De das
De das (Meles meles) is een kortpotig, omnivoor zoogdier uit de familie van de marterachtige predatoren, net als de otters, bunzingen, wezels en veelvraten.
Loof- en gemengde bossen van het laagland en de middelgebergten vormen zijn leefgebied. In het gebergte kan zijn habitat zich tot op 2000 meter hoogte uitstrekken. Steeds vaker treft men de das ook aan in stedelijke groenvoorzieningen. Dassen zouden zich vanuit Azië naar het westen hebben verspreid.






Interessante feiten over de das:
- De das kan tot 90 cm lang en 7 – 22 kg zwaar en massief worden. Zijn gewicht is afhankelijk van leeftijd, geslacht, leefgebied en jaargetijde. Vrouwtjes zijn doorgaans lichter dan mannetjes. Een uiterlijke, optische geslachtsbepaling is niet mogelijk.
- De vacht is aan de onderkant zwart en aan de bovenkant zilvergrijs van kleur en wordt eenmaal per jaar verwisseld. De huid eronder is roze.
- Het gezicht is wit en heeft aan beide kanten een zwarte streep, die van de neus over het oog tot aan het oor loopt.
- Dassen hebben een plomp aandoend lichaam en korte, zwarte poten. De voorpoten zijn voorzien van sterke klauwen, die de das, in tegenstelling tot katten, niet kan intrekken. Daarom ziet men bij sporen steeds ook de klauwafdrukken. De klauwen zijn geschikt om aarde op te graven. Het losgemaakte materiaal wordt met de achterpoten naar buiten geschoven.
- Dassen hebben een ca. 15 cm lange staart.
- Dassen hebben een extreem sterk gebit met 38 tanden. De dolkachtige hoektanden in de bovenkaak zijn sterk ontwikkeld, de scheur- en kiezen eerder stomp. De onderkaak is met de bovenkaak stevig in de schedel vergrendeld. Een ontwrichting van de kaak is nagenoeg onmogelijk. Hierdoor kunnen dassen bij een beet ter verdediging hardnekkig vasthouden. Toch is het geen typisch predatorgebit zoals bijv. dat van de kat.
- Dassen hebben een uitstekend reukvermogen, maar de bijziende dassen kunnen geen kleuren onderscheiden, wel contrasten.
- Zoals tal van andere dieren die veel graven, hebben dassen kleine oren. Deze kunnen ze tijdens het graven sluiten, wat hen helpt om ze schoon te houden.
- Dassen kunnen korte tijd rennen of galopperen met 25–30 km/u.
- De das geldt als een standplaatstrouw dier. In gebieden met wijnbouw trekt hij echter bij het rijpen van de bessen vaak meerdere kilometers.
- Dassen hebben een wijdvertakt holenstelsel met een diameter tot 30 m, meestal aan bosranden met omliggende velden en weiden. Als onderhuurder wordt vaak de vos opgenomen. Op ongeveer vijf meter diepte ligt de woonkamer, die via talrijke gangen met de oppervlakte verbonden is. Deze gangen dienen voor de luchttoevoer en als in- en uitgangen. In tegenstelling tot de vos bekleedt de das de woonruimte van zijn hol met droge bladeren, mos of varens. Een dassenhol kan tientallen jaren of vermoedelijk zelfs eeuwenlang gebruikt worden. Elke generatie breidt het verder uit en voegt meer woonkamers toe. Een in Engeland onderzocht dassenhol omvatte 50 kamers en 178 ingangen, die door in totaal 879 meter tunnel met elkaar verbonden waren.
- De vreedzame dassen zijn alleseters en de das is een natuurlijke ongediertebestrijder. Wortels, paddenstoelen, zaden, knollen, vruchten, honing, valfruit, mais, haver en kleine dieren zoals insecten, muizen, mierenhopen en slakken worden met de trechtervormige neus uit de grond gegraven. Wormen vormen het hoofdvoedsel, kevers zijn een delicatesse. De das jaagt niet, maar verzamelt alles wat op de grond ligt en eetbaar is.
- Dassen ziet men af en toe «beschonken», nadat ze rottend fruit hebben gegeten.
- Tegen de herfst heeft hij een wintervoorraad opgevreten.
- Dassen zijn uitgesproken schuwe en aanpasbare nachtdieren, die op hun goede neus vertrouwen. In de koudere streken houden ze een winterrust, die afhankelijk van de klimatologische omstandigheden enkele dagen tot meerdere maanden kan duren. Gedurende deze tijd verlaat hij af en toe het hol, om zijn dassen-toilet, een klein kuiltje verderop van het hol, te gebruiken.
- De natuurlijke vijanden zijn wolf, lynx, roofvogels en af en toe bruine beren. Dassen kunnen, indien nodig, uitstekend zwemmen.
- De das gromt zodra hij zich bedreigd voelt. De roep tijdens de paartijd lijkt op een menselijke schreeuw.
- Dassen hebben een hoge jongensterfte van tot 75 procent door vocht en koude. Verdere gevaren zijn het wegverkeer en ziekten.
- Zoals alle marters kunnen de dassen uit de klieren onder de staartaanzet een vloeistof verspreiden die als markering dient. Zo wordt een dassengebied van een clan afgebakend.
- De dassenparen zijn elkaar levenslang trouw en sociaal.
- Dassen worden op een leeftijd van ongeveer een jaar geslachtsrijp. De belangrijkste paartijd valt in juli en augustus. Dassen hebben een kiemrust. De eigenlijke embryonale ontwikkeling duurt slechts 7–8 weken tot de geboorte. Ook bij andere diersoorten is deze kiemrust bekend, bijv. bij de ree, boommarter, steenmarter en hermelijn. Dassen worden in Midden-Europa in februari of maart geboren. Een worp omvat één tot zes jongen, meestal echter twee. Ze zijn volledig wit en blind; de zwarte plekken in de vacht ontstaan pas later. De mannetjes worden tot ongeveer oktober, soms ook tot na de winterrust in het hol geduld. Daarna verlaten de mannelijke en sommige vrouwelijke nakomelingen het hol.
- Dassen worden 15–18 jaar oud.
- Het massale, door de overheid bevolen vergassen van rodevossenholen heeft tot in de jaren 1970 geleid tot een dramatische afname van de dassenpopulatie. Inmiddels herstellen de populaties zich weer, en de das is plaatselijk weer vrij vaak aan te treffen. Vaak wordt de das met levendvangkooien bejaagd. De jachtbuit in Zwitserland ligt rond de 2’500 per jaar. Voortdurend vallen er nog meer ten prooi aan het wegverkeer. De populatie reguleert zich volgens de populatiebiologische inzichten grotendeels zelfstandig door het voedselaanbod en ziekten. Verjaging is de beste afweer om een gazon te beschermen. Dassen zijn voor mensen ongevaarlijk en vormen noch voor de land- en bosbouw noch voor wilde dieren en huisdieren een gevaar. Dassen vallen geen katten aan. Moeten ze zich tegen honden verdedigen, dan verliest in de regel de hond.
Wat onderneemt Wild beim Wild voor de bescherming van de dassen?
Wij zetten ons in opdat populaties en hun leefgebieden behouden blijven en met elkaar verbonden worden. Natuurlijke corridors maken de genetische uitwisseling tussen afzonderlijke populaties mogelijk. Niet alleen de bescherming van de predatoren, maar ook van hun prooidieren is een wezenlijk onderdeel van ons werk. Dit gebeurt doordat wij de wilde dieren waar mogelijk verdedigen tegen de onnodige jacht en stroperij.
Dierportretten










