7. september 2026, 19:08

Zoeken

IG Wild beim Wild eist regelmatige oogtests voor hobbyjagers

De oogtest is een belangrijk onderdeel van de procedure voor het verkrijgen van een wapenverwervings- en wapendraagvergunning in Zwitserland, met name voor hobbyjagers.

Gezien het hoge aantal jachtongevallen, misschoten en zoekacties naar aangeschoten dieren, eist IG Wild beim Wild verplichte oogtests voor hobbyjagers op regelmatige tijdstippen. «De wetgever mag de ogen niet sluiten», aldus de oproep van IG Wild beim Wild.

De IG eist dat niet alleen het behalen van het jachtdiploma gepaard moet gaan met een oogtest. Daarna zouden, afhankelijk van de leeftijd, om de twee tot vier jaar oogcontroles moeten worden uitgevoerd. Gebleken is dat men hierbij niet kan vertrouwen op de zelfinschatting en het verantwoordelijkheidsgevoel van hobbyjagers.

Een cartoon toont twee scenario's: bovenaan wordt terrorisme in Zwitserland sinds 2000 weergegeven met nul gewonden en nul doden. Onderaan wordt de jacht in Zwitserland sinds 2000 weergegeven, met 5
Stand 2018

De invoering van regelmatige oogtests zou echter ook landelijk moeten gebeuren op basis van de Jachtwet. 

Al bij een gezichtsafwijking van 0,5 dioptrie ziet men alles vanaf twee meter afstand slechts vaag, betoogt IG Wild beim Wild. Daarom zijn regelmatige oogcontroles «een must in het belang van de algemene veiligheid».

Alleen zo, en naast een alcoholverbod bij de hobbyjacht, kan een doeltreffende stap worden gezet om de talrijke tragische ongevallen bij de hobbyjacht, misschoten en dierenleed te verminderen, is IG Wild beim Wild overtuigd.

Is een verplichte schiettest voor hobbyjagers voldoende?

Sinds 2015 moet de hobbyjager in alle kantons periodiek een schiettest afleggen.

De hobbyjager lost in totaal acht schoten, vier met hagel en vier met kogels. Deze laatste worden vanaf een afstand van 100 meter op een schijf met een tienpuntenschaal geschoten. Achten, negens en tienen gelden als treffers. Met het hagelgeweer schiet de hobbyjager vanaf 30 meter op een bewegend doel, bijvoorbeeld een kleiduif. Van alle acht schoten moet de schutter minstens één treffer noteren. Anders geldt de test als niet geslaagd. De hobbyjager mag echter zoveel pogingen doen als hij wil. Dat wil zeggen: waarschijnlijk zal ook de meest onbegaafde of zelfs blinde schutter ooit voldoende treffers kunnen laten zien.

Wat treffnauwkeurigheid betreft, zijn er op basis van de cijfers over jachtongevallen en zoekacties geen grote veranderingen sinds de invoering van de periodieke schiettest.

Volgens de federale jachtstatistiek werden in 2023 landelijk 43 edelherten, 132 reeën, 11 gemzen, 30 wilde zwijnen, 57 vossen, 8 dassen en 1 haas als omgekomen wild met schotverwondingen aangetroffen – 282 dieren.

Deze dode dieren vormen uiteraard slechts een fractie van het werkelijke aantal omgekomen wilde dieren: dode wilde dieren worden vooral aangetroffen langs wegranden, in de buurt van drukbezochte wandelpaden of op de controle- en pirscheroutes van wildhoeders en hobbyjagers. Aannemelijk is echter dat wilde dieren ook ver van wegen en paden, in voor mensen ontoegankelijk terrein (hooggebergte, dichte struiken), sterven en hun kadavers snel door aaseters worden «opgeruimd». Daarom weerspiegelt de statistiek van omgekomen wild ook wat betreft aangeschoten dieren slechts het topje van de ijsberg.

Ook niet alle dieren die in de jachtstatistiek als «geschoten» worden vermeld, stierven bij het eerste schot. Alleen al in het kanton Graubünden worden jaarlijks zo'n 450 tot 500 zoekacties uitgevoerd, enkel voor herten. Tot 50% van de aangeschoten dieren wordt tijdens de zoekactie niet gevonden. Bovendien wordt niet bij alle diersoorten een zoekactie uitgevoerd.

Met zekerheid kan worden gesteld dat elk jaar duizenden gevoelige wilde dieren door hobbyjagers worden aangeschoten die niet door een zoekactie van hun lijden kunnen worden verlost – en al deze dieren worden blootgesteld aan zware belasting (angst, pijn, stress).

Voorbeeld kanton Genève

Hoewel in het kanton Genève door wildhoeders in het donker wordt geschoten, is 99,5 procent van de geschoten dieren onmiddellijk dood. Het lijden is «minimaal», net als de stress voor de niet-geschoten dieren. Er zijn bijna geen gevallen waarin dieren een schot gewond overleefden. In het kanton Genève geldt sinds 1974 een jachtverbod voor hobbyjagers, maar wordt de wildstand gecontroleerd door professionele wildhoeders. Er zijn dus geen jachttijden voor hobbyjagers, zoals in de andere kantons. In het kanton Genève geldt voor wilde dieren in de eerste plaats het hele jaar door een gesloten seizoen.

Sanitaire afschot door wildhoeders is niet hetzelfde als de op jagerslatijn of verkeerd begrepen natuurbeleving gebaseerde, zinloze decimering van wilde diersoorten door hobbyjagers.

Zo worden in Genève gemiddeld enkele honderden dieren per jaar doodgeschoten door professionals die dagelijks actief zijn, terwijl het in de overige kantons om ruim 100.000 wilde dieren gaat (die deels door amateurjagers slechts zwaar verwond raken en vaak dagenlang lijdend sterven).