Wildezwijnsterilisatie: Wanneer de hobbyjacht aan haar eigen falen ten onder gaat
In Frankrijk wordt opnieuw gediscussieerd over de sterilisatie van wilde zwijnen. «Le Chasseur Français», een van de meest traditierijke spreekbuizen van de Franse hobbyjacht, pakt het onderwerp op en onthult daarbij meer over de crisis van de hobbyjacht dan de auteurs lief zal zijn. Want het debat over anticonceptie bij wilde zwijnen is niets anders dan de erkenning dat de hobbyjacht het zelf gecreëerde «wildezwijnprobleem» na decennia niet onder controle krijgt.
Onderzoekers van de Universitat Autònoma de Barcelona hebben met het immuno-anticonceptieve vaccin GonaCon proeven uitgevoerd bij wilde zwijnen in stedelijke en peri-stedelijke gebieden.
De werkzame stof activeert de aanmaak van antilichamen tegen het hormoon GnRH, dat de eisprong en spermatogenese aanstuurt. Bij de behandelde vrouwelijke dieren bleek de methode volgens de onderzoekers betrouwbaar werkzaam, bij jonge, prepuberale mannelijke dieren lijkt de remming zelfs blijvend. Bij oudere dieren is een herhaalvaccinatie nodig.
Juist dit perspectief zorgt in jachtgezinde media zoals «Le Chasseur Français» voor hoorbaar geknars. Want zou GonaCon of een vergelijkbare werkzame stof zich op grote schaal vestigen, dan zou de hobbyjacht haar belangrijkste legitimatieargument verliezen: de «noodzakelijke regulering» van een zogenaamd uit de hand gelopen wildezwijnpopulatie.
De boemerang van de eigen praktijk
De ongemakkelijke waarheid die in hobbyjacht-kringen niet graag wordt uitgesproken: de explosief stijgende wildzwijnpopulaties zijn voor een aanzienlijk deel zelf veroorzaakt. Een 22 jaar durende studie van wetenschapster Sabrina Servanty, gepubliceerd in het «Journal of Animal Ecology», heeft het zwart op wit aangetoond. In intensief bejaagde gebieden is de vruchtbaarheid van de wildzwijnen duidelijk hoger dan in nauwelijks bejaagde regio's. Bij hoge jachtdruk treedt de geslachtsrijpheid eerder in, zodat zelfs frislingzeugen al drachtig worden. De hoge demografische bijdrage van de jonge dieren aan de voortplanting is daarmee «zeer waarschijnlijk eerder een gevolg van hoge jachtdruk dan een soortspecifieke overlevingsstrategie».
Daar komt het bijvoeren bij. In het district Altenkirchen in Rijnland-Palts werd in het jachtjaar 2006/07 in een jachtdistrict bij 22 voederplaatsen maar liefst 780 kilogram maïs per geschoten zwijn uitgestrooid (bron: Wildökologie Heute, 2012). De hobbyjacht voert dus massaal bij om vervolgens te schieten, en beklaagt zich dan over te hoge populaties. Een Tsjechische studie heeft op indrukwekkende wijze aangetoond dat het bijvoeren in mastjaren van eik en beuk de voortplanting nog extra aanwakkert, omdat het natuurlijke voedselaanbod wordt aangevuld met kunstmatige bijvoeding.
Cijfers die een falen documenteren
In Frankrijk werden in het seizoen 1973/74 zo'n 36’000 wildzwijnen geschoten. In het seizoen 2020/21 waren het volgens het «Office Français de la Biodiversité» ongeveer 800’000 dieren. Een stijging van meer dan het twintigvoudige, en toch is de populatie groter dan ooit. In Duitsland steeg het jaarlijkse aantal geschoten dieren van gemiddeld 477’000 dieren tien jaar geleden naar 625’000 in het jachtjaar 2020/21. De populatie wordt geschat op 1,5 tot 1,7 miljoen dieren, zo'n 500’000 meer dan tien jaar geleden.
Wie gezien dergelijke cijfers blijft beweren dat de hobbyjacht de wildzwijnpopulatie «reguleert», doet aan zelfbedrog of bewuste misleiding. Als de populaties ondanks een vertienvoudiging van het aantal geschoten dieren stijgen, is de methode duidelijk niet het probleem van de dieren, maar een onderdeel ervan.
De Drôme als ongemakkelijk voorbeeld
Bijzonder gênant voor de hobbyjacht is een bevinding uit het Franse departement Drôme. Daar is de wildezwijnenpopulatie geen probleem, omdat de wolf is teruggekeerd. Hobbyjagers klagen daar dat er «te weinig» wilde zwijnen zijn om te bejagen. Daarmee ontmaskert de zogenaamde regulatiebedoeling zich als wat ze werkelijk is: een vrijetijdsbehoefte. Zolang er genoeg is om af te schieten, heerst er tevredenheid in de hobbyjacht. Zodra predatoren zoals de wolf het werk van de vermeende «regulatoren» gratis en efficiënt doen, slaat de stemming om.
Wat de hobbyjachtlobby liever verzwijgt
Zodra het onderwerp sterilisatie ter sprake komt, is de reactie van de hobbyjachtlobby een reflex. Te duur, te omslachtig, technisch onuitvoerbaar, elk dier zou apart moeten worden gevangen. Dit verhaal laat zich met één blik op de praktijk bij stadsduiven weerleggen.
In België is de werkzame stof nicarbazine sinds 2016 onder de naam R-12 toegelaten en op meer dan 100 locaties in gebruik, gedragen door dierenbeschermingsorganisaties zoals GAIA en Vets For City Pigeons. In Italië loopt hetzelfde middel als Ovistop sinds 2002. Ook Spanje, Frankrijk, Hongarije, Malta en Nederland zetten het in. In de Brusselse gemeente Elsene daalde de duivenpopulatie in drie jaar met 40 procent. In Zaventem in slechts zeven maanden met 10 procent. Een Catalaanse studie uit 2024 evalueerde tot acht jaar nicarbazine-gebruik in 24 steden, met duidelijk positieve resultaten. Meer achtergrond hierover in het artikel over de Duivenanticonceptie in plaats van afschot.
De inspanning per locatie is overzichtelijk. Een automatische voederautomaat, vijf dagen per week tijdens het voortplantingsseizoen vullen met gecoate maïs, klaar. De stad Keulen begroot hiervoor amper 23’000 euro per jaar. Ter vergelijking: alleen al de Zürichse wildezwijnen-gewenningskooi in Elgg verslond 200’000 frank aan investeringskosten, gefinancierd door belastingbetalers. Wie dan over «te duur» spreekt, voert een eigenzinnige boekhouding. Meer over dit twijfelachtige project in het artikel «Jachtverslaafden krijgen wildezwijnenkooi in het kanton Zürich».
Orale lokmiddelen bestaan al lang, ook voor wilde zwijnen
Ook het technische argument dat bij het wild zwijn alleen injectie mogelijk is, doorstaat geen enkele feitencheck. Al in 2010 ontwikkelden Giovanna Massei en haar team het Boar-Operated-System (BOS), een soortspecifieke aasverdeler. Een metalen paal met geperforeerde bodemplaat en een beweegbare kegel die alleen wilde zwijnen met de snuit kunnen optillen. Andere soorten komen niet bij het aas. In veldproeven werd de aasconsumptie door niet-doelsoorten voor 100 procent voorkomen, terwijl de wilde zwijnen het apparaat regelmatig gebruikten.
Het Spaanse onderzoeksinstituut IREC ontwikkelde bovendien een speciaal wildzwijnenaas dat ook geschikt is voor biggen en hittebestendig is. De EU heeft daarnaast jarenlange ervaring met orale aasvaccinaties, en wel in het kader van de succesvolle bestrijdingsprogramma's tegen klassieke varkenspest bij wilde zwijnen in Duitsland en Frankrijk. In 2025 publiceerden Koreaanse onderzoekers (Choe et al.) een studie over een oraal GnRH-vaccin voor wilde zwijnen dat tegelijkertijd immuniseert tegen varkenspest. Ook fagengebaseerde orale anticonceptiva zijn volgens overzichtswerken van het Botstiber Institute for Wildlife Fertility Control een realistische optie.
Met andere woorden: wat bij de orale hondsdolheidsvaccinatie van vossen al tientallen jaren werkt, wat bij stadsduiven met nicarbazine in meerdere Europese landen werkt, is bij het wild zwijn technisch eveneens allang mogelijk. Wat ontbreekt is niet de wetenschap, maar de politieke wil.
Kassel toont het ware patroon
Hoe reflexmatig de hobbyjacht-lobby tegen elk alternatief van leer trekt, toont het voorbeeld Kassel. In de zomer van 2025 startte daar de Bundesverband der Wildtierhilfen een in heel Europa uniek pilotproject voor de sterilisatie van wasberen in de heimelijke «wasberenhoofdstad» van Duitsland, waar volgens schattingen tussen de 10’000 en 30’000 dieren leven. Volledig betaald door de vereniging, zonder ook maar een cent belastinggeld, met een totaalbudget van ongeveer 30’000 tot 50’000 euro. Wetenschappelijk begeleid door de Universiteit van Bonn. Uitgevoerd met steun van tien dierenartsen en 30 vrijwilligers, daaronder uitdrukkelijk ook hobbyjagers en wildhelpers.
Methodisch correct: De dieren worden gesteriliseerd, niet gecastreerd. Dat is een cruciaal verschil. De geslachtsorganen blijven behouden, alleen de zaad- respectievelijk eileiders worden doorgesneden. Zo blijft het territoriumgedrag van de dieren intact, en worden hun plekken niet ingenomen door instromende, voortplantingsbekwame soortgenoten. Populatiebiologisch geraffineerd en op het gebied van dierenwelzijn voorbeeldig.
