Schorskevers, droogte en een predator die niemand iets vraagt: hoe de wolf het bos helpt
Waarom wildvraat het bos verzwakt en grote predatoren de weerbaarheid ervan kunnen versterken.
In Steinhausen ZG moesten onlangs 150 fijnsparren worden gekapt.
Droogte had de bomen verzwakt, waardoor de schorskever zich kon verspreiden. Boswachter Markus Amhof sprak tegenover de «Tagesschau» over het vernielde werk van 30 jaar. Ook in de regio Brugg AG en in Uster ZH zorgt de kever voor schade.
Het verband is bekend: als het de fijnspar aan water ontbreekt, neemt zijn vermogen af om zich met hars tegen binnendringende schorskevers te verweren. Warmte versnelt bovendien de ontwikkeling van de letterzetter. Droogte- en hittestress verhogen daarmee het risico op grootschalige schorskeverschade aanzienlijk.
Maar in het debat over klimaat en kevers wordt vaak nog een vraag over het hoofd gezien: kan zich onder beschadigde oude opstanden überhaupt wel een gevarieerd, weerbaar bos verjongen?
Wanneer de volgende bosgeneratie ontbreekt
Fijnsparren die al onder droogtestress staan, zijn bijzonder vatbaar voor de schorskever. Veel jonge bomen komen echter al eerder onder druk te staan: reeën, herten en gemzen vreten hun scheuten af, vooral bij smakelijke en ecologisch waardevolle boomsoorten.
Wildvraat vertraagt de groei en kan de natuurlijke verjonging van afzonderlijke soorten sterk beperken. Het Zwitserse Landsbosinventaris registreerde bij boompjes tussen 10 en 129 centimeter een topscheutvraat van 17,1 procent; vooral zilverspar en eik staan onder hoge druk.
Dat is doorslaggevend voor de bosomvorming. Als de zilverspar, esdoorn, eik of lijsterbes telkens weer uitvallen, blijft er vaak een armere verjonging over. Juist deze boomsoorten kunnen echter bijdragen aan het omzetten van zuivere of sterk door fijnspar gedomineerde opstanden in structuur- en soortenrijkere mengbossen.
Zuivere fijnsparopstanden zijn voor de letterzetter bijzonder riskant: veel geschikte broedbomen staan dicht bij elkaar. Mengbossen zijn niet immuun voor droogte of schorskevers, maar ze verdelen het risico over verschillende boomsoorten en structuren. Een gevarieerde natuurlijke verjonging is daarom een belangrijke bouwsteen voor klimaatbestendigere bossen.
Wat wolven daarmee te maken hebben
Hier komt een factor in het spel die in de discussie over bosgezondheid vaak ontbreekt: grote predatoren.
Wolven kunnen de bosverjonging op twee manieren beïnvloeden. Ten eerste doden ze hoefdieren en kunnen daarmee lokaal bijdragen aan het beperken van hun aantallen. Ten tweede kan hun aanwezigheid het ruimtelijke en temporele gedrag van edelhert, ree en gems veranderen. Dieren grazen onder een ander risico, mijden onder omstandigheden bepaalde plaatsen of tijdstippen en blijven minder lang op afzonderlijke plekken.
In de ecologie wordt dit mogelijke indirecte effect aangeduid als «Landscape of Fear». Bedoeld wordt niet dat wild zich overal hetzelfde gedraagt of dat de vraatschade automatisch verdwijnt. Hoe sterk zo'n effect uitvalt, hangt af van wilddichtheid, leefgebied, dekking, verstoringen, jaargetijde, hobbyjacht en de lokale aanwezigheid van predatoren.
Voor Zwitserland levert het Calanda-gebied in het kanton Graubünden belangrijke aanwijzingen. Daar ontstond in 2011 de eerste hedendaagse wolvenroedel. Onderzoek rond WSL-wetenschapper Andrea Kupferschmid bestudeerde de bostoestand in het kerngebied van deze roedel. Bij zilverspar, bergesdoorn en lijsterbes werd daar vergelijkenderwijs geringe vraatschade vastgesteld. De werken bespreken directe en indirecte effecten van wolven op de bosverjonging. Een eenduidig voor-en-na-bewijs is er echter niet, omdat er uit de tijd vóór de vestiging van de wolven geen gestandaardiseerde vraatschadegegevens voor de regio beschikbaar zijn.
Juist deze nuancering is belangrijk: de wolf «redt» het bos niet zomaar. Maar hij is deel van een ecologisch krachtenveld dat kan beïnvloeden waar en hoe intensief hoefdieren jonge bomen aanvreten. Waar de druk lokaal afneemt, stijgen de kansen dat zich meer boomsoorten vestigen en een gevarieerder jong bos ontstaat.
Bos-wildconflict zonder predatoren?
In het Zwitserse hobbyjachtbeleid wordt het bos-wildconflict vaak gebruikt als rechtvaardiging voor een intensievere hobbyjacht op hoefdierpopulaties. Het probleem van de vraatschade is reëel; het betreft het beschermingsbos, de biodiversiteit en het aanpassingsvermogen van de bossen aan hitte en droogte.
Problematisch wordt het daar waar het debat zo wordt gevoerd alsof hobbyjacht het enige denkbare antwoord zou zijn. Natuurlijke predatoren kunnen een deel van de regulatie van hoefdierpopulaties en hun gedrag overnemen. Ze vervangen menselijk wildbeheer niet noodzakelijk volledig. Hun rol mag echter niet bij voorbaat buiten beschouwing worden gelaten.
Bosbouwkundige doelen, hobbyjachtbelangen, eisen aan het beschermingsbos en de bescherming van grote predatoren moeten samen worden bekeken. Wie het bos op lange termijn tegen klimaatstress wil versterken, kan niet alleen inzetten op afschot en technische beschermingsmaatregelen. Doorslaggevend is ook of natuurlijke processen weer meer ruimte krijgen.
De wolf als deel van de toekomst van het bos
De schade in Steinhausen, Brugg en Uster laat zien hoe kwetsbaar sparrenbestanden worden onder droogte- en hittestress. De schorskevercrisis is geen zuiver keverprobleem – ze legt bloot hoe afhankelijk het bos is van een goed functionerende verjonging.
Of onder beschadigde oude bestanden een gevarieerd nieuw bos opgroeit, bepaalt mede hoe goed Zwitserse bossen toekomstige droogtes, stormen en plagen weerstaan. Wildvraat kan deze ontwikkeling afremmen. Grote predatoren kunnen beïnvloeden hoe sterk en waar deze druk ontstaat.
De wolf is geen wondermiddel voor de klimaatcrisis in het bos. Maar zijn terugkeer is een factor die in een serieus debat over bosverjonging, schorskevers en klimaatbestendige bossen niet langer mag ontbreken.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We sturen je graag het laatste nieuws en aanbiedingen via de nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →