22 juni 2026, 16:54

Zoeken

Educatie

ZOWIAC en de hobbyjacht-lobby: hoe een wasbeer-studie wordt geïnstrumentaliseerd

De Duitse jachtvereniging promoot het onderzoeksproject ZOWIAC, levert de monsters en viert de resultaten. Over nauwe banden, methodiek en een bejaging die al decennialang faalt.

Redactie Wild beim Wild — 24 december 2021

Het onderzoekssamenwerkingsproject ZOWIAC onderzoekt hoe neonatieve soorten de biodiversiteit bedreigen en welke ziekten zij op mensen of dieren kunnen overdragen.

De deelstaat-jachtverenigingen van Hessen en Beieren ondersteunen het project ZOWIAC onder leiding van prof. dr. Sven Klimpel: hobby hunters verzamelen monsters, de verenigingen promoten de resultaten, en de deelstaat-jachtvereniging van Hessen onderscheidde Klimpel met een ereprijs. Het project wordt volgens de betrokken instellingen gefinancierd uit openbare middelen, onder meer van de Deutsche Bundesstiftung Umwelt (DBU). Maar als juist diegenen die belang hebben bij meer afschot het materiaal leveren en de interpretatie mede vormgeven, dan staat de noodzakelijke onafhankelijkheid van het onderzoek naar onze mening op losse schroeven.

Nu heeft de Deutsche Jagdverband e. V. hierover een persbericht verspreid.

Wasbeer heeft grote invloed op amfibieën

De Goethe-Universiteit Frankfurt doet onderzoek naar uitheemse invasieve soorten. Het project ZOWIAC omvat zowel wildbiologie als genetica. Norbert Peter licht in het DJV-interview de eerste resultaten toe.

Norbert Peter doet onderzoek aan de Goethe-Universiteit Frankfurt en is een van de leiders van het door de Bundesstiftung Umwelt (DBU) gesteunde, landelijke grootschalige project ZOWIAC. Dat staat voor Zoönotische en Wildecologische Effecten van Invasieve Carnivoren. In het DJV-interview legt Peter onder meer uit welke gevolgen uitheemse soorten hebben, welke rol de wasbeer daarbij speelt en hoe jagers het onderzoeksproject kunnen ondersteunen.

DJV: Wat is het doel van het project ZOWIAC?
Norbert Peter: Het resultaat van ons onderzoek bestaat uit actuele, onderbouwde en gevalideerde gegevens op federaal niveau. Wij onderzoeken bijvoorbeeld het gezondheidsrisico voor de bevolking en voor landbouwhuisdieren en huisdieren dat uitgaat van bijvoorbeeld de wasbeer, de wasbeerhond of de goudjakhals. Ook kunnen wij hun gevolgen voor inheemse soorten en ecosystemen beter inschatten. De basis hiervan is een systematische monitoring van geassocieerde ziekteverwekkers en pathogenen. Wij onderzoeken eveneens de ruimtelijke verspreiding van de soorten en maken gebruik van actuele analysemethoden, zoals metabarcoding van maag- en uitwerpselenmonsters, alsook telemetrie ten aanzien van het ruimte-tijdgedrag van de roofzoogdieren.

Hoe is de parasietenlast veranderd?
Een goed voorbeeld is de wasberenspoelworm, een parasietsoort die met de wasbeer naar Europa is meegekomen. Deze rondworm is overdraagbaar op de mens. Zijn eieren worden via de uitwerpselen van de wasbeer uitgescheiden en verspreid. Juist in steden gaat van de wasbeer zo een potentieel gevaar voor de menselijke gezondheid uit. Voor de wasberenspoelworm konden wij in onze monsters hoge besmettingsfrequenties (prevalenties) van meer dan 90 procent vaststellen. In de literatuur ligt deze waarde tot nu toe duidelijk lager. Wasberen zijn ook gastheren voor bepaalde virussen die hondsdolheid en hondenziekte veroorzaken. Het spectrum aan ziekteverwekkers van de wasbeerhond lijkt op dat van de wasbeer; daarnaast geldt hij als eindgastheer van de vossenlintworm.

Welke gevolgen hebben invasieve soorten voor de biodiversiteit – zijn daarover al resultaten?
Wij hebben lokaal ernstige gevolgen van de wasbeer voor amfibieën, zoals de gewone pad, aangetoond – deze zijn zelfs bedreigend voor de populatie. Dat geldt heel in het bijzonder voor regio's met weinig geïsoleerde voortplantingswateren, zoals oude steengroeven, en tegelijkertijd een hoge wasbeerdichtheid. Onze concrete wetenschappelijke resultaten zullen wij binnenkort publiceren.

Hoe precies kan de wasbeer bijvoorbeeld gewone padden gevaarlijk worden, die zelfs gifklieren op de huid bezitten?
In het kader van ZOWIAC konden we voor bepaalde amfibieënpaaiplaatsen aantonen dat wasberen zich regelrecht op deze voedselbron specialiseren: ze gebruiken behendig hun voorpoten en villen de gewone padden. Daarmee zijn de gifklieren onschadelijk gemaakt, en de prooi wordt van achteren opgegeten. Met nieuwe DNA-analyses van de maaginhoud konden we ook voor het eerst aantonen dat de wasbeer de sterk bedreigde en streng beschermde geelbuikvuurpad regionaal als voedselbron benut.

Hoe kunnen jagers het project ZOWIAC ondersteunen?
Momenteel onderzoeken we of soorten als wasbeer en wasbeerhond ook als reservoir voor verschillende virussen kunnen fungeren. Hiervoor hebben we de daadkrachtige steun van jagers nodig, om bloedmonsters van wasbeerhond en wasbeer voor onze analyses te verkrijgen. Verder hebben we voor het project diepgevroren wasbeerhonden en nertsen nodig – vanaf ongeveer een dozijn dieren halen we deze ook op.

Hoe staat het met verdere projecten?
We zijn dankbaar voor tips wanneer zich negatieve gevolgen van invasieve op kwetsbare inheemse soorten beginnen af te tekenen. Dan kunnen we samen met de regionale jacht- en natuurbeschermingsverenigingen op maat gesneden projecten uitwerken. Wanneer ter plaatse voldoende monsters kunnen worden genomen, ontwikkelen we samen een projectschets en toetsen we de haalbaarheid. Wetenschappelijke gegevens uit zo veel mogelijk gebieden zijn enorm belangrijk om de invloed van wasbeer, wasbeerhond of nerts op de inheemse soortenrijkdom aan te tonen. Meer informatie over ons onderzoeksproject is vanaf januari 2022 op internet te vinden op http://www.ZOWIAC.eu. Dan is er ook de ZOWIAC-app in de Play Store. Daarmee kunnen vondsten en waarnemingen van de onderzochte soorten rechtstreeks aan ons worden gemeld.

Uit de omgeving van Prof. Dr. Sven Klimpel en Norbert Peter valt te verwachten dat deze groep haar resultaten telkens weer op publiciteitsgerichte wijze zal presenteren, omdat ze inzetten op verdere projecten en steun, ook uit de hobbyjacht-omgeving.

Het onderzoekssamenwerkingsproject ZOWIAC staat voor «Zoönotische en wildecologische gevolgen van invasieve carnivoren».

Het budget van het project ZOWIAC bedraagt volgens de Senckenberg-Gesellschaft ten minste een driekwart miljoen euro en is afkomstig uit publieke subsidie.

Vanuit ons oogpunt ontstaat hierdoor een problematische verstrengeling: wie monstermateriaal en publieke erkenning uit de hobbyjacht-omgeving betrekt, staat op zijn minst onder verdenking niet langer onbevangen onderzoek te doen. De wetenschappelijk doorslaggevende neutraliteit is daarmee moeilijk aan te tonen.

Bepalend voor de wasbeer zijn momenteel de verschillende reeds gepubliceerde studies in het kader van «Projekt Waschbär». Uit de vele studies in het kader van dit project zijn 236 wetenschappelijke werken voortgekomen, waaronder 13 doctoraats- en diplomascripties over de wasbeer.

Wasbeern zijn in Duitsland al lang ingeburgerd. De hobbyjacht op deze wilde dieren is in strijd met het dierenwelzijn en heeft tot nu toe geen succes gehad, omdat vrijkomende territoria onmiddellijk door andere wasberen worden bezet. Een diervriendelijke en duurzame oplossing zou daarentegen de castratie respectievelijk immunocontraceptie van deze wilde dieren zijn: Een gecastreerde wasbeer blijft een territorium bezetten en leidt zo tot een dierenwelzijnsvriendelijke reductie van de populatie.

