Verbod op dieronvriendelijke val- en lokjacht
Val- en lokjacht veroorzaken zwaar lijden, stress en kwellende verwondingen bij wilde dieren en niet-doelsoorten. Het kanton (………) moet dieronvriendelijke vallen en lokmethoden verbieden en de jachtpraktijk consequent afstemmen op de voorschriften van de dierenbescherming.
1. Motie
De regeringsraad wordt belast met het voorleggen aan de Grote Raad van een ontwerp tot wijziging van de wet inzake jacht en bescherming van wilde dieren (………) alsook van de jachtverordening (…………), waarmee in het kanton (………) de dierenkwellende val- en lokjacht wordt verboden en de overige jachtpraktijk aan strenge dierenwelzijnsrechtelijke minimumnormen wordt gebonden.
De herziening van de wet en de verordening moet in het bijzonder waarborgen dat:
- het gebruik van vangtuigen wordt verboden waarbij dieren zwaar verwond raken, langdurig in paniek gevangen zitten of langzaam kunnen sterven, in het bijzonder:
- vallen waarbij lichaamsdelen kunnen worden ingeklemd of verbrijzeld
- vanginstallaties met verdrinkingseffect of vergelijkbare mechanismen.
- het gebruik van vallen waarin dieren onbeschermd aan weersomstandigheden, nattigheid, koude of hitte worden blootgesteld wordt verboden, ongeacht de doelsoort.
- loderplaatsen, aas- en voeruitleggingen voor het gericht lokken van vossen, marters, kraaien, kraaiachtigen of andere wilde dieren met het oog op de vrijetijdsjacht worden verboden.
- de lokjacht met kunstmatige geluiden, elektronische of mechanische lokapparaten, akoestische nabootsingen van prooidieren of soortgenoten en soortgelijk werkende hulpmiddelen op wilde dieren wordt verboden.
- het gebruik van lokmiddelen met geurstoffen, urine, kliersecreties of andere manipulatiestoffen tot een minimum wordt beperkt en ten minste voor bepaalde soorten met hoog lijdens- en stresspotentieel (onder andere vos, das, marter, kraaiachtigen) volledig wordt verboden.
- indien er überhaupt nog vallen worden toegestaan, deze uitsluitend als dierenwelzijnsconforme levendvallen mogen worden gebruikt, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
- verplichte, zeer korte controle-intervallen (ten minste dagelijkse controle, in gevoelige periodes kortere intervallen)
- bescherming van de gevangen dieren tegen weersomstandigheden, koude, hitte en nattigheid
- duidelijke voorschriften voor een onmiddellijke, vakkundige en pijnminimaliserende doding, voor zover vrijlating niet mogelijk is
- verbod op het gebruik in gevoelige periodes zoals broed- en opfokfasen van niet-doelsoorten, voor zover bijvangst niet kan worden uitgesloten.
- het kanton een vergunnings- en controlesysteem opzet voor alle nog toegestane vallen en lokmiddelen, in het bijzonder:
- registratie en markering van de vallen
- documentatieplicht over vangdagen, doel- en bijvangsten
- steekproefsgewijze controles door wildbeheer en andere uitvoerende instanties.
- dat bijvangsten van beschermde soorten, huisdieren of andere niet-doelsoorten verplicht moeten worden gemeld en leiden tot een toetsing van de geschiktheid van de verantwoordelijke persoon voor het uitoefenen van de jacht, tot en met de intrekking van de jachtakte.
- dat de jachtopleiding en het jachtexamen verplichte modules omvatten over dierenwelzijnsrecht, moderne ethische normen, het gedrag van gevangen dieren en over alternatieven voor de val- en lokjacht.
- dat de regeringsraad in zijn voorstel uiteenzet:
- welke val- en lokmethoden er vandaag in het kanton worden ingezet
- welke vormen vanuit dierenwelzijnsrechtelijk oogpunt onhoudbaar zijn
- hoe de voorgestelde verboden en beperkingen concreet leiden tot minder dierenleed en betere handhaving
- met welke organisatorische en financiële gevolgen voor kanton, gemeenten en jachtdistricten rekening moet worden gehouden.
De regeringsraad waarborgt dat de kantonale bepalingen overeenstemmen met de voorschriften van het federale recht, maar op het gebied van dierenwelzijn verdergaande, strengere beschermingsnormen kunnen voorzien.
2. Korte motivering
Val- en lokjacht behoren tot de meest brute en minst transparante onderdelen van de hobbyjacht, ook in Zwitserland. Dieren die in kastvallen en andere vangtuigen gevangen zitten, lijden vaak gedurende langere tijd onder angst, pijn, dorst, koude of hitte. Ledematen kunnen verwond raken, dieren raken in paniek, verwonden zichzelf of lopen inwendige schade op. Ook bij vallen die als «dierenwelzijnsconform» worden verkocht, zijn storingen, te lange controle-intervallen en ondeskundige doding aan de orde van de dag.
Vallen maken geen zuiver onderscheid tussen doel- en niet-doelsoorten. Telkens weer raken beschermde wilde dieren, jonge dieren, grondbroeders, egels, huiskatten of honden verstrikt in vallen die helemaal niet voor hen bestemd waren. Ze sterven langzaam of raken gewond, zonder dat dit ooit statistisch zuiver wordt geregistreerd of openbaar gemaakt. Bijvangst is geen marginaal bedrijfsongeval, maar een systemisch gevolg van deze methoden.
Lokjacht met aasplaatsen, aas, kunstmatige geluiden en geurstoffen is gebaseerd op de gerichte manipulatie van instincten. Wilde dieren worden gedurende langere tijd naar bepaalde gebieden gelokt, waar ze gewend raken aan voederplaatsen en vervolgens worden afgeschoten. Dit is niet alleen vanuit ethisch oogpunt problematisch, maar leidt ook tot een verschuiving van natuurlijke bewegingspatronen, tot verhoogde stress, onnodige verplaatsingen en extra belasting van populaties die toch al lijden onder leefgebiedverlies en fragmentatie.
Vanuit het oogpunt van een modern, op dierenwelzijn gericht jachtbeleid valt niet te rechtvaardigen dat hobbyjagers dieren urenlang in vallen laten lijden of via een geraffineerd lok- en aassysteem de dood injagen. Dit druist in tegen de basisbeginselen van de Zwitserse dierenwelzijnswet, die onnodige pijn, lijden en angst verbiedt. Wie beweert te handelen in het kader van een vermeend wildbeheer, moet ook bereid zijn de meest brute en archaïsche methoden op te geven.
Daarbij komt dat val- en lokjacht bijzonder ondoorzichtig zijn. Wat zich afspeelt in afgelegen bospercelen, op aasplaatsen of in verborgen vallen, onttrekt zich grotendeels aan de publieke waarneming. Controles zijn lastig, bijvangsten worden vaak niet of slechts onvolledig gemeld, en het lijden van de betrokken dieren komt in geen enkele officiële statistiek voor.
De motie streeft daarom drie doelen na:
- Ten eerste moeten kennelijk dierkwellende vangmethoden en lokpraktijken consequent worden verboden.
- Ten tweede moeten eventueel resterende vallen worden teruggebracht tot enkele, streng gecontroleerde levendvallen, met duidelijke intervallen, beschermingsvoorschriften en strenge documentatieverplichtingen.
- Ten derde moet de lokjacht met kunstmatige geluiden, valse prooidieren en geurstoffen zo veel mogelijk worden beperkt of voor bijzonder belaste soorten volledig worden verboden.
In een tijd waarin steeds meer mensen de morele medeverantwoordelijkheid van de mens tegenover andere voelende levende wezens benadrukken, is het onaanvaardbaar dat juist binnen het door de staat gereguleerde domein van de hobbyjacht methoden worden toegepast die vanuit dierenwelzijnsoogpunt duidelijk als wreed moeten worden bestempeld. Wie aan de jacht vasthoudt, moet zich op zijn minst losmaken van de ergste geweldpraktijken.
Vallen- en lokjacht zijn jacht in de schaduw. Wie in naam van de staat dieren wil doden, mag dit niet doen met verborgen kwelapparaten en manipulatieve lokaassystemen.
