Actieplan Biodiversiteit 2025: Wolf ontbreekt in het document
De federale overheid zegt het nu zelf, zonder eromheen te draaien: de staat van de biodiversiteit in Zwitserland is onbevredigend; de helft van de habitats en een derde van de soorten worden bedreigd, en het verlies blijft op alle niveaus aanhouden.

En toch wordt deze diagnose al jarenlang gevolgd door hetzelfde patroon: actieplannen, programma's, proefprojecten.
Nu volgt de volgende ronde: het Zwitserse biodiversiteitsactieplan voor de periode 2025-2030, dat al in november 2024 werd aangenomen en op 12 december 2025 werd aangevuld met extra maatregelen, is door de Bondsraad goedgekeurd.
Dit klinkt als netwerken, als ecologische infrastructuur, als een staat die begrijpt dat leefgebieden niet in brochures worden gecreëerd, maar op de kaart worden weergegeven.
Tegelijkertijd blijft de diagnose hard: in Zwitserland wordt bijna de helft van de leefgebieden als bedreigd beschouwd.
Toch rijst er een vraag die in het document elegant wordt omzeild: wat betekent dit voor wilde dieren, de jacht en de wolf, oftewel voor het conflictgebied waarin het biodiversiteitsbeleid werkelijk wordt bepaald?
Wie in het nieuwe actieplan zoekt naar informatie over de wolf, zal niets vinden dat specifiek op die naam vermeld staat. Het plan blijft bewust algemeen van aard en richt zich op leefgebieden, programma's, proefprojecten en efficiëntieverbeteringen.
Tegelijkertijd speelt de wolf een even prominente rol in het Zwitserse wildbeleid als vrijwel geen andere diersoort. Het Federaal Bureau voor Milieu (FOEN) beschrijft de strategiewijziging openlijk: in de winter van 2024/2025 gaf het toestemming voor het afschieten van ongeveer 125 wolven. Eind januari 2025 waren 92 wolven preventief afgeschoten, dat wil zeggen voordat er schade was aangericht.
De Bondsraad heeft de herziene jachtwet, inclusief de gewijzigde jachtverordening, aangenomen, die op 1 februari 2025 van kracht wordt. De preventieve regulering van de wolvenpopulatie wordt expliciet genoemd als een instrument voor conflictvermindering.
Dit is de journalistiek relevante onbalans: in het centrale biodiversiteitsprogramma blijft de wolf onzichtbaar, maar in de uitvoering ervan wordt hij het belangrijkste onderwerp.
Biodiversiteitsbeleid faalt zelden door een gebrek aan kennis, maar vaak door een gebrek aan uitvoering.
Iedereen die zegt dat het "altijd hetzelfde liedje" is, heeft volkomen gelijk. Niet omdat er een gebrek is aan biologie of ecologie, maar omdat die onderwerpen te vaak geen politieke gevolgen hebben.
De federale overheid schrijft zelf dat de tweede fase (2025-2030) tekortkomingen moet aanpakken, de effectiviteit en efficiëntie moet verhogen, kennislacunes moet dichten en benaderingen moet testen in proefprojecten.
Dat klinkt allemaal logisch. Maar zolang de handhaving en de stimulansen niet goed zijn, bestaat het risico dat biodiversiteitsbeheer een voortdurende oefening wordt: je documenteert het verlies beter, je beheert het professioneler, maar je stopt het niet.
En precies hier komt de recreatieve jacht in beeld, omdat deze zich bevindt op het snijvlak van natuurbeschermingsvoorschriften, gebruiksbelangen, traditie en beleid inzake maatschappelijke acceptatie. De wolf is een ijkpunt in deze complexe omgeving: hij dwingt ons om tegelijkertijd na te denken over preventie, co-existentie, regulering en biodiversiteitsdoelen.
Hoe een federaal actieplan voor wildbeheer en jacht zou moeten heten
Als Zwitserland in 2030 echt meer wil bereiken dan alleen een nieuw pakket "maatregelen", heeft het duidelijke richtlijnen nodig. Hier zijn acht punten die een wereld van verschil zouden maken, vooral met betrekking tot wolven en de jacht:
1) De wolf hoort thuis in het biodiversiteitsplan, niet alleen in de jachtwetgeving.
Wie biodiversiteit als een systemische uitdaging beschouwt, mag het zichtbare conflict niet negeren. Het gaat hier niet om het "romantiseren" van de wolf, maar om het transparant maken van de samenhang tussen co-existentie, preventie, regelgeving, bescherming van vee en biodiversiteitsdoelen. Het Federaal Bureau voor Milieu (FOEN) stelt zelf: De wolf wordt in Zwitserland niet specifiek gepromoot, maar zijn terugkeer moet wel beheerd worden.
Het actieplan is bewust breed opgezet, maar het is gericht op effectiviteit en implementatie. Juist daarom is het terecht om te vragen hoe een belangrijk implementatiegebied (roofdieren, bescherming van vee, regelgeving) kan worden geïntegreerd met de biodiversiteitsdoelstellingen.
2) Preventieve regelgeving vereist meetbare criteria en publieke controle.
Als "preventief" betekent dat er actie wordt ondernomen voordat er schade optreedt, dan zijn bijzonder strenge, controleerbare criteria nodig. De tekst van het FOEN (Bundesamt für Milieu) over de regelgevingsfase laat zien hoe vaak dit instrument al is gebruikt. Een degelijk actieplan zou moeten specificeren: Welke gegevens zijn vereist? Welke alternatieven zijn geïmplementeerd? Welke doelstellingen moeten worden bereikt? Wat zal onafhankelijk worden geëvalueerd?
3) Prioriteit geven aan preventie in plaats van een beleid van verzoening.
De jachtwetgeving werd expliciet herzien om conflicten tussen de landbouw in de bergen en de wolvenpopulatie te verminderen.
Wie conflicten wil verminderen, moet preventie zo bindend maken dat "schieten als eerste optie" nooit de norm wordt. Anders wordt regelgeving een politiek veiligheidsventiel in plaats van een laatste redmiddel.
4) Vrede, leefomgeving, verbondenheid: Zonder deze elementen blijft elke poging om symptomen te behandelen slechts een symptoombestrijding.
Het nieuwe actieplan pleit voor netwerken en maatregelen langs transportroutes. Voor wilde dieren betekent dit concreet: meer wildreservaten, betere corridors en minder fragmentatie. Bij een tekort aan leefgebied ontstaan conflicten en wordt jacht misbruikt als middel om de schade te beperken.
5) Professionalisering van het wildbeheer in plaats van militielogica
In veel kantons van Zwitserland wordt de recreatieve jacht grotendeels georganiseerd via pachtovereenkomsten, vrijwilligersorganisaties en traditie. Tegelijkertijd worden taken zoals het opsporen van gewond wild, het handhaven van dierenwelzijnswetten en het ingrijpen bij de behandeling van gewonde dieren expliciet toegewezen aan jachtopzieners.
Als biodiversiteit een prioriteit is, moet het wildbeheer geprofessionaliseerd worden: jachtopzieners in plaats van hobbyjagers, met duidelijke taken, training, controle, transparantie en een cultuur die bescherming boven recreatieve belangen stelt.
6) Openbaarmaking van belangenconflicten: Wie beslist over het ruimen van dieren en waarom?
Onder wolven is de druk hoog, lopen de emoties hoog op en laat de lobby van zich horen. Juist daarom is robuust bestuur nodig: duidelijke rollen, gepubliceerde onderbouwingen, verifieerbare gegevens en onafhankelijk toezicht.
7) Uniforme normen in plaats van een lappendeken van kantonnale regelgeving
Preventieve regelgeving werkt via kantonnale aanvragen en federale toetsing. Dit systeem nodigt uit tot ongelijkheid, afhankelijk van het kanton, het beleid en de lokale cultuur. Een actieplan dat effectiviteit belooft, moet minimumnormen vaststellen; anders blijft de biodiversiteit afhankelijk van de willekeur van de jurisdictie.
8) Succescriteria voor 2030 die geen PR omvatten
"Meer maatregelen" is geen doel op zich. Doelen zijn: meer functionerende habitats, betere connectiviteit, minder bedreigde habitattypen, stabielere populaties en minder conflictueuze interventies. De federale overheid zelf benadrukt efficiëntie, evaluatie en kennislacunes. Vervolgens moet ze ook definiëren waaraan ze zal worden afgemeten en wat er gebeurt als ze tekortschiet.
Biodiversiteit vereist moed, niet alleen beheer.
Het nieuwe actieplan kan een belangrijk kader vormen. Maar zolang de wolf wordt uitgesloten van het biodiversiteitsplan en tegelijkertijd onderworpen wordt aan massale jachtbeperkingen, blijft een kernboodschap tegenstrijdig: biodiversiteit als basis voor het leven enerzijds, conflictbeheersing door middel van afschot anderzijds.
Wie dit serieus neemt, moet de politiek ongemakkelijke stap zetten: wildbeheer als kerntaak van de overheid, niet als bijzaak bij de recreatieve jacht. Dit vereist professionaliteit van de jachtopzieners, duidelijke regels, transparante gegevens en consequente preventie. Alleen dan heeft biodiversiteit een kans om in 2030 meer te zijn dan slechts een term op papier.