Alles wat in het persbericht van de Deutscher Jagdverband over de wasbeer wordt verteld, is al lang bekend, met name wat amfibieën en de wasbeerspoelworm betreft.

Wat echter doelbewust wordt verzwegen, is dat een infectierisico volgens experts en casestudies als uiterst gering moet worden ingeschat. Of dat de wasberen in de meeste oostelijke deelstaten geen spoelwormen hebben. De gevolgen voor de gezondheid van de bevolking zijn in Duitsland verwaarloosbaar.

In het Projekt Waschbär in Mecklenburg-Voor-Pommeren zijn deze vergelijkingen bewust uitgevoerd, en men heeft aangetoond dat de resultaten ook op andere gebieden overdraagbaar waren. Bovendien zijn al die monsters door leden van het Projekt Waschbär verzameld, dus door wetenschappelijke vakmensen, terwijl men bij de lopende projecten op de hulp van de hobbyjagers vertrouwt, wat vanuit ons oogpunt een methodologische «bias» vormt.

Juist bij onderzoeken naar mogelijke infectieziekten valt aan te nemen dat hobbyjagers eerder monsters opsturen van die geschoten dieren die bijzondere afwijkingen, dus ziekteverschijnselen, vertoonden. Dus mogelijk een doelgerichte voorselectie.

Reeds nu worden bovendien (zie het interview van de DJV met Norbert Peter over ZOWIAC) zeer voorlopige resultaten, die in een ruimtelijk afgebakend gebied werden verkregen, door de DJV zo voorgesteld alsof ze voor heel Duitsland zouden gelden.

En dit zonder dat een nauwkeurige vergelijking met een ander gebied in de regio werd uitgevoerd.

Zo verklaart zich naar onze mening ook de door Norbert Peter aan de DJV opgegeven prevalentie van meer dan 90 procent voor de wasbeerspoelworm in de onderzochte monsters, die vermoedelijk door hobbyjagers niet volgens het wetenschappelijke toevalsprincipe werden verzameld.

In veldstudies over het voedselspectrum van de wasbeer kon worden aangetoond dat het voedsel van de wasbeer voor bijna 90 procent uit de volgende categorieën bestaat: planten (32 procent), regenwormen (23 procent), slakken (16 procent), insecten (7 procent), vissen (6 procent) en mosselen (4 procent). Vogels (1,6 procent) en hun eieren (1,4 procent), samen dus 3,0 procent, evenals amfibieën (5,7 procent) en zoogdieren (alleen muizen, 1,7 procent) behoren zelden tot het voedsel van de wasbeer.

Ik ken geen enkele wetenschapper of jachtexpert die serieus gelooft dat de dieren met jachtmiddelen een halt kan worden toegeroepen. We moeten ons er gewoon bij neerleggen dat de wasbeer zich bij ons thuis voelt en dat we hem niet kunnen reguleren. In zoverre moeten we ons met hem schikken.

Dr. Ulf Hohmann, wildbioloog en wasbeerexpert

Het is allang wetenschappelijk bewezen dat de wasbeerjacht net als de vossenjacht de voortplanting aanwakkert en daarbij de leeftijdsklassen en de sociale structuren vernietigt. De poging om wasberen door bejaging terug te dringen, geldt inmiddels ook in Duitsland als kansloos en grandioos mislukt. Deze bevinding hebben we uitvoerig behandeld in het artikel «282’499 dode wasberen: waarom de hobbyjacht jammerlijk faalt» .

De Duitse jachtvereniging schrijft op haar website:

«Met de toename van de populatiedichtheden van de wasbeer in Duitsland stijgt ook het risico op de verspreiding van de wasbeerspoelworm.»

De hobbyjacht draagt dus niet bij aan het ontspannen van eventuele problemen, maar kan zelf de oorzaak worden van gevaren voor de bevolking, wat niet pas sinds de hondsdolheid en de bestrijding ervan bekend is.

Meer over het thema hobbyjacht: In ons dossier over de jacht bundelen we feitenchecks, analyses en achtergrondberichten.

LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!

We willen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief toesturen.

Steun ons werk

Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.

Doneer nu