Wat gebeurde er? De Hessische landjachtvereniging dwarsboomde het project, het Regierungspräsidium stopte het na enkele weken. De EU-rechtelijke bezwaren van de hobbyjacht-lobby heeft het federale ministerie van Milieu inmiddels uitdrukkelijk weerlegd. De sterilisatie van invasieve soorten is verenigbaar met de EU-verordening. Toch ligt het project nog steeds stil.
Het argument van de hobbyjacht-verenigingen? Gesteriliseerde dieren zouden «verder schade aanrichten». Maar hetzelfde geldt voor elk wild zwijn, elke vos en elke marter in de Duitse bossen. Met diezelfde logica zou men elk wild dier moeten uitroeien. Wat hier in werkelijkheid verdedigd wordt, is niet het ecosysteem, maar het monopolie van de hobbyjacht op de omgang met «schadelijke dieren». Een hobbyjagerschap dat decennialang niet in staat was de verspreiding van de wasbeer te stoppen, verzet zich tegen elk alternatief dat hun falen zichtbaar zou kunnen maken.
De Hamburgse CDU-senaat onderzoekt ondanks de stopzetting in Kassel een eigen sterilisatieproject. Ook in Berlijn loopt sinds 2022 het project «Hauptsache Waschbär e.V.» met voorstudies naar sterilisatie. Andere landen zijn verder: in Finland, Zweden en Denemarken werd de methode succesvol toegepast bij de wasbeerhond. In Italië bij nutria's. Het EU-platform voor invasieve soorten bevestigt uitdrukkelijk dat de aanpak overdraagbaar is. Wat daar kan, kan ook in Duitsland.
Het patroon is altijd hetzelfde. Bij wild zwijn, wasbeer, wolf of vos grijpt de hobbyjacht-lobby reflexmatig naar het vetorecht zodra een alternatief voor het schieten zichtbaar wordt. De argumenten wisselen, het resultaat blijft: er mag niets veranderen wat de positie van de hobbyjacht zou kunnen verzwakken. Zelfs wanneer betrokken hobbyjagers ter plaatse, zoals in Kassel, met de dierenwelzijnsverenigingen willen samenwerken, blokkeert het verenigingsapparaat.
Sterilisatie als onderdeel van een modern wildbeheer
Eerlijk gezegd is ook sterilisatie geen wondermiddel dat van vandaag op morgen werkt. De anticonceptieve werking treedt bij de afzonderlijke dieren weliswaar binnen enkele weken in. Een meetbare vermindering van de populatie ontstaat echter pas over meerdere voortplantingscycli, omdat de behandelde dieren blijven leven en alleen de aanwas uitblijft. Acute schade in het maisveld wordt door de vaccinatie van vandaag dus pas over enkele jaren verminderd.
Maar precies hier zit het punt. In stedelijke en periurbane gebieden, waar schieten om veiligheidsredenen sowieso verboden of onverantwoord is, bestaat er geen snel alternatief. Een stochastische modellering voor het natuurpark Collserola bij Barcelona heeft bovendien aangetoond dat de meest doeltreffende strategie een combinatie is: vermindering van door de mens veroorzaakte voedselbronnen (dus geen mais op voederplaatsen, geen open vuilnisbakken, geen bijvoeren door omwonenden) en anticonceptie.
Wat echt zou helpen
Een omgang met wilde zwijnen die serieus gericht is op dieren- en natuurbescherming zou er anders uitzien dan de huidige praktijk. Een consequent verbod op voederplaatsen in plaats van de huidige tolerantie tegenover massale voedering. Een terugkeer naar doeltreffende gesloten jachttijden, zodat zeugen hun biggen kunnen grootbrengen en de sociale structuren van de rotten niet door willekeurige afschoten worden verstoord. Meer verjagingsmaatregelen zoals geurhekken, elektrische omheiningen rond kwetsbare gewassen en akoestische signaalgevers. De acceptatie van natuurlijke predatoren zoals wolf en lynx, die aantoonbaar regulerend werken. En in stedelijke en periurbane gebieden orale anticonceptie via soortspecifieke aasdispensers, waar drijfjachten met vuurwapens simpelweg niet verantwoord zijn.
Dat juist degenen die al decennialang aan de status quo verdienen, zich tegen elk van deze maatregelen verzetten, is consequent. Het onthult echter ook dat het bij de hobbyjacht nooit primair om regulering ging, maar om een gesubsidieerd vrijetijdsvermaak dat zich verschuilt achter een dun manteltje van ecologische retoriek. Het sterilisatiedebat trekt dit manteltje een stukje verder opzij. Het voorbeeld Kassel toont aan dat zelfs de nationale verbonden bereid zijn dierenbeschermingsprojecten te blokkeren die niet in het straatje van hun beroepsstand passen. Misschien is dat de eigenlijke verdienste van dit debat. Het maakt zichtbaar wie hier werkelijk waaraan vasthoudt.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We sturen je graag het laatste nieuws en aanbiedingen toe in de nieuwsbrief.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →
