Hobbyjager schiet hert dood tijdens het gesloten seizoen
De opeenhoping van wetsovertredingen in het kader van de hobbyjacht is allang geen randverschijnsel meer, maar een structureel probleem: of het nu in Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk of elders in Europa is — overal stapelen zich gevallen op van stroperij, wapendelicten, dierenmishandeling, dwang, bedreiging, fraude en ambtsmisbruik in de jachtomgeving. Waar privépersonen in grote aantallen worden uitgerust met scherpe wapens, munitie, geluiddempers en verstrekkende bijzondere rechten, ontstaat een ideale voedingsbodem voor criminele activiteiten, verruwing en eigenrichting.
Een 59-jarige hobbyjager en landbouwer uit het district Gmunden heeft in St. Wolfgang in Oostenrijk midden in het gesloten seizoen een hert doodgeschoten op zijn privéterrein, met een geldige jachtvergunning, maar buiten zijn bevoegde jachtgebied, met meerdere in beslag genomen wapens en geluiddempers in huis.
De man lag 's nachts samen met een 26-jarige familielid op de loer voor het dier, omdat er naar verluidt silobalen en hekken beschadigd zouden zijn, en schoot kort na middernacht op het ongeveer zesjarige hert. Een buurman, die tevens jachtpachter van het betrokken jachtgebied is, hoorde het schot, vond het dode dier evenals de beide hobbyjagers op het terrein en alarmeerde de politie. De economische schade voor het jachtgezelschap wordt op meer dan 4.000 euro geschat; de 59-jarige werd aangeklaagd wegens een ernstige inbreuk op het jacht- en visserijrecht; tegen beide mannen werden voorlopige wapenverboden uitgesproken.
Gesloten seizoen betekent dat de betreffende wildsoort niet bejaagd, gevangen of opzettelijk gedood mag worden; precies dat heeft de hobbyjager bewust genegeerd. Jachtwet en verordeningen regelen in Opper-Oostenrijk duidelijk omschreven gesloten seizoenen. Voor herten geldt een streng afschotverbod van begin januari tot half juli, dat juist de dieren rust moet garanderen in gevoelige levensfasen. Wordt er in deze periode of in een vreemd jachtgebied geschoten, dan gaat het niet om een kleinigheid, maar om een ernstige inbreuk op het jachtrecht, die als vorm van stroperij met gevoelige straffen bestraft kan worden. De juridische kwalificatie ontmaskert het gangbare bagatelliseren van zulke daden als «misverstand» of «nalatigheid». Hier werd bewust en gewapend tegen glasheldere regels gehandeld.
De actuele zaak toont een gewapende hobbyjager met een heel arsenaal, geluiddempers en nachtelijke aanzit op privégrond, een profiel dat dichter bij de wapenfanaat ligt dan bij de veelgeciteerde «hegeopdracht». Bij de huiszoeking stelden de autoriteiten acht jachtgeweren, twee geluiddempers, een vermoedelijk zelfgebouwde geluiddemper, een roodlichtmodule en grotere hoeveelheden munitie veilig, deels onafgesloten en vrij toegankelijk. Tegelijk berichten jachtgebieden in Opper-Oostenrijk over verdere schoten in het gesloten seizoen, bijvoorbeeld op reeën, wat het verhaal van het absolute «geïsoleerde geval» al lang ongeloofwaardig maakt. Toch wordt van het publiek verwacht dat het zulke gewapende vrijetijdsfiguren in recreatiegebieden tegenkomt, bij nacht, met scherpe wapens, gelegitimeerd door een jachtkaart.
Officieel dient de hobbyjacht het wildbeheer en de bescherming van land- en bosbouw; in de praktijk overheerst een mix van economische belangen van de jachtgezelschappen en persoonlijke schietlust. Bijzonder veelzeggend is dat zelfs een jarenlange districtsjachtmeester in verband met het doodgeschoten hert spreekt van een geval van «eigenrichting», een onvrijwillige bekentenis over hoe broos de interne controle in het jachtmilieu daadwerkelijk is. In plaats van professionele, door de overheid begeleide oplossingen voor conflicten tussen landbouw en wilde dieren in te voeren, wordt het narratief van het «probleemwild» gekoesterd, dat men zo nodig eigenmachtig «van het lijf schiet». Wie zo handelt, gebruikt de hobbyjacht als podium voor private machtsuitoefening over leven en dood en niet als verantwoord beheer in het belang van het algemeen welzijn.
Wanneer hobbyjagers opvallen met meervoudige wetsovertredingen, een wapenarsenaal, geluiddempers en nachtelijke acties, moet de vraag toegestaan zijn of de private hobbyjacht in haar huidige vorm maatschappelijk überhaupt nog te verantwoorden is. Nodig zouden aanzienlijk strengere geschiktheids- en betrouwbaarheidstoetsen zijn, sluitende controles, automatische ontwapening bij overtredingen alsook een verschuiving van bevoegdheden naar professioneel opgeleide, door de staat gecontroleerde instanties voor wilde dieren. Gevallen zoals het neerschieten van het hert in St. Wolfgang zijn geen betreurenswaardige uitschieters, maar symptomen van een systeem dat gewapende eigenrichting structureel mogelijk maakt en pas achteraf moeizaam probeert te sanctioneren. Zolang politiek en overheden vasthouden aan de geruststellende fictie van de bijzonder verantwoordelijke hobbyjagers, blijft de realiteit in het jachtgebied: wilde dieren sterven illegaal, en het zijn uitgerekend gewapende vrijetijdsburgers met een jachtvergunning die daarbij telkens weer als daders opvallen.
Hobbyjaagsters en hobbyjagers opereren vaak in slecht gecontroleerde ruimtes: afgelegen jachtgebieden, nacht- en schemeruren, gebrekkig toezicht, daarbij een sterk «wij tegen de anderen»-milieu, dat kritische vragen van omwonenden, wandelaars of dierenbeschermers reflexmatig als een aanval op een vermeende traditiegemeenschap interpreteert.
Wie deze omgeving combineert met alcohol, jachthartstocht en statusdenken, verschuift stap voor stap de grenzen van het toelaatbare, tot aan bewuste rechtsschendingen, die dan als «ongeluk», «misverstand» of «betreurenswaardig incident» moeten worden omgeduid. De gedocumenteerde gevallen in de categorie «Criminaliteit & Jacht» van IG Wild beim Wild laten zien hoe breed het spectrum is: van illegale afschoten tijdens gesloten seizoenen, schietpartijen nabij woonwijken, doodslag en wapenmisbruik in de privésfeer tot systematische stroperij in beschermde gebieden.
De politiek houdt desondanks hardnekkig vast aan het narratief van de in beginsel «verantwoordelijke jagers», hoewel diezelfde structuren die zogenaamd voor «hegen» en «veiligheid» moeten zorgen, telkens weer zwaar criminele daders voortbrengen. Wie de hobbyjacht serieus ter discussie stelt, stuit al snel op massieve lobbywerk, vergoelijkende verbondscommunicatie en een verbazingwekkende bereidheid van veel autoriteiten om jachtdelicten intern «op te lossen» in plaats van consequent te bestraffen. Aan de andere kant staan ongewapende burgers, die bossen en velden als recreatiegebied willen gebruiken en daar geconfronteerd worden met een milieu waarin wapen, machtsaanspraak over dieren en groepsdynamische druk een gevaarlijke mengeling vormen.
Vanuit het oogpunt van dieren- en algemeen welzijn dringt zich daarom een fundamentele herwaardering op: een private vrijetijdsactiviteit die aantoonbaar telkens weer als toegangspoort voor strafbare feiten dient en regelmatig uitmondt in zinloos geweld tegen weerloze wilde dieren, is geen beschermenswaardige gewoonte, maar een veiligheids- en beschavingsprobleem. De in het dossier «Criminaliteit & Jacht» verzamelde gevallen maken duidelijk dat het niet gaat om enkele zwarte schapen, maar om een systeem dat delicten bevordert, verbergt en bagatelliseert. Zolang daaraan niets verandert, blijft de hobbyjacht in Europa een brandpunt voor criminele energie, met wilde dieren als eerste slachtoffers en een verontruste publieke opinie die het risico mededraagt.
LATEN WE IN CONTACT BLIJVEN!
We sturen je graag het laatste nieuws en aanbiedingen in de nieuwsbrief toe.
Steun ons werk
Met jouw donatie help je dieren te beschermen en hun stem te laten horen.
Doneer nu →