Wasberen horen niet thuis op de EU-lijst van invasieve diersoorten.
In een oproep aan de EU-milieucommissie vraagt Wildlife Protection Germany om de wasbeer te schrappen van de lijst met invasieve uitheemse soorten die van belang zijn voor de Europese Unie (hierna te noemen de "Unielijst").

Verordening nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 definieert de redenen voor de opname van onder meer diersoorten in de Unielijst.
Bij nadere beschouwing van deze criteria zal snel blijken dat er, naast objectieve argumenten, ook andere redenen zijn waarom de wasbeer (Procyon lotor), maar ook andere bejaagbare diersoorten, hier waarschijnlijk alleen maar op de lijst staan omdat met name jachtgroepen hiervoor campagne hebben gevoerd.
Paragraaf (10) van de Verordening stelt bijvoorbeeld: “Een invasieve uitheemse soort wordt geacht van belang te zijn voor de Unie indien de schade die zij in de betrokken lidstaten veroorzaakt zo significant is dat de vaststelling van specifieke maatregelen die in de gehele Unie van toepassing zijn, gerechtvaardigd is, ook in de lidstaten die nog niet getroffen zijn of waarvan het zelfs onwaarschijnlijk is dat zij getroffen zullen worden. Om de identificatie van de subset van invasieve uitheemse soorten die van belang zijn voor de Unie beheersbaar te houden, moet de Unielijst stapsgewijs worden opgesteld en bijgewerkt en moet de nadruk liggen op die soorten waarvan de opname op de Unielijst daadwerkelijk de nadelige gevolgen ervan op een kosteneffectieve wijze voorkomt, minimaliseert of verzacht. ”
Deze rechtvaardiging voor opname op de Unielijst is niet van toepassing op de wasbeer. Het is niet waar dat wasberen in Duitsland of andere EU-lidstaten zulke aanzienlijke ecologische, epidemiologische of economische schade veroorzaken dat opname op de Unielijst noodzakelijk of gerechtvaardigd zou zijn. Hoewel er waarnemingen zijn dat wasberen lokale populaties van beschermde soorten in gevaar kunnen brengen, is er geen betrouwbaar bewijs voor een wijdverspreide of populatiebedreigende bedreiging die wasberen voor deze soorten vormen.
Uit uitgebreide en langdurige wetenschappelijke studies in het Nationaal Park Müritz, waar wasberen de hoogste populatiedichtheden bereiken voor bijna natuurlijke habitats in Europa, is gebleken dat er geen negatieve ecologische gevolgen zijn voor andere inheemse diersoorten in dit habitat (Michler, BA, 2020: Coproscopische studies naar het dieet van de wasbeer).
In Duitsland, waar de wasbeerpopulatie inmiddels ongeveer een miljoen dieren telt en zich blijft uitbreiden, is het evenmin duidelijk hoe de negatieve gevolgen – met name de verdere verspreiding van de soort – op een kosteneffectieve manier kunnen worden voorkomen, geminimaliseerd of verzacht.
Sinds 2013/14 is het aantal bejaagde wasberen, een indicator voor de populatieontwikkeling, in dit land meer dan verdubbeld tot ruim 200.000 dieren. Waar wasberen intensief worden bejaagd in grote gebieden, neemt alleen de gemiddelde leeftijd van de dieren af – de populaties blijven constant of nemen toe, afhankelijk van de draagkracht van het leefgebied. Verschillende wetenschappelijke studies bevestigen dit (bijv. Robel, RJ; NA Barbes & LB Fox (1990): Racoon populations: Does human disturbance increase mortality? Transactions of the Kansas Academy of Science 93 (1-2), 22-27). De decennialange poging om de wasbeerpopulaties te verminderen door middel van willekeurige jacht is allang mislukt. Het is waarschijnlijker dat jachtactiviteiten de verspreiding van wasberen bevorderen en de lokale ecologische situatie verslechteren. Bovendien moedigen de relevante ministeries via hun wetgeving de wrede behandeling van deze diersoort aan: gesteund door publieke communicatie van jachtverenigingen, aangewakkerd door talloze media en uitgevoerd door een specifieke groep jachtvergunninghouders.
Het is ook niet duidelijk waar wasberen een significante bedreiging vormen voor de biodiversiteit en de bijbehorende ecosysteemdiensten. Hoewel er aanwijzingen zijn dat wasberen, als alleseters, inderdaad zijn waargenomen bij het plunderen van vogelnesten en amfibieën in bepaalde kleinere habitats, is het niet nodig om deze soort op de EU-lijst te plaatsen om dit met passende beheersmaatregelen tegen te gaan. Lokale instandhoudingsmaatregelen binnen het kader van de nationale wetgeving zijn volkomen voldoende.
Tot op heden zijn er geen betrouwbare bewijzen – en zeker geen wetenschappelijke bewijzen – voor ernstige negatieve gevolgen van wasberen voor inheemse soorten of voor de structuur en functie van het ecosysteem in Europa, zoals habitatveranderingen, predatie, concurrentie, ziekteoverdracht, verdringing van inheemse soorten in een significant deel van hun verspreidingsgebied, of genetische effecten als gevolg van hybridisatie. Als men de achteruitgang van diverse beschermde diersoorten, waaronder soorten die af en toe door wasberen worden bejaagd, serieus wil stoppen, moet men de onderliggende oorzaken aanpakken. Deze liggen voornamelijk in de vernietiging of wijziging van habitats door economische belangen.
Wasberen hebben ook geen noemenswaardige negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid of de economie. De economische schade, bijvoorbeeld aan fruitbomen of woongebouwen, is lang niet van nationale omvang. Iedereen kan hieraan bijdragen door passende, diervriendelijke maatregelen te nemen. Kassel en Berlijn laten bijvoorbeeld zien hoe je met deze dieren kunt samenleven.
Wasberen vormen vanuit epidemiologisch oogpunt geen significant risico. Hoewel ze mogelijk de wasberenrondworm (Baylisascaris procyonis) kunnen overdragen, hebben studies in Noord-Amerika aangetoond dat de kans op een menselijke infectie door deze parasiet extreem laag is. Het Robert Koch Instituut heeft zelfs geen vermelding over dit onderwerp.
“De EU-verordening moet zich uitsluitend richten op soorten die door menselijke activiteiten de Unie binnenkomen.” (7) Ook dit aspect is niet van toepassing op wasberen. Wasberen veroveren al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw leefgebieden in Europa, te beginnen in Duitsland. In Duitsland zijn de dieren inmiddels goed ingeburgerd. Ernstige negatieve gevolgen voor de biodiversiteit en de daarmee samenhangende ecosysteemdiensten, evenals andere sociale en economische gevolgen, kunnen niet over de hele linie worden aangetoond.
Paragraaf (15) van de Verordening stelt verder: “Voorrang moet worden gegeven aan het opnemen van invasieve uitheemse soorten op de Unielijst die nog niet in de Unie aanwezig zijn of zich in een vroeg stadium van invasie bevinden, alsook aan invasieve uitheemse soorten die naar verwachting de ernstigste nadelige gevolgen zullen hebben. Aangezien er op elk moment nieuwe invasieve uitheemse soorten in de Unie kunnen worden geïntroduceerd en bestaande uitheemse soorten zich verspreiden en hun verspreidingsgebied uitbreiden, is het essentieel ervoor te zorgen dat de Unielijst voortdurend wordt herzien en actueel wordt gehouden.”
Zelfs toen de wasbeer op de lijst van beschermde diersoorten van de EU werd geplaatst, was hij al wijdverspreid in Duitsland. Destijds waren er ongeveer 500.000 van deze dieren. De verdubbeling van de wasbeerpopulatie in de afgelopen acht jaar laat zien hoe ineffectief de plaatsing op de EU-lijst is geweest. Deze ontwikkeling kan niet worden gestopt door ethisch verantwoorde maatregelen.
Om de bovengenoemde redenen doen wij een beroep op de EU-milieucommissie om te overwegen de wasbeer en, waar van toepassing, andere diersoorten waarvoor dezelfde criteria gelden, van de Unielijst te verwijderen, zodat de focus kan liggen op die soorten waarvan de negatieve gevolgen daadwerkelijk op een kosteneffectieve manier kunnen worden voorkomen, geminimaliseerd of verzacht.
Link naar de EU-verordening inzake invasieve soorten
Link naar de brief aan EU-commissaris voor Milieu Sinkevicius






