15 juni 2026, 00:23

Zoeken

Jacht

Genève's faunainspecteur Dandliker ontmaskert het patentargument

Wanneer de hobbyjacht-lobby in Zwitserland haar bestaan verdedigt, valt vroeg of laat een bepaald argument: «Wij betalen toch patenten, wij bedruipen onszelf.» Genève's faunainspecteur Gottlieb Dandliker heeft dit argument al in 2013 in een lezing aan de Universiteit Basel met één enkele zin ontmanteld. En wel niet door polemiek, maar door nuchtere bestuurlijke boekhouding.

Redactie Wild beim Wild — 9 mei 2026

Dandliker, sinds 2001 faunainspecteur in het kanton Genève, is bioloog, voormalig medewerker van meerdere natuurbeschermings-ngo's, geen activist. Zijn bevinding na vier decennia jachtverbod is zakelijk en opmerkelijk.

In totaal moet het kanton 1,2 miljoen frank per jaar opbrengen voor het wildbeheer, dat komt overeen met een kopje koffie per inwoner per jaar of een subsidie aan de landbouw van 3 procent. Ter vergelijking zou de visserij wezenlijk meer kosten, hoewel daar licenties worden verkocht.

En elders: De organisatie van een patentjacht zou meer kosten dan de regulering van zwartwild.

Deze twee zinnen zijn een mokerslag, omdat ze het centrale verdedigingsargument van de hobbyjacht in twee stappen buiten werking stellen.

Stap één: patenten dekken de kosten niet

De voorstelling dat hobbyjagers en hobbyvissers hun hobby «zelf financieren», berust op een simpele verwisseling. Patenten dekken een fractie van de bestuurs-, toezichts-, schade- en vervolgkosten. Ze zijn een vergoeding voor de vergunning, geen volledige kostendekkende bijdrage.

Dandliker toont dat aan de hand van het voorbeeld van de Geneefse visserij. Zij verkoopt licenties, en toch is zij voor het kanton duurder dan het Geneefse model zonder hobbyjacht. Waarom? Omdat een door patenten beheerde hobbyactiviteit toezicht, bestandsbeheer, uitzetmaatregelen, hegingsmaatregelen, conflictoplossing, gegevensverzameling en administratieve apparaten vereist, waarvan de kosten regelmatig de patentinkomsten overstijgen. Wat het kanton aan licenties ontvangt, geeft het bij het personeel, bij de schaderegulering en bij de bestandsondersteuning weer uit, plus een duidelijk tekort.

Stap twee: een patentjacht zou duurder zijn dan het huidige Geneefse model

De tweede zin is nog veelzeggender. Dandliker zegt klip en klaar: zou Genève zijn wildzwijnregulering omzetten in een reguliere patentjacht, zoals in de meeste andere kantons gebruikelijk is, dan zou dat het kanton meer kosten, niet minder. Ondanks de patentinkomsten.

De reden ligt in de structuur: een patentjacht vereist administratief werk (verpachtingen, jachtgebiedindelingen, wildschadecommissies, geschillenbeslechting), opleiding en examinering, vergoedingen voor wildschade met slechts gedeeltelijke bijdrage van de hobbyjagers, intensieve controle van de hobbyjagers door staatswildhoeders, conflictbeheer tussen pachtverenigingen, boswachters en landbouwers. Zouden er weer twijfelachtige amateurs actief worden in het wildbeheer, dan zouden de kosten ook niet lager zijn, aangezien zij immers net als in de andere kantons intensief begeleid en gecontroleerd zouden moeten worden.

Met andere woorden: hobbyjagers zijn in de overheidsbegroting niet de ontlastingsfactor waarvoor zij zich graag uitgeven. Zij zijn de kostendrijvers.

Waarom dit ook de visserij betreft

Het patentargument is in de hobbyvisserij even wankel als in de hobbyjacht. Kantons voeren omvangrijke bestandsopnames, viskwekerijen en uitzettingsmaatregelen uit, financieren herstelprojecten, vistrappen, watertemperatuurmonitoring, ziektecontroles zoals voor PKD en houden zich bezig met conflicten tussen sportvisserij en natuurbescherming. Ook hier geldt Dandlikers nuchtere balans: de licentie-inkomsten dekken de administratie- en vervolgkosten geregeld niet. De belastingbetaler subsidieert een hobby die zich als zelffinancierend presenteert.

Daar komen ecologische vervolgkosten bij, die zelden worden genoemd. Uitzetvissen, vaak uit kweekinstallaties, verzwakken de genetische diversiteit van de wilde populaties, wat op zijn beurt staatsherstelprogramma's noodzakelijk maakt. Loodhoudende visgewichten belasten wateren en vogels en leiden tot saneringskosten in beschermde gebieden. De visserijlobby eist uitzonderingen op de bescherming van aalscholvers en otters, wat opnieuw staatsadministratie, studies en conflictbeheer vereist.

Het patroon is steeds hetzelfde

Wie eenmaal begonnen is hobby's via patenten te administreren, komt niet meer uit de subsidiespiraal. De patentinkomsten lijken naar buiten toe op zelffinanciering, maar dekken in werkelijkheid slechts een fractie van de echte totale kosten. Het verschil draagt de gemeenschap, altijd.

Genève heeft uit dit inzicht een ongewone consequentie getrokken. Bij de hobbyjacht trok het kanton in 1974 aan de noodrem. De bevolking heeft via een volksstemming het jachtverbod aangenomen. De visserij daarentegen loopt verder volgens het klassieke patentmodel, met de door Dandliker openlijk benoemde gevolgen: het kost het kanton meer dan het oplevert.

Wie eerlijk afrekent, komt tot een duidelijke conclusie: het patentmodel rendeert voor de staat in geen enkel domein waarin ecologische vervolgkosten, toezicht, schaderegeling en populatiebeheer optreden. Genève heeft bij de hobbyjacht voor de goedkopere variant gekozen: geen patentverlening, een kleine professionele wildbeheereenheid, schadepreventie en schaderegeling in handen van de staat. Dandliker beschouwt de huidige methode als het goedkoopste alternatief voor het kanton en op lange termijn ongecompliceerd financieel houdbaar.

Wat dit betekent voor het nationale debat

Wanneer hobbyjacht-verenigingen in Zwitserland in de toekomst opnieuw met het patentargument opereren, zou het antwoord eenvoudig moeten zijn: «Dat klopt niet», en dat weet sinds meer dan een decennium elke fauna-inspecteur die eerlijk rekent. Patenten dekken de kosten niet. Ze zijn een imago-instrument, geen financieringsmodel.

Daaruit volgen drie consequenties.

Ten eerste: een volledige kostenberekening. Elk kanton zou verplicht moeten zijn om eenmaal per jaar de volledige kosten van de hobbyjacht openbaar te maken. Patentinkomsten, pachtgelden en patentvergoedingen van de hobbyvisserij staan daarbij tegenover de kosten voor administratie, wildbeheerders, schade, beschermingsbos, verkeersschade en regulering van predatoren. Deze balans moet openbaar zijn.

Ten tweede: het beginsel “de vervuiler betaalt”. Waar de hobbyjacht aantoonbaar vervolgkosten veroorzaakt, bijvoorbeeld door populaties die zij over decennia heeft opgebouwd, of door politieke blokkades tegen predatoren, moeten de verenigingen naar evenredigheid aangesproken worden, niet de algemene belastingbegroting.

Ten derde: modelwijziging als optie. Genève toont sinds 1974 aan dat een professionele staatswildbeheereenheid zonder hobbyjacht goedkoper kan zijn dan het klassieke patentmodel. Dit inzicht verdient een serieus politiek debat, niet het reflexmatige bagatelliseren van de verenigingen.

Conclusie

Dandlikers nuchtere vergelijking tussen het Geneefse hobbyjacht-model en de Geneefse visserij is een van de meest doeltreffende argumenten in het hele debat, juist omdat het zo onopgewonden geformuleerd is. Vergunningen zijn geen zelffinanciering, het zijn heffingen. De volledige kosten draagt het kanton, dus de belastingbetaler. Een hobbyactiviteit die staatstoezicht, schadevergoeding en populatiebeheer met zich meebrengt, kan via vergunningen nooit kostendekkend worden, omdat de logica van deze hobby's juist berust op het gegeven dat de samenleving voor de gevolgen opdraait.

Wie dus de volgende keer hoort dat de hobbyjacht «zichzelf betaalt», kan gerust naar Genève verwijzen. Daar heeft een fauna-inspecteur met vier decennia ervaring deze mythe allang begraven. Het zou tijd worden dat de rest van Zwitserland eens luistert.

Meer over het thema hobbyjacht: In ons dossier over de jacht bundelen we factchecks, analyses en achtergrondrapportages.

LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!

We willen je graag het laatste nieuws en aanbiedingen via de nieuwsbrief toesturen.

Steun ons werk

Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.

Doneer nu