Wat kost de recreatieve jacht ons? Graubünden rekent maar in één richting
Het kanton Graubünden heeft sinds 2012 meer dan 17 miljoen frank uitgegeven aan hekken, netten en plastic buizen om het bos te beschermen tegen evenhoevig wild. Een motie in de Grote Raad eist nu dat alle vervolgkosten openbaar worden gemaakt. Wat niemand openbaar wil maken: de balans van een instrument dat al 37 jaar zijn eigen doel mist.
Het staat zwart op wit in motie 2026-22, ingediend op 23 april 2026 in de Grote Raad van Graubünden: al in 1989 besloot de regering het aantal herten – de meest voorkomende soort evenhoevig wild – te verminderen.
Toch is dit aantal sindsdien met ongeveer 50 procent verder gestegen.
De zin komt niet van dierenbeschermers. Hij komt van Martin Kreiliger, bosbouwingenieur, directeur van de Stiftung Bergwaldprojekt en SP-lid van de Grote Raad uit Disentis, mede ondersteund door 46 andere raadsleden uit vrijwel alle fracties.
Zevenendertig jaar lang was de recreatieve jacht het instrument waarmee het kanton dit besluit moest uitvoeren. Het resultaat is het tegenovergestelde van wat werd besloten. Op elk ander beleidsterrein zou dit een zaak zijn voor de commissie voor bedrijfsvoering.
Wie het aantal daadwerkelijk verlaagt
Pas sinds 2021 daalt het hertenbestand, en wel met 17 procent. De motie noemt de oorzaken letterlijk: «De reden zijn een doelgerichte jacht en de toenemende invloed van de predatoren wolf en lynx.»
Daarmee staat in een officieel parlementair document wat jachtverenigingen al jaren betwisten: predatoren realiseren meetbaar wat de recreatieve jacht in drie decennia niet voor elkaar kreeg. De regering heeft deze uitspraak in haar antwoord van 15 juni 2026 met geen woord tegengesproken.
De kostenberekening met maar één kolom
Kreiliger verlangt van de regering dat zij voortaan alle financiële gevolgen van de wildinvloed openbaar maakt: kosten voor wildschadeopnames, voor bosbouwkundige en bouwkundige vervangingsmaatregelen, voor verminderde beschermingsbosprestaties en lagere houtopbrengsten.
Wat de motie niet verlangt: één enkel cijfer over de recreatieve jacht zelf. Niet de administratieve lasten van het bureau voor jacht en visserij. Niet de kosten van de wildhoede. Niet de wildschadevergoedingen. Niet de uitgaven voor de jachtadministratie. En niet de vraag welk aandeel de jachtgerelateerde verstoring van het wild heeft in de vraatschade in beschermingsbossen, wanneer dieren om dekkingsredenen uitwijken naar jonge aanplantgebieden.
De overheid moet in kaart brengen wat het wild kost. Wat het doden van het wild kost, blijft buiten de rekeningkring.
De subsidiepost die al vier jaar niemand becijfert
In het regeringsantwoord staat een detail dat in de tot dusver verschenen berichtgeving ontbreekt. Sinds 2022 betalen de bond en het kanton in het onderhoud van beschermingsbossen niet langer 80 procent, maar 90 en deels 100 procent, uitdrukkelijk als gevolg van de «Strategie Leefgebied Bos-Wild 2021».
Deze meerkosten zullen pas vanaf 2027 in het beknopte verslag worden vermeld. Zij lopen dus al vier jaar op, zonder dat het publiek of het parlement de som kent. Zij komen bovenop de reeds aangetoonde 17 miljoen, die volgens het bureau voor bos en natuurgevaren alleen al in 2025 met nog eens 1,6 miljoen frank stegen, elf procent meer dan het jaar ervoor en zeventien procent boven het tienjarige gemiddelde.
Wanneer extrapolaties ontoelaatbaar zijn, tenzij ze anders heten
De regering stelt voor punt 1 van de opdracht over te nemen en punt 2 te wijzigen. Geschrapt moet worden één enkele halve zin: «Extrapolaties vergelijkbaar met economische prognosemodellen». Motivering: Dergelijke verbanden zouden zich «niet in de vereiste kwaliteit laten vaststellen».
Twee alinea's daarvoor kondigt dezelfde regering aan vanaf 2027 een «monetarisering van de langetermijnwerking van de wildinvloed» te leveren, «gebaseerd op casusvoorbeelden die de meerkosten over 50 jaar in beschermingsbossen in kaart brengen».
Een vijftigjarige prognose is methodisch gezien een extrapolatie. De regering wijst het instrument af en past het in hetzelfde document toe. Het verschil ligt in het etiket, niet in de methode.
Een opdracht die al eens werd overgenomen
In april 2021 heeft de Grote Raad een opdracht van Josias Gasser aangenomen met 100 ja-stemmen, één onthouding en geen tegenstemmen. Hij eiste destijds al dat de door wildschade veroorzaakte kosten in kaart zouden worden gebracht.
Vijf jaar later moet hetzelfde opnieuw worden geëist. Een unaniem aangenomen parlementaire opdracht werd slechts gedeeltelijk uitgevoerd, en het parlement moet aandringen om te verkrijgen wat het reeds had besloten.
Wat het debat in augustus zou moeten ophelderen
De Grote Raad behandelt de opdracht naar verwachting tijdens de augustuszitting van 2026. Drie vragen horen op tafel, die noch de motie noch het regeringsantwoord stellen:
Als de recreatieve jacht haar in 1989 gestelde doel met vijftig procent heeft gemist, waarom blijft zij dan het leidende instrument voor de populatieregulering? De vraag is des te dringender omdat in de wildbiologie al lang bekend is dat sterk bejaagde hoefdierpopulaties reageren met een verhoogde voortplanting. Wie jaarlijks een aanzienlijk deel van de populatie wegneemt, ontlast de overblijvende dieren en versnelt hun voortplanting. Of de Bündner jachtplanning dit effect überhaupt meerekent, blijkt niet uit de gepubliceerde documenten.
Ten tweede: Als wolf en lynx de populatie aantoonbaar verlagen, waarom worden dan juist zij verder vrijgegeven voor afschot, terwijl het instrument dat sinds 1989 faalt, onaangetast blijft?
Ten derde: Waarom zou een kostenwaarheid moeten worden vastgesteld die een van beide kostenblokken systematisch buiten beschouwing laat?
Transparantie die maar in één richting rekent, is geen transparantie. Het is boekhouding met een vooraf bepaald resultaat.
LAAT ONS IN VERBINDING BLIJVEN!
Wij sturen je graag het laatste nieuws en de nieuwste aanbiedingen in de nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →