St.Gallen: Stop het vossen- en dassenbloedbad
Om de meedogenloze vervolging van een van onze interessantste predatoren in het kanton St. Gallen te rechtvaardigen, beweert men zonder meer dat de jacht op vos of das noodzakelijk is, omdat hun populaties anders de overhand zouden nemen – een al lang achterhaalde opvatting!
In principe produceren weinig bejaagde vossenpopulaties ook minder nakomelingen. Mensen veroorzaken altijd ook conflicten met wilde dieren die dezelfde leefruimte delen. De mens veroorzaakt, vooral in de leefruimte van de wilde dieren, extreem veel meer schade dan de paar druiven waaraan een das zich smakelijk te goed kan doen.
In Zwitserland vallen vooral de kantons Bern, Aargau, Graubünden, St. Gallen, Wallis, Luzern en Zürich negatief op, met een buitenproportionele jacht op vos en das.
In het kanton Bern wordt ongeveer een vijfde van alle rode vossen in Zwitserland afgeschoten, hoewel deskundigen daar geen zin in zien.
«Wildbiologisch gezien is de vossenjacht niet zinvol, de populatie laat zich op die manier niet reguleren.»
Peter Juesy, ex-jachtinspecteur van het kanton Bern.
Volgens het Zwitserse Hondsdolheidcentrum is bekend dat de activiteiten van de hobbyjagers de ziekte alleen maar verder hebben verspreid, en bij de vossenschurft enzovoort is het niet anders.
Gezien de stress en de pathologische jachtdruk van de hobbyjagers in de soms dichtbevolkte leefruimte hoeft men zich ook niet te verbazen wanneer wilde dieren ziek worden.
De hobbyjagers in St. Gallen jagen ook niet weidelijk. Zwitserse hobbyjagers en jachtverenigingen beroemen zich er graag op “weidelijk” te jagen. Weidelijk betekent niet alleen conform de wetten zijn, maar veeleer ook steeds de ongeschreven regels van de jacht volgen. In de Jacht-Code over weidelijkheid uit het jaar 2014 legt de Zwitserse jachtvereniging haar filosofie van de Zwitserse hobbyjagers voor een verantwoorde en duurzame jacht uit. Daarin staat bijvoorbeeld het volgende:
- Ik vermijd onnodige verontrusting van het wild.
- Ik vermijd onnodig lijden van dieren.
- Waar rustgebieden als toevluchtsoorden van het wild worden aangetast, zet ik mij in voor de wilde dieren.
- Ik draag zorg voor het milieu en zet mij ervoor in dat leefruimten worden beschermd en opgewaardeerd.
- enzovoort.
Dat dit echter, zoals gebruikelijk bij de vereniging, slechts loze woorden zijn, heeft onlangs een rechtbank in Bellinzona bevestigd.
Met het begin van de paartijd vanaf begin december liggen op de jachtbuit hoogstwaarschijnlijk al drachtige vossenwijfjes en regelmatig ook de vossenvaders. Die vallen dan later weg als hoofdverzorgers van de jonge vossenfamilies. Vooral bij nachtelijke aanzitjacht bestaat een groot gevaar het wijfje met een jonge vos te verwarren en uiteindelijk een voor de welpenopvoeding absoluut noodzakelijk ouderdier te doden. Uiterlijk vanaf het begin van de werptijd van de vossen is dat een strafbaar feit. Wie nu nog op vossen jaagt, jaagt niet weidelijk. Zelfs in de jachtliteratuur wordt erkend dat de rekel noodzakelijk is voor het grootbrengen van de jongen. De jachtwetgeving doet echter geen recht aan het feit dat juist tussen de paar- en werptijd (dat is de tijd waarin de jongen ter wereld komen) vossenouders bijzonder intensief worden bejaagd en gedood, wat dierenkwelling is.
Voor de vos lijkt deze jachtethiek niet te gelden. Hier keuren hobbyjagers, jachtverenigingen en wetgever zelfs het doden van de voor de opvoeding noodzakelijke ouderdieren goed!
Wij roepen de bevoegde autoriteiten daarom op door passende wetten of gesloten jachttijden onverwijld de bescherming van ouderdieren tijdens de paartijd en de tijd van het grootbrengen van de jongen te waarborgen.
IG Wild beim Wild
Kantons, zoals Genève, Neuchâtel, Vaud, Fribourg, Zug of Obwalden, doen dit reeds gedeeltelijk om deze dierenkwelling een halt toe te roepen.
Vaccinatieaas in plaats van symptoombestrijding
Hobbyjagers propageren naar aanleiding van het optreden van vossenschurft intensieve vossenjacht als wondermiddel ter bestrijding van de infectie. Net als bij hondsdolheid en vossenlintworm is er echter geen enkele aanwijzing waarom een nog meedogenlozere vossenjacht de verspreiding van de schurft zou moeten indammen – het verleden heeft immers aangetoond dat het verminderen van de vossendichtheid met jachtmiddelen niet mogelijk is. Bovendien bevordert de bejaging trekbewegingen in vossenpopulaties, waardoor de verspreidingssnelheid van de ziekte – net zoals voor hondsdolheid is aangetoond – eerder zou moeten stijgen dan dalen. Aangezien de schurft haardvormig optreedt en in sommige gebieden duidelijk minder voet aan de grond kan krijgen dan in andere regio's, vermoeden epidemiologen bovendien dat zich op sommige plaatsen grotendeels tegen de schurft immune vossenpopulaties ontwikkelen.
In Groot-Brittannië zet de National Fox Welfare Society (NFWS) bijvoorbeeld met naar verluidt groot succes een homeopathisch medicijn, dat zieke vossen in bewoonde gebieden via een geprepareerd aas – in dit geval honingsandwiches – toegediend krijgen. Volgens de NFWS werkt de behandeling in 99 procent van alle gevallen.
Een preparaat in tabletvorm, dat al bij eenmalig gebruik twaalf weken werkt, is Bravecto (werkzame stof: fluralaner). Bravecto werkt tegen schurftmijten en wordt met succes ingezet voor de behandeling van in het wild levende, aan schurft lijdende vossen. Net als selamectine wordt Bravecto ook door zogende moervossen en welpen goed verdragen.
Bovendien is het een feit dat schurft al decennialang met onregelmatige tussenpozen lokaal opvlamt. Daarbij blijkt dat vooral verzwakte vossen bijzonder vatbaar zijn voor een infectie. Naast parasieten, ziekten of voedseltekort kan ook hoge jachtdruk de conditie van de dieren aantasten. Zo tonen verschillende studies aan dat bij de dood van een mannetjesvos, die zijn gezin van voedsel voorziet, de lichamelijke toestand van zowel de moervos als de welpen aanzienlijk kan worden aangetast. Ook dit wijst op een contraproductieve werking van de vossenjacht.
Inmiddels zijn er meerdere bewijzen dat zich – met name na een schurftgolf – vossenpopulaties vormen die grotendeels resistent zijn tegen schurft. Slechts bij een klein deel van deze dieren treden daadwerkelijk symptomen op. Hobbyjagers kunnen echter aan een vos geen eventuele schurftresistentie zien en doden dus willekeurig resistente dieren evengoed als dieren die vatbaar zijn voor de parasiet. Als gevolg daarvan wordt het uit de resistentie voortvloeiende overlevingsvoordeel geëlimineerd, wat opnieuw indruist tegen het doel van het verminderen van schurftgevallen.

Voor vossen bestaat er geen wettelijke afschotplanning en populatieregistratie. De jacht op vossen lijkt op een kortzichtige ecologie voor onvoldoende opgeleide hobbyjagers.
Het is precies deze mentaliteit van zinloze uitbuiting uit hebzucht of verkeerd begrepen natuurbeleving die ertoe leidt dat Zwitserland de langste rode lijst van bedreigde soorten van heel Europa heeft. Zinloos doden vindt plaats op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Het is duidelijk dat de biodiversiteit, leefgebieden en ecosystemen in Zwitserland onvoldoende worden beschermd door de hobbyjagers. Paradoxaal genoeg zijn het steeds weer deze kringen van hobbyjagers en vertegenwoordigers van veeboeren die met hun lobbywerk via de politiek, media en wetgeving al decennialang hiervoor verantwoordelijk te stellen zijn. Zij zijn het die eigentijdse, ethische verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn notoir blokkeren en de serieuze dieren- en soortenbescherming saboteren.
Hobbyjagers in St.Gallen staan over de kantonsgrens heen bekend als aanjagers van een primitieve geweldscultuur, wat de jacht ontegenzeglijk is, en als onruststokers in het dierenrijk.
Voor de IG Wild beim Wild is het niet zinvol om de kantons meer bevoegdheden in de jachtwet te geven, zoals op 17.5.2020 ter stemming kwam — integendeel. Ze kunnen niet met de verantwoordelijkheid omgaan, zijn overvraagd, zijn als hobbyjagers en besluitvormers onvoldoende opgeleid en ze liegen. Bovendien hebben ze al genoeg vrijheid om hun gang te gaan. Actuele voorbeelden zijn bijvoorbeeld het diensthoofd voor jacht en visserij in het kanton Zürich, dat onlangs de nachtjacht op vossen heeft ingevoerd, met de bewering dat vossen hondsdolheid overdragen. Zoals we vandaag weten, konden pas diervriendelijke vaccinatieaaslokmiddelen de terrestrische hondsdolheid verslaan — die geldt in Zwitserland sinds 1998 en in grote delen van Europa als uitgeroeid!
Geweld begint in St.Gallen, waar kennis eindigt
Steeds weer worden vanuit het hobbyjagersmilieu dingen beweerd die bij een nauwkeurige analyse hun oorsprong vinden in de jachtliteratuur en dergelijke onwetenschappelijke bronnen. Dat ligt vooral aan de vaak gebrekkige opleiding in de cursussen voor het jachtexamen, die overwegend deels door fanatici met een sekteachtig gedachtegoed worden gegeven en geen regulier kwalificatiebewijs vereisen. Na de opleiding beweegt de hobbyjager zich nog slechts in de echokamer van de jachtpers, die haar scheve en vaak ook onjuiste voorstellingen voortdurend herhaalt.
In de jachtverenigingen bevestigen ze elkaar vervolgens in hun kijk op de zaken. Op die manier is een afgeschermde en militante groepering (8) ontstaan die nauwelijks toegankelijk is voor wetenschappelijke informatie. Het fatale daaraan is dat lokale pers en politiek nog steeds geloven dat onder de jagershoed deskundigheid voorhanden is en bij alle natuuronderwerpen graag de plaatselijke hobbyjager raadplegen. Zo besmetten de hobbyjagers ook nog eens de openbare ruimte.
Daar prijzen wij het kanton Genève met een professioneel wildbeheer zonder hobbyjagers, maar met integere wildhoeders. Aan het Meer van Genève zijn er wijngaarden en andere teelten, net als in de rest van Zwitserland. Maar blijkbaar hebben ze daar menselijke en ethische benaderingen in de omgang met wilde dieren en intelligente maatregelen om teelten te beschermen. In Genève worden geen vossen, marters of dassen gereguleerd, alleen maar omdat het jachttijd is. Dit blijkt ook uit de federale jachtstatistiek (2). In plaats daarvan vinden er praktische verjagingsmaatregelen (12) en zinvolle voorlichting en ondersteuning evenals bijscholing van de bevolking met de wildhoeders plaats. Veiligheid, dierenwelzijn en ethiek zijn het devies.

Volgens de dierenbeschermingswet (art. 26 TSchG) moet er een “redelijke reden” bestaan voor het doden van een dier – bij de jacht op vossen en dassen gaat het echter meestal slechts om de bevrediging van een bloederige hobby. Voor deze wilde dieren bestaat er geen wettelijke afschotplanning. De dieren dienen de hobbyjagers als levend schietschijf, want er is noch vanuit wildbiologisch noch vanuit gezondheidsoogpunt een reden voor de massale bejaging van gezonde predatoren.
Bijgevolg is elke vossen- of dassenjacht in St.Gallen een duidelijke overtreding van de dierenbeschermingswet, omdat het ontbreekt aan een redelijke reden. De vossen- en dassenjacht is daarmee ook in het kanton St.Gallen hoofdzakelijk georganiseerde dierenmishandeling.
Wilde dieren hebben ook gevoelens en emoties. Ze kunnen lijden, rouwen en vreugde ervaren. Net als wij mensen leven ze in familieverbanden en sociale structuren, die hobbyjagers meestal voor de lol terroriseren en schenden.
Minstens 8 maanden worden de vossen in het kanton St.Gallen bejaagd – bij de das gaat het om meer dan 6 maanden, volgens de federale jachtstatistiek. Bij die stress hoeft men zich niet af te vragen waarom deze dieren ziek worden. In heel Europa ligt het epicentrum van vossenlintworm-meldingen in Zwitserland, precies in dat gebied van Zwitserland waar jachtgezinde hobbyjagers zich bij de kantonale autoriteiten hebben genesteld. Deze zinloze verstoringen en geluidsoverlast verstoren steeds ook de volledige wilddierpopulaties en bewoners.
Meester Grimbart – zoals de das in de fabel wordt genoemd – is niet vaak te zien: het grootste dier van de marterfamilie is schuw en alleen 's nachts actief. De dag brengen dassen voornamelijk door in het dassenhol, dat meestal aan de rand van bewoond gebied ligt en vaak generaties lang verder wordt gebruikt. Ook dassen zijn voor mensen ongevaarlijk en vormen noch voor de land- en bosbouw, noch voor wilde dieren en huisdieren een gevaar. Dassen vallen geen katten aan en zijn voornamelijk 's nachts onderweg. Moeten zij zich tegen honden verdedigen, dan verliest in de regel de hond. De winter, oftewel bij lage temperaturen, brengen dassen overwegend slapend door – zij houden een winterrust.
Wetenschap versus jagerslatijn
Er bestaan al meer dan 30 jaar minstens 18 wildbiologische studies die bewijzen: de vossenjacht reguleert niet en deugt ook niet voor de bestrijding van ziekten. Integendeel!
Wetenschappelijk onderzoek (5) heeft namelijk aangetoond dat zelfs bij het afschieten van driekwart van een populatie het volgende jaar weer hetzelfde aantal vossen aanwezig is. Hoe sterker ze worden bejaagd, hoe meer nakomelingen er zijn – een hoe dan ook geaarde „regulatie” van deze populaties is noch nodig, noch is zij met jachtmiddelen überhaupt mogelijk.
Vossenpopulaties worden via een complex sociaal systeem gereguleerd. Vossen leven in familieverbanden waarin alleen de hoogste vrouwtjesvos in rang nakomelingen krijgt (zoals bij de wilde zwijnen de leidende zeug). Geboortebeperking in plaats van massaal leed, becommentarieerde de bioloog Erik Zimen dit fenomeen. Grijpt de mens echter met val en geweer in de vossenpopulatie in, dan worden deze familiegemeenschappen (3) verwoest. Als gevolg daarvan zijn vrijwel alle vrouwtjesvossen paringsbereid, bovendien stijgt het aantal jongen per worp sterk.
«Ook zonder jacht zijn er niet plotseling te veel vossen, hazen of vogels. De ervaring leert dat we de natuur aan zichzelf kunnen overlaten. Puur pragmatisch gezien is de kleinwildjacht niet noodzakelijk.»
Heinrich Haller, oud-directeur van het Nationaal Park Graubünden en wildbioloog
Onderzoeken in verschillende landen en op verschillende tijdstippen hebben bovendien de invloed van de rode vos niet alleen op de reepopulatie aangetoond: voor het Berner middenland wordt geschat dat een vos in de maanden van mei tot juli gemiddeld elf reekalveren kan buitmaken. Daarmee wordt ook de wildvraat verminderd (1).
Veel praktijkvoorbeelden zoals nationale parken, Luxemburg (10) of bijvoorbeeld het kanton Genève hebben aangetoond dat er geen enkel steekhoudend argument voor deze slachtpartijen bestaat. Vrijkomende leefruimte wordt door deze dieren onmiddellijk weer ingenomen. Wetenschappelijk goed onderbouwd is dat de vossenstand zich grotendeels onafhankelijk van jachtkundige beïnvloedingspogingen ontwikkelt, omdat de bejaging integendeel de voortplantingscijfers juist de hoogte in doet schieten.
In Zwitserland schieten hobbyjagers echter elk jaar zo'n 20.000 gezonde vossen voor de vuilnisbak of verbranding (2). Precies het aantal opdat de risicogroep hobbyjagers later hun sektarische jagerslatijn als onmisbare regulatoren kunnen verspreiden. Aan de onzinnige kadaverberg op kosten van de belastingbetaler moet een einde komen. De hobbyjagers veroorzaken meer problemen dan ze naar verluidt oplossen. Dit tegenstrijdige gedrag helpt ook de bossen niet.
Telkens weer komt het bij deze jachten ook tot fatale verwisselingen en schieten hobbyjagers beschermde diersoorten zoals goudjakhalzen of wolven dood (8).
Kan de verlichte belastingbetaalster en de verantwoordelijke belastingbetaler het nog met zijn geweten verenigen om dergelijke functionarissen in het kanton te steunen, die geen zier geven om ethiek, wetenschap of dierenwelzijn en die de bevolking voorliegen en in gevaar brengen?
Stop met de dierenmishandeling en de verspilling van belastinggeld in het kanton.
Voedselopname door wilde dieren in de gedeelde leefomgeving is geen schade, maar een natuurlijk proces voor het overleven van deze wezens. Hier zijn tolerantie en eerlijkheid op hun plaats. Wij mensen bebouwen en vernietigen de leefomgeving van wilde dieren op alle niveaus vele malen meer. Wilde dieren hebben net zo goed bestaansrecht als mensen. Deze respectloze dodingsacties en koppremies staan in geen verhouding tot een gezond en hart-vormend rechtvaardigheidsgevoel. Tegen hagel en vogelvraat beschermt men zich bijvoorbeeld ook met netten of verjaging (12).
De vossenjacht is ecologisch, economisch en epidemiologisch zinloos – ja, zelfs contraproductief! – en moet daarom in het belang van mens, natuur en dierenwereld, alsook vanuit het oogpunt van ethiek, moraal en dierenwelzijn worden verboden. Met blind activisme en geweld is niemand geholpen.
Wij eisen met deze rechtstreekse indiening van de petitie bij beleidsmakers het doden van deze prachtige schepsels zo snel mogelijk te verbieden en in het staatsblad te publiceren.
Petitie en/of commentaar zelfstandig per e-mail naar de volgende instanties sturen:
- Bureau voor Natuur, Jacht en Visserij: info.anjf@sg.ch
- Regeringsraad Bruno Damann: info.vdgs@sg.ch
- Grüne St.Gallen: info@gruene-sg.ch
- SP St.Gallen: info@sp-sg.ch
- Grünliberalen St.Gallen: sg@grunliberale.ch
- Tierschutz St.Gallen: info@tierlidienst.ch
Beleidsmakers in St.Gallen telefonisch uw mening kenbaar maken:
- Bureau voor Natuur, Jacht en Visserij +41 58 229 39 53
- Regeringsraad Bruno Damann +41 58 229 34 87
- Grüne St.Gallen + 41 076 456 25 15
- SP St.Gallen + 41 071 222 45 85
- Grünliberalen St.Gallen + 41 071 250 18 81
- Tierschutz St.Gallen + 41 071 244 42 38
Aanvullend eisen wij voor vos en das:
- De erkenning van wetenschappelijke studies en deskundigenmeningen (niet uit het milieu van hobbyjagers), die de noodzaak van bejaging in twijfel trekken respectievelijk weerleggen.
- Geen verspreiding van sektarische respectievelijk weerlegde jagersleugens, zoals de zogenaamde noodzaak om vossenpopulaties te reguleren, alsook het zaaien van paniek over hondsdolheid, vossenlintworm en schurft, of dat de vos schuldig zou zijn aan de achteruitgang van het kleinwild enzovoort.
- Het doden van dieren in het kader van een vrijetijdsbesteding hoort in de 21e eeuw niet thuis en zou ook strafrechtelijk vervolgd moeten worden.
Toelichting:
In het kanton St.Gallen werden in het jachtseizoen 2018/19 voornamelijk gezonde 1’681 vossen en 304 dassen op niet-wetenschappelijke basis of wildbiologische deskundigheid door militante hobbyjagers gedood. Verkeersslachtoffers bij de rode vos worden met 729 in de federale jachtstatistiek aangegeven.
De vermeende bedreiging van weidevogels, dus de grondbroeders, kan naar het rijk der jagersfabels worden verwezen, want er bestaan onderzoeken die de invloed op de vogelpopulaties als onbeduidend inschatten (3). Dat is des te begrijpelijker wanneer men zich het hoofdvoedsel van vossen voor ogen houdt: muizen en regenwormen. Vossen zijn uitgesproken nuttige dieren voor de landbouw. En dat vossen uitgesproken nuttige dieren voor de bosbouw zijn en de mens door het ijverig verdelgen van muizen (die als belangrijkste overbrengers gelden voor bijvoorbeeld de ziekte van Lyme) ook tegen ziekten beschermen, is daarentegen slechts bij weinig mensen bekend.
De industriële landbouw is de belangrijkste factor voor de afname van de populaties van bedreigde soorten, omdat zij de leefomgeving van de dieren vernietigt. Door nieuwe akkers, monoculturen, mest en pesticiden worden voor hen van levensbelang zijnde natuurlijke structuren steeds verder vernietigd – met de overbemesting verdwijnt bovendien ook het voedselaanbod. Het doden van dieren door hobbyjagers oefent echter extra druk uit op de verzwakte populaties en kan deze aan de rand van de uitroeiing brengen. Absurd genoeg probeert de jagerij de afname van de hazenpopulaties toe te schrijven aan predatoren zoals de vos. Vossen voeden zich echter voornamelijk met muizen en regenwormen en vormen geen bedreiging voor de hazenpopulatie of voor grondbroeders. Enerzijds is het voor de vos tijdverspilling om zonder succes te zoeken naar zeldzame en dienovereenkomstig moeilijk te vinden prooi, anderzijds is bijvoorbeeld een gezonde haas geen prooi voor een nog zo snelle vos – met hun krachtige achterpoten kunnen de langoren zich vanuit stilstand tot meer dan 70 km/u katapulteren. Onderzoeken tonen aan dat verreweg het grootste deel van de door vossen gegeten hazen als aas wordt opgenomen.
De schijnargumenten dat de meedogenloze bejaging zou helpen tegen hondsdolheid, de vossenlintworm of schurft zijn wetenschappelijk weerlegd. Schurft komt veel zeldzamer voor dan vermoed en vossen met een goede conditie kunnen schurft uitgenezen. Die vossenpopulaties zijn dan resistent tegen herinfecties. Bovendien vormt schurft bij vossen geen gevaar voor mensen of huisdieren. Het is zeer eenvoudig te behandelen. Er zijn veel meer gewonden of dodelijke slachtoffers door de militante hobby-jagers zelf!
Vossenlintworm
Minder vossen, minder vossenlintworm, dus ook minder infectierisico voor de mens. Op het eerste gezicht een plausibele conclusie, maar bij nauwkeurige analyse toch slechts jagerslatijn, zoals meerdere internationale studies (6) aantonen.
In heel Europa ligt het epicentrum van de meldingen van vossenlintworm in Zwitserland, juist in dat gebied van Zwitserland waar jachtgezinde hobby-jagers zich bij de kantonnale autoriteiten hebben genesteld. Deze onzinnige verstoringen en geluidshinder tijdens de jacht van de hobby-jagers in de leefomgeving verstoren steeds ook de volledige wilddierpopulaties en bewoners.
Er zijn veel meer zoönosen bij gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren. In de regel raken alleen hobby-jagers besmet met een zoönose zoals de vossenlintworm. Ongeveer 20 – 30 personen besmetten zich in Zwitserland per jaar met deze leverziekte (Echinococcus multilocularis). Dit is niet meer dan vroeger, toen men minder vossen in de steden aantrof. Het immuunsysteem van de meeste mensen is sterk genoeg om een infectie af te weren. In de regel ontwikkelen de larven van de vossenlintworm zich in de lever van muizen en enkele ratten. Eet een vos de besmette muis op, dan ontwikkelt zich in zijn darm opnieuw een lintworm. Ook katten en honden die muizen eten, kunnen zo de parasiet verspreiden, maar worden zelf niet ziek. Als enigszins geruststellend kan het feit gezien worden dat de ziektefrequentie in Zwitserland zeer gering is, dat een directe overdracht van de vos op honden niet mogelijk is en dat gecastreerde dieren geen vossenlintworm krijgen.
Stadsvossen hebben in de regel een besmettingsgraad onder de 20 %, omdat hun voedsel hoofdzakelijk uit voedselresten bestaat. Plattelandsvossen daarentegen hebben een hogere besmettingsgraad, omdat zij zich overvloedig voeden met veldmuizen.
Het infectierisico is voor gewone bosbezoekers minimaal. In tegenstelling tot de vele geruchten is van geen enkele vossenlintwormpatiënt bekend dat hij of zij besmet zou zijn geraakt door bosbessen. Bessen die hoog aan de struik hangen, zijn als infectieweg uitgesloten. Het is moeilijk voorstelbaar hoe bijvoorbeeld vossenuitwerpselen op hoog hangende bessen terecht zouden komen.
«We hebben waargenomen dat vossenmoeders daar waar de dieren bejaagd worden, meer jongen ter wereld brengen. Men kan weliswaar met een afschot plaatselijk verlichting creëren, maar binnen korte tijd worden de vrijgekomen territoria weer ingenomen. De natuur reguleert dat zelf.»
Wildhoeder Fabian Kern
Het afschieten van vossen kan zelfs tot gevolg hebben dat het vrijgekomen leefgebied opnieuw bewoond wordt door vossen met een veel groter aandeel dragers van de vossenlintworm.
Vossenschurft
Niet elke ruig uitziende vos heeft schurft, en honden lopen ook geen hoog besmettingsrisico. De parasiterende schurftmijt kan zeker honden of mensen treffen – maar deze aantasting is zowel hier als daar zeer goed te behandelen. Het plaatselijk schijnbaar toegenomen voorkomen van genoemde mijten is niet het gevolg van een te hoge populatiedichtheid bij vossen. Daarom zal ook een intensievere bejaging de verspreiding van schurft niet voorkomen. Wetenschappelijk aangetoond is veeleer dat juist bij de vos de bejaging ter indamming van wilde-dierenziekten contraproductief is. Ook in het algemeen blijkt dat in intensief bejaagde gebieden de vossenpopulatie niet daalt, maar door toename van de voortplanting en toestroom van dieren zelfs stijgt.
Als belangrijkste oorzaak voor de verspreiding van vossenschurft geldt de intensieve bejaging. Door de jacht ontstaat een kunstmatig verjongde en toenemende populatie met een zwak immuunsysteem, met als gevolg in de herfst een toename van migrerende jonge vossen die de door hen meegedragen ziekteverwekkers verspreiden.
In het jachtjaar 2018/19 werden er in de jachtstatistiek van St. Gallen 1’681 vossen onder afschot vermeld. Hoeveel van hen en van die 729 onder valwild in % besmet waren met een ziekte zoals schurft, hondenziekte enz., wilde de IG Wild beim Wild van Dominik Thiel weten.
«Wij hebben geen volledige, uniforme en daarmee analyseerbare gedetailleerde statistiek die precies een antwoord op uw vraag geeft.»
Dominik Thiel, Bureau voor Jacht en Visserij
Anders bijvoorbeeld het kanton Luzern:
- Valwild schurft: 14
- Valwild hondenziekte: 1
- Valwild andere ziekte: 5
- Afschot schurft: 32
- Afschot hondenziekte: 1
- Afschot andere ziekte: 6
- Afschot ziekte totaal: 39
Ook in het verleden laaiden schurft en hondenziekte lokaal steeds weer op om vervolgens vanzelf weer uit te doven. Vooral daar waar de schurft bijzonder sterk om zich heen heeft gegrepen, lijken de vossen een toenemende weerstand tegen nieuwe infecties te ontwikkelen. Aangezien de jacht het eigenlijk aanwezige overlevingsvoordeel voor schurftresistente vossen echter tenietdoet (een hobbyjager ziet aan een vos tenslotte niet zijn schurftresistentie af), is het doden van vossen ook in dit opzicht waarschijnlijk contraproductief. Overigens heeft men bij de hondenziekte vastgesteld dat wilde dieren al antilichamen hebben aangemaakt en het gevaar dus marginaal is.
Vossen beschermen ons
Een nieuwe studie (7) wijst erop dat het uitsterven van muizenjagende predatoren, in het bijzonder de vos, de oorzaak is van het stijgende aantal door teken overgedragen ziekten bij de mens.
Vossen hebben bovendien een positieve invloed op het beschermen van mensen en dieren tegen het hantavirus, botulisme of bijvoorbeeld leptospirose (11).
