloor duidelijk stelt dat het afschieten van vossen «absoluut niets» oplevert, wanneer de Deutsche Juristische Gesellschaft für Tierschutzrecht de redelijke grond ontkent, wanneer 18 wildbiologische studies de zinloosheid van de vossenjacht aantonen en 64 procent van de Zwitserse bevolking de holenjacht afwijst, dan is het standpunt van de RUEK niet alleen vakinhoudelijk onhoudbaar. Het is ook geïsoleerd.

De commissie verdedigt een praktijk die zelfs door hooggeplaatste hobbyjagers en hobbyjagers met jarenlange ervaring publiekelijk op het niveau van een paddenstoelenzoektocht wordt gesteld. Ze verdedigt die zonder studies, zonder gegevens, zonder de indiener van de petitie te horen. Dat is geen parlementaire zakelijke politiek. Dat is loyaliteit aan een krimpend milieu dat de argumenten heeft verloren en alleen nog de macht wil behouden.

De genegeerde volkswil van 2020

Wat volledig ontbreekt in het RUEK-rapport, is de maatschappelijk-politieke context. Op 27 september 2020 heeft de Zwitserse kiezer de herziene jachtwet met 51,9 procent verworpen. De Bondsraad en de hobbyjacht-lobby hadden een wet ontworpen die de kantons meer ruimte moest geven voor het afschieten van wolf, bever, steenbok en andere soorten. De bevolking heeft deze wet bij de stembus afgewezen.

De boodschap was ondubbelzinnig: meer bescherming voor wilde dieren, niet minder. Meer wetenschappelijkheid in het wildbeleid, niet minder. Minder macht voor de hobbyjacht-lobby, niet meer. Het volk heeft uitdrukkelijk het tegenovergestelde geëist van wat de RUEK in haar rapport vastlegt.

Een commissie die vijf jaar na deze volksstemming de petitie ter bescherming van de rode vos afwijst met het argument dat een beschermd statuut «noch zakelijk noch economisch zinvol» zou zijn, negeert niet alleen het wetenschappelijke bewijs. Ze negeert ook de politieke wil van de bevolking. Dat is geen parlementair werk in opdracht van de kiezers. Dat is lobbywerk voor een militante subcultuur die de meerderheidswil heeft verloren en die met commissierapporten probeert te compenseren.

Wat de RUEK over het hoofd heeft gezien (of wilde zien)

De petitie van Pascal Wolf was niet naïef. Ze eiste niet de onmiddellijke afschaffing, maar de toetsing van een afzien van de vossenjacht. Een toetsing. Met open vizier. Met het horen van de petitionaris. Met het betrekken van het wildbiologisch onderzoek van de afgelopen dertig jaar. Met een blik naar Luxemburg, Genève en andere gebieden waar de vossenjacht allang verleden tijd is.

Precies dat heeft de RUEK geweigerd. Ze heeft de petitionaris niet eens gehoord. Ze heeft uitsluitend het BUWD geraadpleegd, dat in deze kwestie partij is. Ze heeft het petitierapport in vier korte alinea's afgehandeld en voorzien van een voorstel dat zo voorspelbaar was dat het ook van een AI had kunnen komen.

Dat is geen serieus parlementair werk. Dat is een reflexmatige verdediging van het jachtkanton Luzern.

Conclusie: Het rapport van de RUEK is een gemiste kans

Pascal Wolf heeft het kanton Luzern een mogelijkheid tot zelfcorrectie geboden. Een mogelijkheid om het eigen jachtregime eens te vergelijken met de realiteit in Luxemburg, Genève en andere gebieden. Een mogelijkheid om kennis te nemen van de stand van het wildonderzoek. Deze kans heeft de RUEK ongebruikt voorbij laten gaan.

Wat overblijft, is een rapport dat de hobbyjacht-lobby tevredenstelt en de wetenschap negeert. Een voorstel om de petitie «in de zin van de voornoemde vaststellingen en conclusies voor kennisgeving aan te nemen». Een politiek gebaar, meer niet.

De rode vos in Luzern wordt verder geschoten. Niet omdat het zinvol is. Maar omdat het gemakkelijk is.

Het slordige werk van de RUEK is een politieke kans. Het maakt het falen zichtbaar dat in het Luzernse wildbeheer al decennialang onder de radar plaatsvindt. Het Tagesanzeiger-bericht over de kritiek uit de eigen gelederen van de hobbyjacht verandert het debat: wie vandaag de vossenjacht nog verdedigt, staat niet langer alleen tegenover dierenbeschermers, maar tegenover langjarige hobby hunters, Zwitserse wildbiologen, jachtverbondsvoorzitters en 18 wildbiologische studies.

Meer over het thema hobbyjacht: In ons Dossier over de jacht bundelen we feitenchecks, analyses en achtergrondrapporten.

LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!

We sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief.

Steun ons werk

Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.

Doneer nu