«Als er niet zoveel vossen werden gedood, zouden de boeren ook niet zoveel gif op de velden tegen de muizenplagen hoeven uit te brengen – wat op zijn beurt het hele ecosysteem belast.»
IG Wild beim Wild
Boswachters moeten met chemie, mechanica en vallen muizen bestrijden die kiemplanten en bomen beschadigen, terwijl hobbyjagers vossen bejagen die de muizen eigenlijk onder controle zouden houden. Miljoenen franken aan schade en extra kosten voor de bosbouw als gevolg van de jacht zijn het resultaat. Landbouwers en fruittelers moeten muizenvangers inhuren omdat de vos en andere predatoren ontbreken.
Barbaarse folklore of normale jachtmethode?
In het kader van de vossenjacht worden praktijken toegepast die de dierenwelzijnswet eigenlijk verbiedt. Bijzonder wreed gaat het eraan toe bij de bouwjacht en de opleiding van grondhonden aan levende vossen.
Op zijn minst onder de Zwitserse bevolking geniet de bouwjacht nauwelijks acceptatie; dat blijkt uit een representatieve enquête in september 2017 onder 1015 personen, die het marktonderzoeksbureau Demoscope in opdracht van de Zwitserse dierenbescherming (STS) heeft uitgevoerd. 64 procent steunt een verbod, slechts 21 procent wil de bouwjacht behouden. De afwijzing is onder vrouwen en de 15- tot 34-jarigen iets sterker uitgesproken. Een Röstigraben bestaat niet.
De vos is een zeer aanschouwelijk (en treurig) voorbeeld van hoe de hobbyjager met zijn onwetendheid en de dwangmatige drang tot controle over de natuur zelf problemen creëert en natuurlijke regulerende mechanismen verergert. Wie zich onbevooroordeeld met vossen bezighoudt, herkent al snel dat het fascinerende dieren met indrukwekkende vermogens zijn. Ze zijn zeer zorgzame ouders en beschikken over buitengewone vaardigheden, zoals het betrekken van het aardmagnetisch veld bij het zoeken naar voedsel. Bovendien zijn ze als muizenjagers zowel voor de land- als de bosbouw zeer belangrijk en leveren ze een wezenlijke bijdrage aan het indammen van «door knaagdieren overgedragen pathogenen», zoals hantavirussen of borrelia. Om deze redenen zouden we de vos moeten zien als wat hij is – namelijk als een belangrijk onderdeel van het ecosysteem en een verrijking van de inheemse fauna.
Eigenlijk zou de hele kleinwildjacht verboden moeten worden. Wie zinloos doodt, beschermt niet en de beschaafde samenleving heeft er niets aan. Hobbyjagers zorgen dus ook niet voor gezonde of natuurlijke wildbestanden.
Bronnen:
Verdere artikelen
- Fred Kurt: Das Reh in der Kulturlandschaft. Ökologie, Sozialverhalten, Jagd und Hege. Kosmos Verlag, Stuttgart 2002, p. 83.
- Federale jachtstatistiek Link
- Toelichtingen en bronvermeldingen Link
- Wetenschappelijke literatuur: Studies rode vos
- Jagers verspreiden ziekten: Studie
- Jacht bevordert ziekten: Studie
- Hobbyjagers in de criminaliteit: De lijst
- Verbod op de zinloze vossenjacht is achterstallig: Artikel
- Luxemburg verlengt het verbod op de vossenjacht: Artikel
- Kleinwildjacht en wildziekten: Artikel
- Verjagen van wilde dieren: Artikel
Interessengemeinschaft Wild beim Wild
De IG Wild beim Wild is een algemeen nut beogende belangengemeenschap die zich inzet voor de duurzame en geweldloze verbetering van de mens-dierrelatie, waarbij de IG zich ook heeft gespecialiseerd in de juridische aspecten van de bescherming van wilde dieren. Een van onze belangrijkste doelstellingen is om in het cultuurlandschap een eigentijds en serieus wildbeheer naar het voorbeeld van het kanton Genève in te voeren – zonder hobbyjagers maar met integere wildhoeders die de naam ook verdienen en handelen volgens een erecode. Het geweldmonopolie hoort in handen van de staat. De IG steunt wetenschappelijke methoden van immunocontraceptie voor wilde dieren